Kwintessens
Geschreven door Hendrik Schoukens
  • 1824 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 januari 2022 Neen, we zijn niet alleen
Geïnspireerd door Nick Cave poneert Hendrik Schoukens dat er geen onzichtbare muur staat tussen ons, mensen, en de natuur. Dat emoties ook bij dieren en planten terug te vinden zijn. En dat de menselijke evolutie geen eindpunt is.
Nick Cave is een man van vele talenten. Eén daarvan is dat hij met zijn muziek de grenzen van het kenbare aftast. Met zijn laatste worp, We Are Not Alone, doet hij dat op een meesterlijke wijze. 'The world has ears and the rocks have eyes', zo fluistert Cave ons toe. Op de achtergrond zien we aan de horizon de staart van een grote katachtige kronkelen in het avondrood. Het liedje figureert op de soundtrack voor de film La Panthère des Neiges, die een natuurfotograaf volgt op zijn zoektocht naar de enigmatische sneeuwpanter.
Cave overweegt dat wij, mensen, zonder dat we het doorhebben, worden geobserveerd door een veelheid aan leven. Een opmerkelijke switch van perspectief, want waren het niet wij, superieure en menselijke wezens, die de natuurlijke wereld definitief hadden ontleed en onderworpen?
Cave raakt een gevoelige snaar. Onlangs werd My Octopus Teacher een onverwachte hit op Netflix. De documentaire toont op onnavolgbare wijze hoe een Zuid-Afrikaanse filmmaker een bijzondere vriendschapsband ontwikkelt met ... een octopus. Een dier dat we tot nu vooral konden appreciëren als lekkernij op ons bord, blijkt een verrassend intelligent en zelfs gevoelig weekdier.
Octopussen hebben weinig tot niets gemeen met de mens. Ze bezitten geen longen en hebben zelfs geen ruggengraat, evolutionair bekeken bewandelden ze een ander pad. Hun hersenen bevatten nochtans net zoveel zenuwcellen als die van onze hond. Maar waar bij zoogdieren deze zenuwcellen gegroepeerd zitten in het hoofd, zitten hun 500 miljoen zenuwcellen verspreid over het hele lichaam. Het houdt in dat, bekeken vanuit ons menselijk standpunt, de grijparm van een octopus een eigen persoonlijkheid zou hebben. Recent onderzoek toont aan dat octopussen niet alleen kunnen spelen, maar zelfs dromen (DS 27 augustus).
_Geen zielloze automaten
Maar we hoeven niet diep onder water te duiken om opmerkelijke illustraties van natuurlijke intelligentie te aanschouwen. Een tripje naar het park is voldoende. Want daar wandelen we zonder het te beseffen boven op het netwerk van schimmeldraden dat bomen, jong en oud, toestaat te communiceren met mekaar. Sinds de documentaire Fantastic Fungi, ook een Netflix-hit, weten we dat het grootste organisme op onze planeet een schimmel is. Ze zorgen voor de bedrading van de wereld en zullen ons, mensen, moeiteloos overleven.
Het zijn slechts een aantal recente illustraties van hoe de onzichtbare muur tussen de mens en de natuur langzaam verbrokkelt. Onze beperkte menselijke blik verbergt voor ons de vele vormen van natuurlijke intelligentie en zelfs gevoeligheid die ons omringen. Het dominante geloof van Descartes, die planten en dieren benaderde als zielloze automaten, maakt langzaam maar zeker plaats voor een meer genuanceerde visie. Het wordt almaar moeilijker om een exacte grens te trekken tussen de mens en de rest van 'de natuur'. Zoals Darwin meer dan anderhalve eeuw terug al voorspelde in Descent of Man, tonen recente wetenschappelijke studies aan dat alle unieke 'menselijke' eigenschappen, in een of andere vorm ook bij andere wezens aanwezig zijn. Emoties, het vermogen pijn te voelen, taal en communicatie, zelfs cultuur: als we goed kijken, vinden we het ook terug bij de dieren en zelfs planten die naast ons leven.
Een van de meest intellectueel stimulerende teksten van 2021 is dan ook van de hand van Nicholas R. Longrich, een professor in de evolutionaire biologie. Hij focust op de vraag wat het woord 'menselijk' juist inhoudt, wanneer dit wordt bekeken door een evolutionaire lens.
In navolging van de Homo erectus, die voor het eerst werktuigen begon te gebruiken, verschenen er immers, naast de Homo sapiens, ook andere mensensoorten op het toneel. De bekendste coprotagonist waren de neanderthalers. Zij waren hoegenaamd niet de cultuurbarbaren waarvoor ze soms worden versleten. Ze geleken op ons: ze dansten, vertelden verhalen en hielden van hun verwanten. Ze waren in staat tot zowel liefde als wreedheid.
Onderzoek uit 2020 wees uit dat Europeanen en Aziaten gemiddeld tweeënhalf procent neanderthaler-DNA bezitten. Wat erop wijst dat onze voorouders diepgaande contacten met hen hadden, zich met hen voortplantten en succesvol kinderen opvoedden. Het uitsterven van de neanderthalers duurde bovendien honderdduizenden jaren. Als neanderthalers louter domme bruten waren geweest, zouden ze in enkele jaren moeiteloos vervangen zijn door onze eigen voorouders. Waarom haalde de Homo sapiens alsnog de bovenhand?
Recente theorieën poneren dat het verschil niet zozeer lag in meer of minder intelligentie, maar in het vermogen om jeugdige kenmerken, zoals speelsheid, nieuwsgierigheid en creativiteit, langer te behouden op volwassen leeftijd.
_Vastgeroeste denkbeelden
De gedachte dat er ooit meerdere mensensoorten op de planeet rondwandelden, daagt onze vastgeroeste denkbeelden uit. Want waarover gaat 'menselijkheid' dan juist? Gaat het enkel over deze mensen die toevallig nu op deze planeet rondwandelen? Menselijkheid definiëren als compassie voor soortgenoten, blijkt in elk geval niet typisch voor de mens. Longrich besluit dat net het onvermogen om menselijkheid te definiëren ons meest menselijke kenmerk vormt. Hoe verwarrend ook, die gedachte vormt een erg rijke voedingsbodem voor een maatschappij waarin de interdependentie tussen mens en natuur almaar zichtbaarder wordt.
De menselijke evolutie vormt geen eindpunt, net zoals de juridisch-maatschappelijke afspraken voortdurend in beweging zijn. Wie had gedacht dat in ons burgerlijk recht, sinds dit jaar, dieren zouden worden omschreven als 'wezens met gevoelens', wolven zich beschermd kunnen wanen tussen de containers in de haven, terwijl in het Verenigd Koninkrijk het koken van kreeften verboden zal worden omdat deze dieren pijn kunnen voelen.
De drang naar hokjesdenken leidt tot nodeloze vervreemding. Is het een toeval dat onze voorouders, in hun prachtige grotschilderingen, vooral beren, mammoeten, wolven en wolharige neushoorns – de inspiratiebron voor de mythische eenhoorn – afbeeldden en zelden mensen? Als er al mensen werden geschilderd, was het als rudimentaire stokjes zonder gezicht.
Nick Cave heeft gelijk. We zijn niet alleen. De onzichtbare muur tussen ons en de natuurlijke buitenwereld is een illusie. We staan niet centraal. In tijden van klimaatverandering, waarin de mens het grootste gevaar blijkt voor het voortbestaan de eigen soort, vormt dit een verrassend hoopvolle gedachte.
(Tekst oorspronkelijk gepubliceerd in De Standaard, 3 januari 2021. Overgenomen met toestemming van de auteur.)
Kwintessens
Hendrik Schoukens is onderzoeker Europees milieu- en natuurbeschermingsrecht (UGent).
_Hendrik Schoukens -
Meer van Hendrik Schoukens

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws