Kwintessens
Geschreven door Jeroen Follens
  • 603 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

9 augustus 2022 Menselijkheid in digitale tijden
De mens als bankkaartnummer. De afgelopen dertig jaar werd onze taal aangedikt met een resem Angelsaksische woorden. Apps, bits, coins, output, human resources, tools, tokens, gigabytes, feedback, feed up, feedforward, etc., termen die niet meer weg te denken zijn uit onze dagelijkse conversaties. Je zou er Billy Joels We Didn’t Start the Fire mee kunnen vullen
Die blits klinkende woorden hangen samen met de technologisch-digitale tijdgeest waarin we leven. Ze getuigen van een mentaliteit waarin verklaringen voor uiteenlopende zaken gereduceerd worden tot het financiële of het economische. Dit wordt economisme genoemd. Ook domeinen zoals het onderwijs en de zorg zijn ten prooi gevallen aan een taalgebruik dat uit de bedrijfswereld komt. Dit economisme is een metgezel van de technologisch-digitale tijdgeest.
Het economistische jargon staat niet op zichzelf. Naast de Angelsaksische woordenschat die oprukt in ons taalgebruik, kunnen we ook niet meer om het gebruik van codes heen. Een code ter beveiliging van je app, een code ter beveiliging van je code, een code ter beveiliging van de code van je code, een bankaartnummer, weer een code, een code bestaande uit vier cijfers, eentje bestaande uit vijf cijfers, een itsme-account. Je beveiligingssleutel dient daarbovenop zóveel cijfers en zóveel andere tekens te bevatten.
Sinds de opkomst van het wereldwijde web deed zich een transitie voor die een groot deel van de mensheid vastbindt aan het technologisch-digitale en economistische denken. De meeste mensen beseffen het misschien niet, of ze zijn te cynisch geworden om er zich druk over te maken, maar deze omslag komt voornamelijk een groep mensen ten goede die daar garen uit spint, namelijk de CEO’s van de grote technologiebedrijven (Pinxten, 2021; Schnitzler, 2021).
Deze laatsten heten (wijlen) Steve Jobs, Elon Musk, Mark Zuckerberg, Ray Kurtzweil (Amerikaans uitvinder en zakenman/futurist) en Jeff Bezos (oprichter en CEO van Amazon). Op hun vernuft vertrouwt een groot deel van de mensheid. Zij leggen de kaarten. Zij vullen het leven in van miljoenen mensen. Zij bezitten de gegevens, de weet-je-datjes, van al die mensen van over de hele planeet.
_Transhumanisme
De technologische evolutie van de voorbije decennia laat onvermijdelijk haar sporen na. In een wereld gedomineerd door data en cijfers valt menselijkheid uit de boot. Natuurlijk, bepaalde technologische innovaties vergemakkelijken het leven van velen. Dat is toch de rechtvaardiging voor de steeds verdergaande digitalisering van onze maatschappij.
Maar er zijn ook heel wat mensen die zich aan de keerzijde van de medaille bevinden. Zij die bejaard zijn, zij die ziek zijn, zij die een mentale beperking hebben (dat kan heel breed zijn: van ASS tot laagbegaafdheid), of simpelweg zij die niet zo opgezet zijn met de invasie van al die technologieën in hun bestaan. Want ook die vraag werpt zich op: Mag het, niet-geïnteresseerd zijn in de allerlaatste technologische snufjes?
Vaak hoor je dan dat je toch altijd de keuze hebt om al dan niet deel te nemen aan wat zo mooi de "digisprong’’ genoemd wordt. Maar klopt dat ook? Word je niet terzijde geschoven wanneer je niet "mee’’ bent met de nieuwste trends? Kan je naar een bankfiliaal om de hoek gaan om verrichtingen te doen? Kan je online bankieren zonder eerst tal van stappen, in de vorm van accounts aanmaken en wachtwoorden ingeven, te doorlopen? Sluit je jezelf niet af van bepaalde sociale contacten, wanneer je geen lid wenst te worden van bepaalde sociale mediakanalen zoals Facebook, Instagram, of TikTok? Met name voor jongeren lijkt de druk om hieraan deel te hebben enorm groot. En is het restaurant waar men enkel met QR-codes werkt en menukaarten online moet raadplegen, niet zeer ontoegankelijk voor mensen uit de bovengenoemde doelgroepen? Maakt het hun afhankelijkheid van derden niet nóg groter?
Laura Alfers, Directeur van het Social Protection Programme at Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing aan het departement Sociology van de Rhodes University in Zuid-Afrika, kaart deze problematiek aan met betrekking tot de Covid-19 pandemie (Laura Alfers, 2021). Grote delen van de mensheid moesten ten tijde van de pandemie allerlei formulieren invullen en doorsturen, via digitale kanalen, dit wegens de vermeende efficiëntie van het gebruik daarvan. Het bleek evenwel dat in bepaalde landen grote delen van de bevolking niet over dergelijke middelen beschikken. Je kan ervan uitgaan dat ook in de westerse wereld delen van de bevolking hun wagonnetje niet kunnen aanhaken aan de technologie-TGV. Het typeert de bijna zelfgenoegzame wijze waarop er in bepaalde kringen tegen dit alles wordt aangekeken. Men houdt simpelweg geen rekening met de mogelijkheid dat bepaalde (groepen) mensen achtergelaten worde
_Digitalisering als morele opmaat
Met name mensen die zich op de middelste en hogere echelons bevinden van de sociale strata die onze samenleving rijk is, lijken zich te vergenoegen in een soort zich-wentelen-in-digitalisering. De dynamiek waarbij mensen die het enigszins gemaakt hebben zich mentaal bij de happy few willen weten, heeft altijd bestaan. Van de hielenlikkende koopman uit de late middeleeuwen, over de stroop aan de baard van zijn patroon smerende fabrieksklerk uit de negentiende eeuw, tot de zich als bewonderaar van Elon Musk uitende desk manager uit onze tijd, allen delen ze dezelfde innerlijke noodzaak om het taalgebruik, de sores en de mores van hun meesters te imiteren.
Het christendom en de grote ideologieën verliezen hun greep op de massa, wat visionaire uitvinders ruimte geeft om het vrijgekomen terrein in te vullen met data en cijfers. Daaraan gekoppeld verspreidde zich een economistisch Esperanto, dat miljoenen mensen vastkluistert aan een digitale denkwereld. Het is heerlijk toeven in die digitale wereld. Vooral dan indien je je weg er kent.
Op amper dertig jaar tijd is de wereld dusdanig veranderd, dat waakzaamheid geboden is. Het is verleidelijk om zich te laten meeslepen in een soort van technologisch optimisme. Het stellen van kritische vragen, of het opwerpen van bezwaren tegen zo’n op het eerste gezicht positieve trend, wordt algauw als lastig ervaren. Mensen die in een optimistische flow zitten, wensen daar niet bruusk te worden afgehaald.
Humanisten moeten die ongebreidelde technologische vooruitgang met argusogen volgen. Nieuwe vormen van ongelijkheid nestelen zich in onze maatschappijen, zonder dat we er acht op slaan. Het belang van de ethische vraagstelling dient in deze hele kwestie voorop te staan. Is dat niet het geval, dan ligt de weg vrij voor een technocratische dictatuur.
_Bronnen
Laura Alfers, ‘Work and Digitalisation. How digitalisation can leave the poor behind’ In: ips-journal.eu | IPS Journal (26th July 2021)

Pinxten, R., Humanisme in woelige tijden. (Gompel&Svacina, 2021)

Schnitzler, H., Wij nihilisten. Een zoektocht naar de geest van digitalisering. (De Bezige Bij Amsterdam, 2021
Kwintessens
-
_Jeroen Follens -
Meer van Jeroen Follens

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws