Kwintessens
Geschreven door Nick De Clippel
  • 350 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

7 september 2022 Lasterspraat
De zondvloed in Pakistan, de energiecrisis, de droogte, de tsarendroom van Poetin … Men zou voor minder een krant kopen, maar dit weekend ging in mijn nieuwsblad veruit de meeste aandacht naar het slotvers van Ruth Lasters die het pervers vond dat haar gedicht, geschreven in samenspraak met haar leerlingen, niet werd geaccepteerd door het stadsbestuur. Naar verluidt was dat omdat het gedicht waarvan sprake niet werd besteld, maar dat argument bleek algauw ongerijmd. Dan heeft het stadsbestuur nog drie excuses over: de vorm, de inhoud en de schrijfster zelf. Laten we beginnen met het argument ad feminam. Dat is sowieso een slecht argument. Bovendien is Ruth Lasters geen stadsdichter omdat haar naam blind uit een draaiende trommel werd getrokken. Het zal evenmin aan een herkenbare tongval gelegen hebben (al kan dat in de sinjorenstad wel een rol hebben gespeeld). De afscheidnemende heeft enige renommée, ze heeft haar sporen verdiend.
De vorm dan. Wat maakt een tekst poëzie? Ooit waren daar duidelijke regels voor, maar iemand als Anna Bijns (Antwerpen, 1493-1575) of Jonker Jan van der Noot (Antwerpen, 1539-1595) liet zich niet door rijmschema's en metrumregels ontmoedigen om diepzinnige dingen te schrijven. Paul van Ostaijen (°1896, Antwerpen) speelde op heel nieuwe manieren met vorm, terwijl Herman de Coninck (laatst bekende adres in Antwerpen) in gewone taal buitengewone dingen deed:
Wij waren jong, wij sprongen
te paard op de taal en reden
heersend de velden door,
slingerend lasso's van woorden
naar alles wat we wilden veroveren
Vandaag is de enige regel dat er geen regels zijn, maar is daarom om het even wat poëzie? De haiku's van een oud-politicus? Een boodschappenlijstje? Babytaal? De Nederlanders hadden vorige eeuw een heus kamerdebat over Oote, oote, boe, een compleet ontregeld gedicht van Jan Hanlo dat verschenen was in een gesubsidieerd blad. Was dat geen verspilling van gemeenschapsgeld? Losgeld, want zo heet het kunstwerk dat de krantenkoppen haalde, volgt duidelijk geen enkele regel. Behalve een halve herhaling in het eerste lijntje is er geen spoor van taalspel te vinden. Er worden alleen maar banale dingen gedaan met taal. Zelfs als proza is de tekst ondermaats. De vage echo van een gedicht van Bertolt Brecht (Fragen eines lesenden Arbeiters) trekt dat niet recht. Maar wacht, is zo'n mening niet kwetsend voor de toch al zwaar belaagde medeschrijvers? Dat is alleszins niet de bedoeling, want de kritiek richt zich niet tot de schrijvers, maar tot het belabberde gebrabbel dat op onbegrijpelijke wijze de pers haalde. We doen aan close reading. Als dat niet meer kan, kunnen we best meteen stoppen met over kunst of literatuur te praten.
De inhoud dan maar. Die gaat uit van de premisse dat leerlingen uit de B-stroom onrecht wordt aangedaan. Niet omdat er een onderwijsvorm op hun maat werd gemaakt, maar omdat die de verkeerde naam zou gekregen hebben. De B-naam haalt de neus op voor technisch vernuft en handvaardigheid. Vlaanderen misprijst zijn vakmannen en -vrouwen. Maar is dat zo? Ik ben allesbehalve wereldvreemd, maar het elitarisme waar Lasters het over heeft, is in mijn wereld veeleer een marginaal gegeven. Natuurlijk zullen B-stromers het wel eens frustrerend vinden dat hun kansen om CFO van een grote firma te worden kleiner zijn dan die van een aso'er en dat een kapper doorgaans minder verdient dan een ingenieur, maar hoe hadden ze het dan gewild? Zou een bso'er even goed Franse les geven als mevrouw Lasters? Zetten we een vrachtwagenchauffeur aan het stuur van de Airbus? Er zijn een paar facts of life die met wat kort uitgeschreven gemopper niet weggewerkt worden. Lasters noemt drie maatschappelijke gevolgen van de geïnstitutionaliseerde stigmatisering (sic) van beroepsleerlingen: B-stromers zijn minder gemotiveerd, het klasmanagement wordt moeilijker en tertio, vroegtijdige schooluitval zorgt voor levenslange problemen, zowel maatschappelijk als psychologisch. Maar is het niet omdat sommige leerlingen minder gemotiveerd zijn dat ze in de B-stroom terechtkomen, in plaats van omgekeerd? Is de hele redenering van Lasters niet veeleer een onbedoelde antifrase?
Niet alle jongeren hebben dezelfde mogelijkheden of dezelfde ambities. Het is precies om elk jong mens zoveel mogelijk naar eigen aard en inzet op weg te helpen dat het beleid werk maakte van verschillende richtingen. Het is dan niet meer dan praktisch dat die verschillende richtingen elk een eigen naam hebben. A- en B-stroom zijn allicht niet de best gekozen benoemingen, maar meer dan wat opgeklopte calimeroreflexen kan ik er niet in vinden. Het euvel is overigens makkelijk op te lossen: we noemen voortaan het aso de B-stroom. Geheid dat morgen de wereld er helemaal anders uit ziet.
Ik twijfel er geen ogenblik aan dat Ruth Lasters het allemaal goed bedoeld, maar ik ben niet overtuigd dat ze met haar diatribe haar leerlingen een dienst bewijst. Losgeld lijkt me veeleer bij te dragen aan de slachtofferrol, externe attributie, ressentiment en poujadisme. Alsof met één letter een nieuwe verdrukte minderheid word gecreëerd. De hele heisa is een storm in een glas Scheldewater die – zo hoop ik al althans – buiten de komkommertijd nooit wortel zou schieten.
Stadsdichterschap installeren komt er onvermijdelijk op neer dat lokale poëten een megafoon wordt aangereikt. Dat is een beetje met vuur spelen en dat zorgt soms voor verbrande vingers. Dichtkunst is immers al vaker een politiek instrument geweest. Als Plato poëzie wou cancelen, had dat met politiek te maken. En W.B. Yeats, Pablo Neruda, Lord Tennyson zijn niet de enigen die de macht de wacht aanzegden. Toch blijft dat Nabilla Ait Daoud beter een andere invalshoek had gekozen. Het 'gedricht' (dank u, Paul Snoek) lijkt gewoon nergens op.
Om een paar argumenten ad hominem de loef af te steken: ik zit net als Ruth Lasters liever aan de linkse kant van de koning, ik ben net als zij een aso'er en gaf de voorbije twintig jaar Frans, hoofdzakelijk in tso- en bso-klassen. Ik heb enige expertise. Gelieve verder deze tekst als een gedicht te beschouwen.
Kwintessens
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws