Kwintessens
Geschreven door Michel Vandenbosch
  • 169 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

19 september 2022 Over religieus obscurantisme in het Brussels Parlement (deel 4)
Verworven recht van religieuze minderheden
Minister-president Rudi Vervoort verkondigde de thesis van het verworven recht van religieuze minderheden. Hij vond het niet kunnen dat men aan een recht waar sinds jaar en dag gebruik van gemaakt wordt, ineens een einde zou maken, klonk zijn commentaar op de stemming. Voordat het Grondwettelijk Hof de Vlaamse en Waalse verboden valideerde, had hij gesteld dat een beslissing geen zin had zolang het Grondwettelijk Hof de knoop niet had doorgehakt. Natuurlijk had Vervoort niet verwacht dat de eminente rechters van zowel het EU-Hof van Justitie als ons eigen Grondwettelijk Hof een verbod op onverdoofd slachten zouden valideren. De PS-tegenstanders van een verbod voerden tot vervelens toe aan dat hun stemgedrag niet ingegeven is door electoraal opportunisme, maar uit respect voor fundamentele gevoeligheden van religieuze minderheden, waaraan al de rest is ondergeschikt. Zorgwekkend: geen enkele Brusselse verkozene met een joodse of islamitische achtergrond die voor een Franstalige partij zetelt, stemde voor het verbod. Enkelingen onthielden zich.
_Vrijzinnige radiostilte
Mij viel ook op dat vanuit vrijzinnige kringen enkel het Brusselse Centre Laïc – rijkelijk laat weliswaar – kort voor de finale stemming publiekelijk reageerde door te wijzen op het gevaar van het verwerpen van het verbod. Tenzij mij iets is ontgaan, is het mij toegestaan de algemene radiostilte in vrijzinnig en humanistisch Vlaanderen over wat er op 17 juni 2022 gebeurd is in Brussel te betreuren? Een duidelijke reactie had mijns inziens niet misstaan. Of het wat zou uitgehaald en een verschil gemaakt hebben, is zeer de vraag. Maar het gaat mij om het principe. Ik betreur het dat een dergelijke impact van religie op de politieke besluitvorming het Vlaamse deel van de georganiseerde vrijzinnigheid niet aanzet tot een publieke stellingname.
_Religieus vetorecht
Sommige analisten onderstreepten dat het thema nooit eerder zo hoog op de Brusselse politieke agenda had gestaan. Een verdienste op zich gelet op de specificiteit van de Brusselse situatie. Die analyse maakt de invloed van religieuze hardliners op de politieke besluitvorming in Brussel niet minder bedenkelijk. Dat het verbod op onverdoofd slachten verworpen werd door een politieke meerderheid, komt neer op een religieus veto- en uitzonderingsrecht. Het juridische oordeel van de hoogste rechtbanken en de wetenschappelijke kennis, die het extreme dierenleed dat veroorzaakt wordt door onverdoofd slachten aantoont en bevestigt, moest wijken voor het onwrikbare oordeel van absolutistische islamitische theologen en joodse rabbijnen. Slechts vier stemmen kwamen de voorstanders van een verbod te kort. We waren er dus dicht bij. Volgens sommige waarnemers opent dat perspectieven voor een parlementaire meerderheid pro verbod bij een eerstvolgende poging. Volgens die lezing is een verbod een kwestie van tijd. Dat is inderdaad niet uitgesloten maar lang niet zeker. Ik zie namelijk weinig reden om aan te nemen dat de religieuze gemeenschappen zich binnen afzienbare tijd flexibeler zouden opstellen. Als vanouds gaven de joodse religieuze hoogwaardigheidsbekleders klaar en duidelijk aan dat hun rituele slachtpraktijk voor eens en altijd onveranderlijk vastligt. Het ziet er in de huidige omstandigheden niet naar uit dat de stem van Henri Gutman van de Belgische Stichting van het Judaïsme zoals die vijf jaar geleden klonk in La Libre Belgique van 8 en 9 april 2017, de bovenhand haalt: 'Die joodse wet is gemaakt om te worden aangepast, zelfs als dat moeilijk is. Trouwens, voor een toenemend aantal niet-orthodoxe joden is die facultatief geworden. Het principe van een seculiere staat wil dat zijn wetten primeren boven alle andere en voor iedereen gelden. De scheiding tussen kerk en staat laat de vrijheid van godsdienst toe en garandeert ze maar onderwerpt er zich niet aan indien zijn waarden botsen met bepaalde religieuze ancestrale praktijken.' (La Libre Belgique van 8 en 9 april 2017)
_Ongelijk
Eerder haalde ik reeds aan dat het Grondwettelijk Hof van zijn kant weliswaar geoordeeld heeft dat het verbod op onverdoofd slachten onmiskenbaar een inperking op het recht op godsdienstvrijheid maar geen totaalverbod vormt en gerechtvaardigd is. Zoals hoger vermeld, oordeelde het Hof dat onverdoofd slachten slechts één onderdeel van de ritus uitmaakt. Het Hof benadrukt dat het Vlaamse (en Waalse) verbod de religieuze gemeenschappen tegemoetkomt door omkeerbare bedwelming te voorzien, proportioneel is, beantwoordt aan een dwingende noodzaak om het objectief van het maximaal reduceren van dierenleed te realiseren en een billijk evenwicht vormt tussen het recht op godsdienstvrijheid en het legitieme belang van het dierenwelzijn. Maar zo zien de religieuze voorstanders van onverdoofd slachten dat niet. Zij startten de juridische procedures op om de Vlaamse en Waalse verboden als een verregaande illegale schending van de vrijheid van religie, die zij als vrijwel absoluut beschouwen, te doen annuleren. Ze vingen bot maar weigeren zich neer te leggen bij het juridisch én wetenschappelijk onderbouwde oordeel van 27 eminente rechters (die van het EU-Hof van Justitie meegerekend), die heus niet over één nacht ijs gingen. De PS wees er fijntjes op dat de arresten niet verplichten tot een verbod. Dus geldt nog altijd het primaat van de politiek, redeneert de PS, die een Brussels verbod laat afhangen van de vraag of de religieuze gemeenschappen ermee instemmen. 
_Veeg teken aan de wand
Volgens een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Samenleven Bart Somers, dat De Standaard onlangs bekendmaakte, vindt 38,3% van de Brusselse gelovige respondenten, onder wie 5,4% van Belgische herkomst, dat wetten die ingaan tegen religieuze voorschriften niet moeten worden nageleefd. Dat zijn 4 Brusselaars op de 10. Een veeg teken aan de wand. Temeer daar uit de bevraging blijkt dat meer inwoners van het Hoofdstedelijk Gewest van de tweede generatie die mening zijn toegedaan (19,5% of bijna 1 op 5).  De bevraging vroeg niet naar de specifieke geloofsovertuiging. De respondenten werd ook niet gevraagd of ze dachten aan het verbod op onverdoofd slachten. Niet te snel conclusies trekken, dus. Maar mijns inziens is het onwaarschijnlijk dat geen enkele van de bevraagde inwoners van Brussel de kwestie van het onverdoofd slachten in gedachten had. In het Hoofdstedelijk Gewest ligt die nog vers in het geheugen. Wie hoopt dat de hele moslimbevolking en in het bijzonder hun nog lang niet uitgezongen huidige generatie imams en theologen in Brussel wel vanzelf tot meer flexibiliteit en meer verlichte inzichten zullen komen, riskeert voor eeuwig en drie dagen te moeten wachten op Godot. De meeste leidinggevende figuren en spreekbuizen van de joodse gemeenschap blijken in datzelfde bedje ziek. Meer dan een kwarteeuw pogingen tot dialoog met de religieuze gemeenschappen leidden tot niets – en ik spreek uit ervaring. Niet in het minst omdat de voor- en tegenstanders van het wettelijk uitzonderingsregime voor religieuze (traditionele) slachtpraktijken de uitdaging vanop verschillende planeten aangaan.
Tijdens een ontmoeting meer dan vijftien jaar geleden met Albert Guigui en Pinkas Kornfeld, de toenmalige vicevoorzitter van het Centraal Israëlitisch Consistorie van België en voorzitter van de European Board of Shechita, onderbrak deze laatste me toen ik een reeks wetenschappelijke publicaties toonde over het dierenleed bij religieuze slachtingen zonder verdoving. De vertegenwoordiger van de orthodoxe chassidische strekking deed de deur op slot voor gelijk welke verandering: 'Mijnheer Vandenbosch, u mag ons nog zoveel artikels tonen als u wil, wij slachten al 6000 jaar op onze manier en we zullen dat blijven doen tot het einde der tijden'. Waarna hij een zakelijk voorstel deed: 'Akkoord met een verbod dat enkel geldt voor de moslims maar laat ons met rust; het gaat tenslotte maar om enkele honderden dieren'. Ik deed een tegenvoorstel, meer voor de vorm dan dat ik hoopte op instemming: 'Verbod om afgekeurd vlees van kosher geslachte dieren via het conventionele circuit op de markt te brengen'. Ik was nog niet goed uitgesproken of het werd al verworpen. De voltallige Olympus kent de sisyfusarbeid die GAIA de afgelopen kwarteeuw met de moed der wanhoop geleverd heeft om het kamp der religieuze onverzettelijken via overleg en met rationele argumenten tot enige flexibiliteit aan te zetten. Al dat labeur mag dan wel niet geheel nutteloos geweest zijn, hun rigide houding is nog geen millimeter opgeschoven. De zee tussen de religieuze voorstanders van het onverdoofd slachten en de pleitbezorgers van een verbod zonder uitzondering omwille van religieuze motieven, is te diep. Ooit probeerde ik uit de impasse te geraken door te verwijzen naar verdoving als toegevoegde waarde waardoor het offerdier als gift aan Jahweh of Allah net meer sacrale waarde krijgt en men zodoende de godheid in kwestie extra eer bewijst. Toegegeven, het zwakke punt in die kunstgreep is de premisse: de tegenpartij moet aannemen dat verdoving van de dieren effectief vermijdbare pijn en lijden voorkomt. Anders gezegd, men moet de wetenschappelijke consensus erkennen. Zolang aan die voorwaarde niet is voldaan, maakt het argument geen kans. Bovendien komt het volgens de religieuze adepten van het onverdoofd slachten niet de rechtbank maar de theologen – en hen alleen – toe te beslissen over de religieuze wijze van slachten. Zij alleen bepalen wat kosher of niet, halal of haram is. Zo blijven we rondjes draaien. 
_Het Khomeini-compromis
Sommigen vestigen hun hoop op het hoger opgeleide segment van de moslimbevolking die progressievere standpunten inneemt. Maar zelfs een alom gewaardeerde intellectueel als de Gentse imam Kalid Benhaddou hoedt er zich enerzijds-anderzijdsgewijs voor om duidelijk stelling in te nemen. Zelfs gesteld dat progressieven zich openlijk pro verbod zouden uitspreken, is de kans groot dat in het beste geval hun invloed klein is en hun stem het doelpubliek niet bereikt. In het beste geval ziet men het als een vrijblijvende keuze: je hoeft niet per se te slachten maar indien je een dier slacht, moet het gebeuren zonder verdoving. Daar schieten de schapen, geiten en runderen die geslachtofferd worden vanzelfsprekend niets mee op. Bovendien is de kans niet gering dat hun afvallige houding als nestbevuiling begrepen wordt. Het heeft er ook alle schijn van dat een verbod afwijzen niet los te zien valt van een als essentieel aangevoelde identiteitskwestie. Van de jongere generaties houdt een toenemend aantal halsstarrig vast aan het onverdoofd slachten waarmee ze zich kunnen onderscheiden van de anders- en niet religieuze bevolking. Volgens de Franse antropologe Françoise Bergeaud-Blatcher is de eerste generatie moslims daar minder aan verknocht. Het onderzoek dat ik hoger vermeldde, zou dat wel eens kunnen aanwijzen. 12,8% van de gelovige respondenten die antwoordden dat ze de Belgische wetten die niet samengaan met hun geloof mogen overtreden, zijn inwoners van Brussel, van EU- en niet- EU-herkomst, eerste generatie. Tegenover 19,1% tweede generatie. In haar boek Le marché halal ou l'invention d'une tradition betoogt ze dat religieuze islamitische leiders het onverdoofd slachten belangrijker zijn gaan vinden sinds de Iraanse Ayatollah Khomeini een geniale manier bedacht om economisch concurrentieel met het Westen te worden via een mondiale halalindustrie en zijn 'ware' leer wereldwijd gemakkelijker te verspreiden: de liefde voor de islam gaat door de maag. Promotie van halal als doctrinair zuivere way of life. Het 'Khomeini-compromis', dat terloops gezegd de orthodoxe joden goed uitkomt, komt hierop neer: aanhangers van de ware Islam moeten vlees van onverdoofd geslachte dieren eten en krijgen een uitzondering op de algemene verplichting om de dieren te bedwelmen. Zijn religieus ideologisch geïnspireerd economisch objectief vereist een grootschalige opschaling van industriële omvang. Dat lukt alleen in moderne slachthuizen. In ruil aanvaardt de Ayatollah te kunnen leven met de wettelijk bepaalde voorwaarde zoals die geldt In de EU: religieuze slachtingen zonder verdoving moeten in slachthuizen plaatsvinden. Ze mogen nergens anders uitgevoerd worden. Florence Bergeaud-Blatcher spreekt van een kruising tussen islamitisch fundamentalisme en neoliberalisme.
_De rode lijn
Het dramatische gebrek aan correcte informatie over de bedwelmingstechnieken, de toxische invloed van religieuze leiders en politieke krachten helpen evenmin de geesten te verlichten. Sommigen leggen zich toe op de verspreiding van de boodschap dat stigmatisering van moslims als barbaren en aanzetten tot haat de ware bedoeling is van de pleitbezorgers van het onverdoofd slachten. Dat narratief gaat erin als zoete koek.
Zo dienden in 2018 vijf Islamitische verenigingen waaronder de Association Internationale Dyanet de Belgique, de Belgische arm van het Turkse Presidium voor Godsdienstzaken, tegen GAIA strafklacht met burgerlijke partijstelling in wegens het aanzetten tot haat en geweld en wegens schending van de antiracismewet. Dyanet en co struikelden over het visuele uithangbord van GAIA's campagne voor een verbod op onverdoofd slachten in het Brussels Gewest: de afbeelding van een schaap met een bloedtraan die over een wang rolt. In de ogen van de indieners van de klacht: stigmatiserend, xenofoob en racistisch, kwetsend en beledigend 'voor talloze moslims'. De kamer van inbeschuldigingsstelling van het Brusselse Hof van Beroep gaf hen over de hele lijn ongelijk: geen 'feiten van eerroof, beledigingen of aanzetten tot haat of geweld' en 'uit niets is gebleken dat de campagne tegen de moslimgemeenschap gericht is'. Diezelfde politieke krachten voeden doelbewust paternalistisch een vorm van ideologisch slachtofferschap waarvoor hun electorale doelgroepen zeer ontvankelijk zijn én dat gecultiveerd wordt om deze electoraal aan zich te binden. Zodoende ondergraven zij het noodzakelijke streven naar een goede verstandhouding tussen bevolkingsgroepen en verantwoordelijk burgerschap binnen een diverse samenleving. 
Beeld u eens in dat de wetgever voorafgaandelijk aan de goedkeuring van de depenalisering van abortus of met betrekking tot het homohuwelijk de zegen van de religieuze leiders van de islam en het judaïsme als conditio sine qua non gesteld had. Vervang depenalisering van abortus en homohuwelijk door verbod op onverdoofd slachten want dat is precies waarop een meerderheid van leden van het Brusselse Parlement hun besluit afstemden. De recente intrede van God in het Brussels Parlement ten koste van het extreme lijden van tienduizenden schapen en runderen is niet ongemerkt voorbij gegaan en wordt best niet met de spreekwoordelijke mantel der liefde bedekt. Wie het goed voorheeft met de humaniteitswaarden van medemenselijkheid met de dieren en de fundamentele principes van de scheiding tussen kerk en staat, zou daar niet licht mogen overgaan. Met het trieste schouwspel dat in het Brussels halfrond opgevoerd werd, bereikte het Brussels Parlement een triest dieptepunt. Wat daar ook van zij, de greep van het religieuze obscurantisme op de wetgevende macht in Brussel is alarmerend. Waait een en ander over vanuit de VS? Is de slachtsaga een Brusselse variant van zorgwekkende Amerikaanse ontwikkelingen? Sign of the times? In De Afspraak (VRT) opperde ik de bedenking dat het Hoofdstedelijk Gewest afglijdt van een parlementaire democratie naar een parlementaire theocratie. Bij de haren getrokken? Een politieke krachtmeting viel nefast uit voor het dierenwelzijn en illustreert het bedenkelijke overwicht van archaïsche religieuze opvattingen in de balans van de besluitvorming. Met de uitkomst van de religieuze slachtsaga werd in Brussel een rode lijn overschreden … 
Lees hier deel 1, hier deel 2, en hier deel 3 van dit essay.
Kwintessens
Michel Vandenbosch is voorzitter en medeoprichter van de dierenrechtenorganisatie GAIA. Hij is auteur van onder andere 'De Dierencrisis' (2005) en 'De Werken van GAIA' (2016).
_Michel Vandenbosch -
Meer van Michel Vandenbosch

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws