Hafsa El-Bazioui en Veerle Segers
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
  • 825 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

1 juli 2023 Hafsa
Gents schepen van personeel, jeugd, facilitair management en internationale solidariteit Hafsa El-Bazioui vertelt over opgroeien in een gezin met een migratieachtergrond.
Tot januari 2018 was ze een onbekende Gentenaar. Geboren en getogen in Gent, opgegroeid in de Bloemekenswijk. Getrouwd. Kleine kinderen. Buitenhuiswerkende moeder. Net dertig. Haar leven verandert drastisch. “Met een verhaal. Onbekend tot ik in mijn pen kroop voor de jaarlijkse zoektocht naar de mooiste Gentse nieuwjaarsbrief.” Tot haar grote verrassing staat ze daar plotseling vooraan in een café in “klein Turkije” in Gent omdat ze de prijskamp gewonnen heeft en nu gevraagd wordt die voor te lezen.
Het feit dat dat kan, een moslimvrouw met sluier in een café, is een enorm verschil met vroeger. Hafsa’s ouders waren immers gastarbeiders. Dat wou zeggen dat ze door de Belgische overheid naar hier gehaald werden als tijdelijke werkkracht omdat daar zo een enorm tekort aan was. Door dat tijdelijke karakter werd het onnodig gevonden ze ook lessen Nederlands te geven.
Zij kwamen in Gent terecht in een sociale woning. In de voormelde Bloemekenswijk met vier kamers. Vier zeer vochtige kamers zodat er altijd een rol piepschuim voorradig moest zijn om de vochtige muren te bedekken. Toch was hun huis een soort sociaal bureau omdat de ouders allebei zeer sociale mensen waren en buren en kennissen bij hen om raad kwamen. Zo was er bijvoorbeeld, tussen de woning van Hafsa en de Vlaamse buren, een gat in de haag gemaakt zodat ze gemakkelijk bij mekaar op bezoek konden. Daardoor ontdekte Hafsa op een natuurlijke manier de verschillen tussen hun cultuur en de Belgische. Haar ouders waren Berbers voor wie alles gemeenschappelijk gebeurde. Kinderen werden door iedereen opgevoed, baby’s gevoed door meerdere vrouwen. Een vrouw was nooit alleen als de mannen uit werken waren, terwijl in Gent vrouwen alleen thuis waren, hun man op werkplaats of kantoor en de kinderen op school. De “emancipatie van de vrouw” die ertoe leidde dat men voor het onderhoud van een gezin met zijn tweeën moest gaan werken, begon toen op gang te komen.
Zo was het voor Hafsa verrassend dat de buren een kat als huisdier hadden. In het Rifgebergte had men zelden huisdieren en als men die had, was dat met een bepaald nutsdoel en bleef het dier buitenshuis. Het leven van de Vlaamse buren was ook veel meer georganiseerd. Zo kon zij bijvoorbeeld bij hen niet zomaar mee aanschuiven aan tafel zonder vooraf uitgenodigd te worden. In haar cultuur kon gelijk wie binnenviel mee eten. De Vlamingen waren ook veel afstandelijker en omhelsden elkaar zelden.
“Ik had het geluk,” zegt Hafsa, “niet op de verkeerde plaatsen te zijn. Ik had wel een prachtig kamertje waar ik veel kon dagdromen. Ik kon met de fiets rijden, touwtjespringen maar naar georganiseerde activiteiten zoals Chiro of Scouts of kampjes ging ik niet. Extra activiteiten zoals ballet, paardrijden enz. natuurlijk ook niet. “Op vakantie gaan” kenden we niet.
Om contact te houden met de familie “thuis” gebeurde dat enkel met “cassette post.” “Dat wou zeggen dat wij alles inspraken, al de laatste nieuwtjes, in een cassette die dan opgestuurd werd naar familie die dan op hun beurt daar hun antwoord op inspraken.” Als zij zelf op zeer avontuurlijke reis gingen naar “hun dorp en familie, kwam ze terecht in een andere wereld. “Een echt sociaal warm bad. Iedereen omhelsde elkaar. Iedereen praatte met elkaar, vol familiale liefde.” Er waren ook minder aangename kantjes. Zij was nog zeer jong maar aantrekkelijk. Ze moest helaas merken dat ze de interesse van mannen opwekte. Zij zag starende blikken van vreemde mannen op straat en zij werd lastiggevallen.
Nog een opvallend verschil tussen de twee culturen is dat ouderen op hoge leeftijd terug bij hun kinderen wonen. Ze gaan niet naar een zorg- of rusthuis zoals hier. Dat men zijn ouders wegstuurt voelt bijna aan als een misdaad en dat bestaat er gewoon niet.
Ze leerde al heel vroeg dat ze zelfstandig moest worden en “niet neuten niet pleuje.” “Als werkstudent heb ik een diploma Hoger Onderwijs behaald in maatschappelijk werk. Een graduaat. Ik heb genoten van die studies. Mentaal geprikkeld worden. Bijleren is heel krachtig, omdat je groeit.”
In het boek toont zij altijd veel begrip, inzicht en mildheid. Zo wordt zij bijvoorbeeld naar het BSO gestuurd, alhoewel ze een briljante leerling was. Ze was immers iemand met een migratieachtergrond. “Meisjes zoals ik” moesten automatisch naar het beroepsonderwijs. Ze is daar helemaal niet rancuneus om, maar vindt dat ze prachtig onderwijs genoot. Alhoewel dat idee van het blinde watervalsysteem en oordelen op basis van cultuur, natuurlijk verkeerd is en gelukkig aan het verdwijnen is.
Als ze zestien is, gebeurt datgene waar ze niet in geloofde: liefde op het eerste zicht. Een mooi verhaal waarbij zij zelf en haar vriend proberen hun relatie geheim te houden. Dat lukt een jaar lang en dan merken ze dat eigenlijk iedereen ervan wist. Ze trouwen als ze achttien is, ze stopt met haar studies en gaat werken bij de stad Gent en eindigt zo uiteindelijk in het onderwijs.
We kennen haar ondertussen als iemand die na drie jaar gemeenteraadslid in Gent vijfde schepen wordt (Groen). Na een mooie verkiezingsuitslag en een grote deskundigheid als personeelsverantwoordelijke stond ze in 2022 klaar om haar schepenmandaat op te nemen en is ze nu schepen van Personeel, Internationale Solidariteit, Facility Management en Jeugd (2022 - 2024).
Dit boek is een 260 pagina’s dikke biografie met heel veel kleurenfoto’s, opmerkelijk goed verzorgd qua lay-out en vlot verteld. Je kan het lezen als een interessant verhaal en het doet nergens aan als een propagandapamflet, iets wat je bij een boek gepubliceerd door een politicus, toch altijd wel ergens verwacht. Het is altijd duidelijk waar ze voor staat, zonder enig spoor van partijlijn of vooringenomenheid. Wat zelden is in de het huidig politiek klimaat. Wel heeft ze een dosis wijsheid en ervaring opgedaan, is blijkbaar iemand met veel energie en daadkracht.
Zonder prekerig te zijn, wijst ze doorheen het boek voortdurend op onrechtvaardigheden, onvolkomenheden, laksheid, het betrekkelijk belang van sommige dingen. “Materialisme maakt ons helemaal niet gelukkig. Kiezen voor tijd met je geliefden, nieuwe ervaringen opdoen, connectie maken met mens en natuur, dat maakt ons gelukkig. Maar opboksen tegen die materialistische wereld die ons langs alle kanten opgedrongen wordt, is niet gemakkelijk.
“Een Australische verpleegkundige die werkte op palliatieve zorg, schreef ooit een boek waarin ze de dingen opsomde waar mensen op hun sterfbed meest spijt van hadden. “Daar las ik niets over materieel gemis. Spijt op het sterfbed gaat nooit over een gemiste auto of dat haute couture kledingstuk dat je toch graag gekocht had. Het gaat wel over te veel gewerkt hebben, te weinig tijd doorgebracht hebben met vrienden, te weinig gekozen hebben voor geluk, te weinig keuzes hebben gemaakt, te weinig gevoelens geuit te hebben.”

Victor De Raeymaeker
Hafsa El-Bazioui en Veerle Segers
Victor De Raeymaeker
Non-fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies