Geert Sels
Magda Heeffer
Non-fictie
  • 19 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

17 februari 2026 Kunst voor das Reich: op zoek naar naziroofkunst uit België
In 2014 kreeg Geert Sels, redacteur cultuur bij De Standaard, voor zijn krantenartikelen over naziroofkunst ‘De Loep’, de prijs voor onderzoeksjournalistiek. De dag nadien belde uitgever Maarten Van Steenbergen van Lannoo hem op om te vragen of er geen boek in zat. Toen begon Sels aan zijn eenmansproject. Acht jaar onderzoek, met als resultaat dit boek, dat ondanks de vele feiten en namen leest als een thriller.
De aanleiding voor deze zoektocht naar naziroofkunst was een schandaal in Duitsland in 2013. Een bejaarde man in München bleek 1500 kunstwerken te bezitten, destijds geërfd van zijn vader, die kunstinkoper was van de nazi’s. Collega’s van Franse en Nederlandse kranten keken in databanken na of er kunst bij was uit hun land. Sels wilde dat ook doen, maar België had geen databanken en deed ook geen onderzoek. In België was zogenaamd alles in orde.
Sels dook in archieven en buitenlandse databanken. Hij nam persoonlijke briefwisselingen door, ontcijferde dagboeken en ploos kasboeken van veilinghuizen uit. In musea vroeg hij documentatiemappen van schilderijen op. Hij beperkt zijn zoektocht tot schilderijen, al waren de nazi’s op veel meer belust: beelden, porselein, meubelstukken, gobelins, klokken, juwelen, tapijten, boeken en archieven.
De nazi’s waren heel goed georganiseerd. Nog voor ze België bezetten waren er al gevallen van dwangverkoop. In de jaren dertig kwam er een enorme migratie op gang en vroegen veel Duitsers en Oostenrijkers asiel aan in België. Joodse vluchtelingen stonden wanhopig kunst af in ruil voor een inreisvisum naar België of verkochten schilderijen tegen een gunstprijs om in hun levensonderhoud te voorzien of om een duur bootticket naar de Verenigde Staten te bekostigen. Belgische musea profiteerden daarvan en wisten hun collectie tegen voordeelprijzen te verrijken. Kunstvoorraden van Joodse kunsthandelaars en verzamelaars werden in beslag genomen.
Het is ontstellend te lezen hoe de nazi’s te werk gingen. Na hun inval sloegen ze onmiddellijk toe. Terwijl het bezettingsleger de controle uitbouwde, schoten op het vlak van kunstverwerving twee diensten als jachthonden op hun prooi af. De ene dienst was erop uit deviezen in te pikken. De andere roofde boeken en archieven, en stelde zijn prioriteiten door eerst de ergste vijanden van het Reich aan te pakken, dat wil zeggen de vrijmetselaarsloges, en vervolgens de invloedrijkste figuren uit de Joodse gemeenschap. Maar ze richtten zich ook op mensen die zich kritisch hadden uitgelaten over nazi-Duitsland. Ze wisten wie in België welke collectie had en als ze iemand het predicaat ‘vijand’ konden geven, namen ze die verzameling ook in beslag.
Sels legt ook uit waarom de nazi’s zoveel kunst wilden verzamelen. Op 30 januari 1933 werd Hitler rijkskanselier van Duitsland en twee maanden later zette hij het parlement buiten spel. Hij liet concentratiekampen openen om zijn politieke tegenstanders in op te sluiten. Om het imago van het Duitse rijk op te krikken vond Hitler dat ze een alomvattende kunstcollectie nodig hadden die in een prestigieus museum tentoongesteld moest worden. Hij liet er een bouwen in Linz, zijn geboortestreek. Voor dat enorme Führermuseum was veel kunst nodig en die had Hitler niet. De tweede in rang in het Reich, Hermann Göring, wilde ook zijn eigen kunstcollectie. Hij kwam vaak verzamelingen bekijken en kocht en koos. Uiteindelijk had hij 1376 schilderijen in zijn collectie, de helft gekocht en de helft geroofd.
Kunst die in België in beslag werd genomen, kwam eerst in plaatselijke depots terecht, zoals in het leeggeruimde logegebouw in de Lakensestraat in Brussel. Interessante stukken verhuisden dan naar Frankrijk of Nederland voor ze naar nazi-Duitsland werden gebracht. Dat was na de oorlog een probleem voor de teruggave van de geroofde kunst. De geallieerden hadden in 1943 in de Verklaring van Londen vastgelegd hoe ze zouden omgaan met kunst die in nazi-Duitsland was terechtgekomen. Die moest terug naar het land waar ze vandaan kwam. Vanwege de omweg die de kunstwerken hadden afgelegd, kwamen bij de teruggave meer kunstwerken in Frankrijk en Nederland terecht dan in België. Dat zorgde voor heel wat touwtrekkerij en discussie.
De gerecupereerde kunst uit Duitsland moest worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaars. Maar wat met stukken waarvan de eigenaar niet bekend was? Er kwamen twee oplossingen. De minder interessante stukken zouden worden geveild ten voordele van de schatkist en met het betere werk konden de musea hun collecties verrijken. Rechthebbenden moesten een dossier indienen om hun eigendom terug te vragen. Ze waren vaak niet op de hoogte van de veilingen, konden hun eigendom niet identificeren en misten de teruggave van hun spullen, die dan achter hun rug werden verkocht. Na een tragedie als de Holocaust was dat nog eens een harde confrontatie.
Sels noemt in zijn boek naam en toenaam van de kunsthandelaren die goede zaken deden, de kunstenaars, de museumdirecteuren, de politici. De families die probeerden te vluchten of opgepakt werden, hun kunstcollecties kwijtraakten en er vaak hun leven bij inschoten. De kunstwerken die verkocht werden, teruggevonden werden of nog die altijd zoek zijn. En de enorme bedragen die er omgingen.
Met zijn zoektocht heeft Sels een heel groot deel van de puzzel kunnen oplossen. Dit stuk oorlogsgeschiedenis toelichten en samenvoegen met de invalshoek van de kunst- en cultuurgeschiedenis is bijzonder en zeer moeite waard om kennis van te nemen. Boeiend om te weten hoe het eraan toe is gegaan. Het is een buitengewone prestatie om zo’n degelijk onderzoek op een zo vlotte en prettig leesbare manier vorm te geven. Daarom heb ik zijn verhaal meest in zijn eigen bewoordingen weergegeven.

Magda Heeffer
Geert Sels
Magda Heeffer
Non-fictie
Cultuurwetenschapper MA
_Magda Heeffer Boekenrubriek Humanistisch Verbond
Meer van Magda Heeffer

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies