20 maart 2026
Een spion in de familie. Het waargebeurde verhaal van Johanna van Haarlem, wier zoon een geheim agent bleek te zijn.
Johanna van Haarlem was zestien toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Haar vader Izaäk runde een goedlopend renovatiebedrijf in Den Haag. Hij slaagde er in zijn halfjoodse afkomst te verdoezelen en sloot zich aan bij de NSB. In zijn riante woning waren Duitse officieren hartelijk welkom. Zij genoten er van heerlijke maaltijden en uitstekende dranken wat voor de gewone Nederlander ontoegankelijk was en afgunst bij de buren opwekte.
Als Johanna in 1943 omgang heeft met een Duitse soldaat werd dit door vader Izaäk zeker niet tegengewerkt. Zijn houding veranderde drastisch toen Johanna zwanger bleek. Hij wees haar resoluut de deur en zij stond er alleen voor. Haar Duitse soldaat was ondertussen gesneuveld in juni 1944 ter hoogte van Caen.
Eenzaam en verstoten beviel zij op 24 augustus 1944 in een Duitse kliniek in Amsterdam van een zoon Erwin. Zij was thuis met haar “oorlogsproduct” niet welkom en samen met haar oudere zuster vertrok zij naar Duitsland. Na omzwervingen kwamen zij terecht in de Tsjecho-Slowaakse stad Teplice. Johanna kon niet instaan voor de zorg van haar kindje, dat daarop door de overheid geplaatst werd in een kindertehuis in Rumburk op de grens met Duitsland. Begin 1945 werd Tsjecho-Slowakije bevrijd door de Russen die na de capitulatie van Nazi-Duitsland alle vreemdelingen uitwezen.
Johanna vertrok zonder haar kind naar Nederland en slaagde er niet meer in het kind terug te krijgen, deels omdat zij de opgelopen onderhoudskosten niet kon betalen, deels omdat haar ouders zich halsstarrig verzetten tegen elk contact. Erwin werd geadopteerd door een Tsjechisch echtpaar, kreeg een nieuwe naam en een nieuwe nationaliteit.
Inlichtingsdiensten zijn vaak op zoek naar identiteiten waarmee zij hun spionnen in andere landen kunnen plaatsen. Zo werd ook de identiteit van Erwin gekaapt en onder deze naam en met de Nederlandse nationaliteit werd agent Vaclav Jelinek in 1975 in Londen geplaatst. Twee jaar later ontving hij van het Internationale Rode Kruis bericht dat zijn moeder, die de zoektocht naar haar zoon nooit opgegeven had, hem op het spoor gekomen was en aandrong op een ontmoeting.
De “valse” Erwin van Haarlem zag zich verplicht de rol van verloren zoon op te nemen en moeder en zoon ontmoetten elkaar in Londen in januari 1978. Er volgden nog vele ontmoetingen en Nederland en Londen en Jelinek kon steeds de schijn hooghouden. Dit hield hij vol tot zijn arrestatie in 1988.
Spion Jelinek werd op 3 maart 1989 veroordeeld tot tien jaar opsluiting waarna uitzetting naar Tsjecho-Slowakije. Hij had steeds geweigerd zijn ware identiteit te onthullen. DNA-onderzoek had ondertussen uitgewezen dat hij haar zoon niet was. Johanna keerde zich van hem af en noemde hem voortaan “de leugenaar”. Zij getuigde op zijn proces te zijnen laste.
Dezelfde dag nog kreeg journalist Henderson opdracht haar na te reizen. De Daily Mail zag er een interessant verhaal in. Johanna stemde toe in een exclusief interview. Zij was vastbesloten de “echte” Erwin terug te vinden en Paul Henderson besloot haar daarbij te helpen. Zijn ervaring als privédetective was een pluspunt.
Pas in 1991 kende hun zoektocht succes. De echte Erwin ging verder in het leven onder de naam van zijn adoptieouders en heette thans Ivo Radek. Hij woonde in Brno, werkte als metaalbewerker, was gehuwd en vader van twee dochters. Hij stemde toe in een ontmoeting die doorging in Brno in november 1991. Daarna zagen zij elkaar regelmatig en er ontwikkelde zich een hartelijke relatie.
Ondertussen was de Berlijnse muur gevallen. Het communistische bewind in Tsjecho-Slowakije had plaats gemaakt voor een democratische regering onder leiding van President Vaclav Havel. Op 5 april 1993 werd Jelinek vervroegd vrijgelaten en op een vliegtuig richting Praag gezet. Hij werd er koel onthaald waar hij een viering verwachtte als held uit de koude oorlog. Hij was er een persona non grata.
De auteurs slagen erin een spannend verhaal af te leveren. Zij delen hun boek in drie mooi afgelijnde delen in. Na het verhaal van Johanna volgt dat van spion Jelinek om te eindigen met de zoektocht naar de “echte” Erwin van Haarlem. De indrukwekkende research die succesrijk eindigde, meer dan vijfenveertig jaar nadat Johanna haar kind had moeten achterlaten, dwingt respect af.
Het werk zou kunnen gelezen worden als aan klassiek spionageverhaal maar door te focussen op het menselijk leed en de verwoestende gevolgen van hardvochtige familiale beslissingen krijgt het boek een andere dimensie en een aanzienlijke meerwaarde.
De heldere schrijfstijl verraadt de journalistieke achtergrond van de auteurs, die de kunst verstaan de belevenissen van spion Jelinek en van zijn “moeder” Johanna in een mooi tempo op te bouwen zodat het boek op het einde een echte page-turner wordt.
Aan te raden voor liefhebbers van waargebeurde verhalen die ook van spanning houden.
Ignace Claessens
Paul Henderson en David Gardner zijn ervaren onderzoeksjournalisten die zich hebben gespecialiseerd in misdaad, geschiedenis en spionagezaken.