Carlo Rovelli
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 1066 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

30 november 2023 Anaximander en de geboorte van het wetenschappelijk denken
Als filosofiestudent in de jaren zeventig van vorige eeuw leerde ik Anaximander kennen uit de werken van Martin Heidegger, misschien wel de meest controversiële filosoof van de twintigste eeuw. De westerse filosofie heeft de dingen van oudsher te karig ingeschat, schrijft de Duitse filosoof ergens.
Plato en alle denkers na hem zijn er niet in geslaagd het ‘wezen’, dat wil zeggen: het gebeuren van de dingen te denken. Met andere woorden: Unser Denken ist freilich von ältersher gewohnt, das Wesen des Dings zu dürftig anzusetzen. In Der Spruch Anaximanders spitst Heidegger zijn aanklacht toe. De huidige mens staat op het punt zich op de gehele aarde en de haar omringende atmosfeer te storten. De mens is in staat de natuur in de vorm van krachten op te vorderen, op te slaan en te manipuleren; maar diezelfde alles regelende en alles beheersende mens is niet in staat eenvoudigweg te zeggen wat is; wat het betekent dat een ding ‘is’.
Volgens de overlevering opende Anaximander van Milete als eerste de deur naar de natuur . Plinius, Naturalis Historia, ii, 31
Heel Heideggers denken wordt gedragen door aandachtige verwondering en wel over het feit er te zijn, over het wonder van alle wonderen, dat er iets is. Het zijn is niet ver weg, maar toont zich in de alledaagsheid van pakweg een boom, het paard, de ploeg en weet ik veel wat nog. Alle beschavingen hebben zich de wereld altijd voorgesteld met de hemel boven en de aarde daaronder. Om te voorkomen dat de aarde zou vallen, moest zich onder de aarde nog meer aarde bevinden, of een enorme schildpad op een olifant, zoals in sommige Aziatische mythen, of reusachtige zuilen, zoals in de Bijbel. Iedereen deelde dit wereldbeeld: de Egyptenaren, de Chinezen, de Maya’s, het oude India, Sub-Saharaans Afrika, de Hebreeën uit de Bijbel, de inheemse bewoners van Noord-Amerika, de antieke Babylonische rijken en alle andere culturen waarvan sporen bewaard zijn gebleven. Alle culturen, behalve de Grieken. Al in de klassieke oudheid zagen zij de aarde als een steen, die in de ruimte zweefde zonder te vallen. Onder de aarde bevond zich niet nog meer aarde, of een schildpad, of zuilen, maar dezelfde lucht die wij boven ons zien.
Hoe hadden de Grieken al zo vroeg begrepen dat de aarde in de ruimte zweeft? Dat de hemel onder onze voeten doorloopt? Wie had dat begrepen, en hoe? De man die deze enorme gedachtesprong had gemaakt is een zekere Anaximander, die 2600 jaar geleden werd geboren in Milete, een Griekse stad aan de westkust van het huidige Turkije. Natuurlijk zou alleen die ontdekking al voldoende zijn geweest om hem tot een van de grootste denkers aller tijden te maken, maar zijn nalatenschap is nog veel groter. Zo stond hij aan het begin van de natuurkunde, de aardrijkskunde, de meteorologie en de biologie. Hij nam als eerste het heersende wereldbeeld kritisch onder de loep: een manier van kennis vergaren die gebaseerd was op het verwerpen van alle vanzelfsprekend lijkende zekerheden. Vanuit dat oogpunt is Anaximander onmiskenbaar een van de belangrijkste grondleggers geweest van het wetenschappelijk denken. Hij staat dan ook meer dan terecht centraal in dit schitterende boek van de vermaarde natuurkundige én bestsellerauteur Carlo Rovelli.
De aard van het wetenschappelijk denken vormt het tweede thema van zijn boek. Wetenschap is in de eerste plaats een bevlogen verkenning van steeds nieuwe interpretaties van de wereld. De kracht van de wetenschap ligt niet in de zekerheden die ze biedt, maar juist in het radicale besef van hoeveel we niet weten. En inderdaad, er wordt vaak gezegd dat wetenschap alles te maken heeft met weten, maar mijns inziens gaat wetenschappelijk denken wezenlijk net zo goed over niet weten. Het is een voortdurende zoektocht naar diepere en rijkere conceptualisaties van de wereld vanuit een erkenning van onze onwetendheid, van Anaximander tot Einstein, tot de zoektocht naar zwaartekrachtsgolven.
Als het onophoudelijke herzien en bijschaven van de wereld een centraal aspect van de zoektocht naar kennis is, dan ligt het begin van dit avontuur volgens Rovelli niet zozeer bij het rationalisme van Descartes, de synthese van Newton of de baanbrekende experimenten van Galilei, en ook niet bij de eerste, zeer effectieve wiskundige modellen van de Alexandrijnse astronomie, maar al veel eerder, namelijk bij wat de eerste grote wetenschappelijke revolutie in de geschiedenis van de mensheid genoemd kan worden: die van Anaximander.
Rovelli’s blik op Anaximander is niet die van een historicus of kenner van de Griekse filosofie, maar die van een hedendaagse natuurwetenschapper die zich wil buigen over de aard van het wetenschappelijk denken en de rol van dat denken in de ontwikkeling van de beschaving. In elf voorbeeldige hoofdstukken vertelt hij het verhaal van deze onderschatte denker die 2600 jaar geleden leefde. Hij neemt ons met kennis en plezier mee langs waarlijk revolutionaire ideeën, weerbarstige weersverschijnselen, onzichtbare entiteiten en natuurwetten, het schrift, rebellie die in deugd verandert, democratie en culturele kruisbestuiving, cultuurrelativisme en absolutistisch denken, het voorwetenschappelijke denken, wetenschap na Einstein en Heisenberg en nog zoveel meer…
Toen Anaximander, om met Plinius te spreken, ‘de deur naar de natuur opende’, ontketende hij ook een reusachtig conflict tussen twee zeer verschillende vormen van kennis. Aan de ene kant stond een nieuwe vorm van kennis over de wereld die was gebaseerd op nieuwsgierigheid en het verwerpen van zekerheden, en dus op verandering. Aan de andere kant stond het toen dominante, hoofdzakelijk mythisch-religieuze denken, dat in hoge mate gebaseerd was op zekerheden die vanwege hun aard niet ter discussie konden worden gesteld. Dit conflict heeft gedurende de gehele geschiedenis van onze beschaving gespeeld, eeuw na eeuw, met wisselende uitkomsten, en is nog altijd niet beslecht.
Natuurlijk wil Rovelli het belang van Anaximander ook niet overdrijven. We weten uiteindelijk heel weinig van hem. Maar aan de Ionische kust heeft iemand 2600 jaar geleden nu eenmaal een oorspronkelijke weg naar kennis geopend, en daarmee een ongerepte weg voor de mensheid. Er hangt dan ook een dikke mist over de zesde eeuw voor Christus, en we weten te weinig van de man Anaximander om deze enorme revolutie met zekerheid aan hem te kunnen toeschrijven. Maar wat we wel zeker weten, is dat de revolutie, het ontstaan van een denken gebaseerd op nieuwsgierigheid en verandering, heeft plaatsgevonden. Het doet er volgens hem uiteindelijk weinig toe of Anaximander er de enige stuwende kracht van was, of dat het alleen de naam was die bronnen uit de oudheid gebruikten om die revolutie aan te duiden.
Rovelli heeft in zijn etude geprobeerd het belang en de erfenis van het denken van Anaximander te analyseren vanuit het standpunt van een hedendaags wetenschapper en er enkele inzichten uit te putten over het wezen van het wetenschappelijk denken. Het beeld dat eruit naar voren komt, is dat van een groot denker die zich op een van de kritische punten in de oorsprong van het moderne denken bevond: hij was degene die voortbracht wat de Grieken περὶ φύσεως ἱστορία noemden, het onderzoek naar de natuur, en zo de basis legde voor een nieuwe vorm, ook op literair gebied, waar de hele latere wetenschappelijke traditie op gebaseerd zou zijn. Hij introduceerde de rationele blik op de natuurlijke wereld: voor het eerst werd de wereld der dingen als direct toegankelijk gezien voor bestudering door het denken.
Anaximander was dan ook de eerste die twee conceptuele instrumenten introduceerde die fundamenteel zouden blijken voor het bedrijven van wetenschap: het idee van een natuurwet die het noodzakelijkerwijs optreden van gebeurtenissen in de tijd regelt, en de introductie van theoretische termen die nieuwe entiteiten veronderstellen, noodzakelijke hypostasen om de wereld der verschijnselen te kunnen verklaren. En wat nog belangrijker was, hij stond aan de oorsprong van de kritische traditie die de basis van het wetenschappelijk denken zou vormen: hij volgde in het voetspoor van zijn leermeester, maar stelde tegelijkertijd dat zijn gezel en/of leermeester Thales zich had vergist.
Kortom, hij verwezenlijkte de eerste grote conceptuele revolutie in de geschiedenis van de wetenschap: voor het eerst werd de wereldkaart grondig herzien. Hij stelde het universele karakter van het vallen van lichamen ter discussie, in het kader van een nieuw wereldbeeld waarin de ruimte niet langer bestond uit een absoluut boven en beneden en waarin de aarde zweefde in de ruimte. Het was de ontdekking van het wereldbeeld dat het Westen eeuwenlang zou kenmerken, de geboorte van de kosmologie en de eerste grote wetenschappelijke revolutie. Maar het was vooral de ontdekking dat wetenschappelijke revoluties sowieso mogelijk waren: om de wereld te kunnen begrijpen, moeten we ons realiseren dat ons wereldbeeld misschien onjuist is en dat we het kunnen herzien.
Door de rebellie van Thales en Anaximander moesten we ons begrip van de wereld nu eenmaal bevrijden van het mythisch-religieuze denken dat millennialang het menselijk denken had bepaald. We moesten de mogelijkheid overwegen dat de wereld te begrijpen is zonder dat begrip te baseren op één of meer goden. Dit was een nieuwe mogelijkheid voor de mensheid, die 2600 jaar later het merendeel van de mannen en vrouwen op deze kleine planeet die in de ruimte zweeft nog altijd angst inboezemt. Waar dit avontuur ons brengt, weten we niet, maar het wetenschappelijk denken, in de zin van de kritische herziening van traditionele kennis, een openstaan voor de mogelijkheid om zich tegen elke sterke geloofsovertuiging te verzetten, het vermogen om nieuwe wereldbeelden te onderzoeken en de effectiefste te ontwikkelen, vormt een belangrijk hoofdstuk in de trage evolutie van de geschiedenis van de menselijke beschaving. Een hoofdstuk dat met Anaximander is begonnen en waar we ons nog altijd in bevinden, nieuwsgierig naar waar het heen gaat.
Tot slot nog dit. Carlo Rovelli schreef een bijzonder boek laat dat duidelijk zijn! Het bekoorde me ten zeerste. Ik geef dan ook graag vijf sterren aan deze bijzonder leesbare studie die mijns inziens bijzondere aandacht verdient. Want elke keer als we ons – als volk, groep, continent of religie – naar binnen richten om onze eigen identiteit te vieren, doen we niets anders dan onze eigen grenzen verheerlijken en onze domheid omarmen. Zeg dat Anaximander het gezegd heeft…

Benny Madalijns
Carlo Rovelli
Benny Madalijns
Non-fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies