Jozef Waanders
Benny Madalijns
Non-fictie
  • 907 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

10 mei 2023 Absurditeit en revolte
Van eenzaamheid naar solidariteit in de filosofie van Albert Camus
In het vijfde middelbaar, het moet in 1975 geweest zijn, las ik L’Étranger van Albert Camus, een boek dat me de liefde voor de Franse existentiële denkers bijbracht. De eenvoud en de eerlijkheid van het taalgebruik spraken me destijds erg aan. Later ben ik zowat alles van Camus gaan lezen en via hem kwam ik uiteindelijk uit bij de filosofische uitvalsbasis van allerlei min of meer existentiële vertellingen. Beklijvende verhalen waarbinnen de mens steevast afgerekend wordt op zijn daden, niet op zijn ideeën. Met andere woorden: men moet het bestaan (l'existence) zelf onderzoeken. De zin van het leven (l'essence) zoeken is gewoonweg tijdverlies. Het bestaan heeft geen diepere metafysische of godsdienstige betekenis: het is zinloos (absurde). De eenzame mens tracht de irrationele wereld te vatten, maar slaagt daar gewoonweg niet in.
Als reminder, voor ik aan de recensie van dit boek begon, las ik met graagte de laatste zinnen van Le mythe de Sisyphus er nog eens op na: (…) Ieder korreltje van zijn steen, ieder splintertje mineraal van zijn in duisternis gehulde berg, vormt een aparte wereld. Alleen al door zijn worsteling om de top te bereiken, wordt de mens volledig in beslag genomen. We moeten ons voorstellen dat Sisyfus gelukkig is.
‘De worm zit in het hart van de mens. Daar moet men hem zoeken’, opperde Camus in datzelfde absurdistisch essay: ‘De ziel van de moordenaar is blind. Er bestaat geen ware liefde of goedheid zonder een uiterste scherpzinnigheid’, noteerde hij daarop. Zoals we ondertussen wel weten was de wereld er anno 1942, wanneer Camus op negenentwintigjarige leeftijd eveneens gestalte geeft aan zijn Meursault, het hoofdpersonage in het boek L’étranger, niet al te best aan toe. In het boek treffen we in hoofdpersoon Meursault voor het eerst een absurd personage. Meursault is een jonge pied-noir, een in Algerije geboren Fransman, die nogal onverschillig in het leven staat en zonder duidelijk motief een Arabier doodt, om zich in het daaropvolgende proces niet of amper te verdedigen.
Meursault  is dan wel een vreemdeling, maar zeker geen outcast, en al helemaal geen ‘rebel with or without a cause’. Hij probeert zichzelf immers niet bewust buiten het systeem te plaatsen. Of erdoor afgewezen te worden. Hij is een vreemde voor het systeem, maar alleen in zoverre hij het systeem niet begrijpt. Hij is bovenal authentiek ten opzichte van zichzelf, tot de dood toe. Zijn grootste, misschien zelfs zijn enige échte kwaliteit, is zijn eerlijkheid. Hoe absurd en verregaand die ook lijkt. Zijn handelsmerk is l’étrengeté, het onheemse, het Freudiaanse The uncanny: the opposite of what is familiar. Das Unheimliche. Hoewel een Franse Algerijn, wordt hij door zijn eigen groep als ‘vreemdeling’ ervaren. Hij doet nu eenmaal vreemd aan. Een probleem echter: Meursault ervaart zichzelf niet als een vreemdeling.
In de romanfiguur Meursault herkennen we vandaag misschien nog best de moderne mens die zappend door het leven moet, vanwege al die prikkels die hem nu eenmaal dwingen oppervlakkig te zijn. Deze mens leeft in de relativiteit, zonder absoluutheid. Hij lijkt het zogenaamde eeuwigheidsverlangen van het christendom en de profane romantiek niet meer te kennen en aanvaardt ten lange leste dat het menselijk leven eindig is.
De lezer komt doorheen de lectuur van L’Etranger verdomd weinig te weten over de drijfveren van Meursault. Tevergeefs zoekt diezelfde lezer naar enige subjectieve emoties of lyrische gevoelsuitstortingen. ‘Ce livre est un exercice d’objectivité et de détachement,’ schrijft Camus in 1952. Het boek is een reportage in de strikte zin van het woord: niets meer dan een journalistiek verslag. Niet de moord die hij beging, wordt hem kwalijk genomen. Er wordt hem vooral aangewreven dat hij geen diepe emotie toonde bij de dood van zijn moeder. Dat hij voor de rechter niets ondernam om zijn leven te redden en dat hij vasthield aan de waarheid zoals hij ze beleefd had, niet zoals de maatschappij ze wilde zien: ‘Vandaag is moeder gestorven. Of misschien gisteren, ik weet het niet. Ik ontving een telegram uit het gesticht: Moeder overleden. Morgen begrafenis. Met leedwezen. Daar was niets uit op te maken. Misschien was het gisteren.’ (pp.42-43)
Deze korte, secce zinnen, waarmee het boek begint lijken wel uit een opstel voor beginnende lezers te komen en roepen sowieso een wereld op zonder samenhang. Het zijn zinnen die doen denken aan mokerslagen. Met De vreemdeling schreef de latere Nobelprijswinnaar dan ook een van de belangrijkste existentialistische romans van de twintigste eeuw. In 1999 haalde het boek zelfs de eerste plaats in de lijst van de krant Le Monde met de honderd beste boeken van de eeuw. Een beetje boekhandel heeft het dan ook op de plank.
‘De mens denkt slechts in beelden. Als je wijsgeer wil zijn, schrijf dan romans’, schrijft Camus al in 1935 in zijn dagboek. En zeven jaar later vraagt hij zich in datzelfde dagboek af: ‘Waarom ben ik een kunstenaar, en geen filosoof? Dat komt doordat ik denk volgens de woorden en niet volgens de ideeën’. Het oeuvre van Camus is dan ook zeer divers, schrijft Jozef Waanders in de inleiding van zijn boek Absurditeit en revolte. Camus schreef naast filosofische essays en journalistieke artikelen met name ook romans, novelles en toneelstukken.
De keuze van grote romanschrijvers om niet in redeneringen maar beelden te schrijven, getuigt volgens Camus van het failliet van ieder verklaringsprincipe. Zo is het kunstwerk geen vlucht voor het absurde, maar een confrontatie met het absurde: Het biedt geen uitweg uit de ziekte van de geest. Het is integendeel een van de tekenen van het lijden, dat het op het gehele denken van de mens overbrengt. Maar voor de eerste keer laat het de geest uit zichzelf treden en plaatst hem tegenover een ander, niet om zich daarin te verliezen, maar om hem zeer precies de uitzichtloze weg aan te wijzen, die allen moeten gaan. (p.40)
Waanders behandelt Camus’ denken in dit boek dan ook grotendeels vanuit de literaire fictie die hij schreef. In de hoofdstukken over het absurde en de revolte maakt hij gebruik van telkens één essay, één roman en één toneelstuk. In het hoofdstuk over het absurde schotelt hij ons het essay Le mythe de Sisyphe. Essay sur l’absurde (1942), de roman L’étranger (1942) en het toneelstuk Caligula (1944) voor. In het hoofdstuk over de revolte biedt hij ons het essay L’homme révolté (1951), de roman La peste (1947) en het toneelstuk Les justes (1950) aan.
‘Als het waar is’, schrijft Camus in het essay met de veelzeggende titel Entre oui et non uit zijn eerste bundel L’envers et l’endroit, ‘dat het enige ware paradijs dat is, dat men verloren heeft, dan weet ik nu, hoe ik dat tedere en niet menselijke iets moet noemen, dat nu in mij leeft.’ (p.93) Reeds toen Camus nog een jonge twintiger was, formuleerde hij hiermee al de gedachte die bepalend is voor zijn mensbeeld en oeuvre; dat de mens een gebroken wezen is, verlangend naar het absolute maar levend in de afwezigheid daarvan. Zeker was volgens Camus immers zowel het menselijke verlangen naar het eeuwige, naar eenheid, redelijkheid en recht, als de onmogelijkheid om de tijdelijke, versplinterde, onredelijke en onrechtvaardige wereld tot een dergelijk principe te herleiden. De kern van de absurditeit én de revolte bestaat eruit dat deze beide zekerheden niet met mekaar in overeenstemming kunnen worden gebracht, maar in de menselijke ervaring frontaal op elkaar (blijven) botsen. ‘Het is mijn verlangen naar eenheid, dit versplinterde heelal en de confrontatie die hen verbindt’, schrijft hij in Le mythe de Sisyphe. Want, in een wereld, die plotseling van illusies en van licht beroofd is, voelt de mens zich een vreemdeling. Uit deze verbanning kan hij niet terugkomen, omdat hij beroofd is van de herinneringen aan een verloren vaderland of van de hoop op een beloofd land; deze scheiding tussen de mens en zijn even, de toneelspeler en zijn decor, is eigenlijk het gevoel van absurditeit. (p.33)
Licht en donker, wanhoop en vreugde, levensaanvaarding en levensafwijzing zijn volgens Camus ervaringen die niet zonder elkaar kunnen bestaan en het hele leven doortrekken. ‘Wat een reden om te leven genoemd wordt, is tegelijk een uitstekende reden om te sterven’, schrijft hij.
Meursault wordt ter dood veroordeeld. Het tekent de jongeman dat hij in de laatste nacht voor zijn executie vasthoudt aan zijn visie op wat er is gebeurd. Aan zijn waarheid. Aan hoe hij het heeft beleefd, gezien, gevoeld, ervaren. Hij slaapt wat. Hij wordt wakker met de sterren op zijn gezicht. Geluiden van het platteland dringen tot hem door. De geuren van de nacht, de aarde en zout verfrist hem. De wonderbaarlijke vrede van de zomer dringt binnen als een tsunami. Op dat eigenste moment hoort hij vanaf de zee sirenes: de uiteindelijke aankondiging van het vertrek naar een wereld die hem nu voorgoed onverschillig geworden is. (p.46) Omdat ze zo prachtig de aanvaarding van de absurditeit verbeelden, geef ik jullie graag de slotzinnen van het boek mee: ‘En ook ik voelde mij bereid alles opnieuw te beleven. Comme si cette grande colère m’avait purgé du mal, vidé d’espoir, devant cette nuit chargée de signes et d’étoiles, je m’ouvrais pour la première fois à la tendre indifférence du monde. Om alles volmaakt te doen zijn, om mij minder alleen te voelen, bleef mij nog slechts over te wensen dat er veel toeschouwers zouden zijn op de dag van mijn terechtstelling en dat zij mij met kreten van haat zouden begroeten.’
Voor de Romeinse keizer Caligula zijn de mensen ‘schuldig’ omdat ze weigeren de absurditeit van het bestaan te herkennen, daardoor niet in de waarheid leven en bijgevolg niet vrij zijn. Door zijn eigen absurde logica tot het uiterste te drijven wil hij zijn volk tot de erkenning van de absurditeit dwingen. Hij zaait dood en verderf, simpelweg om zijn onderdanen te dwingen na te denken over de zin van leven en sterven. In De mens in opstand schrijft Camus dat de mens steeds en onder alle omstandigheden de opdracht heeft ‘mens te blijven’ en daartoe moet hij, in tegenstelling tot Caligula, ook in zijn opstandigheid, weigeren om zelf een god te zijn.
De meest treffende belichaming van die houding zien we in de figuur van dokter Rieux uit La peste. Vanaf het begin van de roman cijfert hij zichzelf weg in zijn gevecht tegen de pest. Hij belichaamt het meest nadrukkelijk het menselijke protest tegen het lijden, waarin hij tevens bereid is om zijn eigen geluk op te offeren. Maar hij heeft er geen behoefte aan om heilige of held te zijn; als hij al een evangelie heeft, dan is dat het evangelie van de menselijke revolte tegen onrecht en ellende. Mens zijn betekent voor Rieux dat hij weigert een schepping te beminnen waarin de pest heerst en onschuldige kinderen sterven, maar dat hij tegen de pest wel uit alle macht en uit naam van de menselijkheid zal strijden. (p.100)
Al de personages van Camus belichamen een welbepaalde omgang met een welbepaalde gebrokenheid: een onoplosbare breuk die hen fundamenteel bepaalt. Zowel de absurditeit als de revolte getuigen van de onmogelijkheid om het menselijke verlangen met de werkelijkheid in overeenstemming te brengen. Heel het oeuvre van Camus draait om de verkenning van die breuk en de doordenking van de consequenties ervan. Hij bracht met Caligula en Rieux zowel de meest afschrikwekkende en mateloze consequenties, als de meest bewonderenswaardige stilering ervan in beeld. En ergens tussenin bevinden wij ons als lezer, schrijft Waanders.
‘Schipperend en laverend tussen absurditeit en revolte, tussen eenzaamheid en solidariteit, tussen aanvaarding en afwijzing, tussen mateloosheid en begrenzing. En als het ons lukt om de ervaring van de absurditeit in de revolte vruchtbaar te maken, maat te houden in ons gevecht tegen onze gebrokenheid en mens te blijven ondanks ons eeuwigheidsverlangen, dan geldt uiteindelijk wat dokter Rieux over de mens geleerd heeft in zijn gevecht tegen de gesel van de pest: ‘dat in de mens toch meer bewonderenswaardigs is dan verachtelijks’. (p.101) Ergo: ‘Rieux had aandachtig naar de journalist geluisterd. Zonder zijn blik van hem af te wenden zei hij zacht: de mens is geen idee, Rambert. Ik zou de schrijver en uitgeverij graag willen bedanken ons daar in dit markant boekje blijvend aan te herinneren.
Ik las het graag als een hernieuwde ontmoeting tussen in aanvang niets vermoedende lezers en een reeks literaire kunstwerken over welhaast gedachteloze mannen en vrouwen die in een absurde wereld leven en reageren op de prikkels van het moment, als een mogelijke variant op een - niet vooraf geplande - ontmoeting van mens tot mens. Een ontmoeting tussen een ‘het doet er niet toe welke lezer’ en een ‘het doet er niet toe welk personage’. Een niet vooraf tot in de puntjes uitgestippeld ‘mekaar treffen’, dat enerzijds tot niets leidt als men niet objectief is, maar dat anderzijds evenmin iets oplevert wanneer men voortdurend subjectieve oordelen wegmoffelt.
We ontsnappen met z’n allen nu eenmaal moeilijk aan de uitdaging die ook in onze tijd blijft uitgaan van het ons bijwijlen ‘vreemd’ aandoende gedrag van wat wij graag omschrijven als ‘vreemdelingen’. Nu ja, misschien is die ‘vreemdheid’ enkel een antwoord op de door hen ervaren vreemdheid van de wereld waarin wij en zij samenleven?
Schrijfsels van Camus zijn dan ook ware zoektochten naar wat men in summa niet kan beschrijven. Ze wijzen ons als lezer denkbaar op het feit dat wat ‘Meursault & les autres’ van elkaar scheidt ad fundum ondergeschikt is aan al datgene wat hen in hun ‘vreemd-zijn’ in de eerste plaats met elkaar verbindt.

Benny Madalijns
Jozef Waanders
Benny Madalijns
Non-fictie
Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en doctor in de Archeologie & Kunstwetenschappen. Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen, zoals het boek 'Ondanks alles / Malgré tout' (ASP). En schilder & collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. Hij is ondervoorzitter bestuursorgaan Instelling Morele Dienstverlening Vlaams-Brabant. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies