4 mei 2026
Belgium 2040 - Van stilstand naar strategie
Een positief boek in duistere tijden. Ondernemer Bruno Segers nam het initiatief om Rudy Aernoudt en Peter De Keyzer samen te brengen voor een boek met concrete recepten om België tegen 2040 (veel) beter te laten functioneren.
Rudy Aernoudt is een ‘professor, schrijver, columnist, filosoof en econoom’ (bron: Wikipedia). Hij was/is ook kabinetschef zowel bij Nederlandstalige als Franstalige liberale politici (waarvan Georges Bouchez wellicht de bekendste is). Peter De Keyzer is een ‘Vlaamse econoom, auteur en opiniemaker’ (bron: Wikipedia), was onder meer hoofdeconoom bij BNP Paribas Fortis en leidt nu een communicatiebureau.
Wie nu denkt dat dit boek alleen interessant is voor liberaal gezinden, vergist zich. Het boek gaat over betere maatschappelijke efficiëntie, dat wil zeggen meer gewenste resultaten met minder middelen. Dat is relevant voor iedereen - of die gewenste resultaten nu lagere belastingen zijn, dan wel sterkere sociale ondersteuning.
De stijl van het boek is vlot en toegankelijk: goed gestructureerd, onderbouwd met kerncijfers zonder onnodige details, en geschreven in een zakelijke maar heldere toon.
De inhoud opent met een diagnose die vaker wordt gesteld: België is nog steeds rijk en welvarend, maar het beleid en de overheidsorganisatie zijn tegelijk opvallend inefficiënt. Jaren geleden las ik al in de New York Times: ‘Belgium: world’s wealthiest failed state?’. Die welvaart behouden gaat echter heel moeilijk worden door de bekende wereldwijde uitdagingen die onze zwakheden pijnlijk bloot zullen leggen: begrotingstekorten, dalende onderwijskwaliteit, een complexe politieke structuur… Het moet dus beter.
Daarna volgt de originele aanpak van dit boek. De auteurs vergelijken België met Europese landen die veel beter presteren in specifieke onderdelen van het staatsapparaat - democratie, overheidsadministratie, staatsstructuur, onderwijs, migratiebeleid… Ze leggen de ingezette middelen naast de behaalde resultaten. Dat levert een reeks concrete voorstellen op om België efficiënter te maken.
Een voorbeeld: het Belgische onderwijs is bijna het duurste van heel Europa, maar de resultaten zijn bedroevend. In Franstalig België zitten ze bij de zwakste van Europa; in Nederlandstalig België zijn ze wel nog steeds beter, maar ze dalen al zo’n 15 jaar. Landen als Estland en Finland investeren iets minder geld in onderwijs, maar blinken wel uit in alle internationale onderwijsrankings. Wat kunnen we van deze landen leren? Stop met de verkaveling over verschillende schoolnetten, geef schooldirecteurs en leerkrachten meer autonomie, zet hoge standaarden voor leerkrachten, verzeker gelijke kansen voor iedere leerling maar zonder het niveau naar beneden te halen.
Lezers kunnen hier opmerken dat de selectie van overheidsonderdelen getuigen van een politieke voorkeur: sociaal beleid, gezondheidszorg, welzijnszorg… komen bijvoorbeeld niet aan bod. Naar mijn inschatting doet België het op die domeinen (veel) beter. Dat neemt echter niet weg dat de redenering van het boek overeind blijft. Sterke prestaties kan je financieel alleen volhouden als je tegelijk de inefficiënties aanpakt die elders in het systeem zitten.
Het laatste hoofdstuk is wellicht het belangrijkst: wat zijn de dieperliggende oorzaken van de Belgische kwalen. Want problemen én mogelijke oplossingen zijn vaak bekend, maar toch blijven we in België vaak stilstaan in plaats van aan te pakken.
En wat zien de auteurs als fundamentele oorzaak? De Belgische cultuur. Vanuit onze geschiedenis hebben we een voorkeur voor stabiliteit boven verandering, zullen we conflicten oplossen door beide partijen meer geld te geven, en krijgen groepsbelangen meer aandacht dan het algemeen belang.
Hoe kunnen we die cultuur wijzigen in de gewenste richting: meer burgerzin, meer opnemen van eigenaarschap van de problemen, meer ambitie om de middelmaat te overstijgen? De auteurs halen terecht aan dat grote crisissen dikwijls leiden tot verandering en meer solidariteit. Maar ze roepen op om daar niet op te wachten. Een cultuuromslag kan van onderuit groeien - vanuit de hoofden en het gedrag van de burgers. In hun slotwoorden vragen de auteurs aan iedereen om de verandering die men wil zien in de wereld, eerst bij zichzelf toe te passen.
Wat ik er zelf van denk? Mijn ervaring als werknemer van een typisch Belgisch groot bedrijf, leerde me dat duurzame verandering inderdaad begint bij de bedrijfscultuur. Na een zware crisis kwam de nieuwe CEO in eerste instantie niet met een nieuwe strategie, maar wel met nieuwe culturele waarden – opvallend in lijn met wat dit boek nu aanbeveelt voor de Belgische samenleving. Die nieuwe waarden werden top-down ingevoerd, telkens opnieuw benadrukt en stonden er meer dan tien jaar later nog steeds, met overtuigende resultaten.
Ik vraag me nu af of wat in een bedrijf effectief was, ook op Belgisch niveau kan ingevoerd worden, zonder voorafgaande crisis en met behoud van onze sterke punten. In een bedrijf is een top-down aanpak mogelijk, in een democratische staat is dat veel moeilijker. Het boek adviseert om op Belgisch niveau de nieuwe cultuur bottom-up in te voeren. Ik hoop dat het kan, maar ik heb in het boek geen voorbeelden gevonden van democratische landen waar dit gelukt is. Wat niet betekent dat we defaitistisch moeten zijn.
Mark Behets