29 mei 2026
LONDON CALLING
In 1976 organiseerde de Amerikaanse kunstschilder R.B. Kitaj een tentoonstelling in Londen onder de naam "The Human Clay". Hij liet het werk van een aantal eigenzinnige schilders zien met een fascinatie voor het menselijk lichaam. Hij noemde ze de “School of London”, ofschoon de exposanten feitelijk geen school vormden. Er was geen sprake van een stilistische samenhang, noch gedeelde principes. Zij hadden geen collectief artistiek programma, buiten het centraal stellen van het menselijk lichaam.
De geografische factor speelde wel een rol. De kunstenaars hadden allen een band met Londen. De meesten woonden en werkten in een kleine cirkel rond Soho. Sommigen volgden dezelfde kunstopleiding, zij frequenteerden dezelfde restaurants en bars, exposeerden soms in dezelfde galerie en stonden vaak model voor elkaar.
Daarnaast speelde ook het leven in het naoorlogse Londen en de wijzigende tijdsgeest een rol. Het klassieke gezin stond onder druk door immigratie uit de onafhankelijke kolonies, geboortebeperking door de verspreiding van de anticonceptiepil en gelegaliseerde abortus. Homoseksualiteit werd gedecriminaliseerd.
Deze kunstenaars zetten zich af tegen de opkomende tendens figuratieve kunst als achterhaald te beschouwen. De Amerikaanse kunst, gekenmerkt door abstract expressionisme, minimalisme en popart domineerde de internationale kunstwereld. De kunstenaars van de “School of London” bleven vasthouden aan de afbeelding van menselijke figuren.
Vijftig jaar na de tentoonstelling The Human Clay presenteert het Kunstmuseum Den Haag een overzichtstentoonstelling van de voornaamste kunstenaars van de “School of London”. Naast de sleutelfiguren Francis Bacon, Lucian Freud en David Hockney is er ook werk te zien van minder bekende artiesten zoals Daniel Forrester, Leon Kossoff, Frank Auerbach, Michael Andrews, Paula Rego, Eva Frankfurther, Sylvia Sleigh en Sandra Fisher. Voor het eerst wordt er ook stilgestaan bij het werk van de vrouwelijke kunstenaars uit deze groep. Het is de verdienste van de samenstellers van de tentoonstelling hun werk, dat lange tijd onderbelicht bleef, in de belangstelling te brengen.
Deze minder bekende kunstenaars zorgen voor een blikverruiming. De schilderijen van Sandra Fisher en Sylvia Sleigh waarop naakte mannen afgebeeld worden zoals mannelijke kunstschilders eeuwenlang vrouwen geschilderd hebben zijn voor vele kunstliefhebbers een onbetreden terrein.
Caribische Denzil Forrester vestigde met kleurrijke en dynamische werken de aandacht op reggaescène in East London. Muziek, lichamelijkheid en de Caribische gemeenschap stonden er onder voortdurende dreiging van racisme en politiegeweld.
Eva Frankfurther, een Joodse vluchtelinge uit Nazi-Duitsland, werkte als dienster in een restaurant bezocht door de arbeiders- en middenklasse. Zij schilderde mensen uit deze klasse waartoe zij ook behoorde.
De expositie toont een kleurrijke selectie van mensen. Het zijn zelden gepolijste figuren die voldoen aan een schoonheidsideaal. De expliciete weergave van menselijke figuren, vooral van vrouwen, door Freud kan als wreed bestempeld worden. Het is nu eenmaal de realiteit van veroudering en aftakeling die Freud niet verbloemt.
De catalogus van de tentoonstelling wisselt tekst met afbeeldingen van de voornaamste werken en foto’s van Londen uit de periode 1970-1980 af. Door voor tekst, foto’s en reproducties, telkens een andere papierkleur te gebruiken, blijft het geheel overzichtelijk.
De auteurs verstrekken in heldere taal de nodige duiding, wat leidt tot een beter begrip van de inhoud van de werken en tot de totstandkoming ervan. Het is en blijft een waardevol naslagwerk en zeker onmisbaar bij het bezoek aan de tentoonstelling.
Deze tentoonstelling loopt nog tot en met 7 juni aanstaande in het mooie Kunstmuseum Den Haag. Haast je!
Ignace Claessens