18 augustus 2026
Een lied voor Achilles
Madeline Miller studeerde klassieke talen aan de Brown University. Zij ging vervolgens aan de slag als lerares Latijn en Grieks. Vanuit haar belangstelling voor de Griekse mythologie debuteerde zij in 2011 met dit boek. In 2018 verscheen de hervertelling van het verhaal van ‘Circe’, een tovenares uit de Griekse mythologie die ook voorkomt in de Odysseus.
De film The Odyssey, die onlangs in première ging, heeft de belangstelling voor boeken rond de Griekse mythologie aangewakkerd.
Het is wel niet de eerste keer dat de Ilias (de Griekse naam voor Troje) herverteld wordt. In dit vroeg-Griekse epos, dat dateert van ongeveer 800 v. Chr, en toegeschreven wordt aan de dichter Homerus, wordt een korte periode aan het einde van de Trojaanse oorlog beschreven. Die oorlog vond plaats rond 1200 v.Chr. en duurde volgens de overlevering tien jaar.
De auteur heeft het epos herschreven vanuit het perspectief van Patroclus, de gezel en de geliefde van Achilles.
Patroclus was de zoon van Menoetius, koning van Opus. Voor zijn vader was hij een teleurstelling: klein, mager, niet snel, niet sterk. Kortom, een slappeling. Wanneer hij per ongeluk een andere jongen doodde werd hij verbannen naar het hof van Peleus, koning van Phthia.
Peleus had met geweld een zoon verwekt bij de zeenimf Thetis. Achilles was het tegenbeeld van Patroclus. Een echt godenkind. Hij was de beste krijger uit zijn tijd: snel, krachtig, onvermoeibaar.
Er ontstond een bijzondere vriendschap tussen de jongens die uitmondde in een liefdesrelatie. In Griekenland was een relatie tussen jonge mannen sociaal aanvaard en ingebed in vaste maatschappelijke tradities. De herenliefde wordt nog steeds als Griekse liefde benoemd.
De koning van Sparta had een bloedmooie dochter Helena. Zij koos uit vrije wil als echtgenoot Menelaüs, broer van Agamemnon, koning van Mycene. Paris, zoon van Priamus koning van Troje, verleidde Helena en nam haar mee naar Troje. Het was boel tussen de Grieken en Troje.
Met meer dan duizend vaartuigen vertrokken de Griekse steden ten oorlog tegen Troje onder leiding van Agamemnon. De belegering van Troje duurde tien jaar zonder dat een van de partijen de oorlog kon winnen.
In het laatste oorlogsjaar flakkerde de sluimerende vete tussen Agamemnon en Achilles op. Achilles voelde zich door Agamemnon beledigd en weigerde nog langer te strijden. Zonder Achilles en zijn manschappen waren de Grieken geen partij voor de Trojanen en dreigden zij in zee gedreven te worden.
Patroclus trachtte zijn vriend vruchteloos tot andere inzichten te brengen. Ten einde raad trok hij de wapenuitrusting van Achilles aan en trok zelf ten strijde. Na aanvankelijke successen werd hij overmoedig en werd hij gedood door Hector, de oudste zoon van Priamus en de beste strijder onder de Trojanen.
Overmand door verdriet trok Achilles opnieuw ten strijde om zich te wreken op Hector, die hij in een tweegevecht doodde. De goden hadden voorspeld dat Achilles kort na de dood van Hector ook de dood zou vinden. Enkele dagen later trof een pijl van Paris hem in zijn hart en niet in zijn hiel, zoals algemeen aanvaard wordt.
Daar stopt het verhaal van de Ilias en ook het boek van Madeline Miller. De inname van Troje met het Trojaanse paard werd niet beschreven in de Ilias. Dit is wel bekend uit andere teksten en navertellingen en komt ook ter sprake in de Odysseus, eveneens van de hand van Homerus, waarin de tienjarige zwerftocht van Odysseus, bij zijn terugkeer uit de oorlog beschreven wordt alsook zijn thuiskomst.
Madeline Miller brengt in een heldere stijl een meeslepende hervertelling van dit epos uit de Oudheid. Achilles, noch Agamemnon zijn nu de hoofdpersonen maar wel de minder bekende Patroclus. Hij speelde nochtans een belangrijke rol bij de overwinning van de Grieken. Daarbij wordt de liefdesrelatie tussen Achilles en Patroclus benadrukt wat lange tijd enkel gesuggereerd werd. Dit brengt wel een dosis romantiek mee die de lezer er maar moet bijnemen.
Ignace Claessens