Vincent Scheltiens & Sven Tuytens
Michel Ackaert
Non-fictie
  • 16 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

17 augustus 2026 IN SPAANSE LOOPGRAVEN - België en de Spaanse burgeroorlog (1936 – 1939)
Guardamar del Segura, El Raso, Carrer la Malva Rosa. Ga ik de deur uit op weg naar een frisse ‘tinto de verano’ met ijs op het terras van een barretje dichtbij, dan kom ik meestal voorbij de naargeestige ruïne van een ‘vergeten’ gebouw, overwoekerd en volgekliederd met graffiti. Het was ooit een veilig schuiloord voor kinderen uit de regio ver weg van de stad met dood en wreedheden tijdens de Spaanse burgeroorlog. Daar kijkt blijkbaar niemand, al of niet bewust, nog naar om.
Die zwarte periode in de Spaanse geschiedenis fascineerde me meteen. Ik kocht het complexe volumineus standaardwerk De Spaanse burgeroorlog van Hugh Thomas en las mezelf meteen vast. Er volgden nog verschillende andere werken en uiteraard recensies. Naast heel wat fictie over en door soms getraumatiseerde Spanjaarden met als onderwerp die oorlog kwamen er ook enkele non-fictie en heel informatieve boeken in mijn kast en op mijn recensielijst. (Spaanse burgeroorlog van Anne Doedens en Liek Mulder, Geschiedenis van Spanje van Juan Eslavo Galàn en De brug van Jan van der Ven). 
In Spaanse loopgraven trok onlangs uiteraard meteen mijn aandacht. Dit makkelijk leesbaar werk gaat vooral over de Belgische betrokkenheid bij een ogenschijnlijk en volgens de laffe opportunistische grote mogendheden plaatselijk conflict. Het zou later resulteren in een wereldbrand waar niemand aan zou ontsnappen. Heel veel informatie in dit boek kwam als een totale verrassing nieuw bij me binnen.
Meteen in hoofdstuk 1 ‘Van republiek naar internationale oorlog’ gaat het over de toenmalige en laffe non-interventiepolitiek van de grote mogendheden rondom. “De regeringen van het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hadden elk hun eigen motieven om de Spaanse situatie af te doen als louter een binnenlands conflict. De Britse heersende kringen hadden sympathie voor de opstandelingen onder leiding van Franco, dus de fascisten. De Fransen vreesden om in het Middellandse Zeegebied in conflict te komen met Italië. En vooral voerden beide Europese grootmachten een algemeen beleid van appeasement ten aanzien van nazi-Duitsland.” (blz. 16) In totaal tekenden 27 landen een niet-interventieakkoord incluis… België! 
Intussen zorgden Hitler en Mussolini stiekem ervoor dat de troepen van Franco snel de straat van Gibraltar overstaken en aan hun moordende opmars naar Madrid konden beginnen. De verdediging was dan wèl gedeeltelijk internationaal met ongeveer 35.000 vrijwilligers en idealisten van zowat overal die in Internationale brigades hun leven riskeerden om het fascisme een halt toe te roepen. Daarvan waren er bij benadering 2400 Belgen! Vanuit België kwam er zelfs medisch en verplegend personeel (‘las mamàs belgas’) die gingen werken in het oorlogshospitaal ‘El Belga’ in de regio Valencia, Onteniente. Kom ik er langs dan ga ik het zeker bezoeken. Als dat nog mag uiteraard!
De simultane militaire opstand in Madrid stuit onmiddellijk op het verzet van de regeringsgezinde en de chaos breekt los. Meteen worden de adellijke paleizen bezet en opgevorderd. Dat is ook het lot van Palacio de Zurbano. Daar werd in 1928 Doña Fabiola de Mora y Aragón geboren! De familie vluchtte vooraf naar het veilige comfortabele buitenland en het paleis wordt later het hoofdkwartier van de legendarische republikeinse leidster Dolores Ibárruri of ‘La Pasionaria’. 
Waar Fabiola met haar poppen ging spelen tijdens die periode kan me net zoals de rest van het Belgisch koningshuis niet echt boeien. Veel meer de rol van de journalisten die in de moeilijkste omstandigheden voor een definitieve doorbraak van de oorlogsverslaggeving hebben gezorgd lijkt met echt een signaal en meteen ook waarschuwing voor de toekomst. “Het ging voor hen niet alleen om het beschrijven van wat ze zagen. Ze stonden stil bij de mogelijke gevolgen van de Spaanse gebeurtenissen voor de rest van de wereld. Het was als een voorbode van wat de wereld te wachten stond als het fascisme in Spanje niet werd gestopt.” (blz. 47) Wie kent er niet Ernest Hemingway, George Orwell en Antoine de Saint-Exupéry? Die straffe gasten waren daar allemaal. 
Ook Mathieu Corman uit Oostende en verslaggever bij ‘Ce Soir’ van de Franse communistische dichter Louis Aragon brengt met gevaar voor eigen leven een trieste primeur. Zijn medewerkers zijn o.a. Charlie Chaplin en H.G. Wells! Hij is één van de eerste correspondenten ter plekke die op 29 april 1937 hartbrekend getuigt over de verwoestingen in Guernica. Picasso leest het artikel in Parijs en start op 1 mei 1937 de voorbereiding van wat ooit een van zijn bekendste werken zal worden. Zijn meesterwerk komt op zijn uitdrukkelijk verzoek pas naar Spanje na de dood van Franco! 
Ook fake news is van alle tijden en toen Franco’s persdienst het bombardement op Guernica een fabeltje noemde stopte Corman in de sidecar van zijn zware motorfiets twee Duitse brandbommen die hij ter plekke in Guernica had buitgemaakt en deponeerde ze na een helse rit in het politiecommissariaat van Oostende. De dienstdoende commissaris schrok zich wellicht een aap. Deze generatie van oorlogscorrespondenten besefte ook dat begeleidende en vooral aangrijpende foto’s even belangrijk zijn als de tekst zelf. In dit boek vind je dus heel veel iconische foto’s die zelfs geen tekst behoeven. Vrijwilliger, strijder, verpleegster, journalist, verweesd kind en verliefd koppel, vanuit het verleden kijken ze je aan met blikken van trots, afschuw, angst en wanhoop. Ik word er eventjes  stil van. Mijn tinto de verano smaakt me al lang niet meer. 
Terug naar de Belgische vrijwilligers zelf. Dat waren er zo’n 2400 waarvan er 1600 de Belgische nationaliteit hadden. Ongeveer twee derde was afkomstig uit Wallonië en actief binnen socialistische of communistische organisaties of vakbondskringen. Zonderling, onder deze vrijwilligers waren ook heel wat joden die het koloniaal project van de zionisten verwierpen, niet geloofden tot een uitverkoren volk te behoren en de Arabieren als gelijken beschouwden. Zij en de andere terugkeerders ondervonden aan den lijve wat fascisme betekende toen de nazi’s hun militaire oefeningen in Spanje in praktijk en later in de rest van Europa  brachten.
Het zal de meeste vrijwilligers ook zuur opbreken als ze bij terugkomst door België gerechtelijk vervolgd worden. De aanklacht is desertie uit het Belgisch leger en het dienen in een ander land. Alle reserveofficieren werden meteen gedegradeerd. Stik, dan zou ik ook tegen de lamp zijn gelopen! Niet verwonderlijk dat sommigen bij het uitbreken van WO II meteen in het verzet tegen hun voormalige vijand gingen. Ze kenden immers het geluid van stuka’s en Duitse machinegeweren al! Hoe zou de Belgische regering in veilige ballingschap in een of andere luxehotel in Londen toen hebben gereageerd? Plots terug helden voor een korte periode en bruikbaar voor vorst en vaderland i.p.v. criminelen? Even uitzoeken!  
TV-anker en alom geprezen journaliste Phara De Aquirre heeft Spaans-Baskische roots en is de dochter van Josu De Aguirre die als 10-jarige vluchteling in 1937 naar België kwam. Hij werd later secretaris-generaal van het Katholiek Onderwijs!
Een van de meest aangrijpende hoofdstukken is 4. Los niños de la guerra. Mijn gedachten glijden meteen weer af naar die stinkende ruïne naast ons gebouw in Spanje waar de republikeinen in eigen land reeds de meest kwetsbaren in veiligheid brachten. Waarom laat men dit gebouw opzettelijk verkommeren? Er zijn er nog weinigen over aan wie ik het wil of beter durf te vragen. Ook België en dus niet het hypocriete land zelf, maar wel sommige empathische Belgische groeperingen, leverden een bijdrage met de opvang van 5130 onbegeleide getraumatiseerde kinderen. Daarvan keerden er 3798 later terug onder soms duistere omstandigheden. 
Het regime van Franco beschouwde deze kinderen als gestolen en deed er alles aan om ze terug op te eisen. De achtergebleven gebroken ouders in Spanje schreven immers talloze verzoekbrieven. Flagrant is een brief van een Baskische moeder in het thuisland die haar kind meteen terugvroeg terwijl dat kind al lang veilig in België verbleef toevallig met de echte moeder! Weeral, ik ben vooral getroffen door de vele foto’s, de wanhopige blikken en tekeningen van trieste kinderen. 
Diegenen die toch terugkeerden wachtte soms een bitter lot. Ze waren ‘hijos de rojo’ (kinderen van roden), werden gestigmatiseerd, gediscrimineerd en belandden in bittere armoede omdat ze één of beide ouders hadden verloren of dat die in de gevangenis zaten. Ze eindigden soms alsnog in door de almachtige en door Franco gesteunde Kerk gerunde weeshuizen. Velen werden ook geadopteerd via diezelfde Kerk en Staat door kinderloze echtparen van de correcte politieke strekking of geloof terwijl de biologische ouders in het ongewisse werden gelaten. Sommige van die kinderen, later volwassenen gingen jarenlang tevergeefs op zoek naar hun echte ouders.   
Waren er eigenlijk ook buitenlandse vrijwilligers die aan de kant van Franco vochten? Vanaf het begin van de militaire opstand boden enkele Belgen hun diensten aan. Dat waren voornamelijk leden van Belgische nationalistische milities, ultra patriottisch, anti marxistisch en fascistisch. Nog voor de opstand hadden die reeds banden met de Spaanse Falange, een fascistische politieke beweging die heden nog bestaat. Die Belgische vrijwilligers sloten zich meestal aan bij het zogenoemde ‘Tercio de Extranjeros’, het Spaanse vreemdelingenlegioen. Je gelooft het nooit maar dit elitekorps was een uitvinding van de in 1500 in Gent geboren keizer Karel V! 
In ‘Niet iedereen gelijk voor de wet’ (blz. 144) lees ik dat in tegenstelling tot de terugkerende republikeinse brigadisten de Belgische Franco vrijwilligers nadien volledige straffeloosheid genoten in het thuisland. Sterker nog, sommigen die officier werden onder Franco werden net zoals piloot Rodolphe de Grunne samen met hun oorlogservaring met open armen onthaald in Belgenland. Tussenkomst van de toenmalige koning kwam soms weleens van pas. En Fabiola? Die wachtte af en speelde verder met haar poppen in Madrid!
Het niet-interventieverdrag voor en tijdens die vuile oorlog was eigenlijk een lege doos. Diverse buitenlandse bedrijven leverden ongestoord en op grote schaal olie, voertuigen, wapens en technologische expertise aan Franco. De Belgische Société Générale de Belgique verstrekte bereidwillig kredieten en diensten. “In het Kuifje-album Het Gebroken Oor (1937) uitte Hergé, via satire en karikatuur, kritiek op de manier waarop wapenhandelaren profiteren van oorlogen door beide strijdende partijen te bevoorraden”. (blz. 148) 
Binnen Spanje is heden nog duidelijk de invloed van het Franco regime merkbaar. De grote fortuinen en de elites hebben soms veel te danken aan de caudillo. Maar liefst 43 ministers uit de dictatuur belanden later in topfuncties in de Spaanse bankensector. Op de onder Franco opgebouwde consolidatie van een nieuw Spaans kapitalisme en het ontstaan van grote vermogens is het huidige economische systeem gebouwd. “De democratie erfde een manier van zakendoen die tot op de dag van vandaag herkenbaar is: corruptie, belangenverstrengeling, illegale verrijking, draaideurconstructies, snelle speculatieve winsten en een diepe vervlechting van de overheid met privébelangen.” (blz.169)  
Na het aandachtig lezen van dit boek heb  ik als Belg gemengde gevoelens. Verbazing dat het zover is kunnen komen en dat weinigen voorzagen wat er ging volgen na 1939. Trots over de weliswaar soms naïeve betrokkenheid en offers van de brigadisten en journalisten. Respect voor de belangeloze inzit van Belgische zorgverleners in het oorlogsziekenhuis El Belga. Misprijzen voor het gedrag van de Belgische regering voor en nadien maar toch ook een beetje voorzichtigheid bij het benoemen van heroïsme en partij kiezen. Zeker weten, ook aan republikeinse kant waren er  afschuwelijke wreedheden en zinloos geweld. 
« ¡Camaradas de las Brigadas Internacionales! Razones políticas, razones de Estado, la salud de esa misma causa por la cual vosotros ofrecisteis vuestra sangre con generosidad sin límites os hacen volver a vuestras patrias a unos, a la forzada emigración a otros. Podéis marcharos orgullosos. Sois la historia, sois la leyenda, sois el ejemplo heroico de la solidaridad y de la universalidad de la democracia, frente al espíritu vil y acomodaticios de los que interpretan los principios democráticos mirando hacia las cajas de caudales o hacia las acciones industriales que quieren salvar de todo riesgo.

No os olvidaremos, y, cuando el olivo de la paz florezca, entrelazado con los laureles de la victoria de la República española, ¡volved! Volved a nuestro lado, que aquí encontraréis patria los que no tenéis patria, amigos, los que tenéis que vivir privados de amistad, y todos, todos, el cariño y el agradecimiento de todo el pueblo español, que hoy y mañana gritará con entusiasmo:

¡Vivan los héroes de las Brigadas Internacionales! »
“Kameraden van de Internationale Brigades! Politieke redenen, staatsredenen, de gezondheid van diezelfde zaak waarvoor jullie je bloed met grenzeloze vrijgevigheid hebben gegeven, dwingen sommigen van jullie om terug te keren naar jullie vaderlanden, anderen naar gedwongen emigratie. Jullie kunnen met trots vertrekken. Jullie zijn geschiedenis, jullie zijn legende, jullie zijn het heroïsche voorbeeld van solidariteit en de universaliteit van de democratie, tegenover de laffe en opportunistische geest van degenen die de democratische principes interpreteren met hun blik gericht op de kluizen of op de industriële aandelen die ze van elk risico willen vrijwaren.
 
We zullen jullie niet vergeten, en wanneer de olijfboom van vrede zal bloeien, verstrengeld met de lauweren van de overwinning van de Spaanse Republiek, kom terug! Kom terug aan onze zijde, hier zullen degenen die geen vaderland hebben dat vinden, vrienden, zij die van vriendschap verstoken moeten leven, en allen, allen, de genegenheid en dankbaarheid van het hele Spaanse volk, dat vandaag en morgen met enthousiasme zal roepen:

Leve de helden van de Internationale Brigades!”
 
Dolores Ibárruri of ‘La Pasionaria’: 1 nov 1938, Barcelona.
Speech op het afscheid en ontmanteling van de internationale brigades
 
Michel Ackaert   
Vincent Scheltiens & Sven Tuytens
Michel Ackaert
Non-fictie
Michel Ackaert (1957) was cipier in de gevangenis van Brugge. Publiceerde reisverslagen, opiniestukken, recensies en een boek over menswaardige detentie ‘Seks in de gevangenis’.
_Michel Ackaert Recensent, reiziger, vrijwilliger en cultuurfanaat
Meer van Michel Ackaert

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies