15 oktober 2026
DE VAN SEKSEN-COBURGS - Het wellustige en romantische leven van ons Belgisch koningshuis (1830-nu)
Als scenarist verzorgde Luc Schoonjans verschillende scripts voor televisieprogramma’s zoals Familie, Spoed en Zone Stad. Hij is ook de auteur van een aantal boeken in het truecrimegenre waarbij hij waargebeurde misdaadzaken combineert met de gerechtelijke dossiers, getuigenissen en achtergrondinformatie. Zijn boeken ‘Onopgeloste moorden in België’ en ‘De Kroongetuigen’ werden gunstig onthaald.
Men hoeft geen royalist te zijn om belangstelling te hebben voor koningen en hun entourage.
Tot in de 20e eeuw waren koninklijke huwelijken zelden een kwestie van liefde en wederzijdse genegenheid. Een huwelijk in koninklijke kringen was meestal geopolitiek geïnspireerd met de bedoeling het koningshuis te versterken door het aangaan van allianties en zo buitenlandse dreiging af te wenden.
De in aanmerking komende prinsessen (zelden was er van een prins sprake) waren meestal goed opgeleid, hadden verfijnde manieren maar wisten van seks weinig of niets af. Op dit gebied waren zij totaal onwetend en voldeden met tegenzin en afschuw aan hun echtelijke plichten. Zij vonden dit eerder iets voor dieren. De opgedrongen partners waren ook niet altijd even aantrekkelijk.
Koning Leopold II huwde op 22 augustus 1853 met Marie-Henriëtte van Oostenrijk. Hij vond haar ronduit lelijk met een slecht gebit dat haar gezicht ontsierde en met een breed achterwerk. Hij diende zijn aversie te overwinnen om af en toe met haar het bed te delen. Dit gebeurde uit noodzaak om zo vlug mogelijk een tweetal mannelijke nakomelingen te verwekken zodat de opvolging verzekerd was en de klus geklaard.
Het moet ons niet verwonderen dat plezier ergens anders gezocht werd. Leopold I en Leopold II onderhielden diverse maîtresses en hadden heel wat bastaarden lopen waar doorgaans in alle discretie goed voor gezorgd werd.
Koning Albert I daarentegen zou uit liefde getrouwd zijn met Elisabeth van Beieren. Het echtpaar was erg geliefd bij de bevolking, vooral door hun houding gedurende de Eerste Wereldoorlog. De auteur beweert, zonder dit hard te kunnen maken, dat ‘modelkoning’ Albert I meer venusheuvels dan bergen beklom. Hij verwijst daarbij naar een vrouwelijke Italiaanse berggids die hem vergezelde op zijn talrijke tochten in de Dolomieten. Of er meer dan vriendschap was blijft in het ongewisse. Andere venusheuvels worden niet vermeld.
Zijn naamgenoot, Albert II, was in ieder geval op amoureus vlak veel doortastender. Nadat de liefde voor Paola uitgedoofd was kon hij het flirten met andere vrouwen niet laten, wat van hem een echte Saksen-Coburger maakte. Zo kreeg het land er in 2020 nog een nieuwe prinses bij.
Ons koningshuis hield vast, en misschien nu nog, aan de traditie dat de koninklijke partner van adel moet zijn. Onze huidige koning mocht niet huwen met zijn jeugdvriendin, die hij op school had leren kennen, omdat zij niet van adel was, ofschoon afkomstig uit een welgestelde, onberispelijke West-Vlaamse familie. Andere koningshuizen zijn op dit gebied volwassen geworden en zijn van die eis afgestapt. Doet de Nederlandse koningin Maxima het dan zó slecht? Wellicht is men in Laken nu al naarstig op zoek naar een geschikte adellijke partner voor onze kroonprinses. Afwachten of men daar ook al in de 21e eeuw leeft.
De auteur schetst in een vlotte stijl en met veel fantasie het liefdesleven van onze vorsten, alsof hij erbij was. Wie vertrouwd is met de politieke geschiedenis van België zal, buiten enkele sappige verhalen, weinig nieuws vernemen. De amoureuze avonturen van Leopold II zijn algemeen bekend en zijn vaste maîtresse Blanche Delacroix is onder haar titel ‘Barones de Vaughan’ wellicht de bekendste barones van België.
Het boek biedt weinig nieuws. Dat de Saksen-Coburgers wel eens de dekstieren van Europa genoemd werden is een gemeenplaats. De auteur baseert zich ook vaak op geruchten zonder harde bewijzen. Het boek voldoet in dit opzicht niet aan de verwachtingen.
Ignace Claessens