Mark Elchardus
Nick De Clippel
Non-fictie
  • 1957 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

9 november 2021 Reset. Over identiteit, gemeenschap en democratie.
In het meest recente nummer van SamPol laat Louis Tobback zijn licht schijnen op Reset, het pas verschenen boek van emeritus sociologieprofessor Mark Elchardus, ooit de huisideoloog van de socialisten. Veel licht is dat niet, want voor een brok zware lectuur van goed 600 blz. is de bespreking kort en vooral kort door de bocht.
De recensie komt er zowat op neer dat Elchardus overgestoken is naar de duisternis van Mordor. In De Morgen meent de éminence grise zelfs dat het boek in de extreemrechtse (sic) hoek thuishoort. Ieder zijn mening, maar vader Tobback doet noch zijn eigen reputatie, noch die van Elchardus eer aan.
De reden van de afwijzing lijkt vooral dat het nieuwe boek vindt dat massa-immigratie problematisch is en de samenleving verdeelt. Tobbacks gram bewijst eigenlijk dat de socioloog gelijk heeft, maar Reset gaat over veel meer dan over immigratie.

Het leeuwendeel van de turf staat op blz. 250 samengevat: “links gemeenschapsdenken is daarom sociaaleconomisch links, maar eerder conservatief dan progressief.” De rest van het boek is het uitwerken van wat er bedoeld wordt met de gebruikte termen en met daarom. Je kan moeilijk stellen dat Elchardus hierbij wat uit de nek kletst, want alles gebeurt aan de hand van cijfers, geschiedenis, wetenschap en een paar onderbouwde meningen die uiteraard niet door iedereen gedeeld worden. Vooral omwille van dat laatste verdient het boek meer dan een sneer.
Verder valt op dat het referentiekader van het boek ontzagwekkend is. Dat gaat van genetica naar constructivisme, van Gilgamesh naar Ibsen, van Odysseus naar migrantenbootjes. We lezen over het verdrag van Westfalen, het nominalisme van Ockam en French theory… Het is allemaal in min of meerdere mate relevant, maar de breedvoerigheid komt de focus niet altijd ten goede.
De radicale verlichting 

Elchardus gelooft niet in het abstracte individualisme van een partiële verlichting die God vervangen heeft door de rede of de natuur die aan het emanciperende project vooraf zou gaan. De radicale verlichting waar hij voor kiest, zet de mens voorop. Je zou van humanisme kunnen spreken, maar die term wordt niet in de mond genomen. Elchardus is meer een gemeenschapsdenker dan een liberaal. De vrijheid en waardigheid van het individu zijn het uiteindelijke doel van de samenleving, maar waardigheid en vrijheid zijn een product van de gemeenschap en kunnen niet nagestreefd worden tegen de gemeenschap in (pag. 12).
Er bestaan volgens het boek twee vormen van identiteitsstreven of gemeenschapsdenken. Het identitaire particularisme leidt tot slachtoffercultuur, een eng minderhedendiscours en versplintering. De betere versie is die van de gemeenschap van gelijke burgers die een geschiedenis, een cultuur en een project delen. De identitaire versie beschouwt de tweede als verdrukking omdat die uitgaat van een normerende meerderheid, wat sinds Michel Foucault sowieso neerkomt op verdrukking. Dus zoekt de identitaire versie haar verhaal in morele superioriteit en kiest ze voor een politiek waarin advocaten en rechters de plaats van kiezers en wetgevers innemen (pag. 124). Onder meer een aantal demarches van Unia dienen als concrete en overtuigende voorbeelden van wat hier wordt bedoeld.
Elchardus toont zich dus een radicale, communautaire, maar niet particularistische democraat. De enige soeverein is het Volk, met hoofdletter, als wetgevende vertegenwoordiger van de diverse, maar welomschreven gemeenschap van individuen (pag. 316). Het laatste woord hoort toe aan de kiezer. Wat de meerderheid wil heeft voorrang op het kapitaal, de religie, de minderheden en zelfs op het recht als een uitspraak van een rechtbank de volledige gemeenschap aangaat (pag. 394). Als de burgers hun overheid niet meer zien als de uitdrukking van hun gemeenschap, verliest de samenleving de mogelijkheid tot zelfcorrectie, ongeacht de waarde van de voorgestelde oplossingen.
Het individu en de gemeenschap 

Elchardus gelooft niet in het abstracte individu, zoals je dat vindt achter de sluier van onwetendheid van John Rawls. Net als Michael Sandel en Michael Walzer vindt Elchardus dat een individu altijd deel uitmaakt van een gemeenschap en dat vrijheid alleen maar zin heeft als een gemeenschap die vrijheid mogelijk maakt. Sandel wordt geciteerd waar die liberalisme omschrijft als “een ‘morele parasiet’ die teert op een orde, op verbondenheid en op tal van de door de gemeenschap geboden mogelijkheden, waarin het zelf niet kan of wil voorzien (pag. 266)”. Dezelfde Sandel leert ons dat het (neo-)liberalisme de oorsprong is van de procedurale staat  die anti-democratisch is omdat de verdediging van individuen de rechten van minderheden inperkt, omdat politiek werd weggedrukt door juridisering en omdat beleid wordt verlegd naar niveaus die verder staan van de kiezer en waar rechters al eens activistisch uit de hoek willen komen.
Een gemeenschap moet werkbaar zijn (pag. 283). Solidariteit, lotsverbondenheid en een gedeelde cultuur zijn conditio sine qua non om economisch en politiek doeltreffend te kunnen zijn. Het ideale vehikel is de natiestaat. Zowel te weinig als teveel staat zijn te vermijden, maar toch is homogeniseren aangewezen. Dat laatste mag niet verdrukkend worden en strakke eenheidsworst is niet de bedoeling, maar een wereld waarin mensen die qua genderexpressie of biologie vrouwelijke kenmerken vertonen een zinnig alternatief zijn voor vrouw (pag. 301) is evenmin het doel. Wie geen hoge pet op heeft van het woke-denken en de newspeak die daarbij hoort, zal met plezier hoofdstuk 6 lezen.
De juristocratie 

Vandaag wordt de kiezer op allerlei manieren buitengesloten stelt de auteur. Dat gebeurt in grote mate door de juristocratie. Dat is wat hierboven al vermeld staat met Unia als voorbeeld. Maar ook transnationale instellingen en grondwettelijke hervormingen hebben een nooit geziene hoeveelheid macht verschoven van vertegenwoordigende instellingen naar rechtbanken (pag. 401).
Het harde gegeven is dat recht de samenleving volgt, maar de juristocratie is veeleer een kolonisering van de samenleving door het recht (pag. 412). Beleid loopt dan niet meer via vertegenwoordiging, maar via systematisch procederen door pressie- en belangengroepen via rechtbanken. Het Hof van Justitie van de EU zit in een haast zuivere juristocratie  en heeft het nationale in grote mate aan zich onderworpen (pag. 413). Ook het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft met betrekking tot de interpretatie van de EVRM een wetgevend karakter gekregen. Elchardus heeft geen bezwaar tegen wat een zwakke juridische toetsing heet, waarbij juristen nagaan of een wet wel deugdelijk is, maar wel tegen een sterke juridische toetsing, waarbij het oordeel van de rechter boven dat van de kiezer staat. Dat is een systeem dat zichzelf versterkt, want naarmate de juristocratie zich vereenzelvigt met de rechtsstaat, verdwijnt de rechterlijke terughoudendheid en treden activisme en ideologische vooringenomenheid van een aantal rechters naar voor. Het is evident dat dit proces niet bevorderlijk is voor de democratie, noch voor het vertrouwen van de burger in de instellingen.  Brazilië toonde tot hoever dit kan gaan. Daar leidde de juristocratie ertoe dat het hele politieke centrum rond voormalig president Lula in de cel belandde en de democratie eigenlijk opgeheven werd.
Het EVRM krijgt in de strijd tegen de juridisering bijzondere aandacht. Het is, zo leert ons Elchardus, niet iets dat met eeuwigheidswaarde boven de volkssoevereiniteit is verheven. De seculiere religie van een duizendjarig rijk van mensenrechten is slechts mensenwerk dat bovendien alleen maar door nationale besturen gegarandeerd kan worden. Terzijde: het is enigszins vreemd dat ondanks de omvangrijke bibliografie Hannah Arendt hier niet opduikt, vermits die evenmin een hoge pet op had van de zin van de UVRM, maar goed, het boek is dik genoeg zo.
Tegelijk verschuift het zwaartepunt van de democratie steeds meer naar de uitvoerende macht. Bij ons komt dat neer op particratie, maar ook in de Europese Unie neemt de ontwikkeling van een executief-administratieve staat karikaturale vormen  aan (pag. 408).
De economie

De (neo-)liberale stroming krijgt er in Reset flink van langs. De globalisering die erbij hoort is immers ondemocratisch, is blind voor de gemeenschap en is op maat gesneden van de rijke, kosmopolitische elite.
De trentes glorieuses, dat wil zeggen de jaren van toenemende welvaart en sociale rechtvaardigheid na WO2 stoppen al in de seventies met het opkomende neoliberalisme onder de tandem Reagan en Thatcher. De deregulering van de banken, de ontmanteling van Bretton-Woods (vaste wisselkoersen) en de internationalisering van de vrije handel leidde tot roekeloos beurskapitalisme en belastingontduiking op een schaal die ons onvermijdelijk naar de crisis van 2008 bracht en de kloof tussen rijk en arm misselijkmakend groot maakte. De letterlijk grenzeloze vrijheid van kapitaal had nog een ander gevolg: wat werd ondergraven was de langzaam en moeizaam opgebouwde capaciteit van gemeenschappen om hun lot via collectieve, democratische regulering in eigen handen te nemen (pag. 180). Net als de politieke filosoof John Gray noteert Elchardus dat het neoliberalisme ook het conservatisme als leefbaar politiek project voor lange tijd in de vernieling heeft gereden (pag. 288). Net als het particularistische gemeenschapsdenken bedient de globalisering zich van een juridisch apparaat waar de kiezer geen vat op heeft, maar dat wel zijn leven ingrijpend beïnvloedt. Mensenrechten en neoliberalisme sporen graag samen, omdat beide menen dat rechten voorafgaan aan de wilsbesluiten van gemeenschappen (pag. 446).
Politiek links krijgt hier een veeg uit de pan. Het had hier moeten tegen ingaan, maar koos voor de vermaledijde derde weg en een minderhedenpolitiek.
De immigratie 

Volgens Elchardus heeft de opmars van rechts minder te maken met de gevolgen van de economische globalisering dan met migratie. Het item migratie deed voorspelbaar het meeste stof opwaaien, omdat Elchardus achteraan zijn werk een paar aanbevelingen doet die aan de linkerzijde moeilijk verkocht kunnen worden. Al zou dat best kunnen meevallen. Illegale immigratie kan niet, schrijft de auteur, het is zelfs een vorm van agressie. Verder moet het asielrecht gevrijwaard worden door de – vaak opzettelijke – vermenging met welvaartsmigratie te stoppen. De georkestreerde ‘reddingen’ op de middellandse zee zijn een doorn in het oog. Het Marrakeshpact krijgt geen genade en wordt zelf een schandvlek op de VN genoemd (pag. 380). Elchardus heeft ook bedenkingen bij de rooskleurige voorstelling van de kosten-batenanalyse die volgens hem veeleer in het nadeel van migratie uitvalt, al geeft hij zelf toe dat een en ander moeilijk te becijferen valt, wat mijns inziens toch evengoed de rooskleurige versie in vraag stelt.
De impact van massamigratie is volgens de emeritus veeleer een verplaatsing van cultuur en identiteit dan een verplaatsing van een grote hoeveelheid individuen (pag. 349). In die lezing wordt de eigen gemeenschap onder druk gezet en is het zonneklaar dat migratie slechts houdbaar is als er voldoende integratiedruk is. Lidstaten van de EU zouden het recht moeten hebben de homogeniteit van de eigen gemeenschap veilig te stellen. Grenzen zijn, aldus Elchardus, de grootste uitvinding aller tijden (pag. 292) en hij heeft dan zowel over de grenzen van de naties als die van Europa.
We mogen daarbij niet vergeten dat de migratiedruk nog zal toenemen, vooral uit Afrika waarvan de bevolking over dertig jaar met 1,25 miljard zielen zal toegenomen zijn.
Over de grens 

Op het mondiale schaakbord is Elchardus niet onverdeeld gelukkig met de Verenigde Staten als managing director van de westerse democratieën. Evenmin met een Westen dat hardnekkig, maar beter verpakt dan vroeger de white men’s burden opneemt (bijna het hele gedicht van Kipling staat afgedrukt) om elders te gaan vertellen hoe het moet. Dat is (a) nog nooit gelukt en (b) negeert dat de tijden veranderd zijn. Eén unieke set van recht, politiek, economie, normen en waarden voor de hele globe is een illusie die we moeten inruilen voor een wereld die veilig is voor diversiteit. Idem voor Europa. Het moet kunnen dat Polen en Hongaren anders denken over iets zoals LGBTQ. Men moet daar niet blij mee zijn, maar het is hoe gemeenschappen en echte democratieën werken. Waar nationale rechtbanken ondergeschikt worden aan Europese, zouden beslissingen telkens goedkeuring moeten krijgen via grondwetswijzigingen of grondwettelijke referenda (pag. 520), met andere woorden via de kiezer.
Conservatief links 

Het is snel duidelijk dat Reset voor een aantal thema’s dicht aanleunt bij Over identiteit (Bart De Wever) en Identity (Francis Fukuyama). Er worden overigens wel meer rechtse of conservatieve auteurs goedkeurend geciteerd: Burke, Huntington, Scruton (die helaas ontbreekt in de bibliografie), Cliteur… Maar conservatief is toch niet a priori verkeerd en valt toch niet samen met extreemrechts? Overigens vind je nergens in het boek sympathie voor de ranzigheid en de onzin die aan de uitersten van het politieke spectrum onder de stenen krioelt. Het is overigens even duidelijk dat economisch het hart van het boek links klopt.
Hoofdstuk na hoofdstuk vertelt en illustreert Elchardus dat een complex web van neoliberalisme, identiteitsdenken, abstract individualisme, een ideologisch mensenrechtendiscours, ongecontroleerde migratie, globalisering en juristocratie elkaar bevestigen en dat dit telkens ten nadele gaat van concrete gemeenschappen en de soevereiniteit van het volk of de democratie.
De medicatie komt na de diagnose en bevat drie hoofdingrediënten: het aan banden leggen van speculatie en kapitaalvlucht, strategisch protectionisme en controle op alle vormen van migratie. Een paar peilingen en enquêtes tonen dat er een breed draagvlak zou bestaan voor de remedies van de professor.
Ik heb als kritisch lezer ook wel bedenkingen bij een paar passages en standpunten, maar vond nergens voldoende of dwingende redenen om te gewagen van extreemrechtse sympathieën, racisme, vreemdelingenhaat, humanitair tekort of – godbetert – wit privilege. En welke mening ik morgen aan de toog ook wil verkondigen, ik weet iets meer te vertellen dan voor de lectuur van Reset. 

Een detail wil ik er nog aan toevoegen. Wie wil nagaan of pakweg ook Pinker aangehaald wordt en of oikofobie ergens uitgelegd staat, zou blij geweest zijn met een woord- en naamregister. In een boek van dit gewicht kon dat er wel bij.

Nick De Clippel
Mark Elchardus
Nick De Clippel
Non-fictie
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven).
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies