Fons Jena
Albert Comhaire
Non-fictie
  • 202 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

31 maart 2022 We zijn met te veel. Een pleidooi voor een herbergzame wereld.
Wat op ’t eerste gezicht bedoeld leek als een pleidooi voor geboortebeperking, groeide uit tot een gloedvol betoog, een compendium en een handleiding: drie boeken. Dat zegt iets over de ernst en de maatschappelijke betrokkenheid van de auteur.
Voorafgaand aan zijn tekst citeert Jena uitvoerig John Stuart Mill Principles of Political Economy. Het is een perfect uitgekozen, overtuigende tekst. In het voorwoord expliciteert Jena dan meer precies zijn thesis. Hij stelt daarbij onmiddellijk de lezer gerust: ‘Een kleinere bevolkingsgrootte is zeker geen universeel geneesmiddel, maar het is wel een vereenvoudiger van problemen met een heleboel voordelen.’ Gaandeweg zal de ernst van de zaak tot uiting komen evenals de nood aan maatregelen.
‘Deel 1: een inleiding tot overbevolkingskunde’ is als het ware een cursus en meteen de inleiding tot ‘Deel 2: een pleidooi voor een herbergzame wereld’. ‘Deel 3: Van utopie naar werkelijkheid’, is het meer praktisch gedeelte en geeft aan wat wij (individuen en overheden) kunnen doen. Na het dankwoord volgen nog twee bijlagen: ‘Misverstanden’ en ‘Optimale bevolkingsgrootte’.
Jena pakte de zaken grondig aan. Hij raadpleegde niet minder dan 88 auteurs, gaf 290 verwijzingen (in de eindnota’s) en liet zich bijstaan door een achttal personen. Zijn betoog is helder, vloeiend, voldoende gedetailleerd, met weliswaar herhalingen, maar die de leesbaarheid ten goede komen. Eburon leverde een perfect verzorgde uitgave. Kortom: dit boek is niet alleen interessant, overtuigend en motiverend, maar heeft ook klasse.
Een recensent die slechts lof toezwaait, wordt er doorgaans (terecht) van verdacht ofwel niet alles ofwel niet kritisch genoeg de tekst gelezen te hebben. Enigszins onverwacht viel ik bij de lectuur over vijf passages. Ze gaan over bijkomstigheden en kunnen dus schoonheidsfoutjes genoemd worden. Het gaat om drie recht te zetten oordelen en twee stukjes die m.i. uit de toon vallen.
Op p. 12 stelt Jena dat ‘overbevolkingkunde een (tot nu toe) onbekende tak van de wetenschappen’ is. Nochtans, minstens professor Frank Götmark van de University of Gothenburg  is met zijn ‘The Overpopulation Project’ al jaren werkzaam als erkend gespecialiseerd wetenschapper. Zoals cardiologie deel uitmaakt van de geneeskunde, maakt de studie van overbevolking deel uit van de demografie. Götmark vond navolging in meerdere universiteiten.  Jena zelf heeft hem trouwens ook vernoemd.
Op p. 22 worden de inwoners van de Paaseilanden ‘overshoot’ aangewreven – men zocht erin hun ondergang.  Recent onderzoek toonde echter aan dat buitenlandse kolonisatoren (door slavenhandel en een toevallig ingevoerde pokkenbesmetting) de bevolking bijna volledig uitgemoord hadden (zie Jan J. Boersema).
Op p. 67 staat: ‘De IPPF en Population Council verwijzen ook nergens naar overbevolking en (…).’  Wat de IPPF betreft, moet ik verwijzen naar het rapport van 2018 (Incheon, Korea) en  de uitspraak plus dramatische oproep van woordvoerder Robin Maynard in de persconferentie na de conferentie. Dat Jena daar geen weet van had, bevestigt zijn stelling dat ‘men’ aan bepaalde bevindingen weinig ruchtbaarheid geeft en zeker geen gevolg.
Op p. 61 stelt de auteur de eenkindpolitiek van China in een nogal slecht daglicht. Het arme ontwikkelingsland van 1979 met zijn eigen, van ons verschillende cultuur, voerde inderdaad een niet voor iedereen leuke pionierspolitiek door. Die politiek heeft niettemin samen met de gerealiseerde economische groei het land uit de honger en vreselijke armoede getild. Niet te vlug oordelen dus, zeker niet in periodes van internationale spanningen en bewapening.
Op  p. 194 e.v. ‘Economische groeiverslaving’ staan enige concrete puntjes van gefundeerde kritiek. Het BNP wordt heden door meerdere economisten en politici ook niet meer gezien als enige zaligmakende parameter voor de welvaart en welzijn. Maar Jena’s betoog geeft wel even de indruk dat hij tegen groei is tout court. Het lijkt of hij gedreven wordt door een conservatieve, splendid isolation-ideologie. Ik kan mij niet voorstellen dat hij tegen de groei zou zijn van: wetenschappelijk onderzoek (geneeskunde, ecologie, waterzuivering, brandbestrijding, demografie enz.); van onderwijs; zorg voor ouderen en verwaarloosde kinderen; natuurbeheer, enz.
Maar, nogmaals, het gaat hier over bijkomstigheden. Ik hoop dat dit boek veel gelezen wordt: het is een waardevolle bijdrage in de strijd voor een rationeel bevolkingsbeleid.  

Ir. Albert Comhaire
Fons Jena
Albert Comhaire
Non-fictie
Albert Comhaire (°1936) is burgerlijk ingenieur. Hij werkte o.a. voor de Nationale Raad voor Wetenschapsbeleid, de Vrije Universiteit Brussel en het UZ Gent. Hij heeft deel uitgemaakt van de bestuursraad van verscheidene vrijzinnige verenigingen, was voorzitter van de Raad voor Ouders van het Gemeenschapsonderwijs en verleende zijn medewerking aan meerdere vrijzinnige tijdschriften.
_Albert Comhaire - Recensent
Meer van Albert Comhaire

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies