Jessica Nordell
Nick De Clippel
Non-fictie
  • 998 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

28 februari 2023 Het einde van vooroordelen
Wetenschapsjournaliste Jessica Nordell publiceerde al rond inclusiviteit en diversiteit in toonaangevende kranten als The New York Times, The Washington Post en The Atlantic.
Haar boek The End of Bias verscheen pas in 2021 en ligt nu al in vertaling in onze rekken. Goede verkoopcijfers en een actueel thema hebben daar zeker in meegespeeld.
Het einde van vooroordelen barst van de goede wil en van de stellige overtuiging dat ook onbewuste vooroordelen tegen vrouwen, mensen van kleur of lgbtq-ers te verhelpen zijn. Die ongegronde en kwetsende overtuigingen hebben we allemaal en een eerste stap kan moeilijk wat anders zijn dan bewustwording van onze eigen bias.
Nordell leert ons waar diepgewortelde associaties vandaan komen, wat priming daarmee te maken heeft, hoe dat alles gebeurt in een multidimensionale context die ook historisch is. We lezen over sociale overheersingstheorie, de vermeende homogeniteit van out-groepen en de stereotypering die daarbij hoort. We zien een computersimulatie aantonen dat zelfs beperkte vooroordelen tot grote ongelijkheden kunnen leiden en dat ze in de realiteit wel degelijk echte schade aanrichten. Alles wordt geconcretiseerd in omstandig vertelde gevallen bij de politie, aan de universiteit, in scholen, bij sollicitaties, in de geneeskunde… Vaak was de schrijfster actief betrokken in het verhaal.
Een hoofdstukje heet Het vooringenomen brein vanbinnen, maar neurowetenschappen zijn in het boek niet echt aan de orde. Aangeboren attitudes tegenover verschillen duiken wel op, maar moeten algauw het veld ruimen voor een van de basisovertuigingen van Nordell: “het gaat erom hoeveel belang er vanuit de cultuur aan [die] verschillen gehecht wordt” (blz. 59), een observatie die herhaald zal worden en zeer zeker hout snijdt. Cultuur is de bepalende factor.
Dat we allemaal hardnekkige vooroordelen koesteren, zonder dat we daarom kwaad in de mars hebben, wil dus niet zeggen dat we er niet wat aan kunnen en moeten doen. Dat kan met cognitieve gedragstherapie, al heeft die niet noodzakelijk het juiste effect (blz. 108). Samen leven en werken (de contacthypothese) en psychologisch inzicht zijn een goede zaak, maar ook mindfulness kan bijdragen, net als positieve discriminatie en rolmodellen. Een alleenzaligmakende oplossing is er niet, maar er is genoeg voorhanden om de kwaal te benoemen en te genezen.
In het laatste verhaal van het boek gaan we naar een bijzondere school in Zweden. Daar herkennen kinderen, net zoals overal ter wereld, al heel vroeg sekseverschillen, maar zorgt een genderneutrale opvoeding ervoor dat daar veel minder gendergebonden verwachtingen aan worden gekoppeld, wat helemaal aansluit bij wat hierboven als basisovertuiging werd aangestipt.
Veel nieuws valt er uiteindelijk niet te lezen, maar de puzzel van kennis en remedie is vakkundig gelegd en op de kern van het betoog valt weinig af te dingen.
Nordell verwijst op nagenoeg elke bladzijde naar psychologische studies, computersimulaties en experimenten die haar analyse en remedie moeten stutten. Nu zijn psychologische en andere onderzoeken rond discriminatie en racisme legio, maar ze hebben niet altijd evenveel status. Nordell is zich daarvan bewust, want zowel in haar inleiding als in het slot wijst ze er zelf op dat psychologische testen vaak zwak zijn (blz. 17) en dat haar werkwijze niet altijd even wetenschappelijk is (blz. 307).
En ook al wordt er op blz. 288 verwezen naar de deels Belgische verantwoordelijkheid voor de Rwandese genocide, toch is het boek heel erg Amerikaans. Alle referenties, voorbeelden, fait-divers en acroniemen zijn vooral herkenbaar voor Uncle Sam, net als de politie-problematiek, de sociale programma’s, de diversiteitscursussen en workshops in het bedrijfsleven, enz. Vooral waar het gaat over racisme tegen zwarten en segregatie in het onderwijs, is de afstand tussen hier en ginder zo groot dat een en ander relevantie verliest voor de gewone Europeaan. Ook de stijl van het werk is herkenbaar USA: een ik-narratief dat het midden houdt tussen het essay, de persoonlijke getuigenis en het zelfhulpboek, wat op zich geen bezwaar mag heten.
Even herkenbaar is het perspectief, of beter het brandpunt van verschillende perspectieven. Onbewuste vooroordelen zijn in het boek van Nordell geen antropologisch gegeven, maar nagenoeg uitsluitend een probleem van de blanke man die vrouwen, zwarten en lgbtq-ers onrecht aandoet, zelfs als hij het tegendeel beweert. De wereld van Nordell is die van de Verenigde Staten vandaag, bekeken door de bril van het slachtoffer. Het valt op dat er niet over blanken, maar over Witten (sic) geschreven wordt (een unieke Nederlandstalige bijdrage aan een betere wereld, want in het Engels bestaat dit verschil niet) en over ‘tot slaaf gemaakten’ in plaats van over ‘slaven’ (enslaved persons versus slaves). Sommige lezers zullen dit taalcalvinisme toejuichen, anderen (waaronder uw dienaar) rollen met de ogen. Dat deed ik ook waar ik las dat er geen universele categorieën zouden bestaan (blz. 64), dat de seksuele (sic) categorieën ‘man’ en ‘vrouw’ vloeiend zijn (blz. 202) of waar verteld wordt hoe in de oudheid vrouwelijke goddelijkheid geleidelijk door mannelijke werd vervangen (blz. 309). Maar misschien berust mijn ergernis hier op bewuste vooroordelen?

Nick De Clippel
Vertaling: Arian Verheij, Huub Stegeman
Jessica Nordell
Nick De Clippel
Non-fictie
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven). Hij is auteur van het boek 'Waarom Jezus van school werd gestuurd (en Mohammed ook)', dat onlangs verscheen in de publicatiereeks van Kwintessens. Hier kan u een recensie lezen.
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies