Kwintessens
Geschreven door Karel D'huyvetters
  • 2325 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

8 februari 2023 Oorwurm
Het overkomt me vaak dat ik 's morgens wakker word met een oorwurm. Schrik maar niet: het gaat niet om het gladde bruine kruipertje dat we allemaal kennen, maar om een deuntje, een melodietje dat in je kop opduikt en daar blijft hangen. Slechts een paar noten, soms met enkele woorden, meer niet. Je kent het, of herkent het, maar vaak niet precies. Het komt uit jouw herinnering, je weet dat je het al eerder gehoord hebt, dat je het zelfs ooit heel goed kende – vandaar dat het is blijven hangen, en om een of andere reden zomaar weer tevoorschijn komt, soms na tientallen jaren.
Het insect is, zoals algemeen aangenomen is, de oorworm, dus niet 'oorwurm'. Maar Van Dale kent 'oorworm' niet eens, je vindt er enkel 'oorwurm'. Enigszins terecht, blijkt. Want het beestje is helemaal geen worm, maar een insect. Wurm is een taalvariant voor worm, maar waarom Van Dale vasthoudt aan oorwurm, mag Joost weten. Terzijde: die Joost is versluierend taalgebruik voor de duivel. In de biologie spreekt men wel degelijk van oorwormen, de huidvleugeligen, waarvan er ongeveer 1800 soorten zijn. Ze hebben rudimentaire vleugels, maar vliegen zelden of nooit. Wij kennen vooral de gewone oorworm, Forficula auricularia. In tegenstelling tot het volksgeloof heeft de oorworm geen voorkeur om zich in het menselijke oor te gaan begeven. De benaming is afkomstig van het medicinaal gebruik van gedroogde en verpoederde oorwormen als een remedie voor ooraandoeningen.
Het zou de Duitse operettecomponist Paul Lincke (1866-1946) geweest zijn die het woord Ohrwurm voor het eerst gebruikte om daarmee een schlager aan te duiden, een melodie die gemakkelijk in het oor ligt, die erin binnendringt zoals een oorworm dat (niet) doet. Het werd een leenwoord in het Engels in een thriller van Desmond Bagley, Flyaway (1978). Het insect is in het Engels een earwig. Het is mij niet bekend wanneer het woord in die betekenis, en in die van een hardnekkig in je hoofd spokend deuntje in het Nederlands voor het eerst is opgedoken.
Als ik wakker word met een oorwurm, betekent dat allicht dat een melodie tijdens de nacht door mijn onbewuste maar nog altijd actieve brein opgeroepen is uit mijn geheugen, en dat ik mij dat min of meer vaag herinner, zoals zoveel andere nachtelijke activiteit van mijn hersenen, bij het opstaan. Laatst was dat een lied dat ik in mijn jeugd gehoord heb, een Duitse schlager inderdaad. Maar welke? Ik kon niet op de woorden komen, en de woorden die ik me herinnerde, brachten niets op bij intensief googelen. Dat was heel frustrerend, want ik wilde het echt wel weten: als ik de oorwurm niet kan identificeren, blijft die irritant hangen, terwijl die stilaan verdwijnt eenmaal ik weet wat het is.
Ten langen leste ben ik bij een toepassing van de Google-app terechtgekomen. Je kan daar gewoon vragen: wat is dit liedje? En dan zing je de melodie van de oorwurm, gewoon lalalaladila, of je neuriet, of fluit … Meteen krijg je suggesties, en in mijn geval was dat meteen raak, tot mijn niet geringe verbazing. Het bleek te gaan om een lied van de Duitse componist Franz Doelle (1883-1965) uit 1928: Wenn der weiße Flieder wieder blüht, op een tekst van Fritz Rotter. Het was toen meteen een enorm succes, niet het minst in de versie van Richard Tauber uit 1929, die je hier vindt. Verdere bekendheid kwam er door een speelfilm met dezelfde naam uit 1953, gebaseerd op een filmnovelle van dezelfde Fritz Rotter, en waarin de vijftienjarige Romy Schneider haar eerste filmrol speelde. Het werd een wereldhit in de uitvoering van Helmut Zacharias in 1954, en in talloze versies wereldwijd sindsdien. In het Nederlands werd het lied populair, onder de titel Witte seringen, gezongen door Henk De Bruin of de zoetgevooisde Jan Verbraeken. Maar er was ook een heel populaire 'Vlaamse' caféversie, met aangepaste tekst: Ziede gij mij geren, kus me dan. Verwar die niet met het bekende eerste liedje van Will Ferdy uit 1951!
Ik luisterde als kind al naar alle muziek op de radio en op een zeldzame grammofoon, en ik kende de 'liedjes' allemaal. Zo herinner ik me een uitzending van het populaire tv-programma De Muziekkampioen. De laatste, beslissende vraag was een korte melodie van acht noten, solo gespeeld op saxofoon. Ik wist het meteen: Anita, my love, uit de gelijknamige komische musical uit 1960 van Co Flower, met onder anderen Louis Neefs die ook de titelsong zong. De kandidaat wist het niet …
Ik moet de melodie van Witte seringen dus tientallen, misschien zelfs honderden keren gehoord hebben in mijn leven, maar niet de laatste zeg maar zestig jaar. Verbazingwekkend is het dan dat je op een morgen opstaat met precies dat als oorwurm. Wat heeft dat veroorzaakt in mijn slaap? Er moet ergens een associatie geweest zijn met mijn herinneringen, maar welke? En hoe komt het dat ik mij al die melodieën herinner? Dat ik een muziekstuk meteen herken, en vaak precies weet wat het is, en wie het gecomponeerd heeft? En niet alleen de Vijfde van Beethoven, of Eine kleine Nachtmusik, maar bijvoorbeeld ook composities van Messiaen, Shostakovich, Richard Strauss, Weil, Coltrane, Bechet enzovoort. Ik heb de chant hindou, uit de opera Sadko (1896) van Rimsky-Korsakov misschien een of twee keer gehoord als knaap, maar ik kan de melodie nog altijd neuriën. Het muzikaal geheugen blijkt uitzonderlijk sterk te zijn, en ik ben niet eens een muzikant, ik kan amper noten lezen en heb geen enkel talent om een instrument te bespelen, al zou ik dat echt, echt graag kunnen. Professionele muzikanten spelen de moeilijkste composities uit het hoofd. Bedenk daarbij dat een pianoconcerto bijvoorbeeld ongeveer tienduizend noten telt …
Ik eindig met een andere recente nachtelijke oorwurm. Het gaat om een instrumentale compositie van Kurt Weil (1900-1950) uit 1934, toen hij in Parijs een opera componeerde, Marie Galante. De opera was geen succes, maar Roger Fernay zette in 1935 een liedtekst op de melodie en Youkali werd een geliefd nummer voor veel zangeressen, en dat is het nog steeds. In de versie van Lys Gauty werd het tijdens de Tweede Wereldoorlog een betekenisvolle hymne van de Résistance. Je vindt verscheidene versies online, hier bijvoorbeeld van Barbara Hannigan.
Kwintessens
Karel D’huyvetters (°1946) legt zich toe op de geschiedenis van het atheïsme en het antiklerikalisme. Van hem verschenen Nederlandse vertalingen van de belangrijkste werken van Spinoza, met uitvoerige commentaren. Hij onderhoudt een website over Spinoza en een persoonlijke website.
_Karel D'huyvetters -
Meer van Karel D'huyvetters

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws