Kwintessens
Geschreven door Johan Braeckman
  • 2223 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

29 maart 2023 Zesde brief van Johan Braeckman aan Ronald Soetaert
Beste Ronald
Niet dat het een excuus is voor mijn late reactie, maar je brief houdt me nu al maandenlang bezig. Je haalt weer van alles aan waarop ik graag zou ingaan: de relativiteit van de waarheid; die vermaledijde oorlog die ondertussen al ruim een jaar aan de gang is; jouw meningen die elkaar onderling lijken tegen te spreken; het werk van Céline; logica en wereldbeelden en zoveel meer. Ik weet niet goed waar te beginnen, misschien omdat mensen in onze tijd de kunst van het briefschrijven niet meer beheersen. Jaren geleden las ik honderden brieven van Charles Darwin. Hij schreef er doorgaans enkele per dag en dat leek telkens moeiteloos te verlopen. Wij schrijven elkaar om de zoveel maanden, Darwin onderhield een continue correspondentie, alsof hij voortdurend aan het praten was met allerlei mensen tegelijkertijd. Als we ooit contact leggen met een buitenaardse beschaving, dan zullen we het ook zo moeten doen, alleen al omdat de informatieoverdracht gebonden is aan de lichtsnelheid. Niet wachten op een antwoord alvorens opnieuw een boodschap te versturen, maar non-stop vragen, antwoorden en informatie doorsturen. Hopelijk doen de anderen dan hetzelfde. Als we het niet zo doen, verliezen we gigantisch veel tijd en creëren we geen duurzame banden. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat de Russische en Oekraïense ambassades verzuimden om die techniek toe te passen.
Wat de brieven van Darwin betreft, nog dit. Van 1985 tot 2022 zijn ze schitterend uitgegeven in dertig dikke delen, met inleidingen, voetnoten en al wat je maar wil, door Cambridge University Press. Het is heerlijk om daar doorheen te bladeren en hier en daar bij een paragraaf te blijven hangen. Werkelijk alles komt aan bod, van zijn flatulentieproblemen tot de stress die het werk aan On the Origin of Species met zich meebracht; van de dood van zijn dochtertje Annie tot de moord op Abraham Lincoln. Het gaat over meer dan vijftienduizend brieven. Het merendeel van Darwin zelf, de rest van zijn correspondenten. Ongeveer dertig jaar geleden vroeg ik aan de goede mensen van onze Gentse universitaire bibliotheek om de correspondentie aan te kopen. Ze voldeden aan mijn verzoek. (Dat zou momenteel wellicht niet meer mogelijk zijn, aangezien we streng moeten besparen, zo lees ik in de krant.) De meeste delen zijn aanwezig, misschien ondertussen allemaal, ik zou het moeten nakijken. Je kan de boeken dus ontlenen, al is dat ondertussen niet eens meer nodig: alles staat online. (Ook dat zou een reden kunnen zijn om een papieren uitgave niet meer aan te schaffen, maar ik ga ervan uit dat jij dat net zo sterk als ik betreuren zou.)
Momenteel zit ik verdiept in het leven en werk van een andere negentiende-eeuwse Engelse Charles, zij het een heel ander figuur dan Darwin: Charles Lutwidge Dodgson, beter bekend als Lewis Carroll (1832-1898). Ook hij was een verwoed brievenschrijver, veel extremer nog dan Darwin. Zijn verzamelde correspondentie bestond uit 98.721 brieven. Dat weten we omdat hij alles netjes – om niet te zeggen obsessief – in een register bijhield. Hij schreef zelfs een essay met tips over hoe je betere brieven kan schrijven: Eight or Nine Wise Words about Letter-Writing. Hij liet het in 1890 publiceren, hier kan je het lezen. Lewis Carroll werd onsterfelijk door zijn verhalen over Alice. Charles Lutwidge Dodgson schreef ook boeken, in het bijzonder over logica en meetkunde, maar die auteur kwam reeds lang in de vergetelheid terecht. Dodgson zelf hield de twee het liefst zoveel mogelijk gescheiden. Hij lijkt daar tamelijk goed in te zijn geslaagd, maar wie zich een beetje in zijn biografie verdiept, beseft dat hij uit meerdere persoonlijkheden bestond die op de beste momenten en plaatsen in elkaar overvloeiden. Naast de docent wiskunde en logica was er de auteur van kinderverhalen, maar evenzeer de fotograaf (bij uitstek van zeer jonge, liefst naakte meisjes), de diaken in de Anglicaanse kerk, de goochelaar, de uitvinder, de brievenschrijver en de bedenker van spelletjes. Een intrigerend figuur. Of intrigerende figuren, het hangt van je perspectief af.
Je vraagt je ondertussen misschien af of mijn brief nog ergens een aansluiting heeft bij jouw laatste overpeinzingen. Laat ik je meteen geruststellen: jazeker, meerdere zelfs. Wij zijn al een poosje aan het nadenken over de betekenis van het begrip waarheid en over het verschil, voor zover we daar iets zinvols over kunnen zeggen, tussen Waarheid met een grote W en meerdere waarheden met een kleine w. Lutwidge Dodgson, zowel in zijn hoedanigheid van logicus als van auteur van fantasyverhalen, dacht er wellicht decennialang voortdurend over na. Het is één invalshoek om zijn twee verhalen over Alice te begrijpen. Alice's Adventures in Wonderland dateert uit 1865, Through The Looking-Glass uit 1872. In beide verhalen ziet Alice zich geconfronteerd met een wereld die helemaal anders in elkaar steekt dan de realiteit die ze kent. De vreemdste figuren duiken op, speelkaarten en schaakstukken blijken te leven, bloemen kunnen praten, tijd en ruimte functioneren anders dan op aarde, een taart moet eerst verdeeld, dan pas aangesneden worden. Je verwijst in je brief naar de metafoor van het schaakspel om een oorlog te beschrijven, waarin mensen slechts pionnen zijn. In het verhaal waarin Alice achter de spiegel belandt, blijkt het hele leven een schaakspel te zijn. Die vergelijking is ongetwijfeld al zeer oud, wellicht werd ze al bedacht bij de uitvinding van het schaakspel zelf. Voor een logicus als Dodgson was het niet zo vergezocht om waarheid te omschrijven in functie van vooraf afgesproken regels. Een schaakspel in spiegelbeeld ziet er misschien vreemd uit, maar als de regels welomschreven zijn en niet tot flagrante contradicties leiden, dan is alles waar wat er op het bord gebeurt. In hoofdstuk zes van Through The Looking-Glass voert Carroll Humpty Dumpty op, een figuurtje dat op een ei lijkt en reeds bekend was eind achttiende eeuw, dankzij een wiegeliedje of kinderrijmpje. (Ik hoef aan jou niet uit te leggen dat Humpty Dumpty ook in James Joyces Finnegans Wake opduikt.) Het punt nu is, en het zal zeker de retoricus in je aanspreken, dat Humpty Dumpty er een interessante semantische visie op nahoudt. Na een discussie met Alice over de betekenis van een woord, gaat hun conversatie verder als volgt (ik citeer uit de vertaling van Nicolaas Matsier, waarin Humpty Dumpty Wiggel Waggel heet):
'Als ik een woord gebruik', zei Wiggel Waggel op nogal honende toon, 'betekent het gewoon wat ik verkies dat het betekent – niet meer en niet minder.'
'De vraag is, zei Alice, 'of u dat kunt, woorden zoveel verschillende betekenissen geven.'
'De vraag is', zei Wiggel Waggel, 'wie de baas is – punt uit.'
Alice is verbluft door die opvatting, en we kunnen in de verleiding komen om te denken dat Lewis Carroll het zelf ook geheel oneens was met Humpty Dumpty. Maar dat is niet zo. In zijn handboek over symbolische logica geeft hij aan dat het eenieder vrij staat om aan een woord de betekenis te geven die men zelf wil. Wat telt is de consistentie van de logica zelf. Dat laatste punt, beste Ronald, slaat op jouw opmerking dat je 'verschillende meningen hebt die elkaar tegenspreken'. Dat zou de logicus Dodgson ongetwijfeld problematisch vinden. De schrijver Carroll misschien iets minder. Maar geen van beiden leek zich te bekommeren om de vraag naar de overeenkomst tussen de woorden en zinnen enerzijds en de werkelijkheid anderzijds. Als we Humpty Dumpty volgen, dan is normale communicatie niet meer mogelijk. Dat kan zeer geestige consequenties hebben, die Lewis Carroll zelf aantoonde in zijn nonsensgedichten zoals Jabberwocky (dat in Through The Looking-Glass is ingewerkt) en The Hunting of the Snark (1876). Dit is de eerste strofe van Jabberwocky:
'Twas brillig, and the slithy toves
Did gyre and gimble in the wabe:
All mimsy were the borogoves,
And the mome raths outgrabe.'
In Matsiers vertaling klinkt het zo:
'Het schieuwerde, de glappe muik
Graffelde in de vijchten
Maar heel sloef was de rontelguik,
En strave woelen krijgten.'
De titel van het gedicht – Jabberwocky – vertaalt Matsiers als Koeterwaals.
Ik weet dat dit wellicht gechargeerd klinkt, maar is het gevaar niet reëel dat we nonsenspoëzie verwarren met gangbare taal, zodra we de semantische visie van Humpty Dumpty volgen? Belanden we dan niet in een Orwelliaans spiegelland, waarin oorlog vrede is, vrijheid slavernij en onwetendheid kracht? Een pseudorealiteit waarin betekenis, zoals Humpty Dumpty blijkbaar goed begrijpt, inderdaad afhankelijk is van wie de macht bezit.
Het eerste wat sneuvelt in een oorlog is de waarheid, zegt men. Of het echt het eerste is, weet ik niet. Dat oorlog niet bevorderlijk is voor waarheidsgetrouw denken en praten, daaraan twijfel ik geen moment. Maar zou dat aan de ene kant toch niet wat meer het geval zijn dan aan de andere kant? Wat we Poetin en zijn minister van buitenlandse zaken Sergej Lavrov horen zeggen over de oorlog, is dat evenwaardig aan wat Volodymyr Zelenski beweert? Er kan best wel ergens iets inzitten, in de cynische cartoon waarnaar je verwijst: we moeten standbeelden oprichten voor de Oekraïense president, zodat we die binnenkort kunnen neerhalen. Al weet ik niet of dat omwille van het korte geheugen van de mensen is, dan wel omdat alle leiders, ook zij die aan de goede kant van de geschiedenis staan, vroeg of laat van hun voetstuk moeten donderen. Hoe dan ook, bij mijn weten gaat Zelenski er niet van uit dat die standbeelden voor hem er al moesten staan. Poetin daarentegen liet er vele jaren geleden van zichzelf al oprichten, het ene al pompeuzer dan het andere. Ondertussen bestaan er ook parodieën, zie bijvoorbeeld hier en hier. Maar belangrijker: de toespraken van Poetin en Lavrov sedert de oorlog doen sterk denken aan de tekst van Jabberwocky. Bekijk bijvoorbeeld dit stukje uit een speech van Poetin.
'Twas brillig, and the slithy toves'
'We zijn militair actief om het oorlogsgeweld te stoppen'
'Did gyre and gimble in the wabe:'
'We proberen het op te lossen met vreedzame middelen, maar worden continu bedrogen:'
'All mimsy were the borogoves,'
'De vijand laat de zaak escaleren, we hadden geen andere keuze,'
'And the mome raths outgrabe.'
'De Oekraïense regering valt haar eigen burgers en soldaten aan.'
Ik geef tot slot nog de reactie mee van Alice, nadat ze Jabberwocky las:
'"Het lijkt erg aardig", zei ze toen ze het uit had, "maar 't is behoorlijk moeilijk te begrijpen!" (Ze vond het niet prettig, moet je weten, om zichzelf toe te geven dat ze er niks van snapte.) "Op de een of andere manier vult het mijn hoofd met ideeën, lijkt het, alleen weet ik niet precies welke!"'
Het zinnetje dat ze onmiddellijk daarna uitspreekt, vind ik wel erg toepasselijk: 'Maar iemand heeft iets gedood: dat is in elk geval duidelijk'.
Beste Ronald, het spijt me dat ik aan de luchtigheid van Lewis Carroll hier zo'n naargeestige draai gaf, maar de omstandigheden een paar duizend kilometer oostwaarts noopten me ertoe.
Hartelijke groeten & tot gauw
Johan
Kwintessens
Voormalig hoogleraar wijsbegeerte, auteur en lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Johan Braeckman -
Meer van Johan Braeckman

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws