Kwintessens
Geschreven door Jef Asselbergh
  • 1734 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 augustus 2023 Vrijzinnig humanisten verschillen van mening maar preken niet …
Wie meent dat Jef Asselbergh en Bart Libbrecht hetzelfde bedoelen maar dat de interpretaties van de twee standpunten diametraal tegenover elkaar staan heeft een probleem, mogelijk zelfs drie: een met betrekking tot de inhoud, een naar de vorm en tot slot ook omtrent de schaduw van de politieke achtergrond waarin de zaak Sanda Dia zich ontwikkelde. De eerste twee zijn punctueel, het laatste is duurzamer: die schaduw hangt al 35 jaar over ons en weegt elke dag meer door. Die politieke achtergrond ontbreekt in de bijdrage van Bart Libbrecht; in de andere bijdrage is hij aanwezig maar bijna onderhuids. Verwijzingen naar De Kadt en Huizinga zijn te oud voor jongere mensen en niet oud genoeg voor filosofen.
Als Bart Libbrecht stelt dat de interpretatie van zijn standpunt en zijn werkelijke standpunt diametraal tegenover elkaar staan heeft hij dat standpunt slecht geformuleerd of leest de ander slecht.
Bart Libbrecht begint met de strafuitspraak als eerste kwestie en ontwikkelt een idee rond het onderscheid tussen wie de macht heeft rechterlijke uitspraken te doen en wat voor de gemeenschap ter zake wenselijk gedrag is. Daarbij citeert hij Montesquieu en om de lezer te verzekeren dat hij zich niet vergist worden namen, voornamen en titulatuur breed uitgesmeerd. Wie Montesquieu zo uitdrukkelijk vermeldt, hem terecht verbindt aan zijn opvattingen over de trias politica, en vervolgens een tekortkoming ziet bij de neerslag van het vonnis, stuurt aan op een lezing dat die opvattingen ook bekritiseerd worden. Hier duikt die schaduw op: we leven in een tijd dat de politiek rond het behoud van die scheiding der machten nogal wat onrust en dubbelzinnigheid uitzaait. In milieuzaken, na rechterlijke uitspraken, na uitspraken van de strafherzieningsrechtbanken hoor je telkens weer stemmen die verdedigen dat rechters rekening moeten houden met de politiek. Het is trouwens in die context dat ik de passage rond het Pilatusoordeel formuleer, niet omdat ik zo een bijbelfan ben – ik dacht bij het lezen eerder aan Bach en hoe hij dit verwerkt in zijn Matthäus Passion, maar ging voor de zekerheid wel eens in het boek kijken.
Ik moet toegeven dat ik beter had moeten aangeven welke versie gebruikt werd want er bestaan er nogal wat van en wij gebruiken niet dezelfde. Als ik eens naar dat boek grijp is het de Statenversie van 1618-1619 zoals gepubliceerd in 1928 door het Britse en buitenlandse bijbelgenootschap in Londen. (Ik koester die omdat ik het boek gekregen heb van mijn mentor Michel Oukhow die het van zijn moeder had, een fideel gereformeerde, en ook omdat joodse vrienden me verzekeren dat voor wat het oude Testament betreft het om een getrouwe vertaling gaat van de teksten die voor hen heilig zijn – dan zal het met de Nieuwe Testament ook wel meevallen.)
In tegenstelling tot de volkse reputatie van de Romeinse landvoogd bevat die tekst alles wat ons in deze casus bezighoudt. Pilatus, die bij het paasfeest genaderecht heeft beseft dat hij gemanipuleerd wordt: 27:15 En op het feest was de stadhouder gewoon den volke een gevangene los te laten welke zij wilden; 27:18  Want hij wist dat zij {hier zijn dat joodse godsdienstige leiders, JA} Hem door nijdigheid overgeleverd hadden. Pilatus aarzelt maar zwicht voor het volk en de politieke gevolgen van een mogelijk verzet: 27:23 … en zij  {het volk, JA } riepen: dat hij gekruisigd worde!; 27:24 Als Pilatus nu zag dat hij niet vorderde maar veel meer dat er oproer werd… En dan volgt wat iedereen kent. Dat citaat is niet om iets kracht bij te zetten, het illustreert de gevaren van het overschrijden of loslaten van de grenzen die Montesquieu vele eeuwen na Pilatus getrokken heeft. Het vertelt wat gebeurt als je Montesquieu loslaat en politieke overwegingen (toen het oproer tegen het Romeinse gezag, nu de media, sociale en klassieke) het halen op het recht. In zijn repliek beweert Bart Libbrecht dat die passus zijn standpunt ondersteunt dat opvoeden, onderwijzen, kortom Bildung zouden helpen. Dat dacht Pilatus’ echtgenote ook, en wie weet hij zelf: 27:29  En als hij op de rechterstoel zat zo heeft zijn huisvrouw hem gezonden. Heb toch niet te doen met die rechtvaardige want ik heb veel geleden in een droom om zijnentwil. Quod non.  Neen, Montesquieu heeft geen behoefte aan relativering met uitspraken dat mensen ‘voelen’ (mijn aanhalingstekens) wat onrechtvaardig is. Wat in Bart Libbrechts repliek over de Pilatusepisode geschreven wordt doet niet ter zake: Pilatus was geen jood en ook geen christen, wat na zijn uitspraak gebeurde kon niet verwerkt worden in zijn stellingnames tijdens die uren van het paasfeest. Dat het volk zich laat meeslepen in een populistisch en fascistisch discours is Bart Libbrechts  (anachronistische) visie. Nogmaals, voor mij is die passus een illustratie van een mechanisme dat zich nog meer zal voordoen in de menselijke geschiedenis tot er met  figuren als Locke, Montesquieu, Beccaria … een culturele rijping komt die de macht straffen uit te spreken ontneemt aan de politieke druk van de dag en haar een beschermde ruimte geeft .
Met dat laatste belanden we in de beschuldiging dat ik de eerste tekst van Bart Libbrecht slechts gedeeltelijk zou citeren. Het gaat om één woord binnen een stelling van ongeveer dertig woorden. Ik zal hem nu volledig citeren: ‘de menselijke moraliteit, daarentegen, is een biologisch en cultureel uitgerijpt systeem, met intuïtieve voor- en afkeuren, dat zo oud is als de mensheid zelf’. Waarom liet ik in mijn kritiek cultureel weg? Door het voegwoord ‘en’ krijgen cultureel en biologisch een gelijkwaardig gewicht terwijl, wat ons onderwerp betref, alleen cultureel een evolutie kent (die in andere culturen soms anders kan landen) en die ‘biologische rijping’ een onverklaard, onbewezen begrip is ten aanzien van de moraliteit. Over die culturele evolutie moet geen commentaar gegeven worden, die is er. Dat stemmen opgaan die terug te draaien bestaat evenzeer, dat zit in die politieke schaduw.
Dat mensen van nature een moreel besef hebben is algemeen aanvaard; dat het moreel besef geëvolueerd is eveneens; dat biologische evolutie daarin een rol gespeeld heeft en zo ja welk aandeel zij gehad heeft, daarover valt niet zoveel te zeggen. Als die er al geweest is, hoe ontrafel je die van de culturele evolutie met de filosofische gedachten, met de diverse godsdiensten …? Bovendien leidt die verwijzing naar een biologische evolutie naar gevaarlijke en misbruikte opvattingen. Daarom beperk ik me tot datgene wat hoger gezegd is over wat vandaag in maatschappij en politiek leeft: rechters zouden de mensen niet begrijpen, politici zijn verkozen door de mensen dus moeten rechters de politiek volgen. (Omdat de cultuur, de onze in het bijzonder, juist wel rijping kent was de verwijzing naar Montesquieu niet de meest passende als het over straffen gaat, want de uitgesproken straf is de aanleiding tot zowel de deining als Bart Libbrechts uitspraken. Dan had hij beter verwezen naar Cesare Beccaria: in diens werk zien wij hoe de cultuur, noem het maar beschaving, de bovenhand wil halen op de willekeur van politiek gezag en op zoek gaat naar een goede verhouding tussen de straf, de gepleegde feiten, de ‘indruk op het volk’ en een voor de delinquent acceptabele wreedheid.)
Tot hiertoe gaat het over de aanloop. Bart Libbrecht stelt dat een blanco strafblad en een stringente – is het niet eerder een willekeurig toegepaste? – journalistieke code een inbreuk plegen op een diepmenselijke behoefte om te weten welke leden van de gemeenschap betrouwbaar en niet-betrouwbaar zijn … Als ik dat doordenk dan leidt dat tot strafbladen die voor iedereen toegankelijk gemaakt worden, willen we dat? Ik ga niet in databases allerhande ploegen om te zien of er in mijn straat of buurt onbetrouwbare mensen wonen. Ik ga ervan uit dat die mensen betrouwbaar zijn, tot ik ongelijk krijg. En hij gaat verder met ‘de gedachte dat het, in het geval van de {in dit proces rond de dood van Sanda Dia} veroordeelden, gaat om een zelfverklaarde elite die zichzelf de pretentie aanmeet om het land later te zullen leiden, maakt dit moreel dubbel zuur’. Dan verslik ik me in mijn koffie: zelfverklaarde elite, die zich aanmeet … Wat weten wij over die mensen en hun toekomst? Waarom gebruikmaken van het politieke jargon over een elite, gehanteerd door diegenen die terugwillen naar de absolute macht van de politiek, het absolute gelijk van een electorale meerderheid? Ik lees die stelling ook anders: ze leidt tot de idee dat het volk binnen dertig, veertig jaar wil kunnen opstaan en een met elite geëtiketteerd iemand iets zal verwijten dat vele jaren eerder gebeurd is. Het volk wil dus een onuitwisbaar merkteken, levenslang. (Wat doen we met het uitzonderingsrecht van onze ‘stadhouder’ om het recht op weten te wissen?)
Is dat wat de humanist mij voorhoudt? Weet de humanist dan niet dat geen maatschappij zo totalitair is als die van de zuiveren? Verwerpt de humanist mét het geloof ook de vergeving? Zou ik als stukje van wat Libbrecht de financiële elite noemt geen moreel inzicht hebben?
Deze tekst werd geschreven n.a.v. de blogtekst van Bart Libbrecht over de zaak Sanda Dia. Hierop volgde reeds een reactie op van Jef Asselbergh op 16 juni 2023, met weer een weerwoord van Bart Libbrecht op 17 juli 2023.
Kwintessens
Jef Asselbergh (1940) heeft geen dokterstitel, studeerde financiële economie en diverse bestuurlijke en humane disciplines.
_Jef Asselbergh -
Meer van Jef Asselbergh

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws