Kwintessens
Geschreven door Ingrid Vander Veken
  • 517 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 april 2024 Zin en onzin van sensitivity reading. Een interactieve studie- en gespreksnamiddag (deel 3 van 5)
Bijdrage door Ingrid Vander Veken
Op zaterdag 2 december 2023 vond in Zaal Liberas (Gent) een studie- en gespreksnamiddag plaats over sensitivity reading, georganiseerd door de humanistische denkgroep Kwintessens en het Humanistisch Verbond (afdeling Gent en landelijk). Het actuele maar ook controversiële thema werd door de uitgenodigde sprekers – Johan Braeckman, Liesbet Depauw, Jan Lampo, Jürgen Pieters, Ingrid Vander Veken en Kathleen Vereecken, vanuit verschillende perspectieven benaderd. Het volledige programma kunt u hier bekijken. Op deze en aansluitende blogpagina's kunt u de inleiding lezen door Gert De Nutte, algemeen coördinator van het Humanistisch Verbond, en de uitgeschreven bijdragen van Jürgen Pieters en Ingrid Vander Veken. U vindt ook een opiniestuk van Griet Vandermassen, n.a.v. de studienamiddag verschenen in De Standaard (6 december 2023), en een reactie door Eddy Bonte. Heel wat boeiende inzichten dus waarmee u zoals wij dat van u verwachten, zelf aan de slag kunt om uw visie op deze actuele en veelbesproken praktijk aan te scherpen.
_Sense and Sensitivity (vrij naar Jane Austen)
In 1811 schreef een vrouw in Steventon, een van die parels van het landelijke Engeland, een boek dat om velerlei redenen ongewoon was. Dat zij schreef was, als vrouw, op zich al ongewoon. Een ongehuwde vrouw dan nog, die zich de dag nadat ze een huwelijksaanzoek aanvaardde, had bedacht.
Het boek kon slechts gepubliceerd worden op voorwaarde dat ze anoniem bleef. Een vrouwennaam op de cover lag blijkbaar te gevoelig, te sensitief. De eerste druk moest ze zelf betalen, een tweede volgde nog tijdens haar leven. Een bescheiden succes, vergeleken bij wat haar postuum te beurt viel.
Dat deze vrouw kon blijven schrijven, dankte ze deels aan de steun van haar familie. Na haar dood boog diezelfde familie zich met grote gevoeligheid/sensitiviteit over de naar schatting drieduizend brieven die ze had nagelaten. Haar zus Cassandra verbrandde het overgrote deel ervan en censureerde wat ze wel bewaarde. De erfgenamen van haar broer vernietigden er nog een pak. De schrijfster moest de 'aardige, rustige tante' blijven die ze nooit was geweest.
Niet alleen dát deze vrouw schreef, ook wát ze schreef was ongewoon. Ze schetste een samenleving waarin de gevoelens van een vrouw er niet toe deden, omdat haar sociale en economische status werd bepaald door haar huwelijk. Meer nog, in haar ogen waren mannen net zo goed slachtoffers van maatschappelijke conventies zoals eigendom of familiebanden.
Had men haar erop moeten wijzen hoe schokkend dat beeld wel was voor haar tijdgenoten? Had zij als vrouw wel het recht om te spreken in de naam van mannen, hen op die manier te portretteren? Overigens, kon iemand die een zo teruggetrokken leven leidde, wel schrijven over de volle wereld? En klopt die wereld nog wel met die van vandaag? Wordt het tijd om haar onder handen te nemen, zoals tegenwoordig wel meer van haar collega's?
Jane Austen is de schrijfster in kwestie, de titel van haar boek Sense and Sensibility. Het is een pleidooi voor een evenwicht tussen tussen rede en gevoeligheid. Ons houdt vandaag, meer dan twee eeuwen later, een ander evenwicht bezig, dat tussen Sense en Sensitivity. En dit is mijn pleidooi.
Tot u spreekt een schrijfster, lid van het Arkcomité van het Vrije Woord, voormalig vicepresident van en nog steeds actief bij PEN Vlaanderen. Iemand die, lang voor dit alles, in deze stad (Gent) rechtenstudies heeft afgerond die haar het belang hebben bijgebracht van een zo zorgvuldig mogelijke terminologie. Om maar te zeggen: het woord, het vrije woord, het juiste woord is mij dierbaar.
Ik zal u niet onderhouden over kromme wetteksten, daar hebben we er te veel van. Noch over censuur door dictatoriale regimes, ook daar hebben we te veel van. Over schrijvers en lezers wil ik het hebben, en van die laatsten hebben de eersten zoals u weet nooit genoeg. Vandaag evenwel, staat tussen de woorden die hen binden, een knipperlicht. De sensitivity reader.
Nalezers zijn een zegen, ook ik maak er dankbaar gebruik van. Vertrouwenspersonen in familie- of vriendenkring, een uitgever wiens oordeel ik op prijs stel, een redactie die me nuttige tips geeft of behoedt voor misstappen en, last nut not least, het legertje experten op wie ik graag en vaak een beroep doe.
Maar de sensitivity reader, zo leerden mij de experten die ik ook hiervoor consulteerde, is een ander soort nalezer. Eén die een literaire tekst uitvlooit op zoek naar stereotypen of vooroordelen, naar wat zou kunnen worden ervaren als beledigend of aanstootgevend. Deze lezer wordt een sensitivity/gevoeligheid toegedicht waaraan het de schrijver ontbreekt. Afgaand op mijn consult vindt dat gebrek veelal zijn oorsprong in het feit dat de auteur niet behoort tot de groep of het milieu waarover hij schrijft. Of als die auteur dood is – schrijven doe je niet voor de eeuwigheid! – dat de tijd waarin hij schreef veranderd is. Niet de juiste groep, het juiste milieu, de juiste tijd. Foei, schrijver!
Zijn schrijvers onfeilbaar? Neen. Zijn boeken volmaakt? Hoegenaamd niet. Net als alles zijn ook zij voor verbetering vatbaar. De vraag is alleen: welke en waarom?
Verander een woord, en je verandert de schrijver die hij was toen hij het schreef, je verandert de tijd en het milieu waarin dat gebeurde. Doe je dat omdat je niet akkoord bent met die tijd of dat milieu of die schrijver? Waarom ben je dat niet en hoe anders wordt een boek daardoor? Hoeveel correcter of hedendaagser, innemender of lekkerder? Hoeveel toegankelijker of commerciëler? Hoeveel leugenachtiger?
Een schrijver is een kind van zijn tijd en zijn milieu. Tijden veranderen, gelukkig maar. Schrijvers ook, soms zelfs in de hun toegemeten tijd, ook gelukkig maar. Hetzelfde geldt voor hun milieu: soms geven ze het weer zoals ze het kennen, soms geven ze er kritiek op (zoals Jane Austen), soms ontrukken ze zich eraan. Er zijn zelfs schrijvers die zich beroepen op verbeelding en research om – o gruwel – te schrijven over een hen onbekende tijd of milieu. Nog andere wagen zich – o, allergrootste gruwel – aan onbestaande tijden en milieus. Dat heet dan fantasy of sciencefiction. Ga daar maar eens met je sensitivity tegenaan staan.
Ook ik ben gevoelig voor woorden, en niet alleen als schrijver of lezer. Ik herinner me levendig de schimpscheut van Louis Major aan het adres van Nelly Maes, 'Wijven moeten niet zoveel complimenten maken'. Ik herinner me, iets minder lang geleden en iets dichter bij huis, een minnaar die vond dat ik 'een lekker wijf' was.
Nee, wijf staat niet in mijn toptien van voorkeurswoorden. Maar geschrapt wil ik het niet zien, bij geen van voormelde heren. Ik wil de neerbuigendheid in de ogen van de een, de lust in die van de ander zien. Ik wil hun mening kennen, aan hun mening mijn mening aftoetsen. Ik wil het onderscheid kunnen maken, bij mensen en bij taal. Van elk woord wil ik alle mogelijke klanken en kleuren kennen. Alle lagen, alle betekenissen. Elke context.
Ben ik daarom graag een wijf? Ach, liefst van al ben ik gewoon mijzelf, daar heb ik mijn handen mee vol. Ook daarom lees ik, om mezelf te leren kennen, en met mij al die anderen, die hele wereld met zijn wisselend al dan niet welgevallig taalgebruik.
Het is met woorden niet anders in boeken dan in het parlement of de slaapkamer. Was Dahl antisemitisch en Ian Fleming misogyn? Was Jef Geeraerts een mannetjesputter en een verwerpelijke koloniaal? Zo ja, moet dat dan worden uitgewist, mag dat niet schokken op een manier die zij al dan niet hadden voorzien? Mogen wij niet weten dat er zo naar mensen werd gekeken – door hen, door hun personages, in die tijd of dat milieu? Als boeken en schrijvers deel uitmaken van de geschiedenis, valt er dan misschien uit hun woorden te leren? En: in hoeverre beletten knipperlichten dat als ze op rood slaan?
Taal breekt het denken open. Boeken laten je toe te reizen in tijd en ruimte. Geen literatuur zonder verbeelding. Geen verbeelding zonder empathie, het vermogen je in te leven in de situatie en gevoelens van anderen. Wat op zijn beurt verondersteld wordt te leiden tot een betere communicatie.
Een boek is een uitgestoken hand. Een hand die kan strelen of slaan, die je kan drukken of weigeren. Als schrijver wens ik mijn lezers niet te onderschatten, als lezer wens ik niet onderschat te worden. Want waarom zouden enkel schrijvers in staat zijn tot verbeelding en empathie, waarom lezers niet net zo goed? Waarom moet die uitgestoken hand gehandschoend worden? Wat doet dat met de beoogde communicatie?
Woorden zijn een kostbaar goed. Ze kunnen bekoren en dat is heerlijk. Ze kunnen ergeren of schoppen en dat mag. Maar wanneer ze sussen wordt het verdacht, wanneer ze verdwijnen onrustwekkend. In deze tijden is zorgvuldig woordgebruik meer dan ooit een nobel doel. Woorden hóren te worden bevraagd, de gevoeligheid eraan kan niet scherp genoeg zijn. Maar schrappen verhindert net die bevraging, veranderen tast die gevoeligheid eraan aan. Terwijl het net de bedoeling is alert, wakker, woke te blijven. Toch?
Ik wil niet dat er wordt beknibbeld op de rijkdom van woorden, de gelaagdheid van taal. Ik wil de dialoog aangaan waar een boek toe uitnodigt, gestimuleerd worden in het denken waar het toe aanzet. Ik wens niet dat er wordt getwijfeld aan mijn inlevingsvermogen, zelfs in wie of wat mij niet bevalt. Ik kijk ernaar uit historische of sociale aspecten te ontdekken die me niet vertrouwd waren, ook als ze me uit mijn comfortzone halen. Ik eis het recht op me te laten verrassen of te ergeren, mijn hoofd te schudden van onbegrip bij stereotypen of ermee te lachen, me beledigd te voelen en in opstand te komen tegen vooroordelen.
Om veilig te stellen wat me zo dierbaar is, zie ik maar één middel: de opwaardering van sensitivity reading. In de lijn van het evenwicht tussen rede en gevoel dat Jane Austen voorstond toen ze Sense and Sensibility schreef, in naam van de tot dusver meer dan een miljoen lezers van dat boek. Ziehier mijn pleidooi: doe een appel op uw rede en vrijwaar uw gevoeligheid. Leg de vrijheid om te oordelen over woorden waar ze hoort. Bij elk van haar meer dan een miljoen lezers en bij miljoenen andere lezers van miljoenen andere boeken. Maak van elke lezer een sensitivity reader.
Lees hier de bijdragen en reflecties van Gert De Nutte, Jürgen Pieters, Griet Vandermassen en Eddy Bonte.
Kwintessens
Ingrid Vander Veken is auteur, journaliste en columniste. Naast literaire non-fictie schreef zij romans, jeugdboeken, verhalen en scenario's. Zij gaf les aan de afdeling Woord van het Antwerps Conservatorium en is nu docente bij Creatief Schrijven. Als ondervoorzitter van PEN Vlaanderen was zij verantwoordelijk voor de Schrijversflat die gevluchte auteurs een onderkomen biedt. (Foto © Paul Goris)
_Ingrid Vander Veken -
Meer van Ingrid Vander Veken

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws