Kwintessens
Geschreven door Yves Schelpe
  • 76 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

5 februari 2026 Over regelwrijving: wat we winnen aan rust, en verliezen aan inzicht (deel 1)
We houden van duidelijke regels. Ze beloven transparantie en beschermen ons tegen willekeur. Maar er is een schaduwzijde die we zelden benoemen. Soms krijg je namelijk een 'netjes nee'. Een antwoord dat klopt volgens de regels, en toch iets achterlaat. Ik noem dat 'regelwrijving': de stille botsing tussen papieren gelijkheid en geleefde complexiteit. Dit stuk gaat over die frictie, waar gelijkheid bescherming biedt, maar voortschrijdend inzicht en dialoog langzaam uit beeld duwt.
Men volgt de regel. Snel afgehandeld. De afspraak was toch helder? Iedereen gelijk behandeld, transparant. Dat is toch zorgend, eerlijk, warm? En vaak komt er nog iets achteraan dat het definitief moet maken: dit is al besproken en beslist, het staat vast, het is vastgelegd. Alsof er geen reden meer zou zijn om het nog kritisch te bekijken, laat staan om er nog iets uit te leren. De regel wordt zorgvuldig uitgelegd, maar wat niet benoemd wordt, is dat de vraag zelf nergens nog kan landen.
Het klinkt als rust. Maar soms is het vooral afsluiting, met als bijwerking dat procedures op automatische piloot worden gevolgd. En precies over dat risico op blindheid, op blind volgen, wil ik het hier hebben.
_Waar een netjes nee begint te schuren
Stel je een situatie voor die niet dramatisch is, maar wel net niet standaard. Iemand stelt een vraag die niet gaat over profiteren, maar over volhouden. Over blijven bijdragen, ondanks veranderde omstandigheden. Het antwoord komt snel: het kan niet. Het staat zo in de beleidslijnen. Voor iedereen hetzelfde.
Of een burger die een lokale administratie wijst op een probleem dat telkens terugkomt bij de uitvoering van een vergunning. Niet omdat de vergunning onwettig is, maar omdat ze in de praktijk tot onveilige situaties leidt, bijvoorbeeld tijdens de schoolspits. Het antwoord verwijst naar het doorlopen traject en eerdere afwegingen. 'Dit is destijds goedgekeurd.' Het probleem wordt niet ontkend, maar het gesprek stopt.
En soms gaat het niet over grote dossiers, maar over iets eenvoudigs dat toch zwaar weegt. In een sociale dienst vraagt iemand een tijdelijke aanpassing van een afbetalingsregeling na een onverwachte medische kost. Geen kwijtschelding, geen voorkeursbehandeling, alleen wat ademruimte voor twee maanden. Het antwoord volgt snel en correct. 'De inkomenscategorie ligt vast. We moeten dit voor iedereen gelijk toepassen.' De regel wordt uitgelegd, maar de vraag en de specifieke context zelf kan nergens meer landen.
Je herkent zulke momenten waarschijnlijk. Op een werkvloer, in een overheidsdienst, in zorg of onderwijs, aan het loket, en bij uitbreiding in onze samenleving. Dit artikel gaat over hoe goedbedoelde regels, net door hun helderheid, voortschrijdend inzicht kunnen blokkeren. En over hoe menselijkheid verdwijnt zonder dat iemand het zo bedoeld heeft.
_Gelijkheid als schild
Regels zijn nodig. Ze beschermen tegen willekeur en favoritisme. Ze geven houvast, ook aan wie geen toegang heeft tot informele netwerken. Ze maken beslissingen voorspelbaar.
Maar gelijkheid kan ook een schuilplaats worden. Zodra je kan wijzen naar een protocol, hoef je de moeilijkere vraag niet meer te beantwoorden: wat vraagt deze concrete situatie van ons? Daar zit de schaduw. De regel klopt, maar het gesprek stopt. De beslissing is consistent, en daardoor ook veilig. Niet alleen voor de organisatie, ook voor de persoon die ze moet uitspreken.
Dat 'gelijke antwoord’'kan zo ongemerkt veranderen van een ethisch principe in een manier om verantwoordelijkheid te verdunnen. Omdat een systeem dat sterk inzet op uniformiteit ook snel leert: afwegen kost tijd, en tijd is schaars.
_Hoe blindheid zichzelf aanleert
Wie regels toepast, doet dat vaak uit zelfbescherming. Angst om persoonlijk aansprakelijk te worden. Angst om een precedent te scheppen dat later tegen je gebruikt wordt. Angst om door je eigen leidinggevende afgerekend te worden omdat je 'ruimte gaf'.
Dat maakt de reflex begrijpelijk: als je in een cultuur werkt waar afwijking meteen als risico wordt gezien, dan wordt strikt volgen een manier om te overleven. 
Een dossierbeheerder wijkt één keer af van de standaardtermijn omdat ze ziet dat anders een volledig traject vastloopt. Maanden later wordt die beslissing in een intern overleg aangehaald: 'Maar toen kon het toch ook?' De context doet er niet meer toe. Wat telt, is dat er een spoor bestaat van haar afwijking door zorgend te kijken naar de context. Vanaf dan is de kans groot dat deze dossierbeheerder elke regel, elke termijn strikt zal volgen. Niet uit onwil om te helpen, maar omdat ruimte geven nu een persoonlijke kwetsbaarheid is geworden.
Blindheid is dan geen karakterfout, maar een aangeleerde houding. Het gevaar is niet dat mensen slechter worden, maar dat denken wordt vervangen door uitvoeren. Niet door kwaad opzet, maar door gewenning: omdat 'zo is het nu eenmaal' op den duur voldoende lijkt als uitleg. Hannah Arendt beschreef dat soort gedachteloosheid als een risico op zich: wanneer niemand nog denkt, voelt ook niemand zich nog verantwoordelijk. Een onvermogen om nog rekenschap af te leggen: wanneer denken verdwijnt, verdunt verantwoordelijkheid.
En daar schuilt iets ongemakkelijks. Een systeem dat mensen voortdurend leert om veilig te blijven, leert hen tegelijk om minder te reflecteren. Niet omdat ze dat niet kunnen, maar omdat het hen niets oplevert behalve kwetsbaarheid.
_Het verdwijnen van de vraag
Een systeem dat geen uitzonderingen duldt, leert mensen iets aan. Niet alleen wat mag en niet mag, maar ook wat nog zin heeft om te proberen. Als de uitkomst toch vastligt, waarom zou je nog context aanreiken? Waarom zou je nog signalen geven over onbedoelde effecten? Waarom zou je nog het gesprek voeren als het toch nergens kan landen?
Die evolutie gaat traag. Het gebeurt niet met ruzie, maar met stiltes. Vragen worden kleiner, voorzichtiger, tot ze helemaal verdwijnen. Het beleid lijkt dan 'te werken', want er komt minder frictie binnen. Maar het kan evengoed betekenen dat mensen gestopt zijn met inbreng. En precies zo blokkeer je voortschrijdend inzicht: niet door het te verbieden, maar door het niet meer uit te lokken. Een regel kan nog zo zorgvuldig opgesteld zijn, maar zonder feedback wordt ze doof.
En wie vaak genoeg botst op een 'netjes nee', leert niet alleen zwijgen, maar ook wantrouwen: niet per se in mensen, wel in het instituut dat niet meer lijkt te luisteren.
_De tirannie van het vinkje
Veel systemen zijn gebouwd op meetbaarheid: vakjes, criteria, stappenplannen. Dat maakt werk schaalbaar en controleerbaar, maar het maakt ook iets anders moeilijk: een gesprek dat niet in een veld past.
Een dialoog laat zich niet aanvinken. Twijfel laat zich niet registreren. En dus wordt het meest menselijke deel van besluitvorming vaak het minst ondersteund door het systeem. Wat overblijft, is een procedure die klopt, maar weinig ruimte laat voor nuance.
_Warmte op papier, kou in de praktijk
'Gelijkheid voor iedereen, transparant, dat is toch warm?' Warmte in menselijke zin is iets anders dan procedurele gelijkheid. Warmte betekent dat iemand zich gezien weet in zijn situatie, zelfs als het antwoord negatief blijft. Niet omdat je toegeeft, maar omdat je kijkt en verwoordt wat je ziet.
Dat is een vorm van ethiek die verder gaat dan het vinkje op het scherm. Levinas vatte dat samen als la petite bonté, de kleine goedheid: geen groot gebaar, maar een klein moment van aandacht, een vorm van nabijheid die niets oplevert behalve dat iemand zich niet gereduceerd voelt tot een dossier.
Een detail volstaat om te zien wat er verdwijnt wanneer die ruimte wegvalt. Denk aan iemand aan een loket die wél begrijpt wat er misloopt, maar het formulier laat geen keuze toe. De medewerker kijkt je aan, een halve verontschuldiging, en zegt: ik kan niet anders, zo is het systeem. De mens verdraagt veel. Maar niet om niet gezien te worden.
Wat hier verdwijnt is zelden spektakel. Het is de kleine relationele draad: het gevoel dat je nog een gesprek waard bent. En net dat verlies stapelt zich op, tot mensen niet meer kwaad worden, maar stiller: je schuift ongemerkt van gesprekspartner naar ontvanger, en dat maakt een mens eenzamer.
Voor veel professionals zit waardigheid precies in dat oordeel: de ruimte om zorgvuldig te wegen wat klopt, en waarom. Als die ruimte verdwijnt, beschadig je niet alleen de relatie met de burger, maar ook de professional zelf.
Dat is regelwrijving in de praktijk. Het is een vorm van morele verschraling: niet omdat mensen minder zorgzaam worden, maar omdat het systeem zorgvuldigheid niet faciliteert.
Dit verhaal is niet af. In deel 2 verleg ik de vraag: niet of regels nodig zijn, maar wat ze nodig hebben om levend te blijven. Hoe zeg je nee zonder het denken te sluiten, wie durft daar eigenaarschap voor te nemen, en hoe zorgen we dat terugkoppeling niet stilvalt?
(wordt vervolgd)
Kwintessens
Yves Schelpe is analist en programmeur overdag, muzikant bij nacht (als Psy'Aviah), amateur simracer en fotograaf wanneer er nog tijd rest.
_Yves Schelpe -
Meer van Yves Schelpe

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws