12 februari 2026
Hoe minister Demir wellicht de doos van Pandora opende
Wie de uitzending van het VRT-programma Villa Politica van dinsdag 3 februari bekeek, en dan meer bepaald het parlementair debat over de hervorming van het levensbeschouwelijk onderricht in het leerplichtonderwijs, hoopte wellicht om duidelijkheid te krijgen over de uiteindelijke invulling en operationalisering van de betrokken ophefmakende passage uit het Vlaams regeerakkoord 2024-2029. De kijker bleef evenwel ietwat op zijn honger zitten.
Het constitutionele probleem leek dan wel van de baan – eerdere denkpistes waren niet in overeenstemming met artikel 24, §1 van de Grondwet – hoe alles nu zowel juridisch, pedagogisch als administratief-organisatorisch moest lopen, zonder het fundamentele recht van elke leerling op levensbeschouwelijk onderwijs in te perken, was niet helemaal duidelijk. Ook hoe men de vooropgestelde begrotingsdoelstelling zou halen (de operatie zou 100 miljoen euro aan besparing moeten opleveren) bleef in het ongewisse.
In hun tussenkomsten wezen parlementsleden ook op het feit dat onderwijsinstellingen nu reeds flexibilisering hadden ingecalculeerd en heksentoeren dienden uit te halen om de zogeheten interlevensbeschouwelijke dialoog te organiseren. Het werken in blokken, het herinschakelen van de leerkrachten en de mogelijke personeelstechnische implicaties passeerden de revue.
Er veranderde niet echt iets, zo was te horen, de kopzorgen bleven, men maakte alles nog complexer voor het officieel onderwijs (het vrij onderwijs, versta het katholiek onderwijs blijft buiten schot).
Wel werd benadrukt dat levensbeschouwelijk onderwijs belangrijk is voor persoonlijke ontwikkeling, sociale cohesie en het voorbereiden op actief burgerschap in een diverser samenleving.
_De doos van Pandora
Mevrouw Demir opende evenwel – wellicht zonder dit vermoedelijk te beseffen – de doos van Pandora door hopelijk een aanzet te geven tot een grondig debat omtrent de plaats van levensbeschouwingen en de kostprijs van de levensbeschouwelijke diversiteit (met de rooms-katholieke kerk en gelieerde organisaties als geprivilegieerde en rijkelijk betoelaagde partner) in een immer veranderende en deels 'onttoverde' samenleving.
Het toekomstige debat zou echter kunnen resulteren in een herschrijven van enkele van de constitutioneel verankerde prerogatieven, een actualisering van Schoolpact en Schoolpactwet mogelijk maken, bevoegdheden heroriënteren en, waarom niet, het bestaan van diverse onderwijsnetten (een luxe) ter discussie kunnen stellen. De mogelijke besparing die voortvloeit uit een grondig herdenkenken van de relatie overheid en levensbeschouwingen zou probleemloos de 100 miljoen euro die men in het onderwijs wilde realiseren kunnen overstijgen.
_Grondwettelijk verankerde afspraken
België kent geen strikte scheiding van kerk en staat. De termen 'paradoxale scheiding', 'welwillende neutraliteit' of 'beschermde vrijheid' vatten de relatie samen. Het Concordaat, de door Napoleon doorgevoerde aanpassingen, de ingrepen onder Willem I, de nood aan consolidatie van de prille Belgische natie en het hieruit voortvloeiende opportunistische verbond tussen liberalen en vertegenwoordigers van de katholieke kerk, stuurden de constitutionele verankering van de relatie tussen de rooms-katholieke Kerk en de Belgische staat.
Enkele decennia later zouden Schoolpact en Schoolpactwet tot nieuwe afspraken leiden. De verspreide bevoegdheidsverdeling tussen federale overheid, provincies en lokale besturen zouden nog eens enkele decennia later het geheel nog wat complexer en weinig transparant maken.
Twee doorlichtingen probeerden deze complexe relatie in kaart te brengen. De Commissie van Wijzen (2005-2006) en de tweede Werkgroep Magits-Christians (2009-2011) brachten de erkennings- en financieringsproblematiek in kaart en formuleerden concrete aanbevelingen en aanzetten tot vernieuwing. De aanbevelingen bleven zo goed als dode letter. Specifieke ad-hocakkoorden waaronder bijvoorbeeld de mogelijkheid voor de rooms-katholieke Kerk om parochieassistenten, dat wil zeggen pastorale vormingswerkers, betaald door het ministerie van Justitie en eredienst in dienst te nemen, deden de kost nogmaals toenemen.
_Bepaalde buurlanden doen het anders
Nederland actualiseerde eind vorige eeuw het systeem. De wet van 7 december 1983 beëindigde de financiële verhouding tussen staat en kerk in Nederland. De Nederlandse staat ziet zich als een 'neutral organizer'. Ook het Groothertogdom Luxemburg heeft een ontvlechting doorgevoerd.
Zo maakte het Groothertogdom Luxemburg reeds meer dan een decennium geleden duidelijk komaf met de gedateerde akkoorden en verklaarde dit alles voor herziening vatbaar.
In overeenstemming met het regeringsprogramma wilde men via een verdrag de relatie tussen de staat en de geloofsgemeenschappen aan de maatschappelijke realiteit aanpassen. Er werd nagedacht over de invoering van een gemeenschappelijke cursus 'waardenonderwijs' (geen levensbeschouwelijk onderricht meer) en men onderzocht een mogelijke hervorming van de relatie tussen de gemeenten en de kerkfabrieken. Op 20 januari 2015 stelde de Luxemburgse Premier Xavier Bettel het onderhandelde akkoord tussen de Luxemburgse overheid en de op het Luxemburgse grondgebied gevestigde levensbeschouwelijke gemeenschappen voor.
Een grondwetsaanpassing – ingegaan op 1 juli 2023 – verankerde de nieuwe relatie.
Het leidende principe is dat religieuze organisaties zelf verantwoordelijk zijn voor de inhoudelijke en financiële aangelegenheden. Financiering is in specifieke gevallen wel mogelijk (geestelijke zorg, restauratie van waardevol patrimonium ...). Geldstromen werden dus ingeperkt, levensbeschouwelijke gemeenschappen geresponsabiliseerd, onderwijspersoneel kreeg de kans zich bij te scholen, de wedde en de pensioenen van nieuwe lichtingen priesters moesten van dan af aan door de kerk worden gedragen, de bezittingen werden geïnventariseerd (er werd aandacht geschonken aan de kostprijs van de instandhouding van kerkelijk patrimonium), het gemeenschappelijke vak 'Vie et sociéte' zag het daglicht en lokale overheden werden ontheven van de verplichting de last van de kerkfabriek te torsen.
Even contact opnemen met onze Luxemburgse buren is dan ook aan te raden.