31 maart 2026
Een natuurblinde maatschappij is ziek
Nu hij een eeuw onder de zoden ligt, doen we er goed aan om de nalatenschap van de Brusselse professor Jean Massart (1865-1925) opnieuw onder de aandacht te brengen. Massart was een indrukwekkende pionier inzake natuurbehoud en -educatie in ons land. Hij trok met zijn kar en ezel het hele land door om beelden te schieten van bijzondere landschappen en maakte zorgvuldige beschrijvingen van die leefgebieden. Dat vormde de wetenschappelijke basis voor zijn onderbouwde visie en pleidooi uit 1912 voor de oprichting van nationale parken in België. Massart was een bevlogen pleitbezorger van het belang van natuur toen ons land een toonaangevende industriële speler was op het Europese continent. Hij vroeg ook meer aandacht voor natuur in de stad om kansen te scheppen voor natuureducatie dicht bij scholen. Hij deed ook zelf wat hij predikte. In 1922 liet hij een soortenrijke tuin in Brussel aanleggen. De tuin Massart bestaat nog altijd.
Aan het einde van de 19de eeuw en het begin van de 20ste eeuw was er een succesvolle beweging onder pedagogen en natuurwetenschappers die het belang van natuurcontact en -studie voor opgroeiende jongelui hoog in het vaandel droeg. Een eeuw later zet Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) meerdere overheidsinitiatieven voor natuureducatie droog. Natuureducatie als maatschappelijk vetrandje in tijden van andere prioriteiten. Zo wordt het hele MOS-programma van de Vlaamse overheid stopgezet. Op de webstek van Milieuzorg Op School - duurzame scholen, straffe scholen staat nu te lezen dat de financiering wordt stopgezet en het voorlopig onduidelijk is hoe het verder moet. Een eeuw na Massart onderschatten politici nog vaak de maatschappelijke meerwaarde van natuur in het verstedelijkte Vlaanderen, maar vooral ook van natuurcontact en -educatie voor kinderen en jongeren.
_In bomen klimmen
In 1978 bedacht de Amerikaanse vlinderbioloog en natuurschrijver Robert Pyle een nieuwe uitdrukking: 'extinction of experience'. Hij verwees naar het zeldzamer worden van natuurcontact en -beleving onder kinderen en jongeren. Niet alleen fauna, flora en leefgebieden verdwijnen, betoogde Pyle. Hij wees op het gelijktijdig krimpen van de kansen voor jongelui om diverse levensvormen en natuurlijke omstandigheden te ontdekken en te beleven. Hij merkte op dat spontane ontmoetingen met dieren en planten, maar ook gelegenheden om in bomen te klimmen, almaar minder vanzelfsprekend werden. Na een bescheiden start vond zijn idee ingang in internationale vakliteratuur. Minder natuur waar mensen opgroeien en een levensstijl die zich vooral binnenskamers en in virtuele omgevingen afspeelt, leiden tot natuurvervreemding en zelfs tot natuurfobie. Die ontwikkelingen vreten aan het maatschappelijke draagvlak voor natuurbehoud en -herstel.
Door samenwerking tussen diverse medische disciplines en ecologen begrijpen we nu beter dan ooit het belang van een gezonde, biodiverse leefomgeving voor opgroeiende kinderen. Het gaat zowel over mentale gezondheidsaspecten als over fysieke aspecten, zoals het versterken van het immuunsysteem door contacten met diverse gunstige micro-organismen. Ook cognitieve en pedagogische ontwikkelingen halen voordelen uit geregeld natuurcontact en vooral uit natuurexploratie, zo leert ons de internationale vakliteratuur inzake pedagogie, psychologie en natuurbehoud.
'Kinderen zijn geboren natuuronderzoekers', klonk het al bij pioniers zoals Darwin en Massart. Maar kinderen moeten wel kansen krijgen om zintuiglijke en cognitieve vermogens te ontwikkelen in natuurrijke belevingsomgevingen. Tijd spenderen in de natuur is dan essentieel en is niet te simuleren met fraaie powerpointpresentaties of filmpjes in de klas. Wie geprikkeld wordt door verwondering en nieuwsgierigheid, wil daarover meer ontdekken, gaat erover lezen, wil soorten herkennen, gaat anders kijken naar zijn leefomgeving. Het zijn ingrediënten die het brein voeden en een basis leggen voor complex systeemdenken. Natuurcontact en -studie bieden een uitgebreid palet aan STEM-kansen voor het onderwijs die we nu nog onvoldoende erkennen en benutten.
_Pol de mol
Hoe staat het met de natuurvervreemding of natuurblindheid onder kinderen en jongeren in Vlaanderen? Recent kwamen in Brussel meer dan tweehonderd experts en geïnteresseerden samen op een symposium om zich over het thema te buigen. Er zijn momenteel weinig bruikbare cijfers beschikbaar, maar voorlopige resultaten van een lopend onderzoek op basis van een enquête onder kinderen en jongeren over het herkennen van courante diersoorten stemden alvast tot nadenken. Enkele grepen uit die voorlopige resultaten. Iedereen kent een merel, toch? Minder dan 23 procent van de ondervraagde acht- tot zeventienjarigen herkent die vogel. De roodborst doet het beter. Hij strandt met de hakken over de sloot op 52 procent. En de dagpauwoog? Die kleurrijke vlinder haalde een score van minder dan 5 procent. Toegegeven, een deel van de ondervraagden zag het diertje wel als 'vlinder', al dook 'vliender' ook vaak op.
En de mol? Die schoot de hoofdvogel af: 89 procent. Dat is interessant, want die grote onderscheiding heeft de zwarte graver wellicht niet te danken aan natuureducatie in strikte zin. De mol is een populair figuurtje in kinderverhalen. Het wijst op de innige verbondenheid tussen natuur en taal, of bij uitbreiding cultuur. Maar fauna, flora en natuurlijke landschappen komen nu minder aan bod in boeken, films en andere cultuurdragers dan voorheen, rapporteren cultuuronderzoekers. Natuurvervreemding uit zich dan ook als het maatschappelijk uitsterven van soorten.
_Groene school als tegengif
Toen de provincie Limburg vorig jaar een internationale conferentie organiseerde over het vergroenen van scholen (The natural way forward – Green school grounds for everyone), zakte een erg internationaal gezelschap af naar Hasselt. Vanuit alle hoeken van de wereld wilde men graag leren hoe dat eigentijdse thema vanuit het kleine, drukke Vlaanderen met kennis en enthousiasme werd vormgegeven. Het is een mooi lichtpunt van hoe slim samenwerken loont. Vergroening van scholen is het werk van directies, leerkrachten, enthousiaste ouders, Vlaamse, provinciale en gemeentelijke ambtenaren, architecten, groenaanleggers, ecologen en andere experts uit de natuur- en onderwijssector, natuureducatieve begeleiders, enzovoort. Massart zou het als gepast weerwerk zien tegen natuurongeletterdheid.
(Dit artikel verscheen eerder in de krant De Standaard, 12 december 2025. Overgenomen met toestemming van de auteur.)