Het Vrije Woord
Geschreven door Benny Madalijns
  • 80 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

13 april 2026 Wat blijft wanneer alles gezegd is? Leopold Flam versus Leopold Sontag of 'De prijs van het spreken' …
Er zijn tijden waarin men zwijgt omdat men niet mag spreken. En er zijn tijden waarin men spreekt omdat zwijgen verdacht is geworden. Die tweede situatie is subtieler, maar niet minder dwingend. Zij wekt de indruk van vrijheid, terwijl zij een andere dwang installeert: de verplichting om hoorbaar te zijn, moreel aanwezig te blijven, te spreken – ook wanneer spreken niets meer kost.
In 1978 verschijnt Op tournee met Leopold Sontag van Ward Ruyslinck, uitgegeven bij Manteau (Antwerpen). Het boek behoort niet tot de grote polemische romans van zijn tijd. Het schreeuwt niet, mobiliseert niet, roept geen vijandbeeld op. Juist daardoor is het scherp. Ruyslinck schrijft niet over een tijd van strijd, maar over wat na de strijd rest. De conflicten liggen achter ons; de taal waarin zij werden uitgevochten, blijft circuleren.
Woorden als verantwoordelijkheid, menselijkheid, cultuur en engagement zijn niet verdwenen. Integendeel: zij worden vaker gebruikt dan ooit. Maar ze zijn lichter geworden. Hun tegenkracht is verdwenen. In dat morele landschap verschijnt Leopold Sontag.
Sontag is geen cynicus. Hij manipuleert niet. Hij gelooft in wat hij zegt. Dat maakt hem des te problematischer. Hij spreekt bedachtzaam en genuanceerd. Zijn woorden zijn zorgvuldig afgewogen en moreel correct. Ze sluiten niemand uit, roepen geen weerstand op. Hij reist, spreekt, treedt op. Hij beweegt zich door culturele ruimtes alsof hij er vanzelfsprekend thuishoort – niet als machthebber, maar als drager van ernst.
Wat Ruyslinck toont, is niet de inhoud van Sontags betoog, maar het ontbreken van gevolg. Sontag verliest niets door te spreken. Zijn woorden kosten hem niets. Ze laten geen spoor na. Ze verplichten niemand tot iets. De roman ontmaskert hem niet via kritiek, maar via herhaling. Hij spreekt opnieuw. En opnieuw. En opnieuw. En telkens blijft de wereld intact.
Hier verschijnt een vraag die zelden expliciet wordt gesteld: wat is de waarde van spreken wanneer het geen prijs meer heeft?
Lang vóór 1978 had Albert Camus dit gevaar onder woorden gebracht. In L'Homme révolté (Parijs, Gallimard, 1951) analyseert hij niet de revolutie, maar haar ontsporing – niet het geweld zelf, maar de morele rechtvaardiging ervan. Voor Camus is opstand geen explosie, maar een grens. De opstandige mens zegt nee om een ja te redden. Zodra die grens verdwijnt, kan alles gerechtvaardigd worden. Dan blijft een morele taal over die alles omvat en daardoor niets meer beschermt.
Wat in Ruyslincks roman zichtbaar wordt, is precies dit moment ná de grens. Sontag is geen revolutionair. Hij is de erfgenaam van een uitgeput engagement. Hij spreekt in een tijd waarin strijd is opgelost in consensus. Niet de dictatuur van het woord heerst, maar zijn inflatie.
Tegenover Leopold Sontag staat in de roman geen tegenfiguur. Maar buiten de roman, in het denken, bestaat zo'n houding wel: Leopold Flam. Niet als personage, maar als maat. Niet als antwoord, maar als grens.
Flam was geen publieke intellectueel. Hij zocht geen podium, geen zichtbaarheid, geen moreel gezag. Zijn denken werd gevormd door ervaringen die zich niet laten omzetten in discours: vervolging, ontworteling, schuld. Voor hem was filosofie geen middel om de wereld begrijpelijker te maken, maar een poging om haar niet te verraden door haar te snel te begrijpen.
Waar Sontag spreekt zonder verlies, denkt Flam vanuit verlies. Waar Sontag morele taal laat circuleren, wantrouwt Flam haar zodra zij te soepel wordt. Zijn denken biedt geen oplossingen, geen perspectieven, geen geruststelling. Het draagt last. Flam is geen tegenstem in het debat; hij weigert zelf debat te worden.
Het is veelzeggend dat Flam niet verschijnt in Op tournee met Leopold Sontag. Niet omdat hij irrelevant zou zijn, maar omdat hij onspeelbaar is. Satire heeft vormen nodig: herhaling, zichtbaarheid, gedrag. Flam biedt dat niet. Zijn denken voltrekt zich onder de woorden, niet erin. De roman raakt precies daar waar spreken aan de oppervlakte blijft. Sontag is speelbaar omdat hij zich toont. Flam onttrekt zich.
De kernvraag die Ruyslinck, Camus en Flam verbindt, is niet wat men zegt, maar wat het kost om het te (kunnen) zeggen. Spreken dat niets kost, verliest zijn ethisch gewicht. Denken dat geen last draagt, wordt decor. Camus noteerde in zijn Carnets: Mal nommer les choses, c'est ajouter au malheur du monde. Niet als pleidooi voor precisie alleen, maar voor terughoudendheid.
Flam leefde vanuit dat besef. Hij wantrouwde helderheid die te snel kwam, engagement dat zichzelf vierde, morele taal die niet eerst door ervaring was getekend. Zijn denken is geen nostalgie en geen reactionair verzet. Het is een voortdurende correctie op de neiging van elke tijd om zichzelf moreel te rechtvaardigen. In die zin is Flam geen figuur uit het verleden, maar een blijvende maat – niet omdat hij antwoorden biedt, maar omdat hij laat zien waar denken moet weigeren om antwoord te worden.
Sontag loopt verder. Hij doet wat zijn tijd van hem vraagt: spreken zonder gevaar. Zijn woorden blijven circuleren. Ze zullen worden herhaald, geciteerd, doorgegeven. Ze zullen niemand verontrusten. Flam blijft staan. Niet uit heroïek, maar uit trouw. Vrijuit spreken uit noodzaak.
En zo blijft, tussen deze twee houdingen, de vraag bestaan die geen enkele generatie graag stelt: wat blijft er over wanneer alles – zogezegd – gezegd is?
Het Vrije Woord
Benny Madalijns is van opleiding Leraar Beeldende Kunsten en Doctor in de Letteren en Wijsbegeerte (PhD, VUB). Hij is schrijver van amper te publiceren verhalen over denken & doen en schilder-collagist van zo maar wat bedenkingen van geest & gemoed. (Foto: Jean Cosyn - VUB)
_Benny Madalijns -
Meer van Benny Madalijns

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws