Kwintessens
Geschreven door Michael Vlerick
  • 81 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

26 mei 2026 Genetische modificatie
Het ultieme verzet tegen onze genen
Zowel in dit boek als in deze bijdrage betoog ik dat onze genen – gevormd door miljoenen jaren evolutie – duurzaam geluk in de weg staan. We zijn geprogrammeerd om te focussen op alles wat misliep, misloopt en mis zou kunnen lopen in ons leven. Deze ‘negativiteitsbias’ hielp onze voorouders om gevaren te detecteren en zo te overleven in een uitdagende omgeving. Vandaag zadelt ze ons vooral op met nodeloos gepieker en chronische stress.
Daarenboven zijn we nooit voldaan en wennen we razendsnel aan verbeterde omstandigheden. Hierdoor gingen onze voorouders niet op hun lauweren rusten en bleven ze zaken ondernemen die goed waren voor hun overleving en reproductie, zoals bezittingen verwerven en hun status opkrikken. Het gevolg? Hoe goed onze levensomstandigheden ook zijn, we blijven vaak ontevreden en onverzadigd hunkeren naar (nog) meer.
Zonder overdrijven kunnen we dan ook stellen dat onze genen ons het leven (bijzonder) zuur maken. Dat roept de vraag op: moeten wij – de organismen die dat leed ondergaan – ons neerleggen bij de dictatuur van onze genen? Of komen we in opstand? Die vraag was nooit pertinenter dan vandaag … in het tijdperk van genetische modificatie.
_Haldanes voorspelling
In 1923 publiceerde de Britse bioloog en geneticus John Haldane een kort essay over wetenschap en de toekomst. Daarin voorspelde hij dat we de controle zouden nemen over onze eigen genetica. Dat zou er volgens hem toe leiden dat mensen gezonder en intelligenter worden en de samenleving welvarender. Toen hij dit schreef, behoorde het nog tot het rijk van de pure sciencefiction. Een eeuw later niet meer.
_CRISPR-CAS9: een revolutionaire technologie
In 2012 werd CRISPR-CAS9 ontwikkeld: een technologie die ons in staat stelt om heel precies stukjes DNA te verwijderen en te vervangen door andere stukjes DNA. We kunnen er dus gericht de genetische code van organismen mee aanpassen. Voorheen bestonden er al technieken voor genetische modificatie, maar die waren omslachtiger, duurder en minder precies. CRISPR-CAS is daarom een bijzonder belangrijke doorbraak. De grondleggers, Jennifer Doudna en Emmanuelle Charpentier, kregen er in 2020 de Nobelprijs voor Scheikunde voor. (Zie ook dit gesprek met Heidi Mertes.)
Vandaag wordt genetische modificatie al toegepast in de landbouw. Door het genoom van gewassen aan te passen, kunnen we ze resistenter maken tegen ziektes of droogte. We kunnen ze ook voedzamer maken. Zo werd rijst gemodificeerd tot ‘gouden rijst’, verrijkt met vitamine A. In bepaalde ontwikkelingslanden leidt een tekort aan vitamine A bij kinderen vaak tot blindheid en zelfs de dood. Omdat het dieet daar grotendeels uit rijst bestaat, kan deze aanpassing levens redden. Dergelijke genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) zijn aan een opmars bezig, al krijgen ze ook veel tegenwind.
De toepassing van genetische modificatie beperkt zich echter niet tot planten. Ook dieren – vooral laboratoriumdieren zoals fruitvliegen en muizen – worden genetisch aangepast. Zo kunnen wetenschappers onderzoeken hoe genetische mutaties biologische processen beïnvloeden en hoe ze samenhangen met ziektes. Daarmee komen we bij het domein waar de mogelijke toepassingen van genetische modificatie het meest intensief onderzocht worden: de geneeskunde.
_Van gentherapie tot gemodificeerde embryo’s
In de geneeskunde is gentherapie volop in ontwikkeling. Daarbij wordt met medicatie of met CRISPR-CAS9 het genetisch materiaal in bepaalde lichaamscellen aangepast, zodat het lichaam zelf ziektes kan bestrijden.
Maar CRISPR-CAS9 laat meer toe. We kunnen ook de genetische code van het organisme zelf wijzigen. Net zoals bij andere dieren, kunnen we in principe het genetisch materiaal van menselijke embryo’s aanpassen. Dan grijpen we rechtstreeks in het genoom in – en wijzigen we dus de eigenschappen van ongeboren kinderen. Dat is veel controversiëler en momenteel nergens toegestaan.
Maar dat zal wellicht veranderen. Genetische modificatie kan ernstige, vaak dodelijke genetische ziektes voorkomen. Neem de ziekte van Huntington: een ongeneeslijke aandoening waarbij zenuwcellen in de hersenen afsterven. Door in te grijpen in het genoom van embryo’s zou de fatale mutatie verwijderd kunnen worden. Het is waarschijnlijk dat dit soort toepassingen als eerste zullen worden toegestaan. Maar daar zal het wellicht niet bij blijven.
_Van ziektes voorkomen tot ‘designerbaby’s’
Vandaag zijn we nog niet erg bedreven in het gericht aanpassen van eigenschappen. De meeste kenmerken en ziektes worden bepaald door complexe combinaties van genetische varianten. Maar onze kennis van het menselijk genoom groeit razendsnel.
Steeds meer mensen laten hun DNA analyseren, en onderzoekers koppelen die gegevens aan eigenschappen en gezondheidsrisico’s. Met behulp van artificiële intelligentie worden patronen zichtbaar in enorme databestanden. Zo krijgen we steeds beter zicht op welke genetische variaties samenhangen met welke kenmerken.
De kans lijkt me groot dat we in de toekomst over de kennis zullen beschikken om embryo’s ook voor niet-medische redenen te modificeren. Een hoger IQ? Een grotere gestalte? Blauwe ogen? Check! Het tijdperk van de ‘designerbaby’s’ lijkt dichterbij te komen. Dat biedt grote mogelijkheden, maar het komt ook met grote risico’s en plaatst ons voor bijzonder netelige ethische kwesties.
_De ‘yuck’-respons
Genetische modificatie roept bij velen een instinctieve weerzin op: een zogenaamde ‘yuck’-respons. Het idee dat de mens zichzelf genetisch gaat aanpassen, vervult velen met angst en walging. ‘Het lijkt onnatuurlijk en daarom ook onfatsoenlijk’, schrijft Haldane in zijn visionaire essay.
Maar is die reactie terecht? Wat natuurlijk is, is niet noodzakelijk goed. Wat artificieel is, niet noodzakelijk slecht. Dodelijke bacteriën zijn natuurlijk, levensreddende antibiotica zijn artificieel. Hetzelfde geldt voor virussen en vaccins. ‘Gouden rijst’ kan kinderen redden van blindheid en de dood. Moeten we genetische modificatie dan afwijzen, louter omdat ze onnatuurlijk is?
_Het vehikel in het verzet
In zijn bekende boek The Selfish Gene beschrijft Richard Dawkins organismen als ‘vehikels’ van hun genen. Die genen sturen ons denken, voelen en handelen aan in functie van hun eigen replicatie. Hun enige ‘doel’ is zoveel mogelijk kopieën van zichzelf maken. Ons welzijn speelt daarin geen rol.
Genetische modificatie geeft ons de mogelijkheid om dat lot niet langer te ondergaan. Voor het eerst in de geschiedenis van het leven op aarde zijn levende wezens in staat hun lot in eigen handen te nemen. Het vehikel wordt dan niet langer aangestuurd door zijn genen maar, andersom, het stuurt zijn genen aan.
Aangezien organismen de enigen zijn die pijn, genot en verdriet ervaren, zijn zij ook de enigen wier belang telt. Aan genen – die zich van niets bewust zijn – hebben we geen verantwoording af te leggen.
Als je het zo bekijkt, zou het dan niet absurd zijn dat we een technologie ontwikkelen die ons kan bevrijden van die pijn … zonder die te gebruiken? Als een gevangene die de sleutel van zijn cel krijgt, maar die veilig opbergt en gedwee blijft zitten.
_Genetische modificatie als recht … of zelfs als plicht
In het ethisch debat wordt vaak het onderscheid gemaakt tussen genezen en verbeteren. De meesten zijn het erover eens dat we genetische modificatie moeten gebruiken om ernstige ziektes te voorkomen. Maar over verbetering is er veel minder eensgezindheid.
Sommigen stellen dat ouders het recht moeten hebben hun ongeboren kind genetisch te modificeren, ook voor niet-medische redenen. Als we over de middelen beschikken om op een veilige manier in het genoom van ongeboren kinderen in te grijpen en er zo voor kunnen zorgen dat hun levenskwaliteit er beter op wordt (en dat ze bijvoorbeeld ook langer zullen leven), dan moeten we volgens hen het recht krijgen om dat te doen, zo beargumenteert onder meer de filosoof Nicholas Agar.
De Australische filosoof Julian Savulescu gaat zelfs nog een stap verder. Volgens hem hebben ouders niet het recht, maar de plicht om dat te doen. Hij noemt dit het principe van ‘procreatieve weldadigheid’: ouders hebben de plicht om hun kinderen de best mogelijke kansen te geven, gegeven de beschikbare kennis en middelen. Net zoals het immoreel is om je kinderen scholing of gezondheidszorg te ontzeggen als je die kunt bieden, zo zou het ook immoreel zijn om hen niet de best mogelijke genetische start te geven.
_Netelige ethische kwesties
De meeste denkers die zich met genetische modificatie bezighouden zijn echter een stuk terughoudender. Ze wijzen op belangrijke ethische problemen.
Genetische modificatie kan de ongelijkheid vergroten. Als alleen welgestelden zich deze technologie kunnen veroorloven, kunnen zij kinderen krijgen met aanzienlijke voordelen. Denk aan een hoger IQ. De kloof tussen haves en have-nots dreigt dan biologisch verankerd en onoverbrugbaar te worden.
Ook kan er maatschappelijke verdeeldheid ontstaan tussen gemodificeerde en niet-gemodificeerde mensen. Zelfs het toepassen van minder controversiële medische ingrepen – zoals covidvaccins – blijkt soms polariserend. Hoe zal dat zijn bij ingrepen die onze eigenschappen veranderen?
Verder is er de vraag naar autonomie. Indien een groot deel van de bevolking voor die technologie opteert, dan moeten anderen wel volgen als ze niet hopeloos achterop willen raken. Daarenboven heeft het ongeboren kind zelf uiteraard geen inspraak in de genetische modificatie die het ondergaat.
Ten slotte is er het risico op verlies van diversiteit. Als iedereen dezelfde ‘ideale’ eigenschappen nastreeft, verdwijnen waardevolle verschillen. Dat is niet alleen een verarming op zich, maar ook problematisch voor het functioneren van de samenleving. Stel je een wereld voor waarin iedereen hoogbegaafd is en enkel intellectuele beroepen ambieert.
_Het tijdperk van de genetische modificatie
Kortom, er zijn goede redenen om uiterst voorzichtig om te gaan met het toepassen van genetische modificatie. Maar één ding is zeker: de technologie is er, en ze ontwikkelt zich razendsnel. Of we dat willen of niet, we belanden naar alle waarschijnlijkheid in het tijdperk van genetische modificatie.
Een van de belangrijkste vragen die we in de komende jaren als mensheid moeten beantwoorden, is hoe we daarmee zullen omgaan. Met het beantwoorden van die vraag moeten we niet wachten, want de technologische ontwikkelingen doen dat ook niet.
_En wij, vandaag?
Voor ons – de huidige generatie mensen – is genetische modificatie niet aan de orde. Betekent dat dat we gedoemd zijn om de hardvochtige dictatuur van onze genetische programmering lijdzaam te ondergaan?
Nee!
Met inzicht en training kunnen we ons grotendeels bevrijden van het emotionele leed en het ongenoegen die het gevolg zijn van die genetische programmering, en een diep bevredigend leven tot stand brengen. Dat vergt tijd en toewijding, maar kun je een betere besteding van je tijd en energie bedenken? In mijn boek Waarom we niet gelukkiger zijn help ik je graag op weg.
Kwintessens
Vlerick is docent aan de universiteit van Tilburg. In zijn werk past hij de evolutietheorie toe op de grote vragen des levens. Hij wil filosofie toegankelijk maken voor een breed publiek; zijn werk wil bijdragen tot een gelukkigere en harmonieuzere samenleving. Hij schreef drie boeken voor een breed publiek: 'Waarom we niet gelukkiger zijn', 'De tweede vervreemding' en 'Kritisch en wetenschappelijk denken'.
_Michael Vlerick Wetenschapsfilosoof en schrijver
Meer van Michael Vlerick

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws