Kwintessens
Geschreven door Ann De Buck en Lieven Pauwels
  • 77 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

25 juni 2026 'Een zoektocht naar menselijkheid (deel II). Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman' (deel 2)
In het eerste blogdeel bespraken we het openingshoofdstuk van het boek van Dirk Verhofstadt en Johan Braeckman over taal. In dit hoofdstuk verschuift de focus naar geweld.
_Over geweld
Het hoofdstuk over geweld vertrekt vanuit een eeuwenoude filosofische vraag: is de mens van nature goed of slecht? In hun dialoog werken de auteurs deze vraag uit aan de hand van de klassieke tegenstelling tussen Thomas Hobbes, die de mens als fundamenteel gewelddadig beschouwt, en Jean-Jacques Rousseau, die ervan uitgaat dat de mens in zijn oorspronkelijke toestand eerder vreedzaam en goed is. Voor de auteurs is die tegenstelling echter misleidend. De vraag is immers verkeerd gesteld, omdat de mens niet eenduidig goed of slecht is, maar beide mogelijkheden in zich draagt. Mensen zijn zowel in staat tot uitzonderlijke vormen van altruïsme, zoals het redden van onbekenden met gevaar voor eigen leven, als tot extreme wreedheid.
Om de omvang van menselijk geweld te schetsen, bieden de auteurs een brede historische analyse van oorlogsvoering. Ze bespreken uitgebreid voorbeelden uit verschillende periodes, van veroveringsoorlogen onder Alexander de Grote tot geweld binnen het kolonialisme en de massavernietiging in de twintigste eeuw. Daarbij nemen de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust een bijzonder prominente plaats in. De uitgebreide aandacht voor deze periode weerspiegelt duidelijk de historische expertise en grondige kennis van Dirk Verhofstadt. De Holocaust wordt besproken als een van de meest extreme vormen van georganiseerd menselijk geweld. Ook de rol van religie komt aan bod. Religie kan morele richtlijnen bieden, maar heeft tegelijkertijd geweld aangewakkerd, zoals tijdens de kruistochten.
Een centrale vraag die beide auteurs bezighoudt, is hoe 'gewone mensen' tot zulke daden kunnen komen. Historisch onderzoek naar de Holocaust toont dat veel daders geen uitzonderingen waren, maar gewone mannen en vrouwen die binnen een specifieke context handelden. Sociaalpsychologisch onderzoek wijst in dezelfde richting. Experimenten tonen dat mensen bereid zijn anderen pijn toe te brengen wanneer een autoriteit dat vraagt. Het bekende experiment van Milgram, waarin proefpersonen dachten elektrische schokken toe te dienen, illustreert hoe gehoorzaamheid aan autoriteit vorm krijgt in welbepaalde omstandigheden.
Belangrijke factoren die geweld mogelijk maken, zijn gevoeligheden voor groepsdruk, voor gehoorzaamheid en een diepgewortelde menselijke neiging om de sociale wereld op te delen in termen van 'wij' en 'zij'. Deze dynamiek wordt ook uitvoerig beschreven door de Vlaamse criminoloog Christophe Busch in De duivel in elk van ons (2023), waar hij aantoont hoe snel zulke wij-zij-denken kan omslaan in vijanddenken en morele uitsluiting. Die tribale neiging kan nog versterkt worden door dehumanisering: tegenstanders worden niet langer als mensen gezien, maar bijvoorbeeld als 'ratten' of 'parasieten'. Dergelijke processen werken drempelverlagend en maken geweld psychologisch gemakkelijker. Ook het wegvallen van sociale en institutionele remmen speelt een cruciale rol. Wanneer geweld wordt aangemoedigd of niet bestraft door autoriteiten, kan het snel escaleren, zoals bijvoorbeeld tijdens de Kristallnacht in nazi-Duitsland.
Naast deze contextuele factoren besteden de auteurs aandacht aan individuele verschillen. Sommige mensen vertonen persoonlijkheidskenmerken die hen vatbaarder maken voor antisociaal gedrag, zoals psychopaten of individuen met trekken van de zogenaamde 'dark triad'. Deze kenmerken zijn echter niet deterministisch. Zowel biologische aanleg als omgevingsfactoren bepalen of gewelddadig gedrag zich effectief manifesteert.
Een opvallend element in het hoofdstuk is de stelling van Steven Pinker dat geweld op lange termijn is afgenomen. Hoewel dit tegenintuïtief kan lijken, wijzen empirische gegevens erop dat we vandaag in relatief minder gewelddadige samenlevingen leven. In premoderne samenlevingen, en zelfs bij jager-verzamelaars, stierven proportioneel meer mensen door geweld. Volgens de auteurs is deze afname te verklaren door factoren zoals de ontwikkeling van sterke staten, economische verwevenheid, toenemende empathie en de verspreiding van rationeel en humanistisch denken. Tegelijk benadrukken ze dat deze vooruitgang kwetsbaar blijft. Terugval is mogelijk. Geweld kan niet worden herleid tot één oorzaak of tot één aspect van de menselijke natuur. Het ontstaat uit een complex samenspel van evolutionaire, biologische, psychologische en sociale factoren. 
_De centrale boodschap
De centrale boodschap van de auteurs sluit aan bij een inzicht dat ook terugkomt in het werk van Robert Sapolsky, onder meer in zijn boek Behave (2017), waarnaar Braeckman meermaals verwijst. Geweld is geen inherent of eenduidig kenmerk van de menselijke natuur, maar een complex en contextafhankelijk fenomeen. We leven nog steeds in een wereld waarin geweld constant wel ergens aanwezig is. Zoals Sapolsky ook benadrukt, worstelt ons soort met het fenomeen geweld. Toch laat geweld zich niet begrijpen als een probleem dat we eenvoudig willen uitroeien, zoals een ziekte. Anders dan bij ziektes of natuurrampen wijzen we geweld niet unaniem af. Integendeel, in bepaalde situaties vinden we geweld verdedigbaar, en zelfs bewonderenswaardig. We moedigen het aan in sport, rechtvaardigen het als zelfverdediging of wanneer het past binnen ons moreel kader. Geweld is dus niet iets wat we consequent verwerpen, maar iets wat we beoordelen afhankelijk van de context. We keuren het ene geweld af en legitimeren het andere. Precies die selectieve houding vormt ook de kern van het betoog van de auteurs. De mens beschikt tegelijk over de capaciteit tot geweld, samenwerking en empathie. De vraag is niet wat de menselijke natuur is, maar eerder onder welke omstandigheden geweld wordt afgewezen, gelegitimeerd of zelfs actief gemobiliseerd.
_Bedenkingen over menselijk geweld
Hoewel dit hoofdstuk een rijk overzicht biedt van vele vormen en verklaringen van menselijk (extreem) geweld, blijft een fundamentele spanning merkbaar. Enerzijds is de mens in staat tot extreme, vaak geplande en systematische wreedheid. Anderzijds zijn er talrijke voorbeelden van samenwerking, empathie en vergevingsgezindheid.
Wat bedoelen we precies met geweld? In de literatuur valt meteen op dat er geen eenduidige consensus bestaat over de afbakening van dit begrip. Handboeken hanteren uiteenlopende indelingen en ook tussen disciplines bestaan er verschillende definities of wordt een strikte omschrijving soms vermeden. Waar biologische en psychologische benaderingen vaker spreken over agressie, geven sociaal- en cultuurwetenschappers doorgaans de voorkeur aan het begrip geweld.
Begrippen als agressie en geweld worden dan ook vaak door elkaar gebruikt, maar dekken niet volledig dezelfde lading. In biologische benaderingen wordt agressie eerder begrepen als een vorm van competitie om hulpbronnen, status of reproductieve kansen. Vanuit dat perspectief heeft agressief gedrag een duidelijke functie en maakt het deel uit van het gedragsrepertoire van vrijwel alle diersoorten. Tegelijk is agressie geen willekeurig gedrag: ze wordt gestuurd door impliciete kosten-batenafwegingen en verloopt vaak volgens evolutionair gevormde patronen die escalatie beperken.
In de psychologie wordt agressie gedefinieerd als gedrag dat gericht is op het toebrengen van fysieke, psychologische of sociale schade, waarbij de intentie van de dader centraal staat. Deze benadering omvat een brede waaier aan gedragingen, van directe fysieke aanvallen tot subtielere vormen zoals intimidatie, uitsluiting of reputatieschade. De psychiatrie voegt daaraan toe dat agressie geen afzonderlijke stoornis is, maar een symptoom dat voorkomt binnen uiteenlopende psychische problematieken. Ook vanuit juridisch en maatschappelijk perspectief wordt agressie verschillend beoordeeld. Niet elke vorm is problematisch of strafbaar. In sommige situaties kan agressie zelfs als legitiem worden beschouwd, bijvoorbeeld bij zelfverdediging of in gereguleerde contexten zoals sport. Pas wanneer schade wordt toegebracht buiten aanvaarde normen of regels, spreken we van antisociaal of strafbaar geweld.
Agressie kan zich dus voordoen als individueel gedrag, maar ook als gecoördineerd gedrag binnen groepen, soms aangeduid als coöperatieve agressie. Dan gaat het om vormen van geweld die zich manifesteren in groepsverband, zoals rellen, georganiseerde criminaliteit, terrorisme en oorlog. Dergelijke vormen van intergroepsagressie zijn bovendien niet uniek voor menselijke samenlevingen, maar komen ook voor bij andere sociale soorten, van insecten tot niet-menselijke primaten.
Daarmee keren we terug naar de fundamentele spanning tussen de menselijke capaciteit tot destructief geweld enerzijds en tot samenwerking en empathie anderzijds. Die paradox staat centraal in het werk van Richard Wrangham (2019), die spreekt van de goodness paradox en daarbij een onderscheid maakt tussen twee vormen van agressie. In het dagelijks leven vertonen mensen relatief weinig reactieve agressie in vergelijking met andere primaten: zelfcontrole en sociale tolerantie zijn sterk ontwikkeld. Tegelijk zijn mensen in staat tot uitzonderlijk hoge niveaus van dodelijk geweld, vooral in oorlog en intergroepsconflicten. Wat op het eerste gezicht tegenstrijdig lijkt, is volgens Wrangham het resultaat van een specifieke evolutionaire combinatie. Hij beschouwt agressie niet als één uniforme eigenschap, maar maakt een onderscheid tussen reactieve en proactieve agressie. Reactieve agressie is impulsief en emotioneel geladen, zoals bij een opstoot van woede of een escalerend conflict. Proactieve agressie daarentegen is van een heel andere orde: gepland, doelgericht en vaak collectief georganiseerd. Oorlog, genocide en systematische vervolging behoren tot die categorie. De auteurs illustreren dit in het hoofdstuk met tal van voorbeelden.
Wrangham beschrijft Homo sapiens daarom als een soort 'chimera': een combinatie van tegengestelde eigenschappen. We vertonen relatief weinig reactieve agressie, zoals bonobo’s, maar beschikken tegelijk over een hoge capaciteit voor proactieve agressie, zoals chimpansees. Volgens hem heeft Homo sapiens tijdens het menswordingsproces een uitzonderlijk sterke selectiedruk ondergaan tegen reactieve agressie, sterker dan bij andere oudere Homo-soorten. Dit proces, dat hij aanduidt als menselijke zelfdomesticatie, verklaart niet alleen de afname van impulsief geweld, maar ook een reeks andere fysiologische, gedragsmatige en cognitieve kenmerken, waaronder verhoogde zelfcontrole, sociale tolerantie en het ontstaan van relatief egalitaire mannelijke hiërarchieën in jager-verzamelaarsgroepen.
Die tweedeling nuanceert klassieke ideeën over de menselijke natuur. Menselijke agressie is niet ééndimensionaal, maar afhankelijk van context en omstandigheden. Proactieve agressie verschijnt bovendien zelden als individueel gedrag, maar krijgt vorm in collectieve en georganiseerde processen. Oorlog is zo’n specifieke vorm van collectief geweld: georganiseerd, doelgericht en uitgevoerd door coalities die handelen namens grotere groepen. In tegenstelling tot individuele agressie berust oorlog op samenwerking, op coöperatie. Hoe wordt zo’n vorm van geweld mogelijk? Coalitiegebaseerd geweld ontstaat meestal niet willekeurig, maar onder specifieke omstandigheden. Intergroepsgeweld wordt vooral waarschijnlijk wanneer er sprake is van vijandigheid tussen groepen én van een duidelijk machtsonevenwicht, waarbij de ene groep de andere kan aanvallen met relatief lage risico’s. In dergelijke situaties kan, nog steeds volgens Wrangham, selectieve druk gedrag bevorderen dat gericht is op het uitschakelen van rivalen.
Een bijkomend element is het verschil tussen mannen en vrouwen. Doorheen de geschiedenis is oorlog in zijn uitvoering grotendeels een mannelijke activiteit geweest. Net als bij chimpansees wordt intergroepsgeweld gedragen door mannelijke coalities. Voor mannen konden dergelijke conflicten in evolutionaire zin voordelen opleveren in termen van status en reproductieve kansen. Maar, en dit is belangrijk, dat bepaalde vormen van intergroepsgeweld in evolutionaire zin voordelen konden opleveren, betekent nog niet dat mensen in concrete situaties handelen vanuit dergelijke overwegingen. Dergelijke verklaringen situeren zich op het niveau van ultimate verklaringen, die betrekking hebben op de functie van gedrag. De werkelijke motivaties en triggers, zoals groepsdruk, emoties, morele overtuigingen of percepties van dreiging, behoren tot het proximale niveau. 
Ultieme evolutionaire verklaringen bieden een reconstructie van het verleden, maar zeggen niets over de toekomst, noch vormen ze een normatief standpunt of een rechtvaardiging voor gedrag. Dat bepaalde vormen van intergroepsgeweld onder specifieke omstandigheden evolutionaire voordelen konden opleveren, betekent nog niet dat dergelijk gedrag wenselijk, onvermijdelijk of moreel gerechtvaardigd is.
Dat mensen oorlog kunnen voeren, betekent ook niet dat we beschikken over een ingebakken oorlogsinstinct. Zoals helder wordt uitgelegd in het werk van Meller, Michel en van Schaik (2025), gaat het eerder om een bredere war-peace psychology: een geheel van psychologische disposities die zowel conflict als samenwerking mogelijk maken. In de sociale leefwereld van jager-verzamelaars waren, volgens deze auteurs, beslissingen over conflict geen automatische reacties, maar eerder strategische keuzes gebaseerd op impliciete kosten-batenafwegingen.
Een belangrijk onderscheid binnen deze oorlogspsychologie is dat tussen defensieve en offensieve agressie. Defensieve reacties worden relatief gemakkelijk geactiveerd: bij dreiging ontstaat snel interne solidariteit en wordt leiderschap makkelijker aanvaard. Offensieve agressie daarentegen vereist doorgaans een overtuigende rechtvaardiging en ontstaat zelden spontaan, wat haar vatbaar maakt voor beïnvloeding. Dit mechanisme werd op opvallend scherpe wijze verwoord door Hermann Göring tijdens de Neurenbergprocessen. Hij stelde dat het volk zelden oorlog wil, maar dat het relatief eenvoudig is om mensen te mobiliseren door hen ervan te overtuigen dat ze worden aangevallen en tegenstanders als gevaarlijk of onpatriottisch af te schilderen. Leiders kunnen verbazend eenvoudig inspelen op defensieve reflexen en morele rechtvaardigingen construeren voor offensief geweld.
Dat dergelijke morele rechtvaardigingen zo effectief zijn, kan mee begrepen worden in het licht van wat de Chinees-Amerikaanse evolutionaire bioloog Lixing Sun (2013) het fairness instinct noemt. Mensen beschikken over een sterke gevoeligheid voor eerlijkheid en onrechtvaardigheid, en vertonen een neiging om waargenomen ongelijkheid te corrigeren, soms ook via bestraffing of agressie. Sun illustreert dit met de zogenaamde Robin Hood mentality: de intuïtieve neiging om ongelijkheid te willen herstellen ten koste van wie als bevoordeeld wordt gezien. Zo kan geweld worden ervaren als een poging om een vermeend onrecht recht te zetten, wat helpt verklaren waarom offensieve agressie zo vaak als defensief of moreel noodzakelijk wordt voorgesteld.
De onderliggende disposities omvatten onder meer een diepgewortelde tribale gevoeligheid voor het onderscheid tussen 'wij' en 'zij', de neiging om bij dreiging de rangen intern te sluiten, de bereidheid om leiderschap te volgen en de behoefte om geweld moreel te legitimeren. Ook ontmenselijking van tegenstanders kan de drempel tot geweld verlagen door in te spelen op primaire emoties zoals afkeer, angst, of woede.
Mechanismen die ontstonden in kleinschalige samenlevingen functioneren echter minder adequaat in de context van moderne oorlogvoering, gekenmerkt door staten, technologie en massale mobilisatie. Waar deelname vroeger gebaseerd was op directe afwegingen van risico en voordeel, worden mensen vandaag vaker gemobiliseerd via propaganda, sociale druk en institutionele structuren, wat hen vatbaar maakt voor beïnvloeding door elites. Oorlog is geen oncontroleerbaar instinct en geen onvermijdelijk onderdeel van het menselijk bestaan. Toch blijven de onderliggende psychologische mechanismen vatbaar voor manipulatie. Door dreiging te benadrukken en geweld moreel te kaderen via ideologie, religie of andere betekenissystemen, kunnen leiders steun mobiliseren voor conflicten die niet noodzakelijk in het belang zijn van de meeste mensen. In dat proces spelen leiders en instituties dus een cruciale rol.
We zijn het volledig eens met de auteurs die stellen dat het een belangrijke uitdaging is om instituties te versterken die vreedzaam samenleven mogelijk maken. Rechtsstatelijkheid, democratische controle en internationale samenwerking blijven essentiële mechanismen om escalatie te beperken en manipulatie tegen te gaan. Ze bieden alternatieven voor geweld als oplossing voor conflicten en kunnen fundamentele sociale spanningen op een minder destructieve manier beheren.
Menselijk gedrag wordt gekenmerkt door spanningen tussen verschillende, geëvolueerde tendensen. Wat mensen tot samenwerking in staat stelt, kan hen ook tot geweld brengen. Zoals Wrangham terecht opmerkt, is samenwerking op zich in feite geen groot mysterie: mensen beschikken over sterke capaciteiten om samen te werken, coalities te vormen en complexe sociale structuren te onderhouden. Neen, de uitdaging ligt elders. Diezelfde vermogens maken ook collectief geweld mogelijk. Mens zijn betekent daarom leren omgaan met die spanning en actief zoeken naar manieren om de destructieve mogelijkheden ervan te begrenzen. Het is een blijvende opgave, die des te urgenter is in het licht van hedendaagse conflicten.
In het volgende deel bespreken we boekhoofdstuk 3 over de maakbaarheid van de mens.
Lees hier deel 1 van dit essay. 
Kwintessens
Lieven Pauwels is hoogleraar (UGent) en doceert Evolutie en Menselijk Sociaal Gedrag, Criminaliteitspreventie en Statistiek. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen individu, omgeving en antisociaal gedrag.
Ann De Buck is FWO-postdoctoraal onderzoeker (UGent). Haar onderzoek focust op de rol van (morele) emoties in de verklaring van antisociale gedragskeuzes.
_Ann De Buck en Lieven Pauwels Auteur
Meer van Ann De Buck en Lieven Pauwels

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws