Kwintessens
Geschreven door Max Schneider
  • 70 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

17 juni 2026 Speculasie
Ik ben oud genoeg om nog herinneringen te hebben aan wat men vandaag ‘een echt bruin volkscafé’ zou noemen, maar wat vroeger zonder meer een café heette. Daar resideerde ook altijd minstens één zelfverklaard filosoof. Gebeurtenissen van de kerktoren tot de geopolitiek werden daar geduid en, meestal ongevraagd, van oplossingen ten gronde voorzien. In Antwerpen kon je zo’n toogfilosoof soms horen zeggen: ‘Oewen oitleg is goe genoeg, moar oewe speculaose deugt nie’ (waarschijnlijke verwarring met de gelijknamige kruidenkoek.) Vrij vertaald: Je kan verklaren en redeneren zoveel je wil, je speculatie en conclusie houden geen stand. Merkwaardig genoeg was dat volkse inzicht filosofisch vaak steviger dan je zou verwachten. Redeneringen en argumentaties kunnen best coherent lijken, maar lossen niet altijd de filosofische en conceptuele spanning op. Meer data aanslepen kan nuttig zijn bij het waarheidsvinden, maar het leidt niet automatisch naar beter denken.
Die Antwerpse quote dook als een pop-up mijn gedachten binnen tijdens bespiegelingen – inderdaad speculaties – over iets dat me al lang intrigeert: ‘Goede Bedoelingen’, je mag aannemen dat ze euh … goedbedoeld zijn? Waarom loopt het dan toch zo vaak mis? Vrijwel zeker als je ze met een hoofdletter schrijft.
In de economie kennen ze het als ‘de perverse prikkel’ en in de sociologie hebben ze het over law of unintended consequences als ze spreken over onbedoelde neveneffecten en maatregelen die gedrag uitlokken dat het oorspronkelijke doel ondergraaft. We hebben helaas allemaal al ondervonden dat de medicatie die de dokter je voorschrijft lastige tot zéér lastige bijverschijnselen kan hebben. Dat is gewoonweg niet te vermijden en dan valt er niemand iets te verwijten. 
Waar we misschien wel iets voorzichtiger zouden mogen zijn, is wanneer de ontsporing niet louter onbedoeld is, maar intussen ook voorspelbaar en te vermijden. Want we hebben ze al vaker zien optreden. Dan heb je niet alleen met pech, complexiteit of bijwerkingen te maken, maar met terugkerende mechanismen. Je kunt die allerlei namen geven, maar het patroon is opvallend consistent en hardnekkig.
Eerst wordt het middel belangrijker dan het doel. Procedures, regels of morele criteria die ooit nuttig waren, gaan een eigen leven leiden. Wat een instrument moest zijn, koloniseert het doel. Bureaucratie als means-ends displacement, morele intuïties als moral overreach, purity spiral …de namen verschillen, maar de beweging is dezelfde: iets wat goed begon, raakt verstrikt in zijn eigen logica.
Vervolgens wordt niet alleen het middel zelfstandig, ook de waarde wordt almaar absoluter. Gelijkheid, rechtvaardigheid of veiligheid zijn op zichzelf legitieme en vaak kostbare waarden, maar zodra één ervan totaliseert, verdwijnen andere waarden uit beeld. Hier helpt Nobelprijswinnaar Isaiah Berlin ons met zijn value pluralism: menselijke waarden zijn meervoudig. Vrijheid, gelijkheid, rechtvaardigheid, mededogen of waarheid zijn reële waarden, maar ze laten zich niet altijd in één sluitend moreel systeem harmoniseren. Waardenpluralisme is daarom geen relativisme, wel de nuchtere vaststelling dat legitieme waarden kunnen botsen en dat morele en politieke keuzes vaak tragische afwegingen blijven zonder de zekerheid die we hadden toen God nog leefde.
Daar stopt het zelden. Wat begint als een terechte morele intuïtie, breidt zich gemakkelijk uit naar domeinen waar ze niet langer proportioneel werkt. Een begrijpelijke gevoeligheid voor discriminatie kan bijvoorbeeld verharden tot een lens waardoor elke ongemakkelijke interactie meteen als racisme wordt geïnterpreteerd. Of hoe veiligheidsdenken doorslaat in repressie. Morele scherpte slaat dan om in morele overrekking.
Binnen groepen kan dat vervolgens nog een versnelling hoger schakelen. Wat begint met redelijke eisen of terechte verontwaardiging, mondt uit in een zuiverheidsspiraal: de norm wordt intern steeds verder aangescherpt, niet alleen uit overtuiging, maar ook om te tonen dat men er echt bij hoort. Elke volgende radicalisering geldt dan als bewijs van ernst, loyaliteit en deugd. Voor je het weet is de stap gezet van morele bezorgdheid naar morele uitsluiting: wij tegen zij.
Alsof er nog niet genoeg echte smeerlappen in de wereld zijn die zonder verpinken hun eigen belang boven dat van iedereen plaatsen, moeten we misschien nog omzichtiger omgaan met brave mensen die, gedreven door overtuiging, menen het goede te verdedigen. Activisme is soms nodig, maar het kan ook een versterker worden van precies die mechanismen: doel en middel raken los van elkaar, één waarde verdringt de rest, de groep radicaliseert intern en morele ernst slaat om in morele uitsluiting.
Daar raakt Nobelprijswinnaar Steven Weinbergs beroemde uitspraak een pijnlijke kern: ‘With or without religion, good people can behave well and bad people can do evil, but for good people to do evil, that takes religion.’ Ik zou daar meteen aan toevoegen: niet alleen godsdienst. Ook seculiere heilsleren, ideologieën en morele orthodoxieën blijken daar bijzonder vatbaar voor. Zodra een overtuiging zichzelf als onaantastbaar goed begint te beschouwen, duikt telkens weer dezelfde verleiding op. Niet alleen dwalen, maar dwalen met een zuiver geweten.
Ik ben uiteraard niet de eerste die het fenomeen opmerkt. Banksy creëerde er zelfs een treffende sculptuur voor in Londen: een man in pak die letterlijk verblind raakt doordat zijn eigen vlag over zijn gezicht slaat.
Het is verleidelijk kritiek op het beschreven fenomeen uitsluitend toe te passen op één ideologie. Afhankelijk van het ‘kamp’ waartoe je behoort, zie je dan zelf het doorschieten bij een morele orthodoxie, en niet bij jouw tegenorthodoxie. Maar historisch is het symmetrisch: religieuze ijver, revolutionair egalitarisme, neoliberale deregulering, ze kennen allemaal momenten waarop hun eigen logica zichzelf ondergraaft, contraproductief en soms zelfs destructief wordt. Precies dat maakt het concept filosofisch interessant: het gaat niet over wie er ontspoort, maar over hoe dat systemisch gebeurt. Maak ik het zelf niet te symmetrisch? Sommige redeneringen zijn toch echt wel schadelijker dan andere? Ik bepleit geen morele gelijkstelling, het zijn de mechanismen die ik probeer te belichten.
Hebt u al ontsporingen gedetecteerd in het eigen denken? Let op, ze weten zich goed te verstoppen in verbazingwekkend coherent klinkende redeneringen.
Wanneer merkte u voor het laatst dat u liever uw gelijk probeerde te halen dan iets wilde begrijpen? Of, welk feit zou u van mening doen veranderen? 
Kwintessens
Lid van de humanistische denktank Kwintessens
_Max Schneider -
Meer van Max Schneider

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws