Kwintessens
Geschreven door Johan de Boose
  • 82 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

31 augustus 2026 De staatsbegrafenis van de slager
‘Opa Ratko geeft jullie een kus!’ hoor ik op zestien november 2018 in het Servische tv-programma ‘Goedemorgen, Servië!’ Aan het woord is Ratko Mladić, die over de telefoon spreekt vanuit zijn cel, waar hij een levenslange straf uitzit voor de genocide in Srebrenica. Opa Ratko, 76 jaar oud, maakt de ene grap na de andere, en de tafelgenoten, onder wie zijn zoon Darko en de ultranationalist Vojislav Šešelj, lachen smakelijk. Verbijsterende ontbijttelevisie, en niemand weet hoe men die verbinding met de hermetisch beveiligde strafinrichting van Scheveningen eigenlijk voor elkaar heeft gekregen. ‘Kom met me schaken’, grinnikt opa Ratko, ‘zodat ik je kan verslaan.’
Deze week is opa Ratko, vierentachtig jaar oud, allang bedlegerig en gekweld door beroertes en nijd, overleden. ‘Hij was als Eisenhower of De Gaulle, een vurig beschermer van zijn volk, een man van daden, niet van woorden’, lees ik in een Servische krant. Twee weken geleden mopperde de Servische president Aleksandar Vučić dat men Mladić thuis zou moeten laten sterven, uit humanitaire overwegingen. Wereldwijd interpreteerde men dit als een palliatief bericht, en inderdaad, deze week is opa heengegaan. ‘Ons medeleven’, kopt nieuwssite Pink. ‘Het tribunaal in Den Haag heeft hem vermoord door hem geen volwaardige medische behandeling toe te staan’, lamenteert Tanjug. ‘Dit is zelfs na de Tweede Wereldoorlog in Nürnberg niet gebeurd.’ Precies, toen knoopte men oorlogsmisdadigers gewoon op. ‘De Ustaja’s in Kroatië juichen, dus Mladić moét wel een held zijn’, zegt een Servische site. Voor de duidelijkheid: ustasja’s waren de (Kroatische) fascisten tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de Joegoslavische oorlogen in de jaren negentig werden alle Kroatische soldaten door de Serviërs ook systematisch ‘Ustasja’s’ genoemd. Interessant detail: de vader van Mladić was als partizaan gedood door Ustasja’s in 1945.
Wat voorafging, in een notendop. Mladić, een oorlogskind. Heeft zijn vader nauwelijks gekend. Was aanvankelijk smid, maar zijn roeping is de krijgsmacht. Klimt op tot majoor, later tot generaal. Gestationeerd in Macedonië en Kosovo. Leert er het vak van bullebak. Is ideaal gepositioneerd om in 1991, wanneer de federatie Joegoslavië tijdens een reeks agressieoorlogen desintegreert, de militaire leiding van ‘zijn’ volk, de Serviërs, op zich te nemen. We zien hem op diverse fronten, maar de wereld leert hem kennen als ‘de slachter van Bosnië’, de man die Sarajevo tussen 1992 en 1996 onafgebroken bestookt met granaten. Daarnaast is hij de vlagvoerder van de genocide in Srebrenica, waarbij achtduizend moslimmannen uit een zogezegd veilig vluchtelingenkamp naar de bossen werden gedreven en afgeslacht, waarna hun lichamen met bulldozers werden verspreid om de sporen van de massamoord uit te wissen. De meesten zijn inmiddels teruggevonden, maar ‘er zijn nog steeds honderden vermisten’, zegt schrijfster Alma Mustafić, die haar vader verloor in de hekatombe. Er circuleren opnamen van Mladić die de moslimkinderen over hun hoofdjes aait en hun moeders en oma’s vredevol toespreekt: ‘Wees niet bang, niemand zal jullie iets aandoen.’ Hij zei nog net niet: oompje Ratko geeft jullie een kus. De Nederlandse blauwhelmen van Dutchbat zagen hoe de Bosnische mannen naar de slachtbank werden geleid. De blauwhelmen leken op ‘fotomodellen, met kortgeknipt haar, een geparfumeerde huid en een stijlvolle zonnebril’, zei een van de overlevenden (de man op wiens boek de film Quo vadis, Aida gebaseerd is). Mladić schepte plezier in macht, hij zag alles in zwart-wit. Hij was er bovendien van overtuigd dat het westen de orthodoxe wereld uit elkaar wilde spelen. ‘Napoleon’ of ‘God’ of ‘Slager’: hij had talloze troetelnamen. Elk akkoord lapte hij aan zijn laars. Hij minachtte iedereen die niet opzat en pootjes gaf. Hij was vastbesloten om het land, dat hem zes eeuwen geleden zogezegd was ontstolen door de Ottomanen in de slag bij Kosovo Polje, terug te geven aan het eigen volk, en zo Groot-Servië te creëren. Op de opnamen oogt hij grof en machistisch, je ziet het kille bloed en de koude ogen, je ruikt de jeneverstokerij uit zijn mond. Toen ik een paar maanden geleden in Srebrenica het nieuwe herdenkingscentrum bezocht, met de batterijfabriek waar in 1995 duizenden mensen opeengepakt hadden gezeten, en de begraafplaats met eindeloze stoeten witte grafzuiltjes, toen steeg het bloed me naar het hoofd. Dit was opa Ratko’s tuin.
Opa Ratko, oompje Ratko, er was ook pappie Ratko. Toen zijn dochter Ana in 1992 als studente geneeskunde samen met vrienden naar Moskou reisde, was ze ervan overtuigd dat pappie een eerzame strijd voerde tegen de vijanden van het volk. Gaandeweg kwam ze erachter wie pappie werkelijk was: een ploert. Op 24 maart 1994 schoot ze zichzelf door het hoofd met pappies sierpistool. Mladić heeft altijd geloofd dat zij vermoord was. Sindsdien was hij zozeer van slag dat hij geen greintje mededogen meer betoonde voor iedereen die hem voor de voeten liep.
Serviërs die nu rouwen om Mladić hebben een punt als ze zeggen dat Servische krijgsheren zijn veroordeeld als oorlogsmisdadigers, terwijl Kroatische krijgsheren, omdat ze ‘aan de juiste kant van de geschiedenis’ stonden, zijn vrijgesproken en tot held verheven. Ante Gotovina is zo’n voorbeeld. Het nationalisme was en is aan alle kanten hardnekkig en ongenadig. Aanhangers van Mladić beweren dat hij zijn volk slechts heeft verdedigd tegen de ‘warlord’ Naser Orić, bijgenaamd het Beest, de Sheriff, Che Guevara, Robin Hood, voor de meeste Serviërs een moslimterrorist. Mladić nam wraak, een oorlogsrecht, zegt men vergoelijkend. Alsof een massamoordenaar hierdoor minder massamoordenaar zou zijn. Mladić was een volksslachter, punt, en zijn dood is een groot goed.  
Maar wat met zijn duivelse ideologie, die tot deze waanzin heeft geleid? ‘Genocide eindigt niet bij de laatste kogel of het laatste massagraf. Het eindigt pas wanneer we afrekenen met de fascistische ideologie erachter’, schrijft Alma Mustafić, overlevende van de genocide.
Toen Slobodan Milošević, een van de andere hoofdrolspelers van de Joegoslavische oorlogen, in 2006 overleed, nog vóór zijn proces was beëindigd, kwam de Oostenrijkse auteur Peter Handke op diens begrafenis zijn steun betuigen aan het vermeend geslachtofferde Servische volk. Benieuwd of de 83-jarige Handke ook nu zal opduiken op de begrafenis. Inmiddels is bekend dat opa Ratko een staatsbegrafenis krijgt in Belgrado. Opnieuw stijgt het bloed me naar het hoofd. 
Deze tekst verscheen eerder in de krant De Standaard (28 augustus 2026). Overgenomen met toestemming van de auteur.
Kwintessens
Johan de Boose is schrijver en Oost-Europakenner. In zijn recent gepubliceerde boek 'Joegoslavië, kroniek van zes of zeven landen' (uitgeverij De Bezige Bij) komt de context van de Joegoslavische oorlogen uitvoerig aan bod. Zie ook deze aflevering van 'De Gedachtestreep'. (Foto © Fred Debrock)
_Johan de Boose -
Meer van Johan de Boose

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws