16 september 2026
Sekseratio’s, conflict en geweld
In het weekblad Knack van 24 juni 2026 publiceerde Dirk Draulans het artikel 'Waarom we steeds minder kinderen krijgen (en steeds minder seks hebben)'. Hij bespreekt daarin verschillende maatschappelijke gevolgen van de dalende fertiliteit. Draulans wijst erop dat een groeiend aantal mannen kinderloos blijft en stelt de vraag welke gevolgen dat kan hebben voor de maatschappelijke stabiliteit. Hij verwijst naar onderzoek dat suggereert dat sommige mannen terecht kunnen komen in een traject van frustratie en agressie, en dat dit de kans op sociale conflicten kan vergroten.
Die passage roept een bredere vraag op: wat weten we eigenlijk over de relatie tussen verstoorde sekseratio's en geweld? Onder een sekseratio verstaan we de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen binnen een bevolking, meestal toegespitst op personen van reproductieve leeftijd. Kunnen onevenwichten tussen mannen en vrouwen bijdragen aan meer agressie, conflict en sociale instabiliteit? Dat is de vraag die we hier trachten te beantwoorden.
Op het eerste gezicht lijkt het antwoord eenvoudig. Wanneer er meer mannen dan vrouwen zijn, zou men verwachten dat geweld toeneemt. Mannen zijn immers wereldwijd verantwoordelijk voor het grootste deel van de ernstige geweldsdelicten, oorlogvoering en andere vormen van fysieke agressie. Zo bekeken lijkt een overschot aan mannen een voor de hand liggende risicofactor voor geweld en instabiliteit.
Toch blijkt de wetenschappelijke literatuur minder eenduidig dan vaak wordt aangenomen. Sommige onderzoekers verdedigen inderdaad de stelling dat een overschot aan mannen leidt tot meer geweld. Andere onderzoekers komen echter tot een andere conclusie. Volgens hen kan juist een tekort aan mannen bepaalde vormen van conflict versterken. Als mannen schaarser worden op de partnermarkt, kan de intraseksuele competitie zich sterker manifesteren bij vrouwen omdat zij concurreren voor een relatief kleinere groep potentiële partners. Daarmee bedoelen we niet dat intraseksuele competitie tussen mannen verdwijnt, want ook zij blijven concurreren voor aantrekkelijke partners. De relatie tussen sekseratio's, conflict en geweld blijft dan ook onderwerp van discussie. De empirische literatuur is nog beperkt en de bevindingen zijn niet altijd eensluidend. In deze bijdrage bespreken we de belangrijkste verklaringen die in de wetenschappelijke literatuur naar voren worden geschoven en bekijken we wat we vandaag werkelijk weten over de mogelijke gevolgen van verstoorde sekseratio's voor agressie, conflict en geweld.
_Een overschot aan mannen: meer geweld en sociale instabiliteit
De meest intuïtieve verklaring, en daar wijst Draulans terecht op, vertrekt vanuit het gegeven dat er in menselijke samenlevingen doorgaans een relatief stabiel evenwicht bestaat tussen mannen en vrouwen. Bij de geboorte worden iets meer jongens dan meisjes geboren, maar dat verschil wordt gedeeltelijk gecompenseerd doordat mannen gemiddeld een hogere sterftekans hebben.
Een sterk onevenwichtige sekseratio is doorgaans geen gunstige situatie. Wanneer er meer mannen zijn, stijgt in absolute aantallen ook het aantal personen dat competitief, impulsief of fysiek agressief gedrag vertoont. Dat vertaalt zich onder meer in meer verkeersongevallen, meer geweldsdelicten en een hogere maatschappelijke kost.
Voor verschillende kenmerken die samenhangen met competitie, risicobereidheid en agressie rapporteren onderzoekers gemiddeld een grotere gedragsvariatie bij mannen. Die vaststelling heeft vooral te maken met statistische patronen. Relatief meer mannen bevinden zich aan de uiterste uiteinden van statistische normaalverdelingen. Evolutiebiologen en gedragsgenetici spreken hier over complexe kenmerken die beïnvloed worden door een groot aantal genen (polygenetische kenmerken), omgevingsfactoren en de wisselwerking tussen beide.
Wanneer de verhouding tussen mannen en vrouwen gedurende langere tijd verschuift, kan dat gevolgen hebben op samenlevingsniveau. Studies in de levensloopcriminologie en de ontwikkelingspsychologie tonen aan dat veranderingen in de samenstelling van bevolkingen zich kunnen vertalen in veranderingen in gedragspatronen, gezondheid, criminaliteit en de daaraan verbonden maatschappelijke kosten.
Als mannen verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de ernstige geweldsdelicten, oorlogvoering en andere vormen van fysieke agressie, wat gebeurt er dan wanneer het aandeel mannen in een bevolking afneemt? Op het eerste gezicht lijkt het antwoord voor de hand te liggen: minder mannen zou dan ook minder geweld moeten betekenen. Zodra we rekening houden met partnerkeuze, seksuele competitie en de sociale gevolgen van verstoorde sekseratio's, duiken echter nieuwe mechanismen op die soms in een andere richting wijzen.
Op het eerste gezicht lijkt het aannemelijk dat een overschot aan mannen automatisch leidt tot meer interseksueel conflict (conflict tussen mannen en vrouwen) of meer geweld tegen vrouwen. Toch blijkt de werkelijkheid ook hier complexer. Cultuur speelt immers een belangrijke rol: ideeën, normen en waarden die van generatie op generatie worden doorgegeven en menselijk gedrag beïnvloeden. Zo zijn er studies die aantonen dat ongelijke sekseratio's inderdaad kunnen leiden tot meer geweld tegen vrouwen, maar vooral in samenlevingen of subculturen waar al sterke machistische opvattingen bestaan en waar de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen niet wordt erkend.
_Een tekort aan mannen: meer seksuele competitie op de partnermarkt
Een ander deel van het evolutiebiologische onderzoek wijst echter in een andere richting. Een aantal onderzoekers binnen de evolutionaire gedragswetenschappen verdedigt de veronderstelling dat bepaalde vormen van conflict kunnen toenemen wanneer er relatief meer vrouwen dan mannen van reproductieve leeftijd zijn. Het gaat daarbij niet noodzakelijk om meer algemeen geweld, maar eerder om intensere partnercompetitie, relationele spanningen en vormen van intraseksuele competitie, met andere woorden: competitie tussen leden van dezelfde sekse.
De verklaring hiervoor ligt in de manier waarop partnerkeuze werkt. Mensen zijn weliswaar een mild hiërarchische soort, zeker vergeleken met bijvoorbeeld chimpansees, maar toch spelen zowel bij mannen als bij vrouwen status en sociale positie een belangrijke rol. Wanneer er meer vrouwen dan mannen beschikbaar zijn op de partnermarkt, ontstaat een situatie waarin meer vrouwen moeten concurreren voor een kleinere groep partners.
Die competitie draait bovendien niet zomaar om eender welke partner. Seksuele selectie zorgt ervoor dat bepaalde eigenschappen aantrekkelijker zijn dan andere. Het gaat bijvoorbeeld om betrouwbaarheid, bereidheid tot ouderlijke investering, sociale status of toegang tot hulpbronnen. Daardoor ontstaat competitie voor een relatief beperkte groep partners die als bijzonder aantrekkelijk worden beschouwd. Dat kan gaan van hoge betrouwbaarheid voor een potentiële ouderlijke investering tot toegang tot meer en betere middelen. Seksuele selectie zet dus druk op de partnerkeuze op de partnermarkt.
In zulke omstandigheden kunnen twee scenario’s ontstaan. Enerzijds neemt intraseksuele competitie toe. Anderzijds ontstaat er frustratie bij mensen die weinig kans maken op een partner. Sommigen zijn twee keer benadeeld: zij worden minder vaak gekozen als partner én bevinden zich relatief laag binnen de statushiërarchie van hun eigen sekse. In de Engelstalige literatuur wordt soms gesproken van een double whammy: twee nadelige omstandigheden die elkaar versterken. Het is niet moeilijk om hierin een hedendaagse parallel te zien met fenomenen zoals de zogenaamde incels (involuntary celibates), waar gevoelens van afwijzing op de partnermarkt soms samengaan met frustratie, ressentiment en vijandigheid tegenover de andere sekse.
Dat dergelijke mechanismen niet louter theoretisch zijn, blijkt ook uit onderzoek naar samenlevingen met verschillende huwelijkssystemen. Studies suggereren bijvoorbeeld dat polygyne samenlevingen, waarin één man meerdere vrouwelijke partners kan hebben, deze processen kunnen versterken. Door de concentratie van partners bij een beperkte groep mannen wordt de competitie op de partnermarkt immers nog scherper, terwijl vooral andere mannen geconfronteerd worden met een minder gunstige positie op diezelfde partnermarkt. Een bekend voorbeeld zijn bepaalde fundamentalistische mormoonse gemeenschappen in het westen van de Verenigde Staten waar polygamie wordt beoefend. Doordat een beperkte groep mannen meerdere vrouwen heeft, blijven voor sommige jonge mannen weinig of geen potentiële partners over. Sommige van deze zogenaamde ‘overtallige’ jongemannen worden uit de gemeenschap geweerd of onder druk gezet om te vertrekken. Zij staan bekend als lost boys.
_Conclusie
Sterk verstoorde sekseratio’s kunnen verschillende vormen van agressie, competitie en conflict beïnvloeden. De precieze vorm die die conflicten aannemen hangt af van de sociale en culturele context. Dat sekseratio's een relevante factor kunnen zijn in de verklaring van gedrag, competitie en conflict wordt steeds duidelijker, al blijven de precieze mechanismen onderwerp van debat. De empirische literatuur levert immers geen eenduidig beeld op. Sommige studies vinden een verband tussen verstoorde sekseratio's en geweld, terwijl andere onderzoeken wijzen op veel complexere patronen of slechts beperkte effecten. Dat verklaart waarom de discussie nog steeds openblijft.
Dirk Draulans merkt terecht op dat we moeten nadenken over de mogelijke neveneffecten van beleidsmaatregelen die op lange termijn de sekseratio kunnen beïnvloeden, zoals de vroegere eenkindpolitiek in China. Sekseratio's zijn een reëel maatschappelijk fenomeen, maar blijven opvallend onderbelicht binnen veel sociaalwetenschappelijk onderzoek. De literatuur is nog beperkt en de bevindingen zijn niet altijd eensluidend. Juist daarom vormt dit onderzoeksdomein een uitnodiging tot verder onderzoek. Het lijkt ons niet echt verstandig om de evolutionaire invalshoek te negeren. Wie wil begrijpen hoe competitie, partnerkeuze, agressie en conflict ontstaan, kan moeilijk om de rol van sekseratio's heen.
De vaststelling van Draulans dat een groeiend aantal mannen kinderloos blijft, maakt deel uit van een veel bredere wetenschappelijke discussie over sekseratio's, reproductieve kansen en sociale stabiliteit. De vraag of zulke ontwikkelingen uiteindelijk tot meer geweld leiden, blijft voorlopig open, maar dat zij de dynamiek van competitie en conflict beïnvloeden, staat nauwelijks nog ter discussie.
_Referenties
- Amaral, S., & Bhalotra, S. R. (2017). Population sex ratios and violence against women: The long-run effects of sex selection in India (No. 2017-12). ISER Working Paper Series.
- Barber, N. (2004). Sex ratio at birth, polygyny, and fertility: A cross‐national study. Social Biology, 51(1-2), 71-77.
- D'Alessio, S. J., & Stolzenberg, L. (2010). The sex ratio and male-on-female intimate partner violence. Journal of Criminal Justice, 38(4), 555-561.
- Diamond-Smith, N., & Rudolph, K. (2018). The association between uneven sex ratios and violence: Evidence from 6 Asian countries. PloS one, 13(6), e0197516.
- Filser, A., Barclay, K., Beckley, A., Uggla, C., & Schnettler, S. (2021). Are skewed sex ratios associated with violent crime? A longitudinal analysis using Swedish register data. Evolution and Human Behavior, 42(3), 212-222.
- Schacht, R., Rauch, K. L., & Mulder, M. B. (2014). Too many men: the violence problem? Trends in ecology & evolution, 29(4), 214-222.
- Vandermassen, G. (2005/2019). Dames voor Darwin: over feminisme en evolutietheorie. Houtekiet.
- Walsh, A. (2023). Sexuality and crime: a neo-Darwinian perspective. Routledge.