Sarah Chaney
Nick De Clippel
Non-fictie
  • 701 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

2 mei 2023 Ben ik normaal?
De 200-jarige zoektocht naar ‘normale mensen’ (en waarom die niet bestaan).
Het antwoord op de titelvraag is voor iedereen ‘ja’, ook als dat niet zo is. Daar komt het toch zowat op neer volgens Sarah Chaney, als onderzoeker verbonden aan het Queen Mary Centre for the History of Emotions, waar ik, eerlijk gezegd, nog nooit van heb gehoord, al klinkt het behoorlijk indrukwekkend.
Ondanks dat is het boek laagdrempelig. Zo wordt uitgelegd wat de DSM is, hoe een Gauss-curve eruitziet en staan er prentjes in de tekst. Anderzijds staat er een zeer academisch notenregister achteraan.
Blijkbaar bestond ‘normaal’ vroeger niet en is het concept een creatie van het industriële tijdperk, niet meer dan pakweg tweehonderd jaar oud, wat ook al op de cover staat aangegeven. Aan de start van de obsessie met ‘l’homme normale’ stond warempel een Belgische statisticus. Adophe Quetelet zette in zijn Essai de Physique Sociale (1835) als eerste de krijtstreepjes waarbinnen de statistisch normale mens gedijt. Daarna ging het van kwaad naar erger, want zowat alles en iedereen werd tegen de meetlat van het gemiddelde gelegd, vanuit de misplaatste (sic) veronderstelling dat dit ook het ideale zou zijn (blz. 275).
In verschillende hoofdstukjes legt Sarah Chaney uit hoe het nieuwe paradigma zijn wil oplegde aan het lichaam (de BMI), het denken (de IQ-test), het seksleven (heteronormatief), het gevoel (de stiff upperlip), de kinderen (normaal of ADHD) en de samenleving (westers).
Toch blijkt telkens weer dat het normale niet te definiëren valt of dat er nagenoeg niemand aan voldoet. En wat normaal is, is niet alleen standpuntelijk bepaald, maar ook veranderlijk in tijd en ruimte.
Het boek is voor een goed stuk de ‘petite histoire’ van de (mens-)wetenschappen in de voorbije tweehonderd jaar en de bijhorende struikelpartijen van de eurocentrische mannen die er de dienst uitmaakten. Dat garandeert grappige fait-divers en grinnikend hoofdschudden, wat altijd prettig is. Belangrijker is evenwel dat ‘normaal’ nooit een objectief of zelfs maar een eerlijk gegeven was, maar altijd een normerend en onderdrukkend systeem dat op poten werd gezet door en voor de machthebbende, heteroseksuele, cisman die er een eigen contingente hiërarchie van waarden mee in stand houdt. Heeft u dat ook al elders gelezen? Als u hier vermoedt dat het boek politiek correct is: dat is het zeer zeker. De man is ‘wit’, niet ‘blank’ en hij verkocht ‘tot slaaf gemaakten’ in plaats van ‘slaven’ (de prijs was dezelfde, ndc). Toch is het boek maar een klein beetje woke, onder meer omdat er nergens potten worden gebroken. In het hoofdstukje over seks, worden een paar moeilijke thema’s zelfs expliciet geschuwd. ‘Ben ik normaal’ is erg normaal en graaft nergens dieper dan de liefhebber van lichte populairwetenschappelijke literatuur gewoon is.
Sarah Chaney koos voor een bespreking van normaliteit in de laatste twee eeuwen. Twee eeuwen waarin heel veel aan het schuiven ging en heel veel werd ontdekt en uitgewerkt, waarvan het leeuwendeel – for better and for worse – inderdaad op conto van de westerse man geschreven mag worden. Het essay wekt de indruk dat er voordien of elders geen ‘normaal’ zou bestaan hebben, wat bijzonder onwaarschijnlijk is. De beoordeling van de voorbije eeuwen maakt zich schuldig aan presentisme, wat de schrijfster er niet van weerhoudt de term LGBTQ toe te passen op de negentiende eeuw (blz. 110). ‘Normaal’ lijkt a priori onderdrukkend en uniformiserend, maar is dat wel zo? Kan men zich een samenleving inbeelden waarin een min of meer expliciet ‘normaal’ niet bestaat? Is normaliteit een kind van de WEIRD-man? Betekent een concept van ‘normaal’ per definitie een binaire tegenstelling (blz. 25)? Veel vragen worden niet gesteld. Chaney citeert Holmer en Reade: “Waar de individuele mens een onoplosbaar raadsel is, wordt hij in het collectief juist een wiskundige zekerheid” (blz. 249). Toch lees je dingen zoals “Niet alle mensen met een hoge BMI zijn ongezond” (blz. 72). Statistiek houdt zich inderdaad zelden bezig met individuen.
Dat ‘abnormaal’ vooral afhangt van de mate waarin men afwijkt van een norm, is nergens aan de orde.
Chaney is kritisch ten opzichte van de westerse bubbel, maar blijft er zelf gezellig in zitten. Of de Chinezen een alternatief hebben voor ‘normaal’ komen we niet te weten, noch of er Afrikaanse epistemologieën zijn of waren die een andere kijk kunnen opleveren.
Elk hoofdstukje begint met een persoonlijke getuigenis van de schrijfster, een gimmick die in populairwetenschappelijke literatuur gangbaar is geworden. Zo vernemen we dat de jongere Chaney altijd normaal had willen zijn maar te kampen had met een labiele, geestelijke gezondheid (blz. 271) en daardoor bekend is met depressies, pillen en psychologen. Die ‘personal touch’ is niet altijd zo relevant als allicht werd bedoeld, maar ik neem graag aan dat er lezers zijn die deze insteek genegen zijn.
Wie een zwak heeft voor de ‘petite histoire’ van de wetenschappen en een lichtere tekst over normaliteit wel ziet zitten, zal ‘Ben ik normaal?’ snel uitgelezen hebben. Bij mij was dat ook zo, maar dan vooral omdat een oppervlakkige lectuur me de meest gepaste leek.

Nick De Clippel
Sarah Chaney
Nick De Clippel
Non-fictie
Nick De Clippel is master in de filosofie (KULeuven). Hij is auteur van het boek 'Waarom Jezus van school werd gestuurd (en Mohammed ook)', dat onlangs verscheen in de publicatiereeks van Kwintessens. Hier kan u een recensie lezen.
_Nick De Clippel -
Meer van Nick De Clippel

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies