Alicja Gescinska
Michel Ackaert
Non-fictie
  • 30 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

26 januari 2026 Vrouwen in duistere tijden – tien denkers van blijvende betekenis
Schrijfster en filosofe Alicja Gescinska (Warschau, 1981) is met dit lijvig werk niet aan haar proefstuk toe. Ik kwam haar de laatste jaren regelmatig tegen in praatprogramma’s, recensies, artikels en opiniestukken. Ik voelde tijdens het lezen van dit boek wel meteen een persoonlijk gemis. We hebben veel te weinig onze blik gericht op de intellectuele rijkdom en de geschiedenis van Oost-Europa in de 20e eeuw. Heeft de recente oorlog in Oekraïne, de moed en de standvastigheid van de bevolking nu ons de ogen geopend voor denkers, strijders en filosofen van voorheen en vooral toen daar nog een ijzeren gordijn was?
Gescinska is Belgisch-Pools en neemt ons mee doorheen die gruwelijke vorige eeuw. Ze gaat daarin heel gericht op speurtocht naar moedige, intelligente maar vooral strijdlustige vrouwen. Ze zoekt niet meteen naar onderlinge gelijkenissen bij deze tien hoogopgeleide dames. Velen hebben een Joodse achtergrond, zijn agnost, gelovig of zelfs atheïst. Politiek zijn ze soms wel eens elkaars tegenpolen. Hun strijd tegen onbegrip, onrecht en verdrukking is geïnspireerd door religie, politiek, soms door afkomst en opleiding maar steeds valt op hoe ze zich staande houden en zelfs rebelleren in een meestal vijandige omgeving. Rosa Luxemburg, de eerste die mij bekend voorkwam betaalde er de ultieme prijs voor. Ik eindig dit boek maar begin gretig terug en nu heel langzaam, van vooraf aan. Mijn tocht doorheen de biografieën, de nevenbeschouwingen van Gescinska en de bijlages hebben mijn interesse gewekt. Sommige dames kende ik niet en nogmaals, dat voelt als een leegte. Ik wil meer! Ik wil ze leren kennen! Een bonus daarbij is uiteraard wat je als lezer gaandeweg te weten komt over de schrijfster zelf en haar denkwijze. 
Ik heb het al vaak gezegd en ik kan er niet aan ontkomen: ik ben een kind van de twintigste eeuw. Dat zeg ik niet enkel omdat ik in die eeuw geboren ben, maar omdat het huis van mijn denken gebouwd is op fundamenten gelegd door denkers en schrijvers die toen leefden en dachten. Alicja Gescinska, blz. 11
“Indien het kwaad intrinsiek, in de mens zit, dan ook het goede. En precies daarover gaat dit boek. Het is een aanklacht tegen het kwaad en een ode aan het goede waartoe de mens in staat is.” (blz. 12)
Van Rosa Luxemburg, Edith Stein, Hannah Arendt naar Judith Shklar met tussenin o.a. Simone Weil; Gescinska heeft het bij die dames respectievelijk over moed, empathie, menselijkheid, angst en aandacht. Ik begin meteen bij de moed van het denken van Rosa Luxemburg (1871-1919). Er volgt daarna het trieste verhaal van de Russische dichteres Achmatova met aristocratische roots en haar tumultueus leven onder het Sovjetbewind. Sterker nog, een kortstondige ontmoeting tussen haar en denker filosoof Berlin durven sommigen nu duiden als het echte begin van de Koude Oorlog. Ik word gaandeweg ondergedompeld in een boeiende wereld van dichters, schrijvers, filosofen en kunstenaars waarvan ik het bestaan niet kende. Of sommige vrouwen in dit werk zich verzet hebben tegen een gruwelijke oorlog, een totalitair regime of fascisme, ze deden het bijna allemaal met een verbetenheid en ware doodsverachting. De 20e eeuw is (tot nog toe!) de meest gruwelijke periode in de geschiedenis en dat zal je geweten hebben bij het lezen van dit boek. Het liep voor de meesten dus heel slecht af. 
Die Welt braucht nicht, was Frauen haben, sie braucht was Frauen sind. blz. 102
Ik haal er even Edith Stein (1891-1942) uit. Ze wordt in dit werk beschreven als Joodse agnost die evolueerde tot feministische fenomenoloog en eindigt als devote kloosterzuster. Haar hobbelig levensverhaal en academische loopbaan is uitermate boeiend maar voorbij het glazen plafond geraakt ze niet. Komt daarbij de opkomst van het nazisme dan lees je dat ze helemaal niet alleen was om het dreigende gevaar te zien. Ze schrijft de paus aan om hem te wijzen op een catastrofe. Ze hekelde daarin de onmenselijke passiviteit van de Kerk tegenover Hitler. Haar brief bereikte de paus in april 1933! Sterker nog, ze voorspelde dat de katholieken de volgenden in de rij zouden worden om te worden weggewerkt. Een eerlijk antwoord van het Vaticaan bleef uit. We kennen de gevolgen! Ze bekeerde zich toch tot datzelfde katholicisme, werd non bij de karmelietenorde en vluchtte naar een klooster in Nederland. Toen het ook daar als oorspronkelijke Joodse gevaarlijk werd tijdens de bezetting liet ze bewust verschillende ontsnappingsmogelijkheden aan zich voorbijgaan. Ze wilde het lot van ‘haar volk’ delen! Samen met haar zus Rosa werd ze tenslotte gedeporteerd naar Auschwitz waar ze meteen na aankomst werden vergast. Hoe pervers en hypocriet is de houding van de Kerk nadien? In 1998 wordt ze door paus Johannes Paulus II gecanoniseerd! Toen de goederentrein kort halthield in Breslau, nota bene haar geboortestad, werden de deuren eventjes opengegooid. Johannes Wieners, een Duits soldaat die er op de trein wachtte naar het Oostfront zag tussen de opeengepakte mensenmassa een vrouw in kloostergewaad die in de duisternis oplichtte alsof ze door hemelse stralen omgeven was! Ik krijg het eventjes heel moeilijk met zoveel hypocriete ‘heiligheid’! Bij de bevrijding van het kamp in Dachau krijgt Martha Gellhorn, legendarische oorlogsjournaliste en in dit boek ook vermeld, van een uitgemergelde gevangene verwijtend te horen: “It’s a bit late”.
Vanuit atheïstisch perspectief kun je niet vrij zijn in een religie; je kunt alleen maar vrij zijn als je vrij bent van religie. Ludwig Feuerbach, blz. 396
Ik ga verder in dit werk en dat vraagt flink wat inspanning en volharding. Juist daarom kies ik vervolgens een beetje gemakshalve voor Martha Gellhorn (1908-1998) en het thema ‘betrokkenheid’. Mijn belangstelling voor deze gerenommeerde oorlogscorrespondente is verbonden met mijn interesse voor de Spaanse burgeroorlog en Hemingway. Ze waren inderdaad een tijdje een koppel. Mijn bewondering voor dat icoon van de literatuur krijgt meteen een flinke deuk. Reeds een tijdje werkzaam in de kunstwereld weet ik ondertussen dat erachter of naast heel wat grote mannen in de literatuur en de kunst nogal wat minstens even grote vrouwen stonden. Na haar confronterende artikels en eerste boek The Trouble I’ve Seen over de grote depressie in de U.S. tijdens de regering van Roosevelt reist ze Hemingway achterna naar Spanje. Ze zijn dan nog geen minnaars en het valt op dat ze in tegenstelling tot zijn sterke verhalen over strategische ontwikkelingen, gesprekken met leidinggevende militairen en vooral zijn eigen ego, vooral aandacht heeft voor de misère van de gewone mens in oorlogstijd. De rest van haar leven leest als een spannend verhaal met diverse afleveringen. Tot grote ergernis van Hemingway staat ze quasi op de eerste rij tijdens de landing in Normandië. Ze heeft een affaire met generaal James Galvin tijdens zijn opmars met de geallieerde troepen en staat aan de poorten van Dachau. Om de fysieke en geestelijke schok die ze er had te kanaliseren schrijft ze The Wine of Astonishment, de eerste roman over die gruwel. Terwijl Hemingway langzaam afglijdt in alcoholisme en narcisme gaat Martha Gellhorn door met verslaggeving op de eerste lijn en een kritische kijk op conflicten en oorlogen. Ze becommentarieert later Vietnam, de Zesdaagse Oorlog en de invasie in Panama in 1989. Doodziek stapt ze in 1998 uit het leven. Weeral heeft Alicja Gescinska mijn belangstelling gewekt voor een uitzonderlijke vrouw in de 20e eeuw. 
Ik besluit met de Zwitserse filosofe Jeanne Hersch (1910-2000), leerlinge van Martin Heidegger en Pools-Joods. Net zoals op die legendarische foto uit 1936 waarop August Landmesser, een Duitser die met een Joodse getrouwd is weigert de Hitlergroet te brengen, houdt ze de lippen op elkaar als haar medestudenten in Freiburg enthousiast het Horst-Wessellied zingen tijdens een herdenkingsplechtigheid.

“In de strijd tegen de totalitaire verlokking ontwikkelde Jeanne Hersch een visie die aansluit bij die van Karl Popper. Het bekende tolerantieprincipe van Popper stelt dat men geen tolerante houding ten opzichte van intoleranten mag aannemen, want dat leidt uiteindelijk tot de ondergang van de tolerantie zelf”. (blz. 250)
In de weeral bloedige 21e eeuw iets om eventjes over na denken vooraleer weeral één van de vele slachtoffers zegt: “It’s a bit late”.

Michel Ackaert
Alicja Gescinska
Michel Ackaert
Non-fictie
Michel Ackaert (1957) was cipier in de gevangenis van Brugge. Publiceerde reisverslagen, opiniestukken, recensies en een boek over menswaardige detentie ‘Seks in de gevangenis’.
_Michel Ackaert Recensent, reiziger, vrijwilliger en cultuurfanaat
Meer van Michel Ackaert

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies