Floris van den Berg
Martin Slagter
Non-fictie
  • 15 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

6 mei 2026 Ode aan Oerol - Filosoferen in het paradijs
Terschelling tijdens Oerol: een tijdelijk utopisch eiland. In juni 2025 bezocht filosoof Floris van den Berg met zijn partner het jaarlijks terugkerend tiendaags cultureel festival Oerol, dat in de maand juni wordt gehouden op het Nederlandse eiland Terschelling. Ik vermeld dit laatste maar even, want onlangs bleken bij ‘De slimste mens’ drie jonge kandidaten nog nooit van het festival gehoord te hebben (terwijl de NPO in de zomerse komkommertijd toch uitvoerig aandacht aan het festival besteedt). Alleen al om die relatieve onbekendheid is het nuttig dat Van den Berg een boekje over zijn bezoek aan Oerol heeft gepubliceerd, gebaseerd op zijn dagboek dat hij destijds bijhield.
Het eerste hoofdstuk van het boek, getiteld Filosoferen in het paradijs, is een intense, impressionistische beschrijving van zijn beleving van het festival, in de onvoltooid tegenwoordige tijd. Dit eerste hoofdstuk wordt gevolgd door vier teksten die schijnbaar niet veel met zijn bezoek aan Oerol te maken hebben, maar er bij nader inzien thematisch prima bij aansluiten. Over deze structuur later meer.
Hemel-op-aarde
“Ik heb de hemel gezien,” zo begint Van den Berg zijn impressie, zodat de lezer al meteen weet dat hij niet aan een objectief verhaal over het festival begint. Het boek is een ode aan Oerol, en een lofzang is per definitie niet objectief. De lezer weet wat hem te wachten staat. 
Op ronduit lyrische wijze beschrijft Van den Berg zijn tien dagen op het eiland. Hij waant zich in het paradijs, in utopia, in de hemel-op-aarde. Er is de prachtige natuur, er is het Terschellingse duinlandschap; er zijn fietstochten met Lara op de tandem over ‘knisperende schelpenpaden’ in de duinen (“Tandems zijn, net als kano’s, relatietests”), er zijn de maar liefst 70 theatervoorstellingen, er zijn de restaurants van Pura Vida, die vegan-menu’s bieden (van wezenlijk belang voor veganist Van den Berg). 
Van den Berg beschrijft het optreden van eco-fado-zangeres Nynke Laverman, een eigentijdse druïde, die in het Fries klaagzangen zingt over de teloorgang van de natuur (‘ecocide’). Milieufilosoof Van den Berg is tot tranen geroerd en moet zijn best doen niet in snikken uit te barsten. Alle voorstellingen zijn in meer of mindere mate in symbiose met de Terschellingse natuur. Zoals de met Arabische muziek omlijste voorstelling De clown van de avantgardistische toneelgroep Veenfabriek, over de jammerlijke teloorgang van het Ottomaanse Rijk. Maar de voorstelling is nogal ongenuanceerd pro-Palestijns, oordeelt Van den Berg. “Oerol is niet vrij van politiek. De teneur is links-progressief. Maar het woke-gehalte valt me alleszins mee.” Ook is er veel non-figuratieve, veelkleurige beeldende kunst, muziek, stand-up, acrobatiek, meditatie… Een luilekkerland voor liefhebbers van moderne kunst.
Carnistisch eiland
Voor Van den Berg is Terschelling tijdens Oerol niets minder dan een tijdelijk utopisch eiland, waar het leven werkelijk goed is. “Zo zou het paradijs eruit moeten zien: een eeuwigdurend Oerol met zonnig zomerweer,” verzucht hij. Maar Ode aan Oerol beschrijft niet alleen ‘het Goede Leven’ in esthetische of gelukzalige zin (Aristoteles’ eudaimonia), maar ook in ethische zin. Van den Berg is namelijk niet alleen maar lyrisch. Hij heeft ook kritiek: “Ook in het paradijs zijn er ergernissen.” Hij ergert zich aan de vele veel te dikke mensen die er op het festival rondlopen, omdat dat zo onnodig is. “We hebben ons dieet uit handen gegeven aan de industrie, die gebruik maakt van onze luiheid en zucht naar vet, zout en zoet,” citeert hij instemmend Teun van der Keuken, uit diens boek De mens is een plofkip (2024). Behalve op hun dieet heeft Van den Berg kritiek op de alomtegenwoordige elektrische fiets “waardoor het calorieverbruik nog verder naar beneden gaat”. Maar het ergst is wel dat Terschelling ook tijdens Oerol een carnistisch eiland is, waar de uitbuiting van niet-menselijke dieren aan de orde van de dag is:
 
“Op het ‘grasfalt’ worden koeien gehouden. De weides worden royaal geïnjecteerd met stront, die je de adem beneemt. Er zijn schapen. Er is visserij. Tegelijkertijd is het eiland trots op de vogeldiversiteit en trekt het vogelaars, die doorgaans van vogels houden en dieren eten. Het lukt bijna, maar net niet helemaal, om mijn morele verontwaardiging over onnodig leed en onnodige stomheid terzijde te schuiven.”
Filosoof met een missie
Floris van den Berg is een filosoof met een missie. Die missie is: ‘een betere wereld’. Dat wil zeggen: een wereld met meer geluk en minder leed voor alle levende wezens. Dit is ook de opdracht van zijn lectoraat aan de Hogeschool voor Toegepaste Filosofie: filosoferen voor een betere wereld. Filosofie is voor Van den Berg niet vrijblijvend, maar moet effect sorteren in de werkelijkheid van alledag. Mensen moeten er door filosofen toe aangezet worden om hun gedrag te veranderen en zodoende de aarde mogelijk te redden van een ecologische ondergang. Van den Berg geeft zelf het goede voorbeeld: behalve veganist is hij geheelonthouder, naturist (Oerol mag wel wat bloter van hem) en atheïst (op redelijke gronden). En het is niet gauw goed: de eetstalletjes op Oerol zijn weliswaar vegetarisch, “maar waarom dan niet vegan?”
Opbouw
Behalve het eerste hoofdstuk ‘Spelen in het paradijs’ is Ode aan Oerol opgebouwd uit vier andere  teksten, die deels al eerder geschreven waren: ‘Performance in het paradijs’ (over het verblijf van Jan Wolkers op Rottumerplaat), ‘Brief uit het paradijs aan mijn studenten (tijdens Oerol geschreven brief aan studenten van de Vrije Universiteit Brussel, die Van den Bergs collegereeks ‘Uitdagingen voor hedendaags humanisme’ volgden), ‘Zo ziet morele vooruitgang er uit’ (over morele vooruitgang en het nieuwe havo-eindexamenonderwerp ‘dierethiek en milieufilosofie’) en ‘Brief uit het paradijs aan mijn zus’ (geschreven tijdens een ander verblijf op Terschelling). Hoewel het allemaal heel verschillende teksten zijn (twee brieven, kunst in een ander ‘paradijs’, namelijk Rottumerplaat en een tekst over morele vooruitgang), vertonen ze toch een grote thematische eenheid. Dat komt doordat Van den Berg al zijn teksten schrijft vanuit zijn persoonlijke missie: het realiseren van een betere wereld. De samenstelling van het boek doet denken aan de Max Havelaar, waarin Multatuli ook allerlei eerder geschreven teksten in onderbracht (uit het ‘pak van Sjaalman’), maar die allemaal aan dezelfde morele verontwaardiging ontsproten waren en daarom heel goed bij elkaar pasten.
Filosoferen in het paradijs
Ode aan Oerol maakt nieuwsgierig naar het jaarlijkse festival op Terschelling en zal lezers zeker aansporen om zelf het festival te bezoeken. Maar het boek is méér dan reclame voor het festival. Zoals de ondertitel al aangeeft, wordt er in het paradijs ook gefilosofeerd door de schrijver. Wie hiervan houdt, zal zeker plezier beleven aan de filosofische reflecties van Van den Berg bijvoorbeeld over de vraag wat natuur is (is door de mens aangeplant duingras minder onnatuurlijk dan plastic zwerfafval?) of wat kunst (kunst hoeft niet altijd mooi te zijn om een waardevolle ervaring op te leveren). Elk hoofdstuk begint met een filosofisch citaat, de verschillende filosofische citaten die als motto aan elk hoofdstuk voorafgaan, zoals: Ondergang is de bestemming waar alle mensen zich naartoe haasten, ieder zijn eigen belang najagend, in een samenleving die gelooft in de vrijheid van de mens. Vrijheid in een gemeenschap richt allen ten gronde. Hoe mooi alles ook in het paradijs is, Van den Berg blijft zich realiseren dat de toekomst er niet goed uit ziet.
Stijl
Ten slotte: Ode aan Oerol leest als een trein. En zoals bij elk goed boek komt dat door de stijl waarin het geschreven is. Die stijl kenmerkt zich door: directheid (o.t.t.!), beeldenrijkdom en toegankelijkheid. Van den Berg houdt niet van wollig taalgebruik: hij schrijft zonder opsmuk en gekunsteldheid, in overwegend korte en krachtige zinnen, die niets aan duidelijkheid te wensen over laten. Een paar willekeurige citaten om dit te illustreren:
 
“Mensen kennen de vele lagen van de hel van Dante. Minder bekend is dat hij ook de hemel heeft beschreven en dat die net als de hel gradaties heeft.”
 
“De mensen werden een voor een ‘geringeloord’ met een polsbandje. Wij kregen een tweede bandje, voor een andere laag in de hemel, een vriendenbandje.”  
 
“Tranen van verdriet over de boodschap en over de schoonheid van de vorm biggelen over mijn wangen. Het doet pijn. Ik moet moeite doen om niet in snikken uit te barsten. Ben ik een emo-man aan het worden?”
Na een ‘Paradijselijk dankwoord’ (voorafgegaan door een citaat van notabene Nicolaas Beets) en een lijst van al zijn publicaties (de teller staat momenteel op 22!), besluit Van den Berg met ‘Het laatste woord over het paradijs’: “En voorts ben ik van mening dat Terschelling een volledig plantaardig eiland moet worden.”
 
Martin Slagter

Floris van den Berg
Martin Slagter
Non-fictie
Martin Slagter (1953) is filosoof en neerlandicus. Hij is oprichter en algemeen-directeur van de HTF (Hogeschool voor Toegepaste Filosofie te Utrecht), waar hij Taalvaardigheid en Taalfilosofie doceert.
_Martin Slagter Recensent
Meer van Martin Slagter

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies