15 oktober 2026
Leerdicht over de natuur - De Rerum Natura
De niet meer zo jonge lezer zal zich ongetwijfeld het liedje ‘Allemaal angst’ van Robert Long herinneren. Het werd in 1989 uitgebracht en somt allerlei dingen op waar mensen bang van kunnen worden. Als de zanger tweeduizend jaar geleden zou geleefd hebben, zou hij een liedje tegen de goden hebben geschreven want daar waren de meeste mensen toen het bangst voor. Inspiratie had hij volop kunnen vinden in het ‘Leerdicht over de natuur’ van de dichter Lucretius (99-55 v. Chr.) want het is precies van de angst dat hij zijn publiek wou verlossen.
Het moet gezegd dat onze voorouders ten tijde van Julius Caesar redenen te over hadden om bang te zijn. In Gallië werd een genocide gepleegd en de Romeinse samenleving werd met de regelmaat van de klok verscheurd door burgeroorlogen. En als dat nog niet genoeg was, sloeg de pest toe en richtte een ravage aan onder de bevolking.
Het gedicht van Lucretius eindigt trouwens met een huiveringwekkende beschrijving van de pest in Athene. Hoe kon een mens gemoedsrust vinden in die omstandigheden? De Griekse filosoof Epicurus (341-270 v. Chr.) stelde een gewaagde oplossing voor: alles is te herleiden tot atomen en bij onze dood vallen die gewoon uit elkaar. Vandaar zijn gevleugelde uitspraak: “De dood gaat ons niet aan. Zolang wij er zijn, is de dood er niet, en wanneer de dood er is, zijn wij er niet meer.” Dat is nogal kort door de bocht want Epicurus houdt geen rekening met affectie tussen mensen. Toch blijft het epicurisme zoals het is verwoord door Lucretius een indrukwekkende prestatie. Vele passages uit het Leerdicht over de natuur in de vlotte vertaling van Marguerite Prakke voelen opvallend modern aan.
Zo lezen we dat de kosmos uit niets is ontstaan en tot niets zal terugkeren. Er komt geen enkele god aan te pas en de goden spelen ook geen enkele rol bij de gebeurtenissen op aarde. De wereld is een schouwspel van toevallig botsende atomen. Volgens Lucretius bestaan er ook vele werelden naast de onze. Deze gedachte zou pas eeuwen later opgepikt worden door Giordano Bruno, die in 1600 op de brandstapel zou sterven. Vandaag ontdekken astronomen voortdurend nieuwe exoplaneten.
Lucretius was ook tot de conclusie gekomen dat atomen kleurloos zijn en dat er geen kleur mogelijk is zonder licht. “Bovendien, omdat er zonder licht geen kleur is en atomen van dingen zich niet in het licht vertonen, kun je er zeker van zijn dat ze niet met kleur bedekt zijn.” Intussen weten we dat dit grotendeels correct is en dat de lucht op aarde blauw is omdat het zonlicht botst tegen zuurstof- en stikstofmoleculen. De samenstelling van die moleculen zorgt ervoor dat de korte, blauwe lichtgolven veel sterker worden verstrooid dan de langere, rode golven. Alleen op onze planeet is de lucht blauw.
Tweeduizend jaar nadat het werd geschreven, is het leerdicht van Lucretius nog steeds een oefening in verwondering. Je kijkt met andere ogen naar de wereld. Ware vroomheid bestaat volgens de Romeinse dichter niet in het offeren aan goden maar in het onderzoek van de dingen met een heldere geest. Elders schrijft hij: “Angsten moet je verdrijven door observatie van de natuur en haar wetten.”
In het dagelijkse leven streefden de epicuristen naar het vermijden van pijn en het nastreven van genot. Die bescheiden doelstelling viel niet in goede aarde bij conservatieve Romeinen en al helemaal niet bij christenen in de eeuwen die daarop volgden. Ze werden beschuldigd van losbandige genotzucht terwijl Epicurus en zijn volgelingen een heel sober leven leidden om alles te puren uit de kleine genoegens van het leven. In een beroemde passage uit het tweede boek hekelt Lucretius de mensen die zich op zee wagen om roem en rijkdom te vergaren. “Zie je dan echt niet dat het enige waar de natuur om vraagt een lichaam is zonder pijn en een geest die vrij van zorgen en angsten blij kan genieten met een gevoel van welbehagen?”
Op de vertaling van Marguerite Prakke valt ongetwijfeld wat af te dingen. Kort samengevat kan ik zeggen dat de leesbaarheid vaak ten koste gaat van de precisie. Ik geef slechts één voorbeeld: waarom het Latijnse religio vertalen door bijgeloof? Het is zeer twijfelachtig dat Lucretius het zo bedoeld heeft, des te meer omdat er een woord voor bijgeloof bestaat. In zijn Annales (boek 15, 44) noemt Tacitus het christendom een exitiablilis superstitio, een verderfelijk bijgeloof. Daarom is de term godsgeloof die we tegenkomen in de vertaling van Piet Schrijvers ongetwijfeld exacter. Maar nogmaals, de vertaling van Marguerite Prakke is prettig om te lezen en is ideaal voor een kennismaking met Lucretius en het epicurisme. De dichter gaf trouwens toe dat hij de beker met bittere drank had voorzien van een randje honing. Die honing heeft niets aan smaak ingeboet in deze uitgave. Wie de beker tot op de bodem willen legen, kan de Latijnse tekst en een getrouwe vertaling vinden bij Piet Schrijvers.
Robert Long sluit zijn liedje af met de woorden: “van leven ga je dood.” Na het lezen van Lucretius ben je misschien een beetje minder bang en zoniet heb je kennis gemaakt met een van de meesterwerken uit de wereldliteratuur en een mijlpaal in de filosofie.
Johan Gezels