22 oktober 2026
O dierbaar België, mère chérie – De geschiedenis van de taalgrens
Brigitte Raskin is bekend als auteur van bestsellers als ‘Het Koekoeksjong’ en ‘De eeuw van de ekster’. Maar zij is ook historica en bewoonster van de taalgrens. Niemand is dus beter geschikt om een geschiedenis van de taalgrens tussen Nederlands en Franstalig België, tussen Vlaanderen en Wallonië te vertellen. Het is trouwens meer dan een Belgische aangelegenheid, want onze taalgrens markeert in feite ook de grens tussen het Germaanse (noordelijke) en het Romaanse (zuidelijke) deel van Europa.
Die taalgrens is eeuwen ouder dan het koninkrijk België zelf. Het is geen geografische lijn, maar een factor die geleid heeft tot spanningen, maar ook tot culturele rijkdom. Het Nederlands is schatplichtig aan de Franken en al wie zeggenschap wilde over de Bourgondisch-Habsburgse gebieden, moest de taal van het volk spreken. En eigenlijk is dat vandaag nog steeds zo.
Ook vandaag geeft dit simpele gegeven aanleiding tot spanningen, ook al hebben onze Taalwetten een en ander gepacificeerd. Dat was ook de gezamenlijke opdracht van de Belgen, die na Spaanse, Oostenrijkse en Franse overheersing probeerden om een staat te stichten waarin het Frans na de Franse bezetter overheersend was – ondanks het kortstondige regime van Willem I - maar waar het Nederlands, met al zijn dialecten, nooit verdwenen was. Dat gaf aanleiding tot een gerechtvaardigd (cultureel) flamingantisme, een emancipatiebeweging die ons land verkavelde en waarin de taalgrens prominenter dan ooit werd. Maar die verkaveling was wel een voorwaarde om ons land bijeen te houden en op vreedzame wijze conflicten te beheersen die hun oorsprong hebben in het verleden.
Zes staatshervormingen later stelt Raskin zich in de epiloog van haar boek de vraag of België in 2030 nog zal bestaan. In 2030 zal België haar tweehonderdste verjaardag vieren. Sommige politieke krachten zien heil in confederalisme en in dat scenario zal België effectief nog bestaan. Maar de vraag blijft of dat confederalisme geen tussenstap is naar Vlaamse onafhankelijkheid, die momenteel door een meerderheid van de Belgen én de Vlamingen als ongewenst wordt gezien. Maar de N-VA is een partij die inmiddels de deugd van het geduld heeft omarmd en een leider heeft die strategisch denkt. De ‘linde van Bakenbos’ staat alleszins nog een bewogen toekomst te wachten.
Conclusie: de Belgische identiteit is gelaagd, net zoals het verhaal dat Raskin hier vertelt. Simplismen laat ze over aan politiek en media. Contextuele duiding en diepgang zijn haar alternatief. Dat maakt dit boek geenszins hermetisch, want daarvoor is het te vlot geschreven en zijn haar analyses te helder en te goed gedocumenteerd.
Björn Siffer