• |
Delphine Lecompte
V De Raeymaeker
Non-fictie
  • 278 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering boekreview

30 januari 2020 Vrolijke Verwoesting. Gedichten
In 2008 verscheen van Delphine Lecompte een eerste gedicht in de Brakke Hond en een jaar later al een eerste bundel die meteen twee keer in de prijzen viel. 10 jaar later mocht ze al een verzamelbundel met de ‘110 beste gedichten’ samenstellen en in 2019 is ze met ‘Vrolijke Verwoesting’ aan haar 8ste boek toe.
Ze vindt nochtans dat poëzie iets primitiefs en instinctiefs is, iets kinderlijks en anarchistisch. Niet bepaald kwaliteiten die mensen zouden aanzetten om haar poëzie te lezen. Ze vindt zichzelf raar, ziekelijk, opstandig, grillig - wat zich natuurlijk spiegelt in haar werk dat ze zelf duister noemt, pervers en rauw. Ze vindt dat je alles in een gedicht mag proppen. Als je dan nog weet dat ze ‘Vrolijke Verwoesting’ als een “zeer wrede, gewelddadige - maar gelukkig ook sterke - bundel omschrijft, waarin ze zich ”niet meer intoomt”, zou je je kunnen afvragen waarom je je tijd erin zou steken om zoiets te lezen. “Liever dan Miriam Van Hee”, zoals ze oppert in een interview.

Ik lees haar werk zelf al tien jaar en kan maar enkel beamen dat het vorige allemaal klopt. Komt daar nog bij dat Delphine niet zuinig omgaat met het volume van haar gedichten: haar gedichten vullen (in kleine druk) stuk voor stuk een volledige bladzijde. Zo krijg je er in deze bundel toch opnieuw een 130-tal voorgeschoteld.
En inderdaad, ook nu voert de dichteres zichzelf weer trouw op als enige hoofdpersoon in de vorm van een Delphine-achtig personage dat gewoonlijk direct en onomfloerst over zichzelf schrijft, zichzelf bloot geeft, zich kwetsbaar opstelt, enkel beschermd door de flinterdunne wand van de poëzie. ”Ik ben ongelukkig omdat mijn ziel mismaakt is en omdat mijn gezicht het weet en het uitdrukt. Ik wil niet sterven maar als het moet zal ik me overgeven, stom en verrukt. Ik drink een glas wijn en denk aan heimwee. Vroeger was ik er goed in nu ben ik het kwijt. Ik ben een vuile, sombere, montere kinderloze aansteller. Ik keer terug naar mijn woning; ik breek mijn neus met een blik linzen.” Dat zich persoonlijke opvoeren kan zeer lijfelijk zijn en heeft soms ook masochistische trekjes: ”Mijn aars tintelt. Ik masturbeer en denk opnieuw aan Parijs.”

Daarbuiten is het vrolijk verwoestend landschap op zich ook bevolkt met een menigte bizarre personages. Ze oefenen vreemde, ouderwetse of onbestaande beroepen uit zoals sponzenverkoper, kraanmachinist, boomchirurg, knopenverkoper en zeepzieder. Ze worden gewoonlijk slim nog voorzien van een bijvoeglijk naamwoord dat hun grappig randje nog vergroot: een fronsende walvisjager, een blozende beenhouwer, een incestueuze imker, een mystieke chrysantenkweker, een loensende hoer.
Een vast onderdeel van de mythische Delphine-wereld is haar moeder, die ze gebruikt als eeuwig slachtoffer. “Mijn moeder, de tovenares.” “Mijn moeder kan je vergelijken met een jakhals, glanzend en spitsvondig.” “Ik hou van mijn moeder zoals ik van alcohol hou.” Ook haar vriend, de “oude kruisboogschutter” is een vast ‘element’ die als ijkpunt steeds ergens vanuit de coulissen tevoorschijn komt.

Voor de rest heb je als lezer weinig vaste grond om op te staan. Je belandt in een wilde wereld vol opgestapelde gebeurtenissen, miniverhaaltjes, soms kinderlijk naïef, soms opzettelijk stout, doorspekt met persoonlijke opmerkingen en reacties, eigen interpretaties, verwijzingen, om-plooiingen, onverwachte wendingen, juxtaposities, gekke bochten, kolder en gedachtenkronkels en bruuske wendingen.
Hier en daar springen echter toch stukjes zin naar boven die - even maar - uit het échte dagelijkse leven lijken te komen, waarbij “zelfs” soms verbanden lijken te bestaan, al liggen die dan vrij ver uit elkaar en (b)lijken dan toch weer nonsens… Maar die toch sporadisch kant en wal lijken te raken. Waarna je, buiten adem, opnieuw bij Delphine in Wonderland belandt (als je me begrijpt): die met de opzettelijke bokkesprongen, de “andere” kijk op de dingen, de onderhuidse tragiek en droefheid.
Een schrijfster die je toch balorig grinnikend doet lachen.

Dit is kortom opnieuw een overdadig volle Lecompte-bundel waar je enkel mag aan beginnen als je klaar bent om je hersens en je zin voor werkelijkheid en humor door elkaar te laten schudden en die je zeker niet in één keer mag uitlezen.

Ik zei verschillende keren “opnieuw”, want hoe apart het oeuvre van Delphine Lecompte ook is, toch is iedere bundel gebouwd op eenzelfde stramien, tikkend op hetzelfde ritme, glijdend door dezelfde atmosfeer die je al kent en verwacht.

Met de woeste verbeelding en wilde aandrang tot schrijven die haar eigen is, en met een bagage van tien jaar ervaring “onder de oksels”, kijk je – in mijn geval - als (trouwe) lezer uit naar wat een volgende en nieuwe stap moet zijn… en wellicht al lang ligt te kiemen en te groeien in deze toch wel heel “anderse” dichteres.

Immers: “God bestaat, hij weet verbazend veel over zagemeel.”
Delphine Lecompte
V De Raeymaeker
Non-fictie
-
_V De Raeymaeker -
Meer van V De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies