Irwan Droog
Ignace Claessens
Non-fictie
  • 274 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

6 februari 2022 Het huis aan het einde. Leven op een eiland in de poolcirkel.
De auteur heeft het ogenblik goed gekozen om met zijn vriendin Kim en hond Zorro Amsterdam tijdelijk te verlaten om op het kleine, dunbevolkte eilandje Selvaer, in het noorden van Noorwegen boven de poolcirkel, te gaan wonen. Begin januari 2021 woedt de corona epidemie in alle hevigheid, de sociale contacten worden tot een minimum herleid en de eerste vaccinaties gaan van start.
Op het eilandje worden de tijdelijke landverhuizers hartelijk ontvangen. De samenhorigheid van de weinige inwoners verrast bewoners van een grote stad, waar men amper zijn buren kent. Deze samenhorigheid onder de inwoners is eigen aan een afgezonderde kleine gemeenschap, waar men op elkaar aangewezen is als men hulp nodig heeft. Met een beperkt aantal mensen om je heen, leg je ook sneller contact, zoek je elkaar eerder op. Als er maar één winkel een paar uur per week open is, kom je daar onvermijdelijk de andere inwoners tegen.
De bezorgdheid dat de bewoning op Selvaer zal verdwijnen, zoals dit ook reeds het geval is op andere kleine eilandjes in het noorden van Noorwegen, vormt de rode draad in het besproken werk:
“…de leegloop van het eiland, het vertrekken van de jeugd, het sluiten van de school, de boot die steeds minder vaak gaat, de leegstaande huizen, alles wijst op een dalende lijn, een achteruitgang…”
De plaatselijk bevolking verzet zich daar tegen en neemt talrijke initiatieven om het eilandje toch nog enigszins leefbaar te houden. De leegstaande school wordt omgevormd tot een gemeenschapshuis, met bibliotheek en een consultruimte voor de geneesheer, die af en toe het eiland bezoekt. Nieuwe bewoners worden gelokt met gratis huisvesting. Deze moeten echter wel zelfbedruipend zijn want banen zijn er niet. De auteur vraagt zich dan ook terecht af of al die goed bedoelde pogingen de leegloop zullen opvangen.
Naast de bezorgdheid omtrent de verdwijnende bewoning is er ook de zorg om het milieu. Met je omgeving moet je zorgvuldig omgaan. Enkele inwoners leven van de visserij, die zij kleinschalig beoefenen, niet op industriële wijze met megatrawlers die de zee in één keer zouden leegscheppen. Ze vangen niet meer dan nodig. Idem wat betreft de summiere landbouw. Biologische landbouw, afgestemd op de plaatselijke behoeften.
Zal Selvaer bewoond blijven? Een duidelijk antwoord is er niet. Ook de auteur mist na enkele maanden zijn drukke Amsterdam, de cultuur, de sociale contacten. Na zes maanden verlaat hij het eiland vol twijfel. Zal hij misschien ooit nog eens terug keren? Zal hij Nederland permanent de rug toe keren?
“Het antwoord op die vraag verandert voortdurend: ik zou het kunnen, maar wil het niet, tenminste niet nu. Of: ik wil het best, maar ik denk niet dat ik het kan.”
Het besproken werk biedt een uitstekende springplank tot de romans van Roy Jacobsen, waarvan er twee onlangs in het Nederlands vertaald werden: “De onzichtbaren” en “Witte zee”. In deze romans wordt het leven van de familie Barroy gevolgd op het fictieve eiland Barroy, te vergelijken met het eiland Selvaer, gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw. Het leven op deze geïsoleerde eilanden en de gespletenheid tussen het leven afgebakend door de zee en het leven op het vasteland, vormen de kern van deze romans.
Zowel dit debuut van Irwan Droog als de romans van Roy Jacobsen zullen elke lezer, die geïnteresseerd is in het leven op een geïsoleerd eiland in het hoge noorden, zeker bekoren.

Ignace Claessens
Irwan Droog
Ignace Claessens
Non-fictie
recensent
_Ignace Claessens recensent
Meer van Ignace Claessens

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies