Janneke Ipenburg, Esther van Niel
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 229 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

16 maart 2022 Het taalmonster van Kaat. Een boek over leven met TOS.
TOS bestaat natuurlijk al lang. Er waren altijd al kinderen die het moeilijk hadden met zich uit te drukken. Ze spraken met korte zinnetjes, konden dikwijls de woorden niet vinden die ze nodig hadden, zochten altijd naar een manier om zo weinig mogelijk hoeven te zeggen en probeerden niet te veel op te vallen.
Als leraar was het niet gemakkelijk ze in je klas te hebben, want je merkte dat ze op de meeste gebieden wel levendig en intelligent bleken, zolang het maar niet met luisteren en praten te maken had. En het praten, lezen, schrijven zijn net de communicatiemiddelen bij uitstek in het onderwijs. Door de jaren had je al kennis moeten maken met kinderen die het moeilijk hadden met leren lezen. Alhoewel dat meestal een kwestie bleek van kinderen die zich vroeger of later ontwikkelden. Dan kwamen dyslectie en dyscalculie aan de beurt, gevolgd door ADHD en autisme. Allemaal aspecten die het moeilijk maakten voor sommige kinderen in het leerproces op school, maar natuurlijk ook in de wijdere omgeving waarin ze leefden. Het was altijd een soort opluchting als daar aandacht aan gegeven werd en er gespecialiseerde mensen gingen mee werken. Enkel al het feit dat het kind, dat met zo een soort beperking te maken kreeg, er nu een naam kon op plakken. “Ik heb “ykjbvfe” kunnen zeggen, was al de helft van een nieuw begin.
En nu is er dus al een tijdje een TOS-besef aan het groeien met alle ondersteuning en hulpmiddelen die daarbij ontstaan. Eentje ervan is dit prentenboekje.
Kaat en Tarek zijn echt goeie vrienden, maar toch gaat het soms moeilijk tussen die twee en bij het begin van het verhaal gaan ze boos uit elkaar. Kaat is een levendig, handig, intelligent meisje maar soms wil ze wat zeggen en komt het niet uit haar mond. Soms begrijpt ze ook niet wat er gezegd wordt. Zo begrijpt ze bijvoorbeeld de mop niet die door Daan verteld wordt en dan is ze de enige die niet meelacht. Turnen doet ze graag, maar dan komt de les geschiedenis, met hele verhalen en dan is er iets in haar hoofd dat niet meewil. Ze heeft dat obstakel een naam gegeven, het is een monster dat in de weg zit. Er is geen tijd in de les om te zeggen dat ze het niet begrijpt; de meester is druk bezig. Gelukkig is er dan tekenen. Daar zijn geen woorden voor nodig. Tijdens de pauze wil ze een spel voorstellen om samen te spelen. De andere kinderen horen haar niet eens, want voor ze iets kan gezegd krijgen, zijn ze al lang met een spel begonnen. “Kaat krijgt een rood hoofd. Ze luisteren niet eens! Ze voelt de tranen in haar ogen opkomen.”  Gelukkig is er Talek en die is al lang niet meer boos. “Samen gaan ze verderop op een stoep zitten.” Kaat vertelt over het taalmonster en de rommel die dat monster maakt van de woorden en zinnen in haar hoofd. Ze schrijven een advertentie op een papiertje en hangen dat tussen andere advertenties in de supermarkt. Een hele tijd gebeurt er niets, maar dan belt er een vrouw die zegt dat ze weet wat er met Kaat aan de hand is. Ze is logopediste en het “monster” heet TOS.
Van dan af gaat het allemaal beter, want Kaat weet nu dat er nog andere kinderen zijn met dezelfde moeilijkheid en ze weet zelfs hoe haar “monster” heet: TOS. Haar ouders helpen en de meester let nu goed op of Kaat een opdracht heeft begrepen. En misschien nog belangrijker: als ze een spreekbeurt moet houden, gaat dat natuurlijk over TOS. De kinderen begrijpen nu dat Kaat niet zo goed is in taal en ze helpen haar soms. “En Kaat wordt minder snel boos.”
“Het monster van Kaat” is een prentenboek, wat prettig is en gemakkelijk herkenbaar en leesbaar en perfect als eerste hulppost voor TOS kinderen vanaf ongeveer zes jaar. Het is fris verteld, je herkent de leefwereld van Kaat en je leeft meteen mee met haar. De tekeningen zijn levendig, prettig en de rode-monster-vlekken zijn een echt knappe vondst. Samen met de woorden die overal rond dwarrelen geeft dat een duidelijk idee van de moeilijke woordenwereld waarmee Kaat te maken heeft. Het lijkt mij een ideaal middel om de deur open te zetten om er over te praten. Het zal een hele opluchting zijn voor het kind te weten dat “men” begrijpt waarom ze het moeilijk heeft met dat ding dat TOS heet.
In een “woord vooraf” wordt duidelijk uitgelegd wat een Taal Ontwikkelings Stoornis (TOS) is, waarom het moeilijk is daarmee te leven en te leren, hoe belangrijk het is voor het zelfvertrouwen van een kind met TOS dat het herkent wat er scheef loopt en dat haar/zijn omgeving dat ook zal begrijpen. Die uitleg is duidelijk geschreven door mensen die het stoornisverschijnsel kennen, er meteen een korte naam aan geven en bezig zijn er wat aan te doen, rustig, zonder overdrijven, gericht.
Overal in het boek worden vraagjes gezaaid die bij het lezen even doen nadenken en bij een gesprek helpen. De meer gerichte vragen staan in een apart kadertje. Op de laatste pagina’s worden nog wat tips meegegeven: “voor thuis”, “voor op school” en “ voor vrienden”. Ook die zijn gewoon realistisch en warm en écht met aandacht voor het kind.   

Een boekje dat gelukt is.

Victor De Raeymaeker
Janneke Ipenburg, Esther van Niel
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies