Kwintessens
Geschreven door Nele Strynckx
  • 3204 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 februari 2023 Groeiende antipathie voor de evolutietheorie
Mede met het oog op Darwin Day (12 februari) schreef Nele Strynckx dit artikel.
Onlangs had Johan Braeckman het in zijn brief aan Hans Van Dyck over de afwijzing van, en zelfs vijandigheid tegenover, de toepassing van evolutionaire inzichten in de humane wetenschappen. Ik was verbaasd. Probeert men in academische middens niet vooral fenomenen te verklaren vanuit een overkoepelend model, een soort 'theory of everything'? In de natuurwetenschappen probeert men dat al decennia.
De evolutietheorie, die bevindingen uit talloze disciplines als de paleontologie, embryologie, moleculaire biologie, genetica, neurologie enzovoort, met elkaar verbindt, is een erg solide model. Het lijkt me evident dat men enthousiast zou zijn om er ook menselijk gedrag en psychologie mee te verklaren.
Een foute aanname van mij, zo bleek, want even later las ik in De Standaard Weekblad een lang interview waarin een professor culturele psychologie 'brandhout maakte' van de universaliteitstheorie van emoties. Haar boek heet Between Us: How Cultures Create Emotions. Daarin stelt ze dat emoties net zo cultureel bepaald zijn als onze kleren, taal en eetgewoonten. Het maakt een einde aan de gedachte dat we 'diep van binnen allemaal hetzelfde zijn'. Alsof dat tot optimisme moet stemmen …
Ook een recente studie bij Amerikaanse wetenschappers die menselijk gedrag en psychologie bestuderen vanuit de evolutietheorie, toont aan dat zij zich zorgen maken over het gebrek aan steun, interesse en vooruitgang in hun onderzoeksdomein. De reden zoeken ze bij de toegenomen politieke correctheid en druk vanuit de zogenaamde 'social justice'-beweging. Academici die daartoe behoren, vertrekken vaak vanuit de Kritische Theorie. Dit is een sociologisch-filosofische stroming gebaseerd op onder andere ideeën van Marx en Freud, die stelt dat ongelijkheden en onrechtvaardigheden veroorzaakt worden door sociale structuren. Zo zijn patriarchale machtsstructuren verantwoordelijk voor de ongelijkheid tussen man en vrouw en is heteronormativiteit de oorzaak van discriminatie van homoseksuelen.
_Verklaringen voor het anti-evolutionair perspectief
Tegenstanders menen dat evolutiebiologische verklaringen van gedrag ook een rechtvaardiging ervan inhouden. Het proces van natuurlijke selectie weerhoudt wat functioneel is, dus als iets als racisme bestaat, dan zou dat betekenen dat het 'nuttig' is en dus goed. In een evolutionair perspectief zou een fundamentele menselijke natuur bestaan met een set van inherente, universele, onveranderlijke en onvermijdbare kenmerken en gedragingen. Hun bezorgdheid is niet geheel onlogisch, want dit foute begrip van de evolutietheorie is inderdaad al misbruikt door aanhangers van rassentheorieën en de eugenetica om over te gaan tot vreselijke praktijken. Een accurate kennis van de evolutietheorie en het besef dat natuurlijke processen amoreel zijn, zou al een deel van hun vijandigheid kunnen wegnemen. Velen maken de is-ought-redeneerfout. Het is niet omdat iets in de natuur zo is, dat het ook zo hoort te zijn, of dat het onze moraal voorschrijft. Als een kind doof geboren wordt, beweren we niet dat het nu eenmaal zo moet zijn. We proberen het te helpen door een cochleair implantaat te plaatsen. Xenofobie, de angst voor wat vreemd of onbekend is, is reëel en wellicht een evolutionair gevormde strategie die onder bepaalde omstandigheden nuttig was om te overleven. Wie zonder terughoudendheid onbekend gebied betrad of vol vertrouwen iemand van een onbekende stam in zijn groep toeliet, kon het wel eens met zijn leven bekopen. Als we erkennen dat die argwaan voor het onbekende ons ook parten kan spelen in niet-bedreigende situaties, dan kunnen we daarop anticiperen en onze angst rationaliseren. Iemand kan de taal of klederdracht van zijn allochtone buren in eerste instantie vreemd of ongewoon vinden, maar beseffen dat dit 'anders zijn' helemaal geen bedreiging inhoudt. Men kan inzien dat voor de allochtone buren alles en iedereen anders is dan wat ze gewoon zijn, wat voor hen wellicht nog meer beangstigend is.
Meer kennis over evolutionaire mechanismen leidt tot een beter begrip van zichzelf en van anderen.
De tegenstand vanuit de traditie van de Kritische Theorie kent de laatste jaren een heropleving. Vooral in de Angelsaksische wereld is de invloed vanuit Gender Studies, Critical Race Theory of Queer Theory groot. Men gelooft dat wetenschap en onderzoek niet objectief of waardenvrij kunnen zijn. Wetenschap is het product van de cultuur waarin ze beoefend wordt en die cultuur wordt gedomineerd door een autoritair, patriarchaal, mannelijk, blank, heteronormatief systeem. Wetenschap zou dus allesbehalve neutraal zijn en geen objectieve kennis produceren. Wetenschappers zouden dat inzicht negeren omdat ze al eeuwen werken vanuit een dominante, geprivilegieerde positie.
Ook de evolutiebiologische benadering zou altijd voordelig uitkomen voor wie qua economisch vermogen, 'ras' of sekse al bevoorrecht was. Men zou de zogenaamd objectieve kennis inzetten tegen bijvoorbeeld mensen van kleur, vrouwen of personen met een handicap. Ze zien het als hun taak deze onderdrukking kritisch te bestrijden. Hun tegenkanting lijkt dus meer ingegeven te zijn vanuit ideologische overwegingen dan vanuit een streven naar betere kennis over de wereld.
In bepaalde artikels van aanhangers van de Kritische Theorie lees je vreemde dingen, bijvoorbeeld dat het toepassen van evolutionaire inzichten op menselijk gedrag puur speculatief is omdat je uit fossielen niet kan afleiden of verre menselijke voorouders taal gebruikten. Alsof evolutietheorie enkel in fossielen bewijzen kan vinden. Of dat evolutiepsychologen niet kunnen aantonen dat mensen tienduizenden jaren geleden een binaire genderidentiteit hadden of dat homoseksualiteit niet bestond. De voorkeur van de meeste mannen voor een jonge, want wellicht vruchtbare vrouw, is volgens hen geen bewijs dat die voorkeur evolutionair bepaald is enzovoort. Het toont vooral aan dat ze het principe van evolutie en de mechanismen van natuurlijke en seksuele selectie totaal niet (willen) begrijpen.
_Het nature-nurture-non-debat
De bovenstaande voorbeelden en het interview uit De Standaard Weekblad zijn illustratief voor de eenzijdige en nogal simplistische kijk op menselijk gedrag vanuit het reeds lang voorbijgestreefde nature-nurture-debat. Vanuit het nurture-perspectief wordt menselijk gedrag bepaald door de sociale omgeving, de cultuur. Ze stellen dit diametraal tegenover hun interpretatie van de nature-visie: alles wordt bepaald door de genetische, biologische eigenschappen van de mens. De evolutionaire benadering plaatsen ze in deze hoek. Opnieuw een aanwijzing dat ze het niet snappen. De evolutietheorie is bij uitstek het model dat de twee visies integreert en net een grote invloed toekent aan omgevingsfactoren. Het milieu oefent namelijk selectiedruk uit op de kenmerken die voordeel opleveren in die bepaalde omstandigheden.
In het interview geeft professor Mesquita 'bewijzen' dat emoties niet universeel biologisch bepaald zijn door constant voorbeelden te geven van hoe het uiten van emoties erg verschilt tussen mensen van verschillende culturen, of hoe boosheid in sommige culturen als een nuttige en in andere als een vermijdbare emotie wordt gezien. Dat betekent uiteraard geenszins dat boosheid niet universeel zou voorkomen.
In het hele stuk wordt ook geen enkele keer verwezen naar de fysiologische component van emoties, zoals hartslag, ademhaling of de rol van neurotransmitters, noch naar neurale hersenactiviteit bij emoties. Uit recent crosscultureel onderzoek blijkt op fMRI-scans nochtans dat wel vijfentwintig emotionele dimensies door alle mensen op eenzelfde manier via hersenactiviteit gerepresenteerd worden.
Bovendien wordt gemakshalve vergeten dat cultuurkenmerken zich moeten kunnen enten op biologische 'hardware' die door evolutie tot stand kwam. Je kan maar emoties uiten of taal gebruiken wanneer je daartoe de geschikte hersenstructuren, neurologische bedrading, gezichtsspieren of stembanden hebt. Dat geldt voor alle mensen overal ter wereld.
Zonder biologie, geen cultuur.
Ook de inzichten uit de epigenetica worden niet in rekening gebracht. Deze tonen nochtans aan dat omgevingsfactoren de expressie van genen kunnen beïnvloeden en dat deze veranderingen zelfs erfelijk doorgegeven kunnen worden aan de nakomelingen. Simpel gesteld zou het dus kunnen dat in culturen waar men woede niet tolereert en boze mensen negeert, bij een aantal personen de genen die gevoelig zijn voor woede worden gedeactiveerd. Sommige van hun kinderen erven deze woedeongevoelige genen en na verloop van tijd is er een populatie die deze emotie minder goed ervaart en herkent.
Het valt me op dat onderzoek dat het evolutieperspectief uitsluit niet verder komt dan het gewoon beschrijven van menselijk gedrag. Hoogstens komt men met wat oppervlakkige, anekdotische verklaringen. Men gaat niet op zoek naar een diepere ultieme verklaring. Dat doet de evolutionaire benadering wel. Die bevindingen zijn compatibel met deze uit andere wetenschappelijke disciplines en zijn net daarom betrouwbaarder. Met de hedendaagse inzichten uit de evolutietheorie hebben we een 'Theory of Everything'. Hopelijk maken de humane wetenschappen er snel massaal gebruik van.
Kwintessens
Nele Strynckx is leerkracht gedragswetenschappen, cultuurwetenschappen, filosofie en onderzoekscompetenties in het GO! atheneum Ieper.
_Nele Strynckx -
Meer van Nele Strynckx

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws