28 januari 2026
Over Toby Ords 'De afgrond'
Het boek 'The Precipice' van de Australische filosoof Toby Ord kwam uit in 2020, precies op het juiste moment, te midden van de COVID-19-pandemie. Ord, die in Oxford werkt, zet de huidige existentiële risico's voor de mensheid uiteen en schat de kans in dat het langetermijnpotentieel van onze soort vernietigd wordt in de komende 100 jaar. Dat potentieel omschrijft hij als het beschikbaar blijven van al onze toekomstmogelijkheden. Hij hoopt het gebrek aan aandacht voor deze existentiële risico's aan te wakkeren en dat is, als hij gelijk heeft, ook nodig, want het risico op een existentiële catastrofe is naar zijn inschatting 1/6. De belangrijkste redenen hiervoor zijn de antropologische risico's zoals gecreëerde pandemieën (1/30) en niet afgestemde artificiële intelligentie (1/10). De kans dat we hierdoor ons potentieel niet kunnen waarmaken, schat Ord hoger in dan een existentiële catastrofe door een asteroïde-inslag (1/1.000.000) of een supervulkanische uitbarsting (1/10.000).
De hoofdtekst is duidelijk te volgen en wijdt precies voldoende aandacht aan elk thema en argument. De gedetailleerde, maar essentiële informatie uit andere disciplines (biologie, fysica, geschiedenis, etc.) verzwaren de tekst niet. Voor de lezer die graag meer wil weten of verduidelijking zoekt, zijn een appendix en eindnoten voorzien. Dankzij de goed onderbouwde argumenten en het cijferwerk is Ords werk goed gefundeerd. Hij slaagt erin om ons te waarschuwen voor de existentiële risico's die ons bedreigen en legt uit waarom we de The Precipice – de afgrond – moeten trachten te vermijden.
Vervolgens bespreekt hij hoe we onze middelen best besteden om deze risico's te vermijden. Alle middelen toegekend aan existentiële risico's moeten we zodanig besteden dat het algemene risico met het grootste aandeel afneemt. Als we met dezelfde middelen een 5% risico naar 1% kunnen brengen en een 20% risico naar 19%, dan moeten we kiezen voor het eerste, omdat dit, ondanks het kleinere risico, het totale risico meer doet dalen.
Maar welk risico moet onze aandacht nu krijgen als we middelen te spenderen hebben? Daarvoor haalt Ord de volgende regel aan: hoe belangrijker (waarde), beheersbaarder (hoe makkelijk op te lossen) en meer verwaarloosd (hoe minder middelen er nu aan gewijd worden) een probleem is, hoe kosteneffectiever het is om er middelen aan te besteden. Dit komt neer op de volgende formule: kosteneffectiviteit = belang x beheersbaarheid x verwaarlozing. Deze regel vult hij aan met een prioriteit voor risico's die snel, plots en zonder waarschuwing op ons pad komen. De uiteenzetting is duidelijk, de mensheid kan worden gered, mits we de juiste maatregelen nemen.
Ik vrees dat dit helaas niet probleemloos zal verlopen. We zijn met velen op deze planeet en niet alle neuzen staan in dezelfde richting. 'Safeguarding humanity is a global public good' (p. 199) stelt Ord zelf, en daarom is internationale coördinatie nodig. Het voorbije jaar werd evenwel pijnlijk duidelijk hoe het met onze internationale samenwerking en wetgeving gesteld is. Denk aan Hongarije, Polen en Duitsland die Benjamin Netanyahu, president van Israël, uitnodigden op hun grondgebied. Daarbij legden ze het internationaal arrestatiebevel naast zich neer dat tegen Netanyahu werd uitgevaardigd door het Internationaal Strafhof in Den Haag wegens misdaden tegen de mensheid en oorlogsmisdaden, terwijl deze landen wel aangesloten zijn bij het Strafhof. Verder stapte onder president Donald Trump de VS uit de Wereldgezondheidsorganisatie en opnieuw uit het klimaatakkoord van Parijs, kwam er een antivaxer als minister van Volksgezondheid, werd USAID stopgezet en wordt de uitbraak van COVID-19 door onder andere de FBI beschouwd als het gevolg van een laboratoriumlek, dit in tegenstelling tot het uitvoerig aangeleverde wetenschappelijke bewijs dat wijst op een oorsprong op de markt van Wuhan. Ook de vogelgriep wordt onterecht door sommigen vanuit het perspectief van een laboratoriumlek bekeken, wat het bestrijden van het virus bemoeilijkt. Ten slotte is er ook het magere slotakkoord van de COP30, zonder stappenplan om het gebruik van fossiele brandstoffen af te bouwen. Niet echt positieve vooruitzichten op internationale samenwerking en het vermijden van de afgrond.
Internationale samenwerking is echter cruciaal zoals Ord zelf aanhaalt, maar concrete manieren om deze te bewerkstelligen en te voorkomen dat enkelen hun zin doen of vooral hun individuele doelen nastreven, mis ik. Ord gaat uit van wereldleiders die willen samenwerken, of toch tot op een bepaald niveau zoals destijds Nikita Khrushchev en John Kennedy. Wat als ze dat niet willen doen? Het beschermen van ons potentieel is een collectieve actie, die erg kwetsbaar wordt als enkelen niet willen samenwerken voor dit doel.
Dit brengt me ten slotte bij de volgende bedenkingen. Wanneer we het potentieel van de mensheid veilig hebben gesteld, is het tijd voor 'The Long Reflection' aldus Ord, een periode waarin we nadenken over de beste realisatie van ons potentieel. Volledig veilig zullen we ook volgens Ord nooit zijn, dus wanneer is het veilig genoeg en wie bepaalt dat? De kans dat we de getroffen maatregelen moeten bijsturen is reëel. Bovendien kunnen we ook nieuwe existentiële risico's creëren in de toekomst. We zullen verder moeten kijken dan onze eigen stem, want die van de toekomstige generaties is cruciaal. Hoe geven we hen in dit alles een plaats?
Een lezing van Toby Ord over zijn boek vind je hier.