2 maart 2026
De woke-paradox: progressief denken, schrikken van de praktijk
Sta me toe een klein fait divers te vertellen over iemand uit de rand van mijn biotoop. Een roddeltje dus. Niet eens om bestwil. Geen pretentieuze analyse, maar gewoon iets waarvan ik me nieuwsgierig afvraag of u het fenomeen herkent.
Het betreft een dame die al jarenlang politiek correct en woke in de wereld stond toen die woorden nog moesten worden uitgevonden. Zij zal je streng toespreken mocht je zo onvoorzichtig zijn om op een onbewaakt moment een politiek minder correcte slip of the tongue te maken.
En toch … Ze vertelt me een voorval met in haar stem en houding iets tussen verbazing en lichte verontwaardiging. Aan de busterminal staat zij voor de gesloten deuren te wachten. De chauffeur heeft zijn pauze en dus recht op een rustig koffiemoment. Niks aan de hand dus. Maar uit zijn rugzakje haalt hij geen thermos of boterhamdoosje, maar een soort matje. Dat rolt hij uit en knielt. Ik zou het voor mijn eigen bezinningsmomenten eerder oncomfortabel vinden, maar zo'n bus met gesloten deuren geeft blijkbaar voldoende beslotenheid voor een een-op-eentje met zijn Allerhoogste. Zolang ik niet buiten in de regen sta te wachten, zou ik zeggen: hij doet maar.
Tot mijn verbazing, want ze is echt wel heel woke, gaat zij verder op ontstemde toon en vraagt, enigszins dwingend: mag dat zomaar? Qua reglement van De Lijn, moet ik het eens navragen, want ik volg dat niet nauwlettend op. En in het kader van de godsdienstvrijheid in de publieke ruimte moet ik er nog eens over nadenken. De situatie verschilt grondig en is veel minder heftig, maar ik zie toch een analogie met Conner en zijn beschonken Roma-incident of Esmeralda. Morele principes worden vaak universeel verwoord, maar situationeel toegepast. Of het verschil tussen Bühne en oprecht beleven.
Zoals ik al schreef, ze zal je corrigeren mocht dat nodig zijn. Maar u kent mijn slecht karakter. Als ik ergens forse stelligheden ontwaar, dan ben ik niet te beroerd om enige dissonantie te zaaien in zo'n hoofd vol kennis van de waarheid. Daarom vraag ik poeslief: waarom niet? Behalve enig gemompel kwam er niks. Terwijl ik de toon probeer na te bootsen waarop zij meestal haar retorische vragen met ingebouwd moreel oordeel stelt, zeg ik: 'Als het reglement toestaat dat hij tijdens de pauze een boterhammetje nuttigt, waarom zou hij dan zijn matje niet mogen uitrollen?' Niks meer vernomen intussen. Hoewel haar gezichtsuitdrukking op donker weer stond. Ach, ik moet het tegenwoordig van de kleine binnenpretjes hebben om mijn dag op te vrolijken. Allemaal niet zo erg.
Ik mag geen grote stellingen baseren op een anekdote, maar ik gebruik het als illustratie van een fenomeen dat ik vaak zie in onze vrijzinnig-humanistische omgeving. Ongetwijfeld gebeurt het aan de overzijde van de L-/R-barrière ook, maar daar kom ik niet zo vaak over de vloer.
Ik verdenk de dame uit mijn verhaal niet van bewust gepretendeerde deugdzaamheid. Neen, ik ken haar goed genoeg om te weten dat zij oprecht is in haar verontwaardiging als er rode lijnen worden overschreden. Het was die merkwaardige capaciteit van Homo sapiens om 100% oprecht overtuigd te zijn over een morele waarde en tegelijkertijd het tegenovergestelde te voelen. Geef toe, het is een straffe truc van dat brein van ons. Wij kunnen met stelligheid wéten en het tegenovergestelde voelen.
Merkwaardig, maar allemaal verklaarbaar vanuit de evolutionaire psychologie. U weet intussen hoe dat zit. De evolutie door natuurlijke selectie heeft ons brein niet gekneed tot 100% rationaliteit, maar tot gedrag dat de grootste kans op overleven en voortplanten opleverde. Dat werkte prima bij de Dunbar-aantallen, maar als je met z'n acht miljard bent dreigt het zelfdestructief te worden. Wat dat betreft was God eerder een knutselaar dan een groot ingenieur.
Ik heb het intussen wel moeilijk met sommige van mijn vrijzinnig-humanistische geestesgenoten. Zij trekken bijvoorbeeld in stellige wéétmodus van leer tegen de Kerk. Als jij dan iets zeer gelijkaardigs zegt, maar daarbij de islam godsdienstkritisch viseert, dan schieten ze in voelmodus. Dan verwijten ze je dat je extreemrechts napraat en hun vocabularium gebruikt. Die afkeuring en bijbehorende morele maatname kan behoorlijk giftig geformuleerd worden.
Ben ik de enige die dat zo aanvoelt? Katholieken lijken het fenomeen ook al opgemerkt te hebben.