Het Vrije Woord
Geschreven door Johan Swinnen
  • 77 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

10 maart 2026 Panorama van Aotearoa #7: Wanneer het zicht krimpt, groeit de aandacht
Johan Swinnen is onafhankelijk kunstexpert, curator en fotograaf, en een drijvende kracht achter diverse kunst- en cultuurinitiatieven binnen het Humanistisch Verbond. Tijdens een verblijf van drie maanden in Aotearoa/Nieuw-Zeeland trekt hij op roadtrip met een camper, op zoek naar hedendaagse vormen van humanisering en zingeving, in dialoog met Māori-wereldbeelden en de lokale cultuurpraktijk. Hij was er eerder in 1999, 2017 en 2022; zijn zoon woont en werkt er al meer dan tien jaar. In deze wekelijkse reeks brengt Swinnen geen reisverhaal, maar een scherpe kijk: wat een diverse samenleving zichtbaar maakt, hoe kunst en gemeenschap elkaar kneden, en welke vragen dat terugkaatst naar Vlaanderen.
Halfweg de roadtrip schrijf ik geen eindbalans, maar een tussenstand: een voorlopige lezing van wat de weg tot nu toe heeft prijsgegeven, en van wat hij nog achterhoudt.
Sommige inzichten komen niet met trompetgeschal, maar met regen op glas. Je bent onderweg, de route ligt klaar, de kaart is ingevuld, de dag lijkt beheersbaar, en dan schuift er een waas over alles wat je dacht te kunnen overzien. Niet dramatisch, niet spectaculair. Gewoon: een voorruit die je dwingt om anders te kijken. Ook wanneer je, met Europese ernst, meende dat je alles degelijk had voorbereid.
Aotearoa heeft de gave om precies daar te beginnen. Niet bij het grote statement, wel bij de praktische correctie. De weg is er, maar je ziet hem niet in één keer. Het landschap van Bay of Islands is er, maar het toont zich in lagen. De planning is er, maar het leven voegt er telkens een voetnoot aan toe. Het is Northland, ten noorden van Auckland, dat je niet beloont voor haast, wel voor aandacht. Dat is goed nieuws, behalve voor mijn soms hardnekkige neiging om efficiëntie met inzicht te verwarren.
En precies daarom hoort humor in dit verhaal. Halverwege bleek mijn Belgische Telenet-nummer afgesloten. Een woord uit een ander tijdperk, dacht ik even: afgesloten, in een wereld die zichzelf permanent verbonden noemt. Maar tussen Paihia, Russell en Opua gebeurde het omgekeerde. Die dag zonder bereik leverde twee van de beste gesprekken van de week op. Geen signaal, wel contact. Geen meldingen, wel aandacht. Het leek een klein incident, maar in retrospectief was het een methodologische les: bereikbaarheid en beschikbaarheid zijn niet hetzelfde. Blijkbaar moest zelfs mijn telefoon even zwijgen om mij beter te laten luisteren.
Diezelfde dag maakte ik ook de foto die nu bij deze tekst staat: zicht vanuit de camper, regenstrepen op de voorruit, contouren die zich terugtrekken in grijs. Geen heroïsch panorama, geen postkaart, eerder een beeld van begrensd zicht. En juist daarom een beeld van waarheid. Het is ook een vriendelijk portret van mijn toestand: onderweg, gemotiveerd, maar niet altijd met het grote overzicht dat ik mezelf soms toedicht.
Voorruit tussen Paihia, Russell en Opua.
Je ziet minder dan je denkt te moeten zien. Regen schrijft strepen over glas, de weg trekt zich terug, het landschap wordt suggestie. Precies daar begint de les: vooruitgaan is zelden helder. We worden gevormd in trajecten die niet volledig leesbaar zijn.
De voorruit belooft controle, zicht, richting, snelheid, maar het weer corrigeert die illusie. Wat ondoorzichtig wordt, dwingt tot een andere intelligentie: vertragen, luisteren, voelen waar de ruimte openligt. Niet alles wat telt, kondigt zich scherp afgelijnd aan. Soms verschijnt betekenis pas wanneer het beeld faalt. Dat klinkt wijs; in de praktijk betekent het vaak gewoon dat je iets minder zeker kijkt en iets trager rijdt.
In onderzoek, in kunst en in leven geldt hetzelfde principe. Wij willen het geheel overzien vóór we handelen; de werkelijkheid geeft ons vaak slechts fragmenten. Toch is dat geen tekort, maar methode. De contour vóór ons is vaag, de aandacht in ons wordt precies. Misschien is dat de volwassen vorm van vooruitziendheid: niet alles willen doorzien, maar met discipline en vertrouwen blijven rijden in wat zich nog niet volledig laat kennen. Een mooie theorie, waar ik mezelf dagelijks opnieuw aan moet herinneren.
Geen panorama van zekerheid, wel een ethiek van beweging.
Panorama van Aotearoa #7: Wanneer het zicht krimpt, groeit de aandacht
Hier, in dezelfde noordelijke wateren, voer James Cook in 1769 met de Endeavour Aotearoa binnen, met landing in Te Tairāwhiti (Poverty Bay) in oktober van dat jaar. De expeditie was wetenschappelijk opgezet, maar stond tegelijk in de schaduw van handel, geopolitiek en imperiale uitbreiding.
Cook en zijn bemanning leverden cartografisch werk van uitzonderlijke precisie: de eerste volledige kustkaart van Nieuw-Zeeland (1769-1770), opmerkelijk accuraat voor haar tijd en richtinggevend voor latere admiraliteitskaarten.
Maar die prestatie heeft een historische dubbelzinnigheid. Kaarten ordenen ruimte, en ordening is nooit neutraal: ze maakt ook toe-eigening mogelijk. Wat vroeger in Europa als 'ontdekking' werd gevierd, lezen we vandaag kritischer als een complexe ontmoeting van kennis, macht en gevolgen voor Māori-gemeenschappen.
Precies daarom raakt dit aan de foto van die dag tussen Paihia, Russell en Opua: de natte voorruit corrigeert de oude verleiding van totaalzicht. Niet eerst claimen dat je ziet, maar eerst onderzoeken vanuit welke positie je kijkt. Dat laatste is trager, minder triomfantelijk, en vermoedelijk ook eerlijker.
Vanuit die bescheidenheid krijgt ook de ontmoeting met anderen een andere kwaliteit: minder stelling, meer aanwezigheid. Minder uitleg, meer vraag. Minder overtuigen, meer begrijpen.
Dit is dus een evaluatie op het middenpunt van de reis. Geen eindbalans, wel een eerlijke tussenstand. De conclusie is helder: voorbereiding blijft essentieel, maar de werkelijkheid is altijd rijker dan het schema. En soms ook slimmer dan degene die het schema opstelde.
We vertrokken met een strak plan: logisch opgebouwd, professioneel voorbereid, met duidelijke doelen. Dat plan gaf houvast. Maar gaandeweg hebben we de rechte lijn losgelaten. Niet uit slordigheid, wel uit inzicht. We rijden geregeld kriskras: een omweg voor een gesprek, een extra halte voor een atelier, een onverwachte stop voor licht dat je niet kunt plannen, een tip van iemand ter plaatse die plots de hele dag herschrijft. Vroeger noemde ik dat 'vertraging'; nu noem ik het meestal 'de kern van het werk'.
Van Cape Reinga in het uiterste noorden tot Rakiura in het diepe zuiden lijkt het op de kaart een beheersbare as. De kaart is waar, maar niet volledig. Ze toont afstand, niet betekenis. In de praktijk is dit een levend parcours van omwegen, terugkeer en ontmoeting. Je kunt dit land niet reduceren tot een lijn; je moet het laten spreken in bochten. Wie dat te laat begrijpt, is niet verloren – hij moet alleen wat nederiger opnieuw beginnen. Ik spreek uit ervaring.
Daar komt nog iets bij: het weer. In Aotearoa is het weer geen decor, maar een actor. Soms vertraagt noodweer je urenlang. Soms blijf je langer op één plek dan gepland, omdat wind en regen eenvoudig beslissen dat vertrekken onverstandig is. Soms moet je net sneller weg. We leren dus niet alleen kaartlezen, maar ook luchtlezen. Dat is geen ongemak naast de reis, het is een essentieel deel ervan.
De recente weersituatie – vandaag 16 februari – in de regio Wellington, met uitgevallen vliegverkeer, onderbroken ferryverbindingen en elektriciteitsverlies, maakt de kwetsbaarheid van mobiliteit scherp zichtbaar. Juist daar krijgt 'bijsturen' een ethische, niet louter logistieke betekenis.
Van daaruit wordt ook een tweede les helder: soms doen we iets wat op papier inefficiënt lijkt, maar in het veld exact juist is – terugrijden naar een plek, een tweede of derde keer. Omdat het licht anders valt. Omdat een gesprek de eerste keer te kort was. Omdat je pas bij herhaling echt begint te zien. Als fotograaf weet ik: fotografie is niet alleen het juiste moment, maar ook het juiste terugkeren.
Voor mij is dat de kern van deze eerste helft: minder afvinken, meer aandacht. Minder controle, meer waarneming. Minder tempo, meer diepte. De weg wordt dan geen project dat je afwerkt, maar een gesprek waar je aan deelneemt.
Die verschuiving ervaar ik dagelijks in mijn fotografie: sterke beelden ontstaan zelden op commando, maar uit aandachtig aanwezig zijn – kijken en luisteren vóór je klikt, en de ruimte laten waarin het onverwachte zich toont.
Gesprekken met Māori-kunstenaars en gemeenschappen leerden mij dat relatie en verbinding vóór interpretatie komen, een eenvoudig principe dat alles verandert in erfgoed, kunst, samenwerking en de manier waarop je reist door een land ouder dan je eigen referentiekader.
Vanuit Europa excelleren we in plannen, structureren, meten en evalueren, maar Aotearoa maakt zichtbaar dat die kracht ook een schaduwzijde heeft – snelheid verwarren met kwaliteit en controle met begrip – en biedt daarom geen kopieerbaar model voor Vlaanderen, wel een noodzakelijk correctief op onze vanzelfsprekendheden en op mijn eigen hardnekkige professionele reflexen.
Het herinnert ons eraan dat expertise zonder relatie verstijft en zorg geen zacht alternatief, maar een voorwaarde voor vakmanschap is, zodat de opdracht niet ligt in kiezen tussen professionaliteit en menselijkheid, maar in relationeel precies werken: minder pose, meer praktijk.
Mijn evaluatie na halfweg is daarom eenvoudig en praktisch.
Eén: voorbereiding blijft essentieel, maar mag geen keurslijf worden.
Twee: het loslaten van de rechte lijn heeft de reis inhoudelijk sterker gemaakt.
Drie: kriskras rijden is geen verlies van richting, maar een methode van begrijpen.
Vier: terugkeren naar dezelfde plek is vaak de sleutel tot betere fotografie en diepere betekenis.
Vijf: leren luisteren naar de grillen van het weer is hier even belangrijk als logistiek plannen.
Zes: een geslaagde reis is niet alleen operationeel efficiënt, maar ook menselijk juist.
Als ik deze weken samenvat in drie werkwoorden, dan zijn het deze: vertragen, luisteren, zorgen.
Vertragen. Niet als romantiek, maar als discipline. Zonder vertraging geen waarneming; zonder waarneming geen kwaliteit.
Luisteren. Niet ná de beslissing, maar ervóór. Niet als beleefdheidsritueel, maar als kennisplicht.
Zorgen. Niet alleen voor objecten, maar voor context, taal, omgangsvormen en de mensen die met keuzes en gevolgen verder moeten leven.
Voor Vlaanderen ligt de opdracht dus niet in nóg een abstract waardekader, maar in het bouwen van praktijken waarin zorg, relationeel handelen en verantwoordelijkheid zichtbaar worden in onderwijs, erfgoedwerking, curatie, publicatiebeleid en conflictbegeleiding, want zorg is geen bijlage bij cultuur maar de kern van haar publieke geloofwaardigheid.
Terwijl de regen op het dak sloeg en agenda's en route onverminderd complex bleven, verschoof de ondertoon halverwege van de drang om de dag te winnen naar de bereidheid hem te lezen: niet meer kilometers maken, maar preciezer leren zien – te beginnen met erkennen dat je het soms even niet scherp hebt.
Van Cape Reinga tot Rakiura loopt geen rechte, afvinkbare lijn, maar een traject dat je telkens opnieuw moet verdienen met aandacht, herhaling, correctie en openheid voor het onverwachte – trager, maar rijker en voor mij als fotograaf en schrijver uiteindelijk veel waarachtiger.
Het Vrije Woord
Kunstexpert
_Johan Swinnen -
Meer van Johan Swinnen

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws