Kwintessens
Geschreven door Rudy Van Giel
  • 119 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

20 maart 2026 Seks met pubers. Kan dat wel?
Ik mag dan wel geneeskunde hebben gestudeerd, toch is schrijven altijd mijn tweede natuur geweest. Dat verklaart onder andere waarom ik mijn erotisch vakantieavontuur uit 1967 – als puber met een volwassen vrouw – aan het papier toevertrouwde. Toen ik met pensioen ging en mijn dokterspraktijk opruimde, kwam deze tekst me na veertig jaar opnieuw onder ogen. En het ging me dagen hoezeer ons maatschappelijk denken in de voorbije halve eeuw flink veranderd is. Zaken die toen 'konden', krijgen opeens een heel ander cachet. En dan doel ik niet enkel op de morele verontwaardiging die ze oproepen, maar ook en zelfs op het risico van een strafrechtelijke nasleep.
Laat ik beginnen met de moeilijkheden die ik ervaar met het containerbegrip pedofilie, omdat het zo'n ruime waaier van leeftijdsfases beslaat. Er gaapt toch een enorme kloof tussen handelingen die men stelt met een peuter en kleuter, of met een adolescent die zijn seksuele identiteit bezig is te ontdekken. Ook bestaat er een wereld van verschil door wát men doet. Strelen en aaien lijkt mij van een heel andere grootteorde dan wanneer men gewelddadig te werk gaat met regelrechte penetratie, hetzij oraal, vaginaal of anaal. 
Daarom zou ik niet alles zomaar onder dezelfde benaming willen ressorteren. Ik prefereer de term efebofilie wanneer het over pubers gaat die al merkbaar secundaire geslachtskenmerken vertonen, adolescenten zeg maar, bij wie de hormonen opspelen en hen op verkenningstocht uitsturen. Het nieuwe seksuele strafrecht van 1 juni 2022 heeft een strikte grens bepaald, namelijk zestien jaar. Erboven bestaat er geen probleem, eronder wordt men geacht niet wilsbekwaam te zijn en kan men zijn toestemming onder geen enkel beding geven: elke intimiteit met iemand van die leeftijd krijgt de stempel van verkrachting en pedofilie. 
Seksuele integriteit, zelfbeschikkingsrecht en toestemming vormen de uitgangspunten van de wet, zoals advocate Manon Cop dat uiteenzet in haar boek. Wat vroeger misschien juridisch onproblematisch was, wordt nu wel vervolgd, in aansluiting bij de veranderde tijdgeest, waar dit item al een hele tijd het middelpunt uitmaakt van het maatschappelijk debat. Als er geen toestemming wordt gegeven, of kan worden gegeven (zoals bij dronkenschap of intoxicatie), is er sprake van verkrachting, luidt het formeel. 
Magistraten gebruiken deze terminologie natuurlijk in de rechtskundige betekenis van het woord, en die is – zoals juriste Liesbet Stevens dat toelicht – ruimer dan wat de leek daaronder verstaat in zijn dagelijks taalgebruik. Vandaar de soms virulente reacties van het publiek bij het aanhoren van een vonnis van de rechtbank. Verkrachting impliceert niet noodzakelijkerwijze fysieke agressie – integendeel zelfs, geweld grijpt slechts plaats in een kleine minderheid van de gevallen – en pedofilie betreft niet altijd dat men misselijkmakende dingen uitspookt met peuters en kleuters. 
Pubers kunnen seksuele spelletjes met elkaar doen vanaf veertien jaar, zegt de nieuwe strafwet, net als intiem contact beleven met iemand die ouder is, op voorwaarde dat het leeftijdsverschil maximum drie jaar bedraagt. Dit kan weliswaar voor problemen zorgen, wanneer de oudere partner verjaart en het verschil opeens wél groter wordt dan wettelijk toegelaten – een probleem waarop justitie in haar omzendbrief van 9 juni 2022 alludeert. Maar het zou ons te ver leiden hierop in te gaan. 
Zestien is dus de strikte grens. Pas vanaf die leeftijd is men wilsbekwaam en wordt men geacht toestemming te kunnen geven. Contact met iemand die jonger is, heet sinds de nieuwe wet boudweg verkrachting, een concept dat ook van toepassing is op élke vorm van niet-consensuele seks. Hiermee dekt het begrip verkrachting dus een heel brede lading. Toch vindt advocate Davina Simons deze rechtsregel een positieve evolutie, omdat het begrip 'toestemming' voortaan wettelijk verankerd is. Niettemin knoopt de Antwerpse advocate Sanne De Clerck daar wel meteen bedenkingen aan vast en zag zij misschien liever dat er een onderscheid werd gemaakt. Zo zouden wij het label 'verkrachting' kunnen reserveren voor misdrijven waarbij er sprake is van geweld, terwijl we in het andere geval de situatie beter bestempelen als 'seks zonder toestemming'. Wat natuurlijk niet wegneemt dat ook dit laatste zware gevolgen kan hebben voor het slachtoffer. 
Toch maakt het voor mij een hemelsbreed verschil of iemand van zijn fiets wordt gerukt en tegen zijn wil misbruikt, dan wel of iemand stomdronken over straat zwalpt en ondersteuning behoeft, maar op die manier wel op het adres en in het bed van de 'hulpverlener' belandt. In beide gevallen 'verkrachting' natuurlijk, zij het wel van een andere gradatie. Vandaar dat Liesbet Stevens geneigd is zich aan te sluiten bij de denkoefening van haar confraters: moeten we niet overwegen een nieuw jargon te gebruiken in het strafrecht, om te vermijden dat in zulke zaken spraakverwarring optreedt? 
Want zoals de dichter Maud Vanhauwaert dat formuleert: 'woorden zijn magneten die betekenissen en herinneringen aantrekken'. De term 'verkrachting' in een rechtszaak klinkt voor een buitenstaander zwaarwichtiger dan hij door de wetgever misschien is bedoeld. Een benaming doet er namelijk toe. Woorden verlenen een waardeoordeel. Toen de Dolle Mina's begin jaren 70 mannen nafloten op straat en hun een speels kneepje in het achterwerk gaven, lachten we ermee en vonden we dat een uiting van een progressief en revolutionair gedachtegoed. Vandaag de dag heten die acties grensoverschrijdend gedrag: de feiten op zich zijn identiek dezelfde gebleven, maar onze kijk erop is veranderd. Trouwens, enkele jaren geleden haalden handtastelijkheden waar alcohol in het spel was minder vaak de rechtbank en leidden ze dus niet tot een veroordeling en een genoegdoening van het slachtoffer. 
Idem dito toen ik op vakantie in 1967 als vijftienjarige ontmaagd werd door een volwassen vrouw, was er niemand op de camping die een poging deed onze omgang te stoppen. Ze moedigden het niet aan, maar probeerden het evenmin te verhinderen. Ze keken gewoon de andere richting uit. Wellicht werden dit soort contacten als gangbaar beschouwd, een soort inwijdingsritueel, een ontgroening, omdat een jongen het toch ergens moest leren. Helemaal in de lijn van wat ook Johannes Wirix-Speetjens beschrijft in zijn recente boek, hoe begin vorige eeuw adolescenten uit de Engelse upper class naar Franse prostituees werden gestuurd om wegwijs te worden gemaakt. Vandaag zou men mijn mooie vakantieavontuur totaal anders inkleuren: geruggensteund door de wet van 2022 draagt het de stempel verkrachting, een zwaarbeladen woord. 
'Mijn mooie vakantieavontuur' noem ik het. Inderdaad. Omdat ik er geen enkel negatief gevolg aan heb overgehouden. Zoals ik dat tijdens mijn 45-jarige huisartsencarrière ook mocht noteren bij enkele patiënten – áls dit onderwerp al eens ter sprake kwam, want de meesten toonden schroom toe te geven dat ze deze contacten 'fijn' hadden gevonden, omdat het nu eenmaal niet hoort zoiets 'fijn' te vinden. Net zozeer opvallend vond ik in het proces rond Nicolas Caeyers, veroordeeld voor onbetwist strafbare feiten, dat er onder zijn slachtoffers één jongen was te vinden, veertien jaar op het ogenblik van de feiten, die geen problemen maakte van wat er met hem gebeurd was. 
Voor alle duidelijkheid: ik houd hier geen pleidooi voor seks met adolescenten! Want als huisarts weet ik maar al te goed hoe het ook grondig fout kan lopen. Beelden van patiënten duiken voor mij op die gebukt gaan onder wat ze hebben meegemaakt, vooral als het vergrijp in familiale kring plaatsgreep: pedoseksualiteit gekoppeld aan incest. De enige bedoeling van mijn tekst is erop te wijzen dat niet elke puber psychisch ontwricht raakt en met een verwerkingsproces achterblijft. Niet iedereen hoeft dus een hulpverlener. Sommige 'slachtoffers' komen dan ook niet in de officiële statistieken terecht. Vandaar dat die cijfers misschien een vertekend beeld geven. Studies baseren zich trouwens altijd op kleine groepen en 'slachtoffers' die eraan deelnemen zijn nu eenmaal geneigd een sociaal wenselijk antwoord te geven, zoals gerechtsjournalist Eline Bergmans het formuleert. 
Als kinder- en jeugdpsychiater Peter Adriaenssens erop wijst dat seksueel misbruik in de jeugdjaren de hersenen van de kinderen aantast en schadelijke gevolgen met zich meebrengt, rijst bij mij de vraag wat hij verstaat onder het woord 'misbruik'. Heeft het betrekking op élk seksueel of erotisch contact, van welke aard dan ook? Ook op datgene dat een puber niet als onaangenaam ervaart? Of geldt ook hier – net als bij de juridische applicatie van de term 'verkrachting' – die strikte leeftijdsgrens van zestien? Jonger is misbruik, want consent is niet mogelijk. 
Wie zich afvraagt waarom ik deze tekst neerschrijf (en ook nog eens een boek hieromtrent publiceer) ondanks de morele verontwaardiging die dit alles zou kunnen oproepen, verwijs ik naar de woorden van advocate Nina Van Eeckhaut: 'Een boek moet toch ook afschuw durven opwekken. Het dient toch juist om inzichten te verwerven, om je uit te dagen intellectueel, om te groeien.'
En om het debat nog verder open te breken, wil ik hier de discussie te berde brengen rond de besnijdenis van jongens. Piet Hoebeke, professor urologie UZ Gent, en Dirk Devroey, professor huisartsengeneeskunde VUB, verzetten zich tegen een systematische ingreep ('verminking') om religieuze redenen. Kinderen moeten er zelf kunnen over beslissen of ze dit willen, ja dan neen. 'De enige ethisch consistente positie is dat dit enkel kan plaatsvinden nadat de betrokkene met volledige kennis van zaken bewust heeft ingestemd.' En nu komt het: 'bijvoorbeeld vanaf 14 jaar'. Wat vind ik hier nu vreemd aan: een jongen van 14 wordt wel verondersteld volledige kennis van zaken te hebben over zijn lichaam … behalve als het om seks gaat. Ergens klopt dit niet. Ik weet dat het gevaarlijk is wat ik zeg, maar ik zie hier nog altijd eenzelfde schroom in die het Westen al honderden jaren in zijn greep houdt. Waarom moeten wij op het vlak van seksualiteit opeens een verschillende houding aannemen tegen het lichaam dan op andere gebieden? Misschien terecht. Ik weet het niet. 
Deze houding doet bij mij automatisch de parallel oprijzen met de situatie tot in 1982, toen we het wetsartikel 372bis in ons strafwetboek hadden staan. Toen oordeelden wij dat seks tussen mensen van hetzelfde geslacht pas mogelijk was vanaf achttien jaar, maar daarentegen wel al vanaf zestien kon als het om een jongen en een meisje ging. Ook aan deze houding ligt geen medische reden ten grondslag, wel een morele. 
_Vrouwen
Ik schrik als ik de cijfers zie: 1% van de populatie zou pedofiele gevoelens bezitten. En dan hangt het nog af van de wetenschappelijke studies die je raadpleegt, want die lopen nogal uiteen: sommige spreken van het dubbele en nog andere zelfs van het viervoudige. Het hangt vaak af van de manier waarop de peiling is uitgevoerd en van het aantal ondervraagden dat heeft meegewerkt aan de steekproef. In ieder geval, zegt Davina Simons, is pedofilie geen ongewone zaak. Zij krijgt dagelijks te maken met dit soort dossiers, en ze voegt er meteen aan toe dat mensen die met zulke gevoelens worstelen, het daar zelf ook heel moeilijk mee hebben. Zij verwijst naar het laatste boek van neurobioloog Robert Sapolsky, Determined, waarin hij stelt dat vrije wil niet bestaat. Net als Etienne Vermeersch beklemtoont hij dat iemand met pedofiele gevoelens daar niet voor kiest … maar dat geboren worden met een bepaalde aanleg natuurlijk nooit een excuus kan vormen om niet in te gaan tegen zijn ingebakken natuur.  
En dat doet de overgrote meerderheid gelukkig ook, strijd leveren tegen die stuitende begeerten diep in zich, want de meeste mensen met deze aanleg brengen hun lustgevoelens niet in de praktijk. Psychiater Griet De Cuypere, professor emeritus aan het UZ Gent, wijst er mij trouwens op dat een groot aantal mensen seksuele wensdromen koesteren die zeer ver afwijken van wat wij in onze maatschappij het predicaat 'normaal' of 'toelaatbaar' verlenen, zoals verkrachtingsfantasieën en sadomasochisme. Maar ze licht wel toe dat de meeste personen deze verlangens niet in de praktijk omzetten. 'Fantaseren mag, hé!!!'
Merkwaardig is hoe weinig de vrouw belicht wordt in boeken of studies met pedofilie als onderwerp – en met grensoverschrijdend gedrag in het algemeen trouwens. Zijn vrouwen gedisciplineerder of valt het gewoon minder op wanneer zij buiten de schreef gaan? Bestaat er misschien een grotere tolerantie en wordt ongepast gedrag bij hen vlugger toegedekt? Wie weet aanvaarden wij van hen makkelijker dat zij 'intiem' met kinderen omgaan. We zien er geen kwaad in en vinden hun doen vaak normaal. We staan er gewoonweg niet bij stil dat er iets achter kan schuilgaan wanneer zij peuters of kleuters knuffelen. 
Natuurlijk is het wel zo dat pedofiele gevoelens bij vrouwen minder voorkomen: volgens de onderzoeken maar half zoveel als bij mannen. En als de bellettrie het onderwerp aansnijdt, draait het ook altijd om volwassen mannen die een zwak hebben voor te jonge meisjes. Voorbeelden zijn Mieke Maaikes obscene jeugd van Louis Paul Boon uit 1972 en uiteraard de beroemde klassieker Lolita van Vladimir Nabokov (1955). Maar zelfs als de auteurs vrouwen zijn die over het onderwerp schrijven, benaderen zij kindermisbruik altijd vanuit ditzelfde dader- en genderprofiel, zie Muidhond van Inge Schilperoord (Bronzen Uil 2015) en Mijn lieve gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld (De Boon literatuurprijs 2022). 
Op twee vlakken onderscheidt zich mijn 'avontuur', zoals ik dat in Sylvie beschrijf, van de genoemde romans. Enerzijds is het leeftijdsverschil tussen 'pleger' en 'slachtoffer' aanmerkelijk minder groot. In mijn autobiografie gaat het duidelijk om efebofilie. Maar daarom niet minder in strijd met de wet! En anderzijds – en vooral – is de situatie die ik schets net het omgekeerde als in de aangehaalde fictiewerken: in mijn verhaal is het een vrouw die zich 'vergrijpt'. 
Vrouwen zijn misschien minder onschuldig dan tot recent werd aangenomen. Ook zij zijn seksuele wezens. En ook zij blijken soms op jacht te trekken. Daarnaar verwijst juriste Liesbet Stevens (KU Leuven): 'Toch geloven mensen nog altijd dat de man de jager is en de vrouw een prooi.' Dit klopt niet altijd. Hierin treedt auteur Saskia De Coster haar bij: 'Er zit dan misschien wel een stuk biologische waarheid in het jager-prooipatroon, toch zijn wij niet beperkt tot onze biologie. Bovendien zijn dader- en slachtofferschap niet zo binair als we het vandaag graag voorstellen. Meisjes zijn vaak sneller seksueel wakker en sleuren jongens mee in dingen waar die misschien wel fysiek toe in staat zijn, maar die ze psychisch nog niet volledig rond hebben. Het zit dus veel complexer in elkaar dan meisjes die moeten oppassen voor jongens.'
Bewijs dat het niet altijd de vrouw is die we als prooi moeten zien, levert #MeTooGarçons, een hashtag gestart door de Franse acteurs Aurélien Wiik en Francis Renaud, die sinds februari 2024 een reeks getuigenissen van mannen verzamelt over seksueel geweld. Vaak is het toegeven aan dit misbruik een onafwendbare voorwaarde om een rol aangeboden te krijgen in de filmindustrie. En opvallend: het zijn niet enkel mannen die zich te buiten gaan aan grensoverschrijdend gedrag, ook vrouwen ontpoppen zich tot regelrechte verkrachters. Punt is vaak dat het voor mannen moeilijk is om geloofd te worden wanneer zij zeggen misbruikt te zijn, want een kerel kan zichzelf verdedigen, toch? Direct aansluitend hierbij is de bedenking van advocaat Issabel De Fré, gespecialiseerd in zedenzaken, dat we niet voldoende stilstaan bij de vraag hoeveel mannen er na dronken seks al werden verkracht. En waarom die zaken dan nooit de rechtbank halen.
Griet De Cuypere prijst zich gelukkig de jaren 60 en 70 te hebben meegemaakt, waarin de visie op seks heel anders was dan nu. 'Het is niet voor niets dat de oudere garde van Franse actrices (met Catherine Deneuve op kop) hun bedenkingen hadden bij de #MeToo-beweging.'
Sinds de nieuwe seksuele strafwet zou een rechter weleens in dubio kunnen staan, want welke attitude aan te nemen in dit soort zaken? En welke uitspraak dus? Afwegingen maken, rekening houdend met de nieuwe visie op betrekkingen tussen de beide geslachten – wanneer spreek je van toestemming? Misschien is 'toxische mannelijkheid' een term die we soms iets te gemakkelijk in de mond nemen. Levert mijn roman Sylvie namelijk niet een kijk op vanuit de tegenovergestelde kant? Zouden sommige vrouwen geen misbruik durven te maken van de huidige mentaliteit? En het gevaar dat eraan verbonden is: iemands reputatie te grabbel gooien en zelfs zijn leven verwoesten aan de hand van enkele insinuaties. 
_Tijdsgeest
In 2022 schreef Ian McEwan Lessons, waarmee hij de Booker Prize won. Deze roman, waarvan de plot meer dan vijftig jaar overspant, schetst op meesterlijke wijze hoe de morele attitude in de Westerse samenleving een omslag maakt van midden vorige eeuw tot op de dag van vandaag. Hoewel de personages niet een-op-een overeenstemmen met de werkelijkheid, beklemtoont de auteur wel het sterke autobiografische karakter van zijn verhaal. Een veertienjarige jongen onderhoudt een seksuele relatie met zijn pianolerares. Hij loopt hier geen beschadiging door op, maar decennia later wil de politie-inspecteur hem dit wel aanpraten en zijn rol van toyboy verschuiven naar die van slachtoffer. De manier waarop het hoofdpersonage de zaken in zijn jeugd beleefde – zijn herinneringen – botsen met de veranderde maatschappelijke normen en met de huidige visie op grensoverschrijdend gedrag. Wat in de jaren vijftig en zestig vaak werd weggemoffeld of niet benoemd, krijgt nu een taal, een juridisch kader en publieke aandacht. Aan het begin van de eenentwintigste eeuw worden dezelfde zaken opeens vanuit een ander perspectief bekeken: een 'affaire' of een 'ongepaste verliefdheid' krijgt nu het cachet van 'seksueel misbruik van een minderjarige'. Met alle gevolgen die eraan vasthangen natuurlijk. 
Merkwaardig tegelijk dat er uitgerekend nu een podcastreeks is uitgebracht, Lucky Boy, en een televisie-uitzending van NPO rond hetzelfde thema en met dezelfde titel. Telkenmale gaat het over een adolescent die in het bed belandt van een vrouw met wie hij flink van leeftijd verschilt. Het onderwerp is kennelijk hot; de tijd is er opeens rijp voor. 
Ik heb gemaild met Chloe Hadjimatheou van The Observer, de maker van de podcast. De journaliste zegt contact te hebben gehad met 'vele' mensen en besluit: 'I still consider, as does the law, sex between an adult and a child to be abuse in all circumstances.' Toch maak ik ergens problemen, want als je Lucky Boy beluistert, moet het je opvallen dat de hoofdpersoon, Gareth, niet zomaar een 'gewone' knul is. Welke watertjes hij allemaal doorzwommen heeft! En ook het feit dat hij op de leeftijd van zestien door zijn ma aan de deur is gezet, noopt mij ertoe hem niet als een doorsneejongen te beschouwen. Het is een probleemkind in een moeilijke sociale situatie. Zo iemand zou ik nooit als voorbeeld durven te nemen en extrapoleren naar álle veertien- of vijftienjarige jongens die een seksuele relatie hadden met een volwassen vrouw. Sta me toe te vinden dat Chloe nogal vlug is in het trekken van haar conclusies. Ook frons ik de wenkbrauwen als – drie maanden na het online zetten van de podcast – niemand er nog reacties op kan geven, want de aandacht van de journaliste heeft zich verlegd naar een ander onderwerp. Tegelijk stel ik me de vraag of een onderzoeker in amper drie maanden tijd inderdaad de mogelijkheid gehad heeft om met 'vele' (sic) slachtoffers te spreken? Stel je voor dat men deze zelfde tijdslimiet had toegepast op Godvergeten of op De nonnen … Laat me in dit verband trouwens nogmaals verwijzen naar de woorden van Eline Bergmans zoals ik die hogerop al aanhaalde: dit soort studies baseert zich altijd op een kleine groep van mensen. 
Tot slot zou ik nog even willen inzoomen op de popmuziek van de jaren 70. Ook op dat domein ontdekken we zaken waarmee we het vandaag wat moeilijker zouden hebben. 
In 1971 had Rod Stewart een megahit met zijn Maggy May. Het is het verhaal van een schoolplichtige jongeling met een oudere vrouw. 'The morning sun, when it's in your face, really shows your age.' De zanger zegt dat het om een persoonlijke ervaring van hem gaat op het Beaulieu Jazz Festival (29-30 juli 1961), over de eerste keer dat hij seks had met iemand. Hij had toen wel net de wettelijke leeftijd waarop het mocht – enkele maanden tevoren was hij 16 geworden. De song klonk dagelijks op de radio, klom naar de top van de hitparade in vele landen, en katapulteerde de artiest tot de status van popidool. Toch vraag ik me af of we tegenwoordig geen vragen zouden stellen bij deze story: is hier geen sprake van een scheefgetrokken machtsverhouding? Maakt een ervaren vrouw geen misbruik van een naïeve schoolknaap? 
Een van zijn grootste successen kende Rob de Nijs in 1977 met Het werd zomer. Ook in dit liedje was de zanger toevallig net oud genoeg om binnen het wettelijk toelaatbare kader te vallen. 'Ik was zestien en jij was achtentwintig.' Bijzonder aan dit nummer is dat de jonge debutant zich richt tot een 'jij', van wie het geslacht verder niet gespecifieerd wordt. Dit persoonlijk voornaamwoord zou best naar een man kunnen wijzen, want een vrouw zie je misschien iets minder gemakkelijk in haar blootje én in haar eentje langs het strand lopen, toch? Even merkwaardig aan de song is hoe de gebeurtenissen zonder enige ethische overweging worden beschreven. De volwassene neemt het initiatief, maar het liedje veroordeelt noch verheerlijkt wat er plaatsgrijpt tussen beiden. Het schetst gewoon het amoureuze avontuur op zich, gekruid met een vleugje poëzie. Het is tekenend voor de seksuele vrijmoedigheid die in deze tijd bezig was te ontstaan in de lage landen. Er duikt geen enkel spoor van trauma op dat de vrijage bij de adolescent zou kunnen nalaten. 
Mocht deze plaat vandaag worden uitgebracht, zou de tekst allicht heel wat meer vragen oproepen, misschien zelfs woke-aversie, want is hier – los van het leeftijdsverschil – geen sprake van machtsongelijkheid? En hoe zit het met consent? Dat alles verleent Het werd zomer een extra dimensie: het is niet enkel zomaar een liefdesliedje, het reveleert ons meteen iets over de tijd waarin het de hitlijsten veroverde, hoe wij toen in het Westen helemaal anders dachten over opgroeien en seksualiteit.
Vanuit een heel andere invalshoek benadert Dalida in 1973 ditzelfde soort relaties met Il venait d'avoir dix-huit ans. De intieme omgang wordt hier bekeken vanuit het perspectief van de 'pleger'. De leeftijd van de jongen mag hier dan wel best oké zitten – achttien! – maar: 'J’avais oublié simplement que j'avais deux foix dix-huit ans.' De vertolker van het liedje weet dat het niet hoort wat ze doet, dat ze tegen de maatschappelijke consensus invaart, want wat gaan 'de mensen' ervan zeggen! Dalida’s liedje blijft niet op neutraal terrein; er treedt een moreel oordeel naar voren, gekoppeld aan een schuldgevoel. In tegenstelling tot Het werd zomer, stelt men zich vragen, is er sprake van aarzeling, ongemak, heerst er schaamte – het is normatief. Dat maakt dat wat er in het chanson gebeurt, door de bril van vandaag bekeken, sociaal volledig aanvaardbaar is. Het is conform aan onze hedendaagse visie. 
[De roman Sylvie van Rudy Van Giel is verschenen bij Borgerhoff & Lamberigts, 2026.]
Kwintessens
Geboren in Antwerpen, verkaste naar de Limburgse kompels, om ten slotte als huisarts te werken in een volkse en multiculturele wijk te Gent, waar 86 nationaliteiten bij hem stonden ingeschreven. Hij publiceerde 'Kankeren. Een arts wordt patiënt' (Borgerhoff & Lamberigts) en 'Hoop. Broeders zonder liefde' (Ertsberg).
_Rudy Van Giel -
Meer van Rudy Van Giel

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws