30 juni 2026
Leopold Flam: eenzaam in de naamloze massa. Over 'De eenzaamheid'
De eenzaamheid bij Leopold Flam is dubbel. De meest voorkomende vorm en tegelijk ook de meest verontrustende vorm, betreft de enkeling op drift in de naamloze, gestandaardiseerde massa, tevergeefs op zoek naar persoonlijke zingeving, overwonnen door psychose, depressie, isolement, verlating … De tweede vorm daarentegen, betreft de enkeling die zichzelf heeft gefundeerd, in zichzelf een voldoende reden vindt en zichzelf verwezenlijkt. De eerste roept, maar hoort geen echo. De tweede luistert naar zijn innerlijke stem en vindt een Wij.
_Altijd de massa
In beide gevallen, moet de eenzaamheid dus worden gedacht vanuit de massa, in casu onze maatschappij, de koppeling van welvaartsstaat en technocratie die de zoekende, wakkere enkeling geen enkele kans gunt omdat alle relaties anoniem, gestandaardiseerd en gemedieerd verlopen, dus altijd via een andere die de hogere voorstelt. Zoals in een leger, praten de soldaten niet met elkaar, maar via de commandant. Valt de leider weg, dan ontstaat paniek en stort het systeem in elkaar. Deze maatschappij reeg alle groepen met een gezicht uiteen: zowel het gezin als de school en de werkplek. Zo is het gezin een productie-eenheid, waarin echtelijke liefde een functie vervult, maar geen plaats biedt aan absolute Liefde-met-hoofdletter. Elk individualisme stoort als afwijking en daarom verschijnt alles en iedereen paradoxaal genoeg in de openbaarheid, die wij nu ‘sociale media’ noemen en die Flam in 1979, toen dit boek verscheen, probeert te duiden met Orwells 1984. De groeiende nood aan mentale zorg die voortvloeit uit richtingloosheid, bewijst dat Flam – helaas – enkel aan actualiteit heeft gewonnen.
In meer filosofische termen: het individu-in-de-massa, beschikt niet over een ‘subject’, zeg maar een ‘ziel’, een ‘zelf’, een ‘Ik’. Daardoor beschikt dit individu-in-de-massa het evenmin over een ‘object’, door Flam omschreven als een ‘zending’ of een ‘roeping’ [zoals in be-roep], wat de enkeling te doen staat, een te volbrengen taak, een finaliteit.
_Zonder subject: de ziel verkocht
Flam bespreekt uitvoerig de diverse verschijningsvormen van eenzaamheid en de eenzame mens, zoals de banneling, de migrant, de bastaard, de wees en de ouderling. Allen zijn verstoten, opzijgeschoven, vergeten, geparkeerd. In zeker opzicht, bestaan ze niet echt. Zelfs wanneer ze erin slagen deel uit te maken van de maatschappij, zoals de migrant die zich de lokale taal en cultuur eigen maakt, of de banneling die artistiek succes scoort, dan nog worden ze niet voor vol aangezien of als uitzondering ten tonele gevoerd. De kans is namelijk groot dat ze hun best hebben gedaan om te lijken op de andere, de doorsnee, de norm, kort op ons, wij die het verwachtingspatroon hebben getekend en ernaar leven – helaas zonder subject. Het is de migrant die met zijn zakenimperium pronkt, de wees die het tot stervoetballer schopt, de rapper uit de New Yorkse goot die de blanke blondines aaneenrijgt. De marginaal die een uniform mag aantrekken en zich tot koning kroont.
Uiteindelijk verschillen ze niet van de rest, van ons dus, van de eenzame mens in de massa. Het is naar die mens dat Flams volle aandacht uitgaat – en hun naam is legioen, zij zijn met velen. Het boek dat Flam ei zo na een halve eeuw geleden uitgaf, klinkt bijzonder actueel: het individu, de enkeling, is zijn subject kwijt, zeg maar: hij kent zijn eigenste, diepste zelf niet. Wellicht heeft hij zijn ziel verkocht voor een leuke baan met een leuk inkomen en een leuke woning. Misschien wenst hij zijn innerlijke stem niet eens te horen, zodat hij in zijn illusie niet wordt gestoord. Het vergt nu eenmaal heel wat moed, wilskracht en doorzettingsvermogen om echt jezelf te zijn in een gestandaardiseerde en anonieme samenleving, een samenleving waarin het individu tegelijk tot de openbaarheid behoort.
_Zonder object, zonder uitweg
De mens in de eenzame massa is tegelijk zijn ‘object’ kwijt: zijn doel, zijn roeping. Welke zijn de daden die hij wenst te stellen opdat het leven van betekenis zou zijn, dit wil zeggen niet wordt opgeslorpt door de ‘tevergeefsheid’? Welke zingeving heeft zijn innerlijke stem hem ingefluisterd? Het antwoord ligt niet voor de hand in een maatschappij die zelf haar object kwijt is. Beschikt onze samenleving ook over een zingevend project of hangt ze losjes aaneen van cumuleerbare, controleerbare en meetbare wensen zoals bezit, geld en macht?
Gestript van zijn subject én object, zoekt de enkeling een uitweg in een kapitalistisch systeem dat vanzelf draait, zonder bepaalde richting, gewoon accumulerend en uitdeinend, met stapeling en uitbreiding als doel, middel en gevolg.
_Valse vertegenwoordiging
In dergelijke situatie beland, vinden veel enkelingen een vals antwoord in de vertegenwoordiging: vedetten, leiders, zelfverklaarde voorbeelden, goeroes, en nu ook influencers allerhande, vertellen ons wat we eigenlijk missen en hoe we de leegte kunnen invullen, namelijk door hen te bewonderen en te volgen, naar hen te luisteren en te handelen. Zijn we als enkeling nietig, dan worden we samen groots via ‘onze’ voetbalploeg. Vinden we onszelf lelijk, dan worden we mooi door nabootsing. Stellen we sociaal niets bijzonders voor, dan reizen we naar gebieden die ‘afwijken’ [de pool, de woestijn], bewoond door afwijkende stammen met een eeuwenoude authenticiteit – for our eyes only.
Met die Ersatz, verveelvoudigen we echter onze eenzame aanwezigheid in de massa.
Met die Ersatz, verveelvoudigen we echter onze eenzame aanwezigheid in de massa.
_Banaliteit en respect
Hoe dan ook, is de enkeling op zoek naar een identiteit, dus een onderscheid. Een halve eeuw terug merkte Flam in navolging van de antipsychiatrie bijvoorbeeld [o.a. R.D. Laing] dat de eenzame enkeling-in-de-massa zijn mislukking, gebrek of verstotenheid als identiteit aanneemt. Het tekort, de afwezigheid, het gebrek, worden geclaimd als een ‘oppositie’, derhalve als identiteit, hoe klein, hoe bijzonder ook. Uiteindelijk is de uitgerangeerde fier op zijn micro-identiteit, zoals fluïde gender of non-binaire seksualiteit, waarbij de banale feitelijkheid wordt verheven tot het bijzondere dat ‘respect’ verdient – en eigenlijk een verzoek is om te worden geëffend zoals de rest.
Het is echter een maat voor niets, aangezien de eenzaamheid niet verdwijnt, maar op paradoxale wijze net zichtbaarder wordt en daarom ook bedreigender voor de macht die de juiste norm voorstelt. Vandaar de recuperatie door de toekenning van subsidies, gespecialiseerd personeel of administratieve toegevingen, zoals de wijziging van geslacht op de identiteitskaart of de opname van diversiteit en ‘transversaliteit’ in de meest verscheiden commissies, departementen en raden. Deze enkeling beschikt nog steeds niet over een authentiek subject, evenmin als een authentiek object – en zo loopt hij nog altijd even verloren in een maatschappij zonder object, een maatschappij op drift.
_De innerlijke stem
Zo komen we uiteindelijk uit bij het tweede type eenzame mens, nog altijd te bedenken vanuit de massa: de enkeling die wel degelijk over een subject beschikt en zijn object kent, zo goed zelfs dat hij bij de enkeling-in-de-massa als vreemd overkomt. En bedreigend. Een stoorzender.
Deze enkeling heeft uit zichzelf, luisterend naar zijn innerlijke stem, zichzelf geconstitueerd en daarbij aan niemand enige verantwoording afgelegd. Het is geen zelfvoldaanheid, want zijn arbeid is nooit af, maar wel zelfvoldoening. Deze enkeling weet wat hij dient te verrichten vanuit en volgens hemzelf. Dit weten is tevens zijn geweten. We naderen inderdaad de miskenning en de mislukking, zoals bij het ‘miskende genie’. Het gaat erom dat hij grootse daden wil stellen, maar niet om beroemd, machtig of rijk te worden, maar om zijn roeping te vervullen. Als hij in de eenzaamheid belandt, dan omdat de massa hem als een afwijking beschouwt, wat hij ook is. Hij wordt niet geloofd of geapprecieerd, zoals zoveel schrijvers of schilders die slechts postuum doorbraken, denk aan Kafka of Pessoa. Hoewel het miskende genie dit type eenzame enkeling mooi illustreert, gaat het ten gronde om elke enkeling die doorzet, die voor hemzelf ziet wat anderen niet zien of kunnen zien, en zo zijn leven zin geeft en de mogelijke ‘tevergeefsheid’ vermijdt. Deze enkeling is evengoed eenzaam, maar op geheel positieve wijze.
Deze enkeling heeft uit zichzelf, luisterend naar zijn innerlijke stem, zichzelf geconstitueerd en daarbij aan niemand enige verantwoording afgelegd. Het is geen zelfvoldaanheid, want zijn arbeid is nooit af, maar wel zelfvoldoening. Deze enkeling weet wat hij dient te verrichten vanuit en volgens hemzelf. Dit weten is tevens zijn geweten. We naderen inderdaad de miskenning en de mislukking, zoals bij het ‘miskende genie’. Het gaat erom dat hij grootse daden wil stellen, maar niet om beroemd, machtig of rijk te worden, maar om zijn roeping te vervullen. Als hij in de eenzaamheid belandt, dan omdat de massa hem als een afwijking beschouwt, wat hij ook is. Hij wordt niet geloofd of geapprecieerd, zoals zoveel schrijvers of schilders die slechts postuum doorbraken, denk aan Kafka of Pessoa. Hoewel het miskende genie dit type eenzame enkeling mooi illustreert, gaat het ten gronde om elke enkeling die doorzet, die voor hemzelf ziet wat anderen niet zien of kunnen zien, en zo zijn leven zin geeft en de mogelijke ‘tevergeefsheid’ vermijdt. Deze enkeling is evengoed eenzaam, maar op geheel positieve wijze.
_Metafysische eenzaamheid
Na de psychologische, sociale, ethische en politieke ontleding van de eenzaamheid, neemt Leopold Flam ons uiteindelijk mee naar een hoger niveau, dat van het ‘eigenlijke karakter van de eenzaamheid’, ‘de metafysische eenzaamheid en de dood van god’.
De enkeling die zijn eigen existentie heeft gefundeerd en daarin een voldoende reden vindt, die nooit vergeefs arbeidt omdat hij over een finaliteit beschikt, en het geluk vindt in die immanente zelfverwezenlijking, die autonome enkeling moet uiteindelijk verschijnen en zichtbare daden stellen die enig zijn. Die ‘eenzaamheid als enigheid’ in de zelfverwerkelijking, veroorzaakt vanzelf het ‘Wij’. Al met al bevindt deze enkeling van de zelfvoldoening zich in de wereld, waar hij met anderen kan bouwen aan een ‘het huis van de wereld’.
Maar ook de metafysische eenzaamheid wordt door de massamaatschappij als verdacht behandeld, zowel in de kapitalistische als de marxistisch-leninistische interpretatie, omdat beide een deterministische zienswijze aanhangen: aangezien de historische uitkomst al lang is beslecht, ontwikkelt de maatschappij zich boven het hoofd van de mensen, net als de wetenschap die zichzelf ‘objectivistisch’ vindt. De mens wordt losgekoppeld van zijn werk: ‘Niet alleen een muziekstuk, een gedicht, een tekening of een verhaal kan door een elektronisch brein geproduceerd worden, maar de wetenschap zelf, en niet alleen de wetenschap, maar ook het elektronisch brein. Het werk valt uit de handen van de mens en doordat hij er vreemd aan wordt, vereenzaamt hij […], omdat hij zijn zelf, zijn metafysische eenzaamheid verloren heeft’.
De enkeling die zijn eigen existentie heeft gefundeerd en daarin een voldoende reden vindt, die nooit vergeefs arbeidt omdat hij over een finaliteit beschikt, en het geluk vindt in die immanente zelfverwezenlijking, die autonome enkeling moet uiteindelijk verschijnen en zichtbare daden stellen die enig zijn. Die ‘eenzaamheid als enigheid’ in de zelfverwerkelijking, veroorzaakt vanzelf het ‘Wij’. Al met al bevindt deze enkeling van de zelfvoldoening zich in de wereld, waar hij met anderen kan bouwen aan een ‘het huis van de wereld’.
Maar ook de metafysische eenzaamheid wordt door de massamaatschappij als verdacht behandeld, zowel in de kapitalistische als de marxistisch-leninistische interpretatie, omdat beide een deterministische zienswijze aanhangen: aangezien de historische uitkomst al lang is beslecht, ontwikkelt de maatschappij zich boven het hoofd van de mensen, net als de wetenschap die zichzelf ‘objectivistisch’ vindt. De mens wordt losgekoppeld van zijn werk: ‘Niet alleen een muziekstuk, een gedicht, een tekening of een verhaal kan door een elektronisch brein geproduceerd worden, maar de wetenschap zelf, en niet alleen de wetenschap, maar ook het elektronisch brein. Het werk valt uit de handen van de mens en doordat hij er vreemd aan wordt, vereenzaamt hij […], omdat hij zijn zelf, zijn metafysische eenzaamheid verloren heeft’.
Het despotisme kan niet overweg met de enkeling die door de innerlijke stem van de roeping en de zending het ‘sublieme’ ervaart, de verhevenheid, het moment waarop kan worden gezwegen. Maar niet alleen, want daarin schuilt het gevaar, maar wel ‘[…] juist omgekeerd, universaliteit en algemene wij-gemeenschap met de anderen en de geschiedenis […] door de wederzijdse zelffundering of zelfrechtvaardiging die hun liefde zelf is […]’.
*
Het zal niemand verbazen dat Leopold Flam hier ook over zichzelf spreekt – hij werd nooit beroemd, maar kent wel succes in de Duitse betekenis van Erfolge. Hij bleef schrijven en publiceren, hij blijft inspireren dertig jaar en meer na zijn dood. Flam is het boek dat men blijft interpreten en als lezer verder blijft schrijven. En heel erg dienstig is voor de eenzame-in-de-massa die zijn ziel niet wenst te verkopen, maar zelfgefundeerd en onverdroten aan zijn finaliteit werkt.
*
Het zal niemand verbazen dat Leopold Flam hier ook over zichzelf spreekt – hij werd nooit beroemd, maar kent wel succes in de Duitse betekenis van Erfolge. Hij bleef schrijven en publiceren, hij blijft inspireren dertig jaar en meer na zijn dood. Flam is het boek dat men blijft interpreten en als lezer verder blijft schrijven. En heel erg dienstig is voor de eenzame-in-de-massa die zijn ziel niet wenst te verkopen, maar zelfgefundeerd en onverdroten aan zijn finaliteit werkt.
_Referentie
Leopold Flam: De eenzaamheid, Acco, 1979.