Kwintessens
Geschreven door Ann De Buck en Lieven Pauwels
  • 80 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

30 juni 2026 'Een zoektocht naar menselijkheid (deel II). Dirk Verhofstadt in gesprek met Johan Braeckman' (deel 5)
In de vorige delen stonden taal, geweld, maakbaarheid en vrije wil centraal. In dit vijfde en laatste deel verschuift de aandacht naar de vraag naar menselijke zingeving.
_Over zingeving
In het laatste hoofdstuk gaan Johan en Dirk in gesprek over de vraag naar zingeving en plaatsen die in een breed filosofisch en existentieel perspectief. De auteurs vertrekken van de vaststelling dat mensen een sterke behoefte hebben om betekenis toe te kennen aan hun bestaan, maar dat die betekenis niet vanzelfsprekend gegeven is.
Een centrale tegenstelling loopt door de dialogen. Enerzijds is er het idee in de monotheïstische religies dat de zin van buitenaf komt. Anderzijds is er een seculiere visie waarin zingeving door de mens zelf wordt gecreëerd. In religieuze tradities wordt het leven beschouwd als onderdeel van een groter plan, ontworpen door een betekenisgevende instantie. Het bestaan krijgt dan zin doordat het ingebed is in een goddelijke orde, vaak gekoppeld aan een hiernamaals. Zonder zo’n kader, zo vrezen velen, dreigt het leven uit niet meer te bestaan dan een toevallig en tijdelijk geheel zonder intrinsieke betekenis. De auteurs problematiseren dit religieuze uitgangspunt. Ze tonen dat het idee van een scheppende en doelgerichte God geen afdoende verklaring biedt, maar nieuwe vragen oproept, zoals het probleem van regressie: wie schiep de schepper? Vanuit een wetenschappelijk en naturalistisch perspectief blijkt het bovendien mogelijk om het ontstaan van het universum te begrijpen zonder beroep te doen op een bovennatuurlijk ontwerp.
Daaruit volgt dat zingeving niet kan worden afgeleid uit de structuur van het universum zelf. Het universum heeft geen intrinsiek doel, en hetzelfde geldt voor het leven en de menselijke soort. Beide zijn het resultaat van evolutionaire en fysische processen zonder vooraf bepaald doel. Het idee dat we een vaste bestemming hebben, verliest daarmee zijn grondslag. Deze gedachte kan verschillende existentiële reacties oproepen. Ze kan leiden tot pessimisme of nihilisme, zoals bij Prediker en Cioran, of tot een gevoel van kosmische leegte, zoals bij Pascal. De auteurs verwerpen echter de veronderstelling dat het ontbreken van een objectieve zin noodzakelijk leidt tot wanhoop. Integendeel, zij stellen dat het wegvallen van een opgelegde betekenis ook bevrijdend kan werken.
Een belangrijk deel van het hoofdstuk is gewijd aan de menselijke neiging om zin te zoeken. Braeckman verwijst naar inzichten uit de cognitiewetenschappen, onder meer via Daniel Dennett. Hij toont aan dat het toeschrijven van intenties en betekenissen een geëvolueerd mechanisme is. Mensen stellen spontaan 'waarom'-vragen en veronderstellen vaak intenties, ook waar die niet aanwezig zijn. Deze neiging heeft een overlevingswaarde, maar kan er ook toe leiden dat betekenis wordt geprojecteerd op domeinen waar die niet noodzakelijk bestaat, zoals het universum als geheel.
Hoewel de vraag naar een objectieve zin volgens deze benadering problematisch is, verdwijnt de behoefte aan betekenis niet. Zingeving wordt daarom hergedefinieerd als een menselijke activiteit. Mensen creëren betekenis via hun relaties, hun handelen en hun betrokkenheid op anderen. De auteurs benadrukken dat betekenis altijd verbonden is met een menselijke context. Figuren zoals Hannah Arendt en Nelson Mandela illustreren dat zin vooral ontstaat in het handelen met en voor anderen. Engagement, verantwoordelijkheid en bijdragen aan een gedeelde wereld spelen daarbij een centrale rol. Ook culturele activiteiten dragen bij aan zingeving. Kunst en wetenschap geven vorm aan menselijke ervaringen en creëren een symbolisch kader waarin betekenis kan ontstaan. Daarnaast komt het belang van autonomie en zelfvorming opnieuw naar voren. Geïnspireerd door existentialistische denkers zoals Sartre stellen de auteurs dat mensen verantwoordelijk zijn voor het vormgeven van hun eigen leven.
Deze vrijheid kan echter ook moeilijkheden met zich meebrengen. Ze gaat gepaard met onzekerheid en angst, omdat er geen vooraf bepaalde richting bestaat. Niet iedereen slaagt erin om met deze vrijheid om te gaan. Dit kan leiden tot passiviteit of tot vormen van zelfbedrog.
De auteurs bespreken ook expliciet het idee van een leven na de dood en het concept van de ziel. Ze verwerpen deze opvattingen op basis van wetenschappelijke en filosofische argumenten. Mentale processen en bewustzijn worden opgevat als het resultaat van biologische processen in het brein en kunnen niet los daarvan bestaan. Het geloof in een voortbestaan na de dood wordt verklaard door een vorm van intuïtief dualisme dat diep verankerd is in de menselijke psychologie.
In de slotfase wordt het begrip zingeving verder geconcretiseerd. Een zinvol leven bestaat niet uit het nastreven van één overkoepelend doel, maar uit het ontwikkelen van waardevolle projecten en het realiseren van fundamentele waarden zoals liefde, waarheid, oprechtheid en betrokkenheid. Zingeving ontstaat niet alleen in uitzonderlijke prestaties, maar vooral in dagelijkse handelingen en keuzes die betekenis geven aan het eigen leven en dat van anderen. Tegelijk benadrukken de auteurs dat de mogelijkheden tot zingeving ongelijk verdeeld zijn. Sociale en materiële omstandigheden spelen een belangrijke rol in de mate waarin mensen hun leven kunnen vormgeven. Dit onderstreept het belang van maatschappelijke structuren die autonomie, welzijn en rechtvaardigheid ondersteunen.
_De centrale boodschap
De centrale boodschap van het hoofdstuk is dat zingeving niet voortvloeit uit een vooraf gegeven orde of een objectieve structuur van het universum, maar het resultaat is van menselijke activiteit. Betekenis ontstaat in relaties, engagement en zelfvorming, binnen de grenzen van een toevallige en eindige werkelijkheid. Juist het ontbreken van een opgelegde zin maakt het mogelijk dat mensen zelf betekenis creëren en vormgeven.
_Bedenkingen over menselijke zingeving
Het hoofdstuk over zingeving vormt in vele opzichten het sluitstuk van de voorgaande thema’s. Waar eerdere hoofdstukken de mens beschreven als een wezen dat gevormd wordt door biologische en sociale factoren, stelt zich hier de vraag hoe binnen die beperkte speelruimte toch betekenis kan ontstaan. Indien het leven geen vooraf gegeven doel heeft en menselijke keuzes voortkomen uit een complex geheel van invloeden, dan kan zingeving niet langer worden opgevat als iets dat ontdekt wordt, maar als iets dat mensen zelf vormgeven.
Die vormgeving blijkt ook nooit volledig vrij te zijn. De mens creëert betekenis binnen de grenzen van zijn biologische aanleg, zijn sociale context en de omstandigheden waarin hij leeft. Daarmee sluit zingeving nauw aan bij eerdere inzichten over maakbaarheid en vrije wil: ook hier bevinden mensen zich in een spanningsveld tussen sturing en bepaaldheid. Zingeving is geen louter individuele aangelegenheid, maar ontstaat ook en misschien vooral in interactie met anderen.
De link met moraliteit wordt duidelijk. Mensen geven betekenis aan hun leven via hun handelen en hun relaties met anderen, en precies die domeinen vormen ook het terrein van morele beoordeling. Wat als zinvol wordt ervaren, hangt vaak samen met wat als intrinsiek waardevol of goed wordt beschouwd. Zingeving en moraliteit zijn daarmee niet identiek, maar wel nauw met elkaar verweven: beide vertrekken vanuit de menselijke behoefte om betekenis te geven aan het eigen leven in verhouding tot de ander. Tegelijk is die betekenisgeving niet louter een cognitief of normatief proces, maar ook, en misschien wel vooral, een affectieve ervaring. Wat als zinvol wordt beleefd, gaat vaak gepaard met gevoelens van verbondenheid, betrokkenheid en vervulling. Emoties spelen een heel belangrijke rol in hoe mensen betekenis ervaren en waarderen. 
Dit sluit aan bij inzichten uit de affectieve neurowetenschappen. We denken daarbij aan het baanbrekende werk van Jaak Panksepp, een van de grondleggers van het veld. Hij beschouwt emotionele ervaringen als subjectieve uitdrukkingen van onderliggende hersentoestanden en benadrukt dat zulke affectieve systemen evolutionair diep verankerd zijn en een fundamentele rol spelen in het sturen van betekeniservaring en gedrag. Volgens hem zijn deze basisemotionele systemen niet uniek menselijk, maar delen we ze met andere zoogdieren, wat wijst op evolutionaire continuïteit. Die inzichten hebben bovendien belangrijke implicaties voor de ethiek, en in het bijzonder de dierenethiek, omdat de affectieve ervaringen van andere dieren niet als neutraal kunnen worden beschouwd en om een zorgvuldige en respectvolle omgang vragen.
Inzichten uit een evolutionair en empirisch geïnformeerde ethiek beschouwen de mens als een sociaal en moreel wezen dat betekenis construeert binnen een complex geheel van biologische predisposities en culturele invloeden. Mensen zijn voortdurend betrokken bij sociale interacties waarin keuzes gemaakt moeten worden en waarin waarden een rol spelen. Dit betekent dat zingeving niet los kan worden gezien van hoe mensen feitelijk functioneren. De klassieke scheiding tussen feiten en normen vervaagt daarbij: hoe mensen zijn, beïnvloedt ook hoe zij betekenis en waarde construeren.
Deze spanning tussen individuele betekenisgeving en bredere maatschappelijke ontwikkelingen wordt nog duidelijker wanneer het vraagstuk van zingeving wordt geplaatst in het licht van het humanisatie‑ en moderniseringsproces, zoals beschreven door Robert Cliquet en Dragana Avramov (2018). Waar het boekhoofdstuk zingeving vooral benadert vanuit het perspectief van het individu, wijzen Cliquet en Avramov erop dat menselijke ontwikkeling steeds meer plaatsvindt binnen complexe, globale systemen waarin beslissingen verstrekkende gevolgen hebben. 
Individuen geven betekenis aan hun leven via concrete keuzes en handelingen, maar die handelingen maken deel uit van bredere maatschappelijke processen. In een sterk gemoderniseerde wereld worden de effecten van menselijk handelen steeds minder lokaal en steeds meer globaal, wat betekent dat individuele zingeving onvermijdelijk een collectieve dimensie krijgt. De vraag wat een zinvol leven is, verschuift daarmee deels naar de vraag hoe individuele keuzes zich verhouden tot grotere ethische uitdagingen, zoals duurzaamheid, technologische ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid. Mensen geven betekenis aan hun leven binnen een context waarin bepaalde waarden, zoals samenwerking, rechtvaardigheid, welzijn en duurzaamheid, centraal staan. Wat als zinvol wordt ervaren, hangt dan niet alleen af van persoonlijke voorkeuren, maar ook van de wijze waarop individuen zich actief verhouden tot deze collectieve doelen.  Het is een proces waarin mensen, binnen hun beperkingen en mogelijkheden, hun leven vorm proberen te geven. Wat het betekent om mens te zijn, ligt in het voortdurend zoeken naar betekenis in een wereld die die betekenis niet vooraf vastlegt.
_Besluit
Wat betekent het om mens te zijn? De gesprekken tussen Dirk Verhofstadt en Johan Braeckman maken vooral duidelijk dat een eenduidig antwoord op die vraag moeilijk, zo niet onmogelijk, is. De mens is geen wezen met een vaste natuur of een duidelijk omlijnd doel, maar veel complexer gevormd door biologische, culturele en sociale processen.
In de gesprekken komt telkens een ander aspect van die complexiteit naar voren, maar wat vooral blijft hangen, is de ambivalentie van de menselijke natuur. Elk aspect van het menszijn blijkt een dubbele kant te hebben. Taal maakt samenwerking en gedeelde betekenis mogelijk, maar kan zowel uitsluiten als beïnvloeden. Geweld laat zien hoe dezelfde vermogens die samenwerking mogelijk maken ook ingezet kunnen worden voor destructieve doeleinden. Maakbaarheid wijst op mogelijkheden tot zelfvorming, maar ook op duidelijke grenzen. Het debat over vrije wil benadrukt vormen van controle, maar maakt meteen duidelijk hoe beperkt die controle is. Ook zingeving verschijnt uiteindelijk als een spanningsveld tussen het zelf vormgeven van betekenis en het ontbreken van een voorafgegeven doel.
Wanneer we die inzichten samennemen, ontstaat een beeld van de mens als een wezen dat voortdurend balanceert tussen tegenstellingen: tussen vrijheid en bepaaldheid, tussen individu en samenleving, en tussen betekenis en toeval. Misschien ligt net daarin een antwoord op de beginvraag. Menszijn betekent leren omgaan met die fundamentele spanning.
Tot slot verdient ook de inhoudelijke kwaliteit van het boek nadrukkelijke vermelding. Net zoals de andere boeken uit dezelfde reeks, getuigen ook deze gesprekken tussen Dirk en Johan van een indrukwekkende belezenheid. Beide auteurs putten uit een brede en actuele kennis van de wetenschappelijke en filosofische literatuur. De uitgebreide bibliografie en de vele noten maken het bovendien waardevol voor wie zich verder wil verdiepen. Tegelijk behouden de auteurs een heldere en toegankelijke stijl. Complexe thema’s worden begrijpelijk en boeiend uitgewerkt. Het boek slaagt erin om academische diepgang op overtuigende wijze te combineren met leesbaarheid en betrokkenheid. Een zoektocht naar menselijkheid (deel II) informeert niet alleen, maar zet ook daadwerkelijk aan tot reflectie. Kortom, een zeer geslaagd, rijk en maatschappelijk relevant boek.
Lees hier deel 1, hier deel 2, hier deel 3 en hier deel 4 van dit essay.
Het boek werd eerder ook besproken door Peter Laroy, directeur van Liberas en door Kristiaan Versluys, emeritus-hoogleraar Amerikaanse literatuur en cultuur.
_Referenties en verder lezen
  • Algoet,P. (2024). Vrank en vrij, maar mens! Vrijzinnig humanisme uitgelegd en uitgediept. Acco.
  • Beekman, M. (2025). The origin of language. How we learned to speak and why. Simon & Schuster.
  • Blattman, C. (2022). Why we fight. The roots of war and the paths to peace. Viking.
  • Braeckman, J. (2017). Er was eens – over de mens als vertellende aap. Confituur
  • Cliquet, R. (2010). Biosocial interactions in modernisation. Masaryk University Press.
  • Cliquet, R., & Avramov, D. (2018). Evolution science and ethics in the third millennium. Challenges and choices for humankind. Springer.
  • Frank, R. (1988). Passions within reason. The strategic role of the emotions. W.W. Norton & Company.
  • Gleick, J. (1987/2008). Chaos, making a new science. Penguin Books.
  • Haller, J. (2020). Neurobiopsychosocial perspectives on aggression and violence. From biology to law enforcement. Springer.
  • Harden, K.P. (2026). Original sin. On the genetics of vice, the problem of blame, and the future of forgiveness. Random House.
  • Hoffman, M.B. (2014). The punisher’s brain. The evolution of judge and jury. Cambridge University Press.
  • Kerckhofs, E. (2025). The free will discussion: An interdisciplinary analysis from the psychological, neuroscientific and neurophilosophical perspective. PhD Thesis, Vrije Universiteit Brussel.
  • Kortüm, H.-H., & Heinze, J. (Eds.) (2013). Aggression in humans and other primates. Biology, psychology, sociology. De Gruyter.
  • Markus, C., van Schaik, C., Fischer, J., Huppenbauer, M., & Tanner, C. (Eds.) (2014). Empirically informed ethics: Morality between facts and norms. Springer.
  • Martin, M. (2014). An intimate ar. An oral history of the Helmand conflict. Hurst & Company.
  • Martin, M. (2018). Why we fight. Hurst & Company.
  • Meller, H., Michel, K., & van Schaik, C. (2025). Waarom we vrede willen, maar oorlog voeren. Een geschiedenis van de mensheid. Pelckmans Uitgevers.
  • Panksepp, J. (1998). Affective neuroscience. The foundations of human and animal emotions. Oxford University Press.
  • Rutherford, A. (2022). Control: the dark history and troubling present of eugenics. W.W. Norton & Company.
  • Sun, L. (2013). The fairness instinct. The Robin Hood mentality and our biological nature. Prometheus Books.
  • Tomasello, M. (2008). Origins of human communication. The MIT Press.
  • Tomasello, M. (2016). A natural history of human morality. Harvard University Press.
  • Tomasello, M. (2022). The evolution of agency. Behavioral organization from lizards to humans. The MIT Press. 
  • Turner, J.H. (2016). On human nature. The biology and sociology of what made us human. Routledge.
  • Van de Velde, F. (2025). Wat taal verraadt. Een kleine geschiedenis van brein tot beschaving. Lannoo Campus.
  • van Schaik, C. (2016). The primate origins of human nature. Wiley Blackwell.
Kwintessens
Lieven Pauwels is hoogleraar (UGent) en doceert Evolutie en Menselijk Sociaal Gedrag, Criminaliteitspreventie en Statistiek. Zijn onderzoek spitst zich toe op de wisselwerking tussen individu, omgeving en antisociaal gedrag.
Ann De Buck is FWO-postdoctoraal onderzoeker (UGent). Haar onderzoek focust op de rol van (morele) emoties in de verklaring van antisociale gedragskeuzes.
_Ann De Buck en Lieven Pauwels Auteur
Meer van Ann De Buck en Lieven Pauwels

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws