Kwintessens
Geschreven door Geert Lernout
  • 1912 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

17 december 2020 De ster van Bethlehem
Om toch een beetje in de kerstsfeer te komen, lees ik een boek over de Ster van Bethlehem: Interdisciplinary Perspectives from Experts on the Ancient Near-East, the Greco-Roman World, and Modern Astronomy. De auteur van één van de bijdragen maakt een onderscheid tussen verschillende manieren om het sterrenkundige fenomeen te duiden en dan komt de aap uit de mouw.
'As a Christian astronomer' blijkt de auteur een voorkeur te hebben voor één van de interpretaties, namelijk dat Mattheus een echt sterrenkundig fenomeen beschrijft: de conjunctie van Saturnus en Jupiter, maar dan minder spectaculair dan wat we dit jaar te zien krijgen, vier dagen voor Kerstmis.
Christelijke sterrenkunde bestaat niet, maar er zijn wel sterrenkundigen die tegelijkertijd ook christen zijn. De sterrenkundige in mijn boek is een Engelsman, maar veel christelijke wetenschappers wonen in de Verenigde Staten, waar de secularisering trager gaat dan in de rest van de Westerse wereld. Ook in de Verenigde Staten staan de kerken onder druk, maar juist daardoor zijn ze luidruchtiger aanwezig en daardoor ook een bijkomende reden voor de verdeeldheid in het land die zo duidelijk was tijdens de recente presidentsverkiezing. Dit is een aspect van de Amerikaanse cultuur die we in Europa te weinig kennen, maar U herinnert zich wellicht Paula White’s gebed tegen de demonische samenzwering waarvoor ze een leger van engelen uit Afrika liet komen om Trump toch een overwinning te bezorgen. Op de duur was haar script op en begon ze zelfs in tongen te spreken.
Het is gemakkelijk om met deze mevrouw te lachen, maar ze is nog steeds de officiële 'spirituele adviseur' in het Witte Huis, waar ze het gebed leidde tijdens Trumps inauguratie. Dit zijn geen arme mensen die aan godsdienstwaanzin lijden. Paula White staat aan het hoofd van haar eigen kerk die juist de welvaartstheologie aanhangt: geld is glorie. Wie rijk is, wordt door God zelf uitgekozen. En moet geen belastingen betalen, als hij (of zij) een kerk heeft.
Het christelijke deel van de Verenigde Staten leeft in een eigen wereld, en daar horen niet alleen mega- en minikerken en eigen media bij, maar ook universiteiten en dus ook christelijke wetenschap. We kennen hier wel het Amerikaanse fenomeen creation science, waarbij men intelligent design doceert in de plaats van Darwin en de evolutietheorie, maar we zijn ons te weinig bewust van het parallelle onderwijssysteem in de Verenigde Staten, waar authentieke wetenschap niet van toepassing is. Omdat de officiële scholen de evolutietheorie doceren, worden christelijke kinderen thuis opgevoed, door een bijbels onderdanige moeder. Maar voor het middelbare en universitaire niveau, hebben ze de zogenaamde bible colleges.
Daar leren de jonge christenen de bijbel interpreteren, ongelovigen bekeren, en alles wat je moet weten over christelijke muziek en christelijke literatuur, bijbels recht en christelijke wetenschap. Maar ook deze universiteiten geven diploma’s en bevorderen hun docenten op basis van hun publicaties. Voor een stuk doen die dat in hun eigen publicaties: tijdschriften waarin hun soort van theologie aan bod komt. Maar nu en dan proberen ze ook hun werk in meer wereldse wetenschappelijke tijdschriften te publiceren. Soms gebeurt dat alleen maar om afgewezen te worden en dat feit dan te gebruiken als argument dat christelijke wetenschap onderdrukt wordt in de seculiere wereld, maar zeker ook omdat ze niet langer (of nog niet) weten hoe erg die christelijke wetenschap afwijkt van wat wetenschap betekent in de rest van de wereld.
In mijn eigen domein, de literatuurwetenschap, kom ik ze ook tegen: iemand die op basis van taalkundige analyse meende te kunnen bewijzen dat het Book of Mormon niet noodzakelijk een vervalsing uit de negentiende eeuw was. Of literatuurwetenschappers die zo nodig willen aantonen dat één of andere notoire atheïstische schrijver toch heimelijk katholiek of anderszins gelovig was. Of postmoderne denkers die ontdekken dat de heilige Paulus veruit de belangrijkste filosoof is van de oudheid. Of nog anderen, zoals T.S. Eliot of George Steiner, die beweren dat de essentie van alle literatuur religieus is. Publish or perish bestaat dus ook voor deze postmoderne religieuzen en daarvoor hebben ze hun eigen gespecialiseerde tijdschriften of boekenreeksen.
Natuurlijk gaat het daarbij niet over alle wetenschappen: er is (hoop ik) nog geen tijdschrift dat 'Religion and Endocrinology' heet, maar Johns Hopkins University publiceert wel een blog over geneeskunde en geloof.
En wie dat wenst, kan altijd terecht bij de 'Christian Medical and Dental Association' met bijna twintigduizend leden.
Echte wetenschap kiest het eenvoudigste antwoord op een vraag. De auteur uit mijn boek over de Ster van Bethlehem vergeet ('als een christen') dat het wel vaststaat dat de kindheidsevangelies van Lukas en Mattheus in belangrijke mate van elkaar verschillen omdat ze twee tegenstrijdige en onhistorische antwoorden geven op de vraag waar Jezus vandaan komt. Beide evangelisten gebruiken het oudste evangelie (van Markus), dat zwijgt over de jeugd van de Zoon van God. Net zoals Jezus en zijn ouders nooit in Egypte zijn geweest, zijn er ook nooit Wijzen uit het Oosten gekomen. En als ze niet bestonden, volgden ze ook geen ster, laat staan een planeet.
Kwintessens
Geert Lernout is professor emeritus aan de Universiteit van Antwerpen waar hij Engelse en vergelijkende literatuur doceerde. Hij publiceerde in het Engels over het werk van James Joyce en in het Nederlands over de geschiedenis van het boek, over Bachs Goldberg Variaties, over openbaringsgodsdiensten en Amerikaanse religie.
_Geert Lernout -
Meer van Geert Lernout

_Recent nieuws

Bekijk alle nieuwe berichten

_Populair nieuws

Bekijk meer populair nieuws