Aimée de Jongh en Ingrid Chabbert
Victor De Raeymaeker
fictie
  • 462 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

8 juni 2023 Zestig lentes
Aimée de Jongh, winnares van de Stripschapprijs 2022, tekende op tekst van Ingrid Chabbert een indrukwekkend verhaal over de liefde tussen oud en jong.
Josy wordt vandaag 60. Ze is op haar kamer, druk bezig een koffer te pakken. Ze probeert een naald te vademen maar prikt zich in de vinger. Boos gooit ze het ding weg. Het is een koude winterdag en door het raam ziet ze even haar twee kleinkinderen in de sneeuw spelen. Beneden in de woonkamer wordt alles klaargemaakt voor een feestje, met kaarsjes en het getal 60 op een cake met blauwe glazuur. Josy gaat verder met pakken. Nog een lijst met familiefoto waar ze vertederd naar kijkt, gaat bovenop. De koffer gaat dicht en ze rookt een sigaretje.
Het “feestvarken” wordt naar beneden geroepen waar de hele familie: haar dochter Stephanie, zoon, haar man en 2 kleinkinderen, rond de feestelijke tafel zitten te wachten. In plaats van te blazen, staat Josy recht en zegt: “Ik ga weg.” Ze neemt de koffer die klaarstaat in de gang, stapt in een oud volkswagenbusje in de garage dat wonder boven wonder start en ze rijdt weg, nagekeken door haar verbijsterde familie.
Ze rijdt door het witte landschap,  glimlacht, glundert, zingt luidop. Ze parkeert het busje op een parkeerplaats een paar dorpen verder… Daar staat één oude “stinkende” caravan. Twee politiemannen (“flikken”) praten in op een jonge vrouw met baby, want ze staat daar al bijna een halfjaar en moet er weg.
Josy gaat met haar kennis maken. De baby weent veel want krijgt tandjes. De “buurvrouw” heet Camélia en geeft Josy een blik ravioli als welkomgeschenk. Ze is een pittige jonge vrouw met veel gezond verstand. Ze kunnen het best met elkaar vinden, gaan samen winkelen in het dorp, drinken ’s avonds enkele glaasjes wijn, vertellen over hun leven en waarom ze weggegaan zijn, thuis. “Toen ik ontdekte dat hij vreemd ging, heb ik mijn boeltje bij elkaar gepakt en mijn zoontje ook.”
Er loopt een verloren kip rond hun “verblijven”. Het enige vervelende element, zijn de aanhoudende sms-jes  en telefoonboodschappen van “thuis” die blijven binnenkomen. Waarom zet ze de telefoon niet af?
Op een avond heeft Amélie prettig nieuws voor Josy. Ze poetst voor een dame “Christine” die lid is van een groepje vrouwen dat zich “COH” noemt. Kort voor “Club Ontsnapte Huisslaven”. Ze komen regelmatig samen, drinken cocktails, praten, dansen en genieten van elkaars gezelschap. Christine heeft Josy uitgenodigd om die avond naar COH te komen. Ze wordt er warm ontvangen als “onze nieuwste aanwinst” en heeft een echt gezellige avond. De dansscènes zijn de meest geslaagde beweeglijke scènes in het album.
Als ze ’s avonds “thuis” komt in het donker, staat er een zwarte poes haar opwachting te maken. Ze poetst haar busje, koopt een kamerplant, lichtjes, gaat naar nog meer samenkomsten met COH. Christine en zijzelf kunnen het zeer goed met elkaar vinden. Nu en dan voelt ze zich toch ongemakkelijk. Het gaat allemaal te vlug voor haar en ze krijgt een soort beangstigende flitsaanval, met een scène waarin ze zich in een stortvloed bevindt. Telkens zeer knap getekend.
Dan komt zoon Martin plots opdagen. Hij denkt dat hij haar moet weghalen. Hij krijgt de deur in zijn gezicht. Josy en Christine brengen meer en meer tijd door in elkaars gezelschap. Er zijn kleine, intieme aanrakingen, pudeur, ze zoenen, gaan uiteindelijk naar bed. Toch zijn er tussendoor angstflitsen.
De naakte lichamen van de twee oudere dames in bed die nadien gelukzalig naar het plafond liggen te staren of op blote voeten en benen in de keuken een spiegeleitje staan te bakken, zijn aandachtig getekend, subtiel mooi oud.
Ze zijn verliefd. Tot grote, warme jolijt, van de COH-bende, tijdens de volgende bijeenkomst. Als ze ’s avonds naar huis gaan, weten ze dat ze veel van elkaar houden. Toch blijft er in de ruggengraat van het verhaal een zorg hangen, een angst. “Een dikke mist in mijn hoofd”. Want natuurlijk kan het niet allemaal rozengeur en maneschijn blijven en komen er dramatische donderwolken aandrijven.
Zestig lentes is weer eens een mooi uitgegeven album in de serie Vrije Vlucht. Stevige, dikke, kartonnen kaft met knappe illustratie en kleur die uitnodigen tot vastnemen, lezen en “hebben”. Een halve tekening, trouwens zodat je geneigd bent naar de andere helft te gaan kijken en zo meteen het boek openvouwt.
De kwaliteit van het tekenwerk van Aimée De Jongh is uitstekend, raak, met hier en daar tekens van een groeiende vlotheid. Ze weet, bijvoorbeeld, hoe de verschillende karaktertrekken van de personages te laten spelen, iets zeer moeilijks en zo belangrijk in een strip waarin een gamma van emoties een dominante rol vervullen. Vooral het temperamentvolle en door gebeurtenissen op de proef gestelde gemoed van Josy. Het gebrek aan echt contact tussen haar man en zijzelf is duidelijk, zonder dat dat door één enkel voorvalletje hoeft geïllustreerd te worden. Stromende regen, water, eenzaamheid, pijn, twijfel, bijtende woede, halve pagina tekeningen, het terrasje in de zon, scheppen sporadisch rust en ruimte. De intieme dialogen zijn fijn, gevoelig, de atmosfeer tijdens de COH-avondjes zijn heerlijk vrouwelijk gezellig. Kleine details zoals “kip” en “poes”, afzonderlijk of in samenspel, zijn fijngeschetste tussendoortjes.
Lapsussen zijn er ook natuurlijk: het interieur van het VW-busje is surrealistisch groot, Christine’s living lijkt een feestzaal in één strookje geperst (p. 51). Het gezicht van Josy ligt nog niet helemaal vast en lijkt (pagina 41) plots op dat van een 16-jarige.
Maar dat zijn details die amper storen. Er zijn, helaas, andere factoren, wanklanken die wel storen en het verhaal ontsieren. Je kan de Josy begrijpen die heel erg scherp reageert op man en kinderen die haar soms bijna fysiek weer naar de huishoudelijke stal willen sleuren. Maar of je nu de dag van je verjaardag moet kiezen en wachten op het precieze ogenblik dat iedereen – maar vooral twee lieve, kleinkinderen, zitten te popelen tot oma die twee kaarsjes eindelijk gaat uitblazen, om dan recht te staan en te zeggen: “Ik ga weg.” … Dat kon moeilijk wreder.
Het boek lijdt nog meer aan een teveel harde logica. Zelfs het niveau van gevoelens lijkt soms berekend. Eén van de voorwaarden om een verhaal te doen “werken” is de gevoelens van de lezer ten opzichte van de hoofdpersoon. Lezers moeten met hem/haar meeleven, zelfs al is het een gangster. Meeleven met Josy is moeilijk in deze strip. Zelfs als ze lijdt, scoren de nochtans krachtig getekende scènes niet. Terwijl het duidelijk is dat alle echt contact tussen haar man en zijzelf ontbreekt, zonder dat dat door geen enkel duidelijk feit getoond wordt.
Het verhaal loopt mank. Het een-en-half vervolgdeel dat nodig leek om de strip het dramatisch gewicht te geven van een echte literaire roman, werkt niet. Het lijkt soms op een wanstaltige smartlap. Mooie beelden, mooie coherente stukken verhaal maar dan bokkesprongen en onverteerde of niet vertelde consequenties.
Jammer, want met dezelfde ingrediënten had dit een sterke graphic novel kunnen worden. Dit allemaal in 110 pagina’s willen proppen lijkt gulzigheid of overmoed of misschien het klassieke gebrek aan tijd; want een deadline moet gehaald worden en tijd is geld.
Na het veelgeprezen Dagen van Zand toont Aimée de Jongh in Zestig lentes wel degelijk een stevige groei die je doet uitkijken naar haar volgende getekende roman. Een gemiste kans, misschien, maar eentje die wel ten zeerste het lezen waard is.

Victor De Raeymaeker
Aimée de Jongh en Ingrid Chabbert
Victor De Raeymaeker
fictie
-
_Victor De Raeymaeker - Recensent
Meer van Victor De Raeymaeker

_Van zelfde auteur

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies