Bart Collard
Floris van den Berg
Non-fictie
  • 677 keer bekeken
  • minuten leestijd
  • Reacties

Waardering

2 oktober 2023 Het recht op misinformatie. Waarom de overheid niet mag bepalen wat u mag zien, lezen en horen.
Het belang van misinformatie. Collards tegen-intuïtief liberaal pleidooi.
In Het recht op misinformatie: waarom de overheid niet moet bepalen wat u mag zien, lezen en horen breekt vrijdenker, liberaal, atheïst, columnist en mentalist Bart Collard een lans voor de vrijheid van meningsuiting, juist daar wat het pijnlijk wordt, namelijk bij het verspreiden van misinformatie. Een logisch gevolg van de vrijheid van meningsuiting is namelijk dat mensen ook dingen gaan zeggen waar jij het niet mee eens bent, en die soms zelfs aantoonbaar onwaar zijn. ‘De aarde is plat’ is aantoonbaar onjuist, maar het staat mensen vrij te beweren dat het zo is. Ze mogen er in tijdschriften en blogs over schrijven, symposia over organiseren, met een spandoek over straat lopen, slogans op T-shirts drukken, internetmemes verspreiden.
Collard is een verdediger van de vrijheid van expressie, ook daar waar het ongemakkelijk wordt. Zijn pleidooi sluit aan bij de pleidooien voor vrijheid van expressie van kampioenen als Ayaan Hirsi Ali, Richard Dawkins en Salman Rushdie. Het punt dat Collard maakt, is dat de vrijheid van expressie ook vrijheid biedt om valse informatie, al dan niet opzettelijk, te verspreiden. Dat voelt tegenintuïtief, maar Collard legt uit dat wanneer je zou inzetten op het verbieden van het verspreiden van misinformatie je de vrijheid van expressie en daarmee de liberale democratie om zeep helpt.
In een liberale democratie is er vrijheid van religie en kunnen mensen een religie naar keuze belijden. Vanuit het perspectief van een specifieke religie zijn alle andere religies en stromingen dwalingen en dus onwaar. Vanuit dat perspectief is iedere andere religie misinformatie. Vanuit het (juiste) atheïstische perspectief zijn alle religies misinformatie, maar in een liberale democratie mogen mensen zich verheugen in hun eigen specifieke dwaling.
Misinformatie is een grondrecht. Religies zijn misinformatie, niet alleen vanuit rationeel atheïstisch perspectief, maar ook vanuit elkaars perspectief: gelovigen vinden de leer van andere gelovigen dwalingen (misinformatie) en de vrijheid van godsdienst is vastgelegd in de grondwet. ‘Een overheid die onwaarheden consistent wil uitbannen, door het verspreiden ervan strafbaar te stellen of door content te verwijderen, gaat onvermijdelijk een bedreiging vormen voor religies.’ (p. 148) In een liberale democratie mogen mensen in vrijheid mis- en desinformatie met elkaar delen.
De open samenleving is erbij gebaat dat mensen mogen zeggen wat ze willen, ook al zijn hun beweringen niet waar. Liberale denker Ayaan Hirsi Ali betoogt daarom dat de vrijheid van meningsuiting het recht op beledigen omvat, ofwel: er is geen recht om niet beledigd te worden. Er zijn mensen die zeggen voor de vrijheid van meningsuiting te zijn, maar wacht op het woordje: ‘maar’. Zodra mensen een bepaalde uiting niet bevalt, volgt er een ‘maar’. De ‘maar’ is dan een inperkingsgrond, oftewel: censuur. In het publieke debat is er al decennialang een verhitte discussie over de morele rechtvaardiging van inperkingsgronden van de vrijheid van meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting betekent dat je je vrijelijk mag uiten. Je mag denken, schrijven, zeggen, vloggen, bloggen, podcasten, memes maken en delen op welk sociaal platform dan ook. Je mag aardig zijn, wetenschappelijke kennis en mooie liedjes delen, maar ook onaardig zijn, liegen, lelijk doen en bewust of onbewust onware feiten verspreiden. Dat laatste is een punt van discussie dat de afgelopen jaren bediscussieerd wordt en waarbij Trump de absolute kampioen is van misinformatie, bullshitting, fake news en complottheorieën.
Tijdens de coronapandemie waren er tal van critici die vraagtekens plaatsten bij de informatie die de overheid en wetenschap deelden. De overheid probeerde met man en macht en gesteund door wetenschap (zoals het RIVM, het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) zo goed en zo kwaad als het ging middels noodmaatregelen de pandemie te bedwingen. En met succes, zo is gebleken. De overheid maakte zich echter ongerust over de grote aanhang van mensen die twijfels hadden bij de claims van de overheid. Het gevaar dreigde dat er een te lage vaccinatiegraad zou zijn doordat mensen zich niet tegen andere infectieziekten zouden laten vaccineren. Die vaccinatiescepsis werd gevoed door sociale media waar misinformatie gedeeld werd.
Het debat over het verbieden of beknotten van misinformatie werd tijdens de coronapandemie een prangend probleem. De overheidsmaatregelen riepen veel negatieve reacties op waaronder van mensen die in meer of mindere mate corona ontkenden of de effectiviteit van de maatregelen bevroegen. Dit leidde tot onrust, (verboden) demonstaties en het bedreigen van politici en wetenschappers. De overheid reageerde hierop niet alleen met de traditionele middelen, zoals het beschermen van politici, het handhaven van de openbare orde en het opbreken van verboden demonstraties, maar ook met het proberen te verbieden van het verspreiden van misinformatie over corona. Op dit laatste gaat Collard uitgebreid in. Hij betoogt dat burgers het recht hebben om kennis te nemen van wat mensen beweren, zelfs als het aantoonbaar onwaar is en zelfs als het bewust als misinformatie wordt verspreid. De overheid zou, aldus Collard, critici niet het zwijgen op moeten leggen, maar hooguit een eigen informatiecampagne moeten organiseren en, op dieper niveau, moeten zorgen dat de kwaliteit van onderwijs zodanig is dat burgers kritisch denkvermogen hebben om informatie te kunnen onderscheiden van misinformatie en desinformatie.
Ik speel advocaat van de duivel: waar Collard aan voorbij gaat is dat de manier waarop sociale media werken in het voordeel is van degenen die misinformatie verspreiden. Complottheorieën, en sterke claims waarvan de uitkomsten in het straatje liggen van wat je wilt horen, worden veel sneller verspreid dan saaie en genuanceerde wetenschappelijke kennis. Bovendien zijn mensen (wappies in het bijzonder) die sceptisch staan tegenover de overheid, veel actiever op sociale media. De overheid (de regering) raakte hier tijdens de pandemie van in paniek, vooral omdat dit leidde tot burgerlijke ongehoorzaamheid (mensen die weigerden de verplichte maatregelen na te leven) en tot geweldsdreiging, zoals de talloze doodsdreigingen aan politici en wetenschappers. Sociale media zijn veel geschikter in het verspreiden van misinformatie dan in het verspreiden van informatie en het is ook geen geschikt platform voor een genuanceerde discussie.
Collard houdt – terecht – voet bij stuk dat in een liberale democratie de vrijheid van expressie een kernwaarde is en dat wanneer de overheid misinformatie gaat verbieden, de liberale democratie zelf wordt ondermijnd. Toch zou het zo maar kunnen dat misinformatie die op sociale media wordt gedeeld nefaste sociale gevolgen kan hebben, zoals een te lage vaccinatiegraad of het niet serieus nemen van de klimaatcrisis. Het censureren van bepaalde misinformatie gaat ten koste van de liberale rechtsstaat, maar het toestaan van misinformatie zou daar ook toe kunnen leiden, zoals wanneer een populist met hulp van misinformatie aan de macht zou komen en de democratie vervolgens actief ondermijnt. Een open samenleving moet weerbaar zijn tegen misinformatie. Collard schrijft:
Mensen moeten leren dat het oké is wanneer anderen het grondig met hen oneens zijn en hun vreselijke opinies verkondigen. Het plegen van censuur op onwaarheden past bij despotische regiems, maar conflicteert met de democratische rechtsstaat. De open samenleving bestaat op voorwaarde van het vrije woord, dat zal zorgen voor fel geuite tegenstrijdige opinies. Het waarheidsgehalte of de resulterende mate van krenking van een uitspraak zou geen criterium voor de uitingsvrijheid moeten zijn. (p. 126)
Collard betoogt dat er een verschil bestaat tussen de moraal (ethiek) van het verspreiden van misinformatie en de politieke filosofie en juridische kant van misinformatie. Bewust onware informatie verspreiden is (meestal) onethisch. Maar een open samenleving dient het delen van misinformatie toe te staan omdat het nu eenmaal deel uitmaakt van de vrijheid van expressie. Over de ethiek van misinformatie behandelt Collard de goochelarij. Goochelaars misleiden het publiek: er gebeurt niet wat de mensen denken dat er gebeurt. Wanneer goochelaars echter betogen dat zij echt paranormale kennis hebben, wordt het onethisch, betoogt Collard. Uri Geller is een goochelaar, maar hij beweert dat hij bovennatuurlijke gaven had – waarmee hij goed geld verdiende. Hans Klok daarentegen verdient ook de kost met zijn goocheltrucs, maar hij claimt niet over bovennatuurlijke gaven te beschikken. Voor het publiek is het moeilijk om achter de trucs van de goochelaars te komen en dus is het verleidelijk om te geloven in bovennatuurlijke krachten.
Goochelaar en boeienkoning James Randi besteedde een groot deel van zijn lange carrière aan het ontmaskeren van mensen die beweerden bovennatuurlijke gaven te hebben. Het was Randi die op televisie Uri Geller ontmaskerde. Collard betoogt enerzijds dat het onethisch is als mensen claimen bovennatuurlijke gaven te hebben die ze niet hebben, maar anderzijds dat de overheid zich daar niet mee moet bemoeien. De overheid moet geen censuur gaan uitoefenen. Een risico daarin is dat volksmenners aan de haal gaan met populaire misinformatie en die inzetten tegen de overheid, niet alleen tegen de zittende de regering maar ook tegen de liberale democratie als geheel. Een populist als Baudet omarmt willekeurig welke complottheorie zolang die maar gebruikt kan worden tegen de overheid. Maar: ‘[…] een democratische regering die bereid is om te veel inbreuken op grondrechten te maken, bijvoorbeeld door misinformatie te bestrijden, kan totalitaire trekken gaan vertonen.’ (p. 44)
Als de overheid werk gaat maken van het tegengaan van het verspreiden van misinformatie dan heeft dat ongewenste en onverwachte consequenties. Satire waarbij een cabaretier iets beweert dat niet waar is (maar wel grappig) kan dan niet meer. En wat moet er gebeuren met mensen die zich vergissen en per ongeluk misinformatie verspreiden? En moeten religies verboden worden die immers allemaal misinformatie zijn? En hoe zit het met de overheid zelf die lang niet altijd een consistent verhaal verspreidt? Wordt het dan ook verboden om achterhaalde wetenschappelijke kennis te verspreiden? Zoals iemand die beweert dat Pluto een planeet is terwijl deze kennis is bijgesteld en Pluto een planetoïde is? Het verbieden van misinformatie is een heilloze weg. En het verbieden van sommige soorten misinformatie leidt tot willekeur. Wanneer de overheid – onafhankelijk van de rechterlijke macht - bepaalt welke onwelgevallige misinformatie niet meer mag, dan is dit een opmaat voor censuur.
Collard behandelt ook andere vormen van censuur, zoals de spastische houding van sociale mediabedrijven omtrent bloot. Hij citeert uit zijn eigen voordracht op het blootsymposium van De vrije gedachte: ‘In een liberale samenleving mogen mensen dragen wat zij zelf willen dragen. En zij mogen dus ook niet dragen wat zij niet willen dragen. Uit het liberalisme volgt dat mensen vrij zijn om geen kleding te dragen.’ (p. 128). Collard stelt dat in een liberale democratie er geen censuur zou moeten zijn (of tenminste langs heel andere lijnen) en dat zowel misinformatie als bloot daarbij hoort. Vervelend is natuurlijk dat wanneer bloot wel is toegestaan, internettrollen te onpas overal de vermelding explicit content zullen plaatsen waardoor het platform snel aan populariteit zal verliezen. (Dit is een pragmatische afweging). De meeste mensen vinden explicit content erger dan misinformatie of nepnieuws. Ook historicus Han van der Horst stelt in het door Collard behandelde boek Nepnieuws. Een wereld van desinformatie (2018): ‘Je kunt de vrijheid van meningsuiting niet beschermen door haar in te perken.’ (p. 131)
Het recht op misinformatie is een vlot geschreven en soms zelfs spannend boek met een helder pleidooi voor vrijheid van meningsuiting ook daar waar het schuurt. Collard analyseert actuele casussen, gaat uitgebreid in op veiligheidsdiensten, religies, bloot en goochelen. Het boek heeft een verklarende woordenlijst, overzichtelijke Venndiagrammen en bibliografie. Met dit boek in de hand krijg je grip en een duidelijke visie op debatten rondom de vrijheid van expressie.
Collard analyseert niet alleen, maar is ook een vrijdenkende moraalridder van de open samenleving met een boodschap: ‘De beperking van de vrijheid van meningsuiting moet primair liggen bij meer objectief meetbare criteria, zoals het oproepen tot geweld. […] De vrijheid van meningsuiting bevat ook het recht op misinformatie.’ (p. 149) En zo is het.

Floris van den Berg
Bart Collard
Floris van den Berg
Non-fictie
Floris van den Berg is ecohumanist en milieufilosoof (en dus veganist) en auteur van o.a. 'Groen Liberalisme'. Zijn meest recente boek is 'Het spook van woke'. Zijn wekelijkse podcast vind je hier: 'De vrije gedachte'.
_Floris van den Berg -
Meer van Floris van den Berg

_Nieuwste recensies

Bekijk alle nieuwe recensies