2 februari 2026
Het tijdperk van de rede
Paine schrijft een meesterlijk pleidooi tegen de misleidingen die in de Bijbel verhaald worden. Zolang er ook nog maar één Bijbel te vinden is, zou dit boek ernaast moeten liggen.
Thomas Paine is geboren in Thetford (Norfolk, GB) op 29 januari 1737. Zijn schoolse opleiding was gering en op zijn dertiende begon hij bij zijn vader te werken. Daarna werkte hij bij de douane, waar hij zijn loon besteedde aan de aanschaf van boeken. Hij werd echter ontslagen waarna hij Benjamin Franklin ontmoette die hem aanraadde naar Amerika te emigreren. In 1774 vertrekt hij vanuit Londen naar Amerika
Hij was filosoof, vrijdenker en politiek schrijver met een revolutionaire zienswijze over staatsinrichting, burgerrechten en religie. Hij was belangrijk bij de Amerikaanse onafhankelijkheid en zijn geschriften werden gebruikt voor de tekst van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring. In 1887 is hij terug in Engeland waar hij de Franse Revolutie verdedigde. Om een arrestatie te ontlopen, vlucht hij naar Frankrijk. Daar werd hij verkozen in de Nationale Conventie en richtte zich tegen de terreur van Robespierre. Net voor zijn arrestatie en zijn waarschijnlijke onthoofding, kon hij het eerste deel van “The age of reason” aan zijn uitgever bezorgen. De dag voor zijn veroordeling overleed Robespierre waardoor hij aan de guillotine ontsnapte. Thomas Jefferson nodigde hem in 1802 terug uit naar de Verenigde Staten te komen. Hij stierf eenzaam in New York op 8 juni 1809.
The age of reason werd in drie delen gepubliceerd in 1794, 1795 en 1807. Het werd vooral in de Verenigde Staten een bestseller. Nu zorgt uitgeverij Damon voor een nieuwe Nederlandstalige uitgave van deze klassieker van de vrijzinnige filosofie. De bijzonder verzorgde uitgave is verschenen als vierde deel in de reeks “Vrijdenkers”. De vertaling en de inleiding zijn van Karel D’huyvetters. Hij zorgde voor een vlot leesbare tekst. Zijn inleiding is compact volledig en voldoende overtuigend om snel verder te lezen.
Paine benadrukt meermaals dat hij een gelovige is, hij gelooft in een god, hij is deïst. Maar volgens hem heeft wat in Bijbel of Koran staat weinig of niets te maken met een goddelijke openbaring. Voor Paine is het woord Gods de schepping zelf die we overal kunnen aanschouwen. Die boodschap van God openbaart aan de mens al wat die moet weten over de schepper. Het is vanuit die idee dat Paine het “Heilige Boek” van de katholieken onder de loep neemt.
Paine gelooft in één god en in het eerste deel van Het tijdperk van de rede schrijft hij vanuit dit gegeven zijn geloofsbelijdenis. Naast dat geloof in één god, stelt hij de gelijkheid van ieder mens. Hij kan zich niet vinden in een joodse, roomse, of wat dan ook kerk die hij puur menselijke verzinsels vindt. Waar hij de figuur van Jezus Christus nog kan appreciëren, stoot het hem tegen de borst wat de stichters van de godsdienst ervan maakten. Wat volgt is een gedetailleerd onderzoek van de grondslagen van de katholieke kerk. Hij start zijn kritiek met algemene beschouwingen over de Bijbel. Het is een zeer gedetailleerd onderzoek en des te verbazingwekkender omdat hij bij het schrijven niet de beschikking had over de oorspronkelijke werken.
Het tweede deel begint met een korte beschrijving over hoe hij het werk heeft kunnen maken. Eerst komt het Oude Testament aan bod. Hij gebruikt de inhoud van het boek zelf om de ongerijmdheid van de zogezegde feiten te bewijzen. Er is geen zekerheid over wie de verschillende boeken heeft geschreven en Paine wijst aan dat de chronologie van de vertelde gebeurtenissen niet kan kloppen. Ook Mozes, als hoofdpersonage, wordt afgedaan als een bedrieger. Of althans diegenen die de figuur van Mozes misbruikt hebben. Vervolgens komt het Nieuw Testament aan bod. Op dezelfde overtuigende wijze haalt hij de inhoud van dit boek onderuit.
De vier evangelies, Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes noemt hij ieder apart een verzonnen verhaal dat dan ook nog miserabel verteld wordt. In niet minder dan twaalf passages toont hij aan hoe de waarheid geweld werd aangedaan.
In deel drie heeft Paine het tenslotte over de bedienaars van de godsdienst. Daarna volgt het essay over dromen. Het gemoed bestaat volgens hem uit verbeelding, oordeel en geheugen. Hij toetst deze vermogens aan wat de stichters van de godsdienst hiervan terecht hebben gebracht in de Bijbel.
Paine sluit tenslotte af met persoonlijke gedachten over de toekomst. Tegenover zijn overvloedige en gefundeerde kritiek op de Bijbel gelooft hij dat er een manier is waarop we God en de mensen heel goed kunnen dienen en daarna ook gelukkig zijn.
Dit werk is een voorbeeld van de rede in de geest van de Verlichting. Het is indrukwekkend hoe gezonde kritiek valse voorstellingen kunnen aantonen. Paine doet dat overvloedig en is dikwijls ongewild sarcastisch. Meermaals geeft hij aan dat het Bijbelverhaal humoristisch zou zijn als de overvloed van verhalen van moorden en geweld niet zo wreed waren geweest. Hoe kan men gedurende eeuwen en nu nog steeds deze teksten opleggen als gezonden door God? Het was wachten op Paine om dit weerlegd te krijgen en er zijn nog vele lezers nodig om deze leugens uit de wereld te helpen. Misschien was het een voorteken dat de voornaam van Paine (ongelovige)Thomas was.
Paul Van Aelst
Dit boek werd eveneens gerecenseerd door Dirk Ooms.