19 februari 2026
De Hanze - Opkomst en ondergang van een machtig handelsverbond
Dick Harrison is een Zweeds historicus met bijzondere aandacht voor de Middeleeuwen. Als hoogleraar geschiedenis is hij verbonden aan de universiteit van Lund. Hij publiceerde verschillende historische boeken naast artikels in het Zweedse tijdschrift ‘Popular Historia’. Daarnaast werkt hij ook mee aan geschiedenisprogramma’s voor de Zweedse TV. In het Nederlands verschenen van hem onder andere werken over de Dertigjarige Oorlog, de Volksverhuizingen, de Zwarte Dood en onlangs nog de biografieën van Karel de Grote, Cleopatra en Hendrik VIII.
In de Lage Landen mogen verschillende steden zich ‘Hanzesteden’ noemen. Het begrip De Hanze is er algemeen bekend maar de juiste inhoud van dit handelaarsverbond is dit veel minder.
In wezen was De Hanze een illegale organisatie. In het Heilig Roomse Rijk waren alle stedelijke verbonden ten strengste verboden. Geen enkele Duitse koning of keizer heeft het echter ooit in zijn hoofd gehaald De Hanze te verbieden.
Het was een losse maar effectieve belangenorganisatie, ontstaan in de tweede helft van de 12e eeuw, met als doel een netwerk voor de handel in goederen tussen Oost- en West-Europa op te bouwen.
In die tijd was de handel vol gevaar door een combinatie van oorlogen, vorstelijke ambities en slechte infrastructuur.
Van meet af aan was Lübeck de onbenoemde hoofdstad van De Hanze. Eind 12e – begin 13e eeuw begonnen de Duitse steden aan de Oostzee handel te drijven met de Baltische Staten en Rusland. Rusland kon de edelen van bont voorzien en de kerken van was voor hun kaarsen. Scandinaviërs en Russen hadden anderzijds belangstelling voor fijn textiel en luxegoederen.
Eerst was de handel gecentraliseerd langs de kusten van de Oostzee. Geleidelijk breidde het klantenbestand zich uit naar de steden rond de Noordzee en ook het gamma van de verhandelde goederen werd gediversifieerd. Meer alledaagse goederen zoals haring, kabeljauw, hout, graan en zout werden verhandeld.
Brugge en Londen ontpopten zich tot belangrijke hoofdkantoren van De Hanze. Vooral de handel met Brugge was erg winstgevend. Het Vlaamse laken was zeer gezocht in Duitsland, de Scandinavisch landen, zelfs tot in Rusland, waar Novgorod eeuwenlang een belangrijk handelscentrum was.
De aangesloten steden verleenden hun handelaars allerlei voordelen om de handel zo vlot en goedkoop mogelijk te laten verlopen. Tolrechten werden tot een minimum herleid, faciliteiten voor de opslag van goederen stonden ter beschikking en de jaarmarkten werkten de handel in de hand. Het is duidelijk dat de aangesloten steden enkel handelden uit winstbejag. Aangezien oorlogen en oproer nefast waren, speelden de leden ook een belangrijke rol in het nastreven van de vrede en speelden zij een bemiddelende rol bij het oplossen van conflicten. Vrede was goedkoper dan oorlog voeren.
En deze vredelievende instelling was hard nodig. De Scandinavische staten waren erg oorlogszuchtig. Noorwegen, Denemarken en Zweden waren voortdurend met elkaar in conflict. Eerst mengde de Duitse Orde zich nog in het strijdgewoel, later ook de Baltische Staten en Rusland. Deze oorlogen veroorzaakten een intense kaapvaart op de Oost- en Noordzee wat de handel op zee erg riskant maakte.
Vanaf het begin van de 17e eeuw verliest De Hanze aan betekenis. De dertigjarige oorlog, de godsdienstoorlogen in de Lage Landen en de mondialisering van de wereldhandel leidden tot een stille dood van het handelsnetwerk.
De Hanze kon evenmin een antwoord bieden op de concurrentie van de koloniale mogendheden Engeland, Spanje, Portugal en vooral van de Noordelijke Nederlanden, hun directe buren, die een koloniaal rijk opbouwden van de Molukken in het oosten tot de Caribische Zee in het westen. Tenslotte bleef er nog een los verband tussen Lübeck, Hamburg en Bremen over, waar in 1937 een einde aan kwam. De twee laatste steden noemen zich nog steeds “Freie Hanzestadt” en zijn aparte deelstaten in Duitsland.
De Hanze had ook een culturele inbreng. Voor de bouw van raadshuizen, kerken en opslagplaatsen gebruikten zij geen natuursteen maar bakstenen. De kerken werden versierd met houtsnijwerk en uit Vlaanderen werd kunst geïmporteerd, zoals schilderijen van Hans Memling en andere Vlaamse Primitieven.
In tegenstelling tot wat soms beweerd wordt, was de handel van De Hanze niet gefocust op de Lage Landen, maar wel op de handel van de steden rond de Oostzee, Scandinavië en Rusland. De handel met de Lage Landen komt in het boek dan ook minder aan bod. Ten dele kan dit misschien verklaard worden door de achtergrond van de auteur die in Zweden geboren werd en er hoogleraar geschiedenis is. Dit mag de lezer uit ons taalgebied niet afschrikken. Er bestaan weinig werken waarin dit handelsverbond zo grondig behandeld wordt. Het zal tot een standaardwerk over De Hanze uitgroeien.
De lectuur is niet gemakkelijk. De schijfstijl is erudiet en academisch. De auteur gaat heel grondig tewerk met oog voor detail en nuance waardoor het fraai geïllustreerd werk een boek van meer dan 500 pagina’s werd.
Ignace Claessens
Vertaald door: Ger Meesters